Categorie archief: Favoriete dichters
Cummings
In het Nederlands
.
De regelmatige lezer van dit blog weet dat ik een groot zwak heb voor de poëzie van de Amerikaanse dichter E.E. Cummings ( 1894 – 1962). In het verleden plaatste ik al een paar keer gedichten van hem vertaald in het Nederlands door de Vlaming Lepus. Dit keer een gedicht van zijn hand vertaald door Gert Jan de Vries.
.
Lente is net een misschien hand die
(voorzichtig uit
het Niets opduikend) een etalage
inricht waar men in kijkt (terwijl
men staart
daar iets vreemds voorzichtig
inricht en verplaatst en
hier iets bekends) en
.
alles voorzichtig verandert
.
lente is net een misschien
Hand in een etalage
(voorzichtig Nieuwe en
Oude dingen verzettend, terwijl
men voorzichtig staart
een misschien beetje
bloemen hier verplaatst
een duim lucht daar) en
.
zonder iets te breken.
.
Tekening door Nathan Gelgud, 2014
Aan mijn broer
Christo Botev
.
De Bulgaarse dichter Christo Botev (1848 – 1876) was dichter en nationaal revolutionair . Botev wordt door Bulgaren algemeen beschouwd als een symbolische historische figuur en nationale held.
In 1875 publiceerde Botev zijn poëtische werken in een boek genaamd ‘Liederen en gedichten’, samen met een andere Bulgaarse revolutionaire dichter en toekomstige politicus en staatsman Stefan Stambolov . Botevs poëzie weerspiegelde de gevoelens van de arme mensen, vol met revolutionaire ideeën, strijdend voor hun vrijheid tegen zowel buitenlandse als binnenlandse tirannen. Zijn poëzie wordt beïnvloed door de Russische revolutionaire democraten en de figuren van de Parijse Commune . Onder deze invloed verrees Botev zowel als dichter als revolutionair democraat. Veel van zijn gedichten zijn doordrenkt van revolutionaire ijver en vastberadenheid. Anderen zijn romantisch, zelfs elegisch. Misschien wel de grootste van zijn gedichten is ‘The Hanging of Vasil Levski’ (“Obesvaneto na Vasil Levski”).
Het gedicht ‘Aan mijn broer’ werd vertaald uit het Bulgaars door Ton en Marijke Delemarre.
.
Aan mijn broer
.
Hard is het, broertje, tussen
stupide mafkezen te leven
die mijn zielevuur verblussen
zout in mijn hartewond wreven.
.
Vaderland lief, u bemin ik.
Over uw oude erfgoed beschik ik
maar inwendig broertje, verstik ik,
zo haat ik die dwazen verschrikkelijk.
.
Duistere dromen, woeste gedachten
folteren mijn jonge geest.
Ach wie legt zijn handen zachte
rond dit hart, zozeer verweesd?
.
Niemand, niemand, nooit begeert het
noch geluk, noch vrijheid want
zo uitzinnig resoneert het
op de noodkreet van het land.
.
Waarlijk broertje, heimlijk huil ik
op het graf van het volk geknecht.
Maar zeg mij: wat wint uiteindelijk
op deze aardkloot nog respect?
.
Niets toch. Niets! Er is geen antwoord
op een roep oprecht en vrij.
En ook jouw ziel heeft geen antwoord
op Gods stem – het volksgeschrei.
.
Hugo Claus
Avondland
.
Van de Vlaamse dichter Hugo Claus (1929 – 2008) verscheen in 1994 de bundel ‘Gedichten 1948 – 1993’ met daarin het volgende gedicht.
.
Als er niets nieuws is in het avondland
maar alleen wat er geweest is vanaf het begin,
wat kan ik uitvinden dat niet faliekant
een eerder geboren kind verzint?
.
Jij staat al Etruskisch, Helleens, Azteeks
op ansichtkaarten aan de wand gepind
te lonken, te koop, al te zeer bemind,
mijn eeuwenoude jonge feeks.
.
Hoe zou de antieke wereld reageren
tegenover het huidig mirakel van je lijf?
Blijven geloven dat geen ogenblik
.
ooit zonder herinnering kan genereren?
Die oude rakkers wisten van geen blijf
met jouw eenzelvigheid, net zomin als ik.
.
Vakantiegedicht
Manuel Kneepkens
.
In de serie vakantiegedichten vandaag het gedicht ‘Bodegraven’ van de Rotterdamse dichter Manuel Kneepkens uit 1975.
.
Bodegraven
.
Het Holland van de avonden van mijn geluk begint
achter de appelboomgaard bij de brug van Bodegraven
waar de dochter van de spoorwegwachter
schuilt tussen vochtige
pindaneuzen van konijnen; manshoog wuivend gras
.
Stilte van lathyrus en clematis en tuinbonen, gebroken
door het staag gedender van een late trein
.
mierikswortelzoet scholierenlichaam onder de koelte
van de wilgen, waar gouden ikonen van vlinders
zich ontdoen, lachend, fluisterend, van hun jurken
.
Hoor, de ritssluiting van de spoorbaan kreunt en rinkelt
De trein naar Alphen passeert. Heel even scheert
de zwaluw van zijn schaduw langs je haren
.
Voorbij.
.
Carmen 2
Catullus
.
De Italiaanse dichter Caius Valerius Catullus (beter bekend als Catullus) die leefde van ca. 84 –tussen 54 en 47 v.Chr.) was de eerste grote Latijnse lyricus. Als een van de invloedrijkste dichters van de 1e eeuw voor Christus uit de Ciceroniaanse periode schreef hij ongeveer 116 gedichten (totaal circa 2300 verzen of versregels). Deze gedichten werden later gebundeld in de ‘Carmina Catulli’.
Zijn stijl is gevarieerd en zijn werk bevat onder andere liefdesgedichten, spotgedichten en epische gedichten (epigrammen). Het volgende gedicht is getiteld ‘Carmen 2’ en werd vertaald door A. Rutgers van der Loeff.
.
Carmen 2
.
Sijsje, waar mijn meisje graag mee speelt,
dat zij aan haar borst drukt, dat zij streelt,
dat zij driftig in haar pink laat pikken,
als ze troost zoekt in de oogenblikken,
dat het hartje van mijn lieveling
harder klopt, alsof het barsten ging,
tot ontspanning van ’t geprangd gemoed
en verkoeling van den fellen gloed,
mocht ik als je zoete lieve vrouw
vrede vinden in een spel met jou!
.
Bommen
Paul Rodenko
.
Uit de bundel ‘Gedichten’ uit 1951, het gedicht ‘Bommen’ van de van geboorte Haagse dichter, criticus, essayist en vertaler Paul Rodenko (1920 – 1976).
.
Bommen
.
De stad is stil.
De straten
hebben zich verbreed.
Kangeroes kijken door de venstergaten.
Een vrouw passeert.
De echo raapt gehaast
haar stappen op.
De stad is stil.
Een kat rolt stijf van het kozijn.
Het licht is als een blok verplaatst.
Geruisloos vallen drie vier bommen op het plein
en drie vier huizen hijsen traag
hun rode vlag.
.
Vakantievoeding
Zomervakantie
.
Evenals vorig jaar merk ik dat het aantal bezoekers op mijn blog afneemt door de vakantie. Heel begrijpelijk natuurlijk, als je op vakantie bent of vakantie hebt dan staat je hoofd naar andere zaken. Toch zijn er altijd mensen (best veel) die niet op vakantie gaan of ook tijdens hun vakantie graag een gedicht lezen of iets over poëzie lezen. Speciaal voor een ieder die tot deze laatste groep hoort blijf ik ook in de vakantie dagelijks een bericht plaatsen. Een soort van poëtische vakantievoeding.
Dagelijks een gedicht uit de wereldliteratuur, van dichters uit verschillende eeuwen, uit verschillende landen. Vertaalde poëzie of poëzie geschreven in het Nederlands. Gekozen uit de vele poëziebundels die mijn boekenkast vullen. Vandaag begin ik met een gedicht van een Griekse dichter Anakreon die leefde van ca. 570 voor chr. tot ca. 485 voor chr. getiteld ‘De lesbische’ en vertaald uit het Grieks door Paul Claes.
.
De Lesbische
.
Opnieuw tikt de blonde Eros
me met zijn vuurrode bal aan
en daagt me uit te spelen met
dat meisje in kleurige muiltjes.
.
Maar zij wil niets weten van mij
en mijn al te grijze haren:
zij komt uit het bloeiende Lesbos
en gaapt naar – wat anders.
.
Slagbaai
Alette Beaujon
.
Uit de serie ‘dichters omnibus’. Heb ik nu ook deel 6 bemachtigd. Een klein beetje waterschade maar dat mag de pret niet drukken. In dit deel uit 1959 , een geschenk van Esso Nederland n.v., staan weer een aantal dichters die ik niet ken. Een daarvan is de dichter Alette Beaujon.
Alette Clemence Beaujon, geboren op Curacao (1934 – 2001) studeerde in Chicago en Amsterdam. In de jaren ‘60 werkte Beaujon als klinisch psycholoog. Schreef poëzie in het Engels, Papiamento maar hoofdzakelijk in het Nederlands. Van haar hand verscheen een grote bundel ‘Gedichten aan de baai en elders’ en de dichtbundel ‘De schoonheid van blauw’. Daarnaast publiceerde ze poëzie in het magazine ‘Amigoe’ in de Nederlandse Antillen.
.
Slagbaai
.
Stil te zitten in de schemering
voor een huis te staren
wanneer de hemel plots
heel laag zijn kleuren offert
aan de nacht
.
Snelle Spaanse waaiers in de lucht
een dansend begin
wordt langzaam donker in de verte
en komt vreedzaam naar ons toe
in de omtrek sterft het weg
.
De gladde strekenvan de zee
slepen nog kleine stenen mee
alle beweging is moeizaam
en boeit niet meer
.
Ik kom hier elke dag
de avond zoeken
en de dag want beide
heb ik op dit strand voor het eerst gevonden
heel lang geleden
.
Omdat daar toch niemand zat
Hans Faverey
.
De dichter Hans Faverey (1933-1990) werd geboren in Paramaribo en kwam in 1939 naar Nederland. Aan de Universiteit van Amsterdam studeerde hij psychologie. Sinds 1965 was hij als klinisch psycholoog verbonden aan de Universiteit Leiden. Hans Faverey begon gedichten te schrijven in de hoogste klassen van het Amsterdams Lyceum, toen hij via de stimulerende lessen van F. Lulofs kennis had gemaakt met de moderne Nederlandstalige poëzie. Tussen 1953 en 1957 schreef hij niet, omdat hij naar eigen zeggen zijn gedichten niet goed en muziek mooier vond. De poëzie van Faverey is modern en klassiek tegelijk, makkelijk en moeilijk. Soms verontrustend, met een dramatische ondertoon. Hij speelt een spel, hij goochelt, hij is de meester van het onverwachte, en hij heeft humor. In 1990 kreeg hij de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre.
Uit de postuum verschenen bundel ‘Springvossen’ uit 2000, samengesteld door Lela Zeckcovic, de weduwe van Faverey, het gedicht ‘Omdat daar toch niemand zat’.
.
Omdat daar toch niemand zat
.
Omdat daar toch niemand zat,
en omdat het niet dicht zit,
is het weer tijd voor een wandeling
langs de oevers van het strand, daar
waar het woud zich plotseling inhield,
of zich gaandeweg heeft verwijderd.
Dit denkt iemand die niet weet
dat hij in deze tekst zit
en er nooit meer uitkomt,
hoe hij ook morrelt aan zinnen
en met betekenissen schuift.
Beter zo dan andersom,
wanneer de kou onverwacht inzet;
en beter nooit dan te laat.
Dat ben ik weer die dit denk.
In mijn afwezigheid hier
verschuilt zich een triomf
die nooit uitgevierd raakt.
.















