Categorie archief: Favoriete dichters
Menen – Rotterdam
Hervé Deleu
.
De Vlaamse dichter Hervé Deleu is voor de lezers van dit blog geen vreemde. Als dichter en poëzievriend heb ik al een aantal publicaties van hem besproken, hij was de eerste winnaar de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016 en het is een fijn mens. Naar aanleiding van het eerste lustrum van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd, schreef Hervé een gedicht opgedragen aan mij. Omdat ik het zo’n prachtig gedicht vind wil ik dit graag delen met jullie. De titel is ‘Menen – Rotterdam’ een verwijzing naar zijn woonplaats en de plaats waar het begon voor hem in Nederland.
.
Menen – Rotterdam
Mocht hij maar twee harten hebben
mocht hij maar twee minnaars zijn
zijn dubbel leven zwaar om dragen
een stad bekend, een stad geheim
een stad bekend, veilige haven
hoewel de storm is uitgedeind
rimpelloos genoegen biedend
minder passie, minder pijn
een stad geheim die met haar lichaam
de kunst beheerst die hem verleidt
tot willoos blussen van haar lusten
die hopeloos verslavend zijn
en toch wil hij in ziel en lichaam
de minnaar van één liefde zijn
waarmee de keuze hartverscheurend
een dolk wordt die zijn leven splijt.
.
Trek me aan
Iris Brunia
.
Het is alweer een paar jaar geleden dat Iris Brunia bij Ongehoord! voordroeg in de Jacobustuin (2012). Het jaar erna zou haar debuutbundel ‘Laten we mijn lichaam delen’ uitkomen en in de tuin deed ze gedichten uit die latere bundel. De bundel was een succes, werd meteen genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Voor de publicatie van deze bundel publiceerde ze al in Hollands Maandblad, Tirade en de Poëziekrant en ontving ze van Hollands Maandblad de schrijversbeurs voor poëzie (2009/2010). Het is echter alweer een paar jaar stil rond Iris wat ik jammer vind. Ze werkt aan een nieuwe bundel dus het is te hopen dat deze binnenkort uitkomt. Tot die tijd doen we het met haar poëzie uit haar debuutbundel zoals het gedicht ‘Schrap’.
.
Schrap
.
Vanaf je vertrek
klinkt het gezoem van tl-buizen
snoeihard
heb ik geen hand meer over
met de vingers die ik in mij stop
Ik wil je weten, zeg je
hoe je los beweegt. Hoe je mijn naam instelt
als wachtwoord op je pc
maar mijn gedachten rafelen baldadig
sinds je weg –
klamp ik en passant iemand vast
die jij net zo goed bent
(kleed je uit)
Trek me aan
dan ben ik jou en jij niet meer
Je kunt niet tweeledig zijn
En garde
De pachters van ons bijzijn
Beweging bevriest – Kies
met teveel grond onder de voeten
en opgesjorde acrylsokken
staren we naar mij
tussen de klare lijnen
die wij misten
.
Meer informatie over Iris op http://www.irisbrunia.nl/
Gewoontedier
Else Kemps
.
Else Kemps (1995) is zo rond haar negende begonnen met het onderkliederen van haar K3-dagboeken met odes aan een onbereikbare jeugdliefde. Inmiddels studeert ze Creative Writing aan Artez Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem. Het liefst schrijft ze over jongeren die gemiddeld drie keer per week een grens overgaan, sporadisch ook over dode cavia’s in een sokkenla. Op dit moment woont ze in Arnhem in een huis waar ze maar liefst vier keer in de afstand van grond tot plafond past.
Dat staat te lezen op haar website http://hardcoreindestiltecoupe.blogspot.nl/. Dit jaar was Else Kemps (die ook elke week bij Giel Beelen op radio 3FM een gedicht voordraagt en de winnaar was van de Turing poëzieprijs) te zien en te horen op het Zomerpodium van Ongehoord! in de Jacobustuin in Rotterdam. Daar liet ze zien en horen dat, hoewel vooraf wat zenuwachtig, ze gemaakt is om haar bijzondere poëzie op haar heel eigen toon voor te dragen.
Van haar blog uit 2014 het gedicht ‘Gewoontedier’.
.
Gewoontedier
.
er zijn een aantal dingen die je eerder over mij had moeten weten:
dat ik het liefste slaap
met mijn handen op je buik
en mijn kop in het zand, en dan dingen zeg als:
de toekomst is een fase, we groeien
er wel overheen
.
dat ik mezelf de put uit lieg
als ik ganzenbord met je speel,
de regels niet onthouden kan
en soms langer stilsta dan nodig is
.
dat ik een gewoontedier ben
en mijn vriendjes al drie jaar verlies in dezelfde maand
aan dezelfde vijverrand met dezelfde reden
.
dat een ongedebuteerde dichter me leerde: verlies is een bezit
totdat het wordt vergeten
en dat ik sindsdien muren bouw om alles
dat dreigt weg te lopen.
.
Foto: Rob Hilz
De dood is een nat wegdek
Derrel Niemeijer, dichter van de maand
.
Zoals ik al aankondigde vlak voor zijn overlijden, is Derrel Niemeijer in november Dichter van de maand. Als een hommage aan een lieve, bijzondere, eigenzinnige man en dichter. De komende weken zal ik op zondag een gedicht van zijn hand publiceren. Vandaag is dat het gedicht met de begin regel ‘de dood is een nat pak’ door Derrel geschreven op 11 september toen er nog geen vuiltje aan de lucht leek. Op zijn heel eigen manier beschouwt Derrel in dit gedicht het leven en de dood en alles wat er tussenin ligt, hij betrekt het op zichzelf en eindigt met een hoopvolle gedachte.
.
de dood is een nat wegdek.
de route te wandelen
is als een bananenschil,
die ik van kilometers afstand zie
en toch weet ik wat volgen gaat.
altijd weer de oudjes of
het jonge tuig wat
de straat bezet.
er omheen lopen is
in de stront trappen
van hun schoudertashondjes.
verafschuw deze mensen,
die mij steeds weer laten donderen
over banenschillen … alles is al bijna
gebroken … alles is al bijna vervangen
… alles is al bijna bionisch aan mij …
wacht nog op twee computers
om mijn hart c.q. ziel en ratio te vervangen.
kon ik maar een robot zijn.
zou geen fouten maken,
alleen mijn besturingssysteem
is dan iets te verwijten.
zag ik maar een verschil,
niet een overeenkomst,
maar ratio legt het goed uit.
ik ben wat ik worden wil.
dodelijk routine, eeuwig schrijven
… eeuwig lijden … een schouder,
die mij iets zegt. versta de taal niet.
ik voel alleen maar.
misschien dan toch geen robot?
.
Derrel tijdens de Poëziebustoer 2015
Bruidskoor
De vier jaargetijden
.
In de bundel ‘De vier jaargetijden’ een keuze uit poëzie over klassieke muziek staat een prachtig en indringend gedicht van Saul van Messel. De titel van dit gedicht verwijst naar het Bruidskoor in de Opera ‘Lohengrin’ van Richard Wagner. Saul van Messel (pseudoniem van Jaap Meijer 1912-1993) was Joods historicus, neerlandicus en dichter. Hij dichtte in het Gronings en in het Nederlands.
Hij promoveerde als laatste jood in oorlogstijd bij Jan Romein op Isaac de Costa’s weg naar het christendom. Kort daarna werd hij leraar aan het Joods Lyceum te Amsterdam, Anne Frank was een van zijn leerlingen. Met zijn vrouw Liesje en zoon Ischa werd hij gedeporteerd naar Westerbork (1943-1944) en Bergen Belsen (1944-1945). Na terugkeer, met vrouw en zoon, wijdde Meijer zich aan de geschiedschrijving van het jodendom in Nederland en werd hij leraar.
.
Bruidskoor uit Lohengrin
.
zij trouwden nog
in westerbork
.
hun huwelijksreis
heette transport
.
hun wittebroodsdagen
in sobibor
.
vermeldt geen
enkel rapport
.
wat maakt het ook
poëtisch uit
.
hij was de bruidegom
en zij de bruid
.
Jurkje
Pat Donnez
.
De Vlaamse journalist en radiomaker Pat Donnez (1958) is vooral bekend van radioprogramma’s zoals Titaantjes (met de slogan Over wat het is, of had moeten zijn), Bromberen en Leef Lang! en van zijn reeks over Godfried Bomans. Donnez woont in Mechelen. In 2007 verscheen van Donnez de dichtbundel ‘Het is een mooi leven (zolang je niet bestaat)’.
Aan de gedichten in dit debuut is jarenlang door Donnez geschaafd. Ze getuigen van een ongewone helderheid en directheid. Maar ze zijn bedrieglijk eenvoudig. Albert Hagenaars schreef over deze bundel: “Donnez kan goed observeren en legt zijn bevindingen vast in een open, makkelijk leesbare stijl met humoristische, vaak licht ironische toets”. Uit deze bundel het gedicht ‘Jurkje’.
.
Jurkje
.
Nee, je hoeft geen jurkje
te dragen
als je dat niet wilt
ook niet dat heel bijzondere blauwe
met streepjes
glanzend blauwe streepjes
waar je sandalen zo
goed bij passen
en je slipje –
dàt jurkje dus
en als we gaan wandelen
en je jurkje –
je weet wel
dat heel bijzondere blauwe
met streepjes
glanzend blauwe streepjes –
waait op
zodat ik je slipje zie
dat er zo goed bij past
net als je sandalen
en als je je op mijn
vloerkleed legt
dat zo goed past
bij dat heel bijzondere
blauwe jurkje
met glanzende streepjes
en ik je slipje voel
dat je nu niet draagt
en je vraagt
eerlijk, ik hoor niet in een
jurkje, hè?
geloof me dan als ik zeg
nee, jij hoort niet in een jurkje
ook niet dat heel bijzondere
blauwe met streepjes –
glanzend blauwe streepjes
.
Meer gedichten van Pat Donnez staan op zijn website http://www.patdonnez.be/gedichten.php?
.
Foto: Joost Joossen
De spiegel
Laatste maal dichter van de maand
.
Vandaag is Toon Tellegen voor het laatst dichter van de maand want het is de laatste zondag van oktober. Zoals al aangekondigd zal de in oktober overleden dichter Derrel Niemeijer, als eerbetoon, in november dichter van de maand zijn. Nu dus nog eenmaal een gedicht van Toon Tellegen. Uit de bundel ‘De andere ridders’ uit 1984 heb ik gekozen voor ‘de spiegel’ zo’n typisch Tellegen gedicht waarin je, na zorgvuldige lezing, zoveel meer leest dan er op het eerste oog staat geschreven.
.
De spiegel
.
Er hing een spiegel boven het water.
De zwemmer keek omhoog
en zag zichzelf daar zwemmen in het glinsterende water,
hij zag hoe kalm hij zich bewoog.
De lucht was blauw
en de spiegel zweefde allengs naar de verte, weerkaatste
nog een waterlelie
en verdween.
De zwemmer zwom ontroostbaar verder
zo zonder spiegel zwom hij nergens heen.
.

















