Categorie archief: Favoriete dichters

Rien Vroegindeweij

Liefdesgedicht

.

In 2015 was hij nog jurylid van de Ongehoord! Poëziewedstrijd (ook in 2016 is er weer een wedstrijd, nog inzenden tot en met 31 mei 2016: https://stichtingongehoord.com/2016/03/03/ongehoord-gedichtenwedstrijd-2016/) en in oktober stond ik nog samen met hem bij dichtsalon ’t  Kapelletje,  maar Rien Vroegindeweij is toch vooral bekend als dichter. 

Rien Vroegindeweij (1944) is dichter en (toneel)schrijver uit Rotterdam (geboren Middelharnis).  Hij beschreef de stad en haar culturele leven in de dagbladen Het Vrije Volk, het Rotterdams Dagblad, NRC Handelsblad en vele tijdschriften. In 2006 ontving hij van de stad Rotterdam de Erasmusspeld en in 2007 won hij de Anna Blaman Prijs.

Vroegindeweij schreef naast 10 poëziebundels proza, toneelstukken, een film en hij stelde verschillende bundels samen. Uit zijn bundel ‘Een vliegtuig van beton’ uit 1973 het liefdesgedicht ‘Herinnering’.

.

Herinnering

.

Jij was bij een oefening van het Rode Kruis

Gewonde en ik zag je eerste hulpeloze blikken

Bracht ik jou of mezelf toen aan het schrikken

Want we waren jong en mooi en ontzettend kuis

.

Ik droeg je in mijn armen. Dichtbij het huis

Voelde ik toen je kleine borsten, warm en teder

In het veld legde ik je zachtjes neder

Op een bed van bladeren en opende je kruis

.

Het was voor ons beiden de eerste keer

’t Ging een beetje moeilijk en zonder genot

Sterren zag ik, heel laag bij de grond

.

Vogels vlogen over. De oefening was meer

Dan een oefening. ’t Was een komplot

Er vloeide bloed en jij was echt gewond

.

Rien

Foto: Helena van der Kraan

Mei: Gerrit Komrij

Souvenir

.

In Mei is Gerrit Komrij de Dichter van de maand en dus elke zondag een gedicht van zijn hand. In 1982 verscheen de bundel ‘Gesloten circuit’ met daarin de hoofdstukken: Chaos, Arlequino’s Ei, De monumenten, Het binnenhuis en De kluizenaar.

Uit het hoofdstuk Het binnenhuis heb ik gekozen voor het gedicht ‘Souvenir’.

.

Souvenir

.

Het huis waarin ik zo lang heb gewoond

Woont ook in mij. De fiere gevel die

Zich aan de straatkant scherp aftekent troont

Daarboven met dezelfde acribie.

.

Daarboven in mijn hoofd. De lange gangen

Vol schemering en half-gedoofde stappen

Doorsnijden hersenen en huis, behangen

Met kille doeken en met lampekappen.

.

Het zolderraam dat oorverdovend beeft

Wanneer een vrachtauto passeert, ziet uit

Op een verlaten park. Erover zweeft

Het gruis van een oud feest, zonder geluid.

.

park

Erotisch gedicht

Eddy van Vliet

.

Bij het woord erotiek hebben de meeste mensen wel een beeld. Dat hierin een enorme verscheidenheid schuilt zal voor de meeste ook geen nieuws zijn. Bij het lezen van het gedicht ‘Ochtend’ van de Vlaamse dichter Eddy van Vliet (1945 – 2002) zul je misschien niet meteen denken aan een erotisch gedicht. Toch als je door de zinnen heen leest en de beelden die Eddy oproept tot je door laat dringen, kun je je voorstellen waarom dit gedicht is opgenomen in de bundel ‘Seks, de daad in 69 gedichten’.

Oorspronkelijke verschenen in de bundel ‘De binnenplaats’ uit 1987, het gedicht ‘Ochtend’.

.

Ochtend

.

Liefst hoor ik het geritsel van kleren

als zij opnieuw de vorm aannemen

waaruit liefde hen gedurende uren verdreef.

.

En buiten: de kou die de bakstenen roder maakt,

de kinderen dichter bij elkaar doet kruipen.

.

Liefst hoor ik het geritsel van kleren,

als de slaap zich langzaam aan onze ogen onttrekt

en de glazen toekijken hoe het licht

zich opdringt aan de ramen.

.

Op zo’n ochtend zal het zijn dat zij,

van wie wij de uniformen niet kunnen raden,

zullen komen en zeggen: jullie gaan mee.

.

licht

Veiligheid

Dichter des Vaderlands

.

Waar wij Anne Vegter hebben als dichter des Vaderlands, daar hebben ze in België Laurence Vielle.  Laurence Vielle, in 1968 geboren te Brussel, moet je vooral zien en horen lezen. ‘Wat ik schrijf is spreekmateriaal, klankmateriaal. Ik lees graag hardop wat geschreven is,’ zegt ze. Laurence Vielle noemt zichzelf een sprokkelaarster. ‘Ik sprokkel woorden, de woorden van anderen, van mij en de ritmen van de wereld. Daarna schrijf ik, en ik zeg graag die woorden.’ Bij Poëziecentrum verscheen in 2013 haar bundel ‘Herschepping van de wereld’, vertaald door Jan H. Mysjkin.

Haar missie als Dichter des Vaderlands is vooral om de Belgische dichters en hun poëzie in het hele land meer ruchtbaarheid te geven. Ik zie het als mijn missie om ook onbekende(re) dichters bekendheid te geven en daarom hier een gedicht van Laurence.

Ze schreef dit gedicht een dag voor de aanslagen in Brussel. Vielle woont in Brussel, samen met haar twee dochters. De dramatische gebeurtenissen in Brussel vonden plaats één dag na de publicatie van haar gedicht.

.

veiligheid

gemoeds-
rust
geef mij wat
gemoedsrust
heren dames zonder scrupules
ik heb een dak
nodig
eten voor mijn kinderen
verzorging en wie weet een
tuin om in te werken
benoem in mijn land
een minister van geluk
voor mijn veilig/gelatenheid
en een hart open voor de ander
en reizen wil ik ook
reeën en wolken bespieden
wegen om op te stappen
om zonder herrie met elkaar te verbinden
mooie banken om met elkaar te praten
bomen die naast ons staan
die ons aanzetten om te blijven
breng me muziek bij
breng me gedichten bij
wakker onze verlangens
naar schoonheid aan
iedere dag zeggen jullie
“ durf nog meer te
besparen
de kosten van de sociale zekerheid
blijven maar oplopen
die stijging moet gestopt”
en de zekerheid de sociale
die welvaart onder iedereen
verdeelt, onder sterken en zwakken
die rust brengt in de ziel
de zekerheid die bijdraagt
aan mijn zielenrust
wordt nog een beetje ingekort
terwijl een man in mijn woonwijk
van koude sterft
de andere veiligheid
jullie zwaaien ermee
tanks tanks op onze keien
“ burgers vrouwen mannen
voor jullie welzijn maken wij
miljoenen en miljoenen euros vrij
vei veilig veilighei
veiligheidheidheidheidheidheid heidheidheidheid
het is voor jullie veiveiligheidheidheidheidheidheidheid”
moeder vader het hele gezin
zit bang voor de teevee
blijft thuis
in die veiligheid
heren dames die voor ons besturen
neen daar geloof ik niet in

.

Vertaling: Pierre Geron, Danielle Losman, Bart Vonck en Katelijne De Vuyst (vertalerscollectief van Passa Porta)

Op speciaal verzoek ook de Franse tekst van het gedicht.

sécurité
tranquillité
d’esprit
donnez-moi un peu de
tranquillité d’esprit
messieurs dames sans état d’âme
moi j’ai besoin
d’un toit
de quoi manger pour mes enfants
des soins et peut-être un
jardin à cultiver
nommez dans mon pays
un ministre au bonheur
pour ma sécu/sérénité
et coeur ouvert à l’autre
et voyager aussi
guetter biches et nuages
des chemins pour marcher
relier sans boucan
des bancs jolis pour se parler
des arbres à nos côtés
pour nous pousser à demeurer
apprenez-moi musique
apprenez-moi poèmes
avivez nos désirs
de beauté
vous dites chaque jour
« il faut oser encore
faire des économies
le coût de la sécu
il ne fait que grimper
arrêtons cette hausse »
et la sociale sécurité
qui partage bien-être
pour tous, forts et fragiles
qui porte paix à l’âme
s’étrique encore un peu
tandis que meurt de froid
un homme dans ma cité
l’autre sécurité
vous nous la brandissez
tanks tanks sur nos pavés
« citoyennes citoyens
pour votre bien nous débloquons
millions millions d’euros
sécu sécucu sécurrr
sécuritétététététété tétététététététété
c’est pour votre sécucurrritétététététététété »
père mère toute la famille
devant télé a peur
reste chez soi
à cette sécurité-là
messieurs dames qui pour nous gouvernez
je n’y crois pas

.

DDV_Vignet

Laurence-Vielle_LowRes_c-Andy-Huysmans-846x1269

Foto: Andy Huysmans
Met dank aan Poëzieweek.com

Glimp

F. Starik

.

Op de onvolprezen app van Muze (een app voor je telefoon of tablet waarop wekelijks een gedicht geplaatst wordt dat zowel gelezen als beluisterd kan worden) las ik deze week het gedicht ‘Glimp’ van F. Starik en ik moest meteen denken aan een gedicht van Charles Bukowski dat ik ooit plaatste op dit blog (2 maart 2010)  getiteld ‘Girl In A Miniskirt Reading The Bible Outside My Window’.

Hoewel beide gedichten over een andere situatie gaan hebben ze gemeen dat er, door een (oudere) man naar een meisje wordt gekeken zonder dat deze dat doorheeft. In beide gedichten schuilt een zekere melancholie en verlangen. In dit gedicht eindigt Starik echter met het feit dat alles, ook ‘de schoonheid van de jeugd, vergankelijk is terwijl Bukowski positiever eindigt (wat bevreemdend is) met de zinnen “she is dark, she is dark / she is reading about God. / I am God.”

.

Glimp

.

Voorjaar loeide aan.

In de trein naar huis zag ik,

tussenstation, op het perron

een meisje staan en noteerde van

achter mijn raam hoe, terwijl ze

bukte,

een bandje van haar hemdje van een

schouder

losschoot en een ondeelbaar ogenblik

uitzicht op haar blanke borsten bood.

O bloem der jeugd, o schande van

mijn steelse blik, ze bukte en zal

oud en lelijk worden

net als ik.

.

 

muze (1)

Bananenverdriet

Arjan Witte

.

Arjan Witte (1961)  is dichter, schrijver en muzikant. Hij publiceerde naast meerdere romans een biografie van Oswald Spengler (Aspekt, 2008). Hij was met Ezra de Haan en Tommy Wieringa  oprichter van het tijdschrift ‘Vrijstaat Austerlitz’ (1997-1999). Met Wieringa en een aantal muzikanten vormde hij het poëzie- en muziekgezelschap ‘Het Donskoj Ensemble’. Daarnaast was hij toetsenist bij Spinvis. (bron http://www.nederlandsepoezie.org)

Bundels van Arjan Witte zijn ‘Kikkerbloed’ uit 1998 en ‘Amfibieën’ uit 2013. Deze laatste bundel is gratis te downloaden via: http://www.nederlandsepoezie.org/jl/2013/witte_amfibieen.pdf

In zijn poëzie is er veel te genieten; binnenrijm, alliteraties, eindrijm, beginrijm, associaties en een rijke beeldtaal.

Uit de bundel ‘Kikkerbloed’ het gedicht ‘Bananenverdriet’.

.

Bananenverdriet

.

De taal onderschept

een woord vol gevoel –

je zal je moeder bedoelen.

.

Delf, delf, de taal onderschept zichzelf vanzelf

.

Spreken, schrijven, dichten, zuchten

in een hoog, bont, hol gewelf

purperen pracht, bevrozen luchten

in diepe schachten schicht de elf.

.

Delf brutaal, de taal onderschept zichzelf.

.

De taal, litaan, banale banaan

kaal handvat met een schil eraan

alsmaar groeiend bij elke hap.

.

Delf, delf, de taal onderschept

de spatel, behept met zelf,

helften van woorden

bekoort mijn oren niet

verstoort mijn orde niet.

.

arjan

kikkerbloed

 

 

Warsan Shire

Lemonade

In haar laatste album ´Lemonade´citeert Beyoncé de Brits/Somalische dichter Warsan Shire. Warsan Shire was met 25 jaar de jongste Poet Laureate (stadsdichter) van Londen die in haar gedichten opkomt voor de achtergestelden in de samenleving, over plaatsen waar de meeste Beyoncé fans waarschijnlijk nooit komen, wijken waar de inwoners een kleurtje hebben, waar mannen zich ophouden voor de moskee en vrouwen gesluierd gaan met achter zich een trits kinderen.

Beyoncé leest delen van haar gedichten tussen haar nummers zoals ‘For Women Who Are Difficult To Love’, ‘The Unbearable Weight of Staying (the End of the Relationship)’ en ‘Nail Technician’ uit haar bundel ‘Teaching my mother how to give birth’. Haar gedichten gaan over mensen die naar andere landen en oorden verlangen en over de moeilijkheden die het wonen in een nieuw land met zich meebrengt.

Warsan Shire heeft een sterk maatschappij-kritische stem. Ze werd in 1988 geboren uit Somalische ouders in Kenya. Toen ze 1 jaar oud was emigreerde haar ouders naar Groot Brittanië. Ze heeft een Bachelaor in Arts en Creative writing en werkt momenteel onder andere als lerares. Ze ontving verschillende literaire prijzen waaronder de African Poetry Prize van de Brunel University.

In ‘Conversations about home’ schrijft ze over vluchtelingen en de abusrditeit van de legitimatie die wij in het Westen toekennen aan het hebben van een paspoort.

 

 

Coversations about home

no one leaves home unless
home is the mouth of a shark
you only run for the border
when you see the whole city running as well

your neighbors running faster than you
breath bloody in their throats
the boy you went to school with
who kissed you dizzy behind the old tin factory
is holding a gun bigger than his body
you only leave home
when home won’t let you stay.

no one leaves home unless home chases you
fire under feet
hot blood in your belly
it’s not something you ever thought of doing
until the blade burnt threats into
your neck
and even then you carried the anthem under
your breath
only tearing up your passport in an airport toilets
sobbing as each mouthful of paper
made it clear that you wouldn’t be going back.

you have to understand,
that no one puts their children in a boat
unless the water is safer than the land
no one burns their palms
under trains
beneath carriages
no one spends days and nights in the stomach of a truck
feeding on newspaper unless the miles travelled
means something more than journey.
no one crawls under fences
no one wants to be beaten
pitied

no one chooses refugee camps
or strip searches where your
body is left aching
or prison,
because prison is safer
than a city of fire
and one prison guard
in the night
is better than a truckload
of men who look like your father
no one could take it
no one could stomach it
no one skin would be tough enough

the
go home blacks
refugees
dirty immigrants
asylum seekers
sucking our country dry
niggers with their hands out
they smell strange
savage
messed up their country and now they want
to mess ours up
how do the words
the dirty looks
roll off your backs
maybe because the blow is softer
than a limb torn off

or the words are more tender
than fourteen men between
your legs
or the insults are easier
to swallow
than rubble
than bone
than your child body
in pieces.
i want to go home,
but home is the mouth of a shark
home is the barrel of the gun
and no one would leave home
unless home chased you to the shore
unless home told you
to quicken your legs
leave your clothes behind
crawl through the desert
wade through the oceans
drown
save
be hunger
beg
forget pride
your survival is more important

no one leaves home until home is a sweaty voice in your ear
saying-
leave,
run away from me now
i dont know what i’ve become
but i know that anywhere
is safer than here

.

Warsan

Warsan

Dichter van de maand

Mei

.

Zoals ik vorige week zondag al aankondigde start ik per mei met een maandelijkse dichter op zondag. Voor mei was de keuze voor de dichter Gorter (Met zijn gedicht ‘Mei’ over het mytische meisje Mei) zo groot dat ik die juist niet heb gekozen. Wel heb ik gekozen voor de dichter Gerrit Komrij. Zoals beloofd dus elke zondag in mei een gedicht van Komrij te beginnen vandaag met het gedicht ‘Weigering’ uit de bundel ‘Maagdenburgse halve bollen en andere gedichten’ uit 1968.

.

Weigering

.

In een museum loop je langs veel lijken.

Het brandend braambos, toverfluit van Pan.

Je denkt als me de dood hier komt bekijken,

Dan ben ik al waar hij me laten kan.

.

Buiten dit museum geen bekenden.

Voor wie je vluchtte is je onbekend!

Keteltjes, die om je benen renden,

Zijn ook niet in de zalen uitgerend.

.

Het is noch neergedaald noch buitenspel.

(De werkers zijn de adders in het gras.)

In het museum zegt een man: het is pastel.

En jij nog denken: het is Caran d’Ache.

.

caran

een twee drie ten dans

Eva Cox

.

Eva Cox (1970) is een dichter, prozaïst en vertaler, woont in Oostende, België. Op haar website schrijft ze over zichzelf en over haar leven tussen 1986 en 1999 het volgende:

“Zij woonde zelfstandig op zestien, ontvluchtte de middelbare school,stichtte een eenoudergezin, werkte als enquêtrice en tekenmodel, verkocht brood, opende een theehuis.”  Vanaf 1999 schrijft ze en was ze onder andere medewerker van Parmentier, De Brakke Hond, Revolver, Poëziekrant, Rottend Staal, Yang en DWB.

In 2001 won ze de eerste Vlaamse Poetry Slam. In 2004 debuteerde ze met de bundel ‘Pritt.stift.lippe’ in de Windroosreeks.  In 2009 verscheen bij De Bezige Bij ‘een twee drie ten dans’, een kleine stoet poëzie, (ultra)kort proza, vertalingen, pastiches, een duet voor één stem. Uit deze bundel het gedicht ‘Hand’.

.

Hand

Toen er een hand uit de kast stak, niet opdringerig, eerder
bijna verlegen, traag kantelend in het bleke licht, nam ik
een stoel en moest even gaan zitten. Ik overdacht het
bestaan, het ritme ervan, de pitloze weekte, en besloot de
hand niet weg te slaan. Sindsdien deel ik de tijd, mijn
kast en mijn leegte, en het is waar dat ik voor het eerst en
haast tot mijn spijt afhankelijk ben, maar ik blijf opgelucht
dat het een hand is en geen tong, god verhoede een tong,
of een neus, wat neuzen teweeg kunnen brengen, hoe men
er in lorren gehuld achteraan moet, nee een hand, lege
hand, glad, verlegen, traag kantelend in het harde licht,
op het ritme van de zon en wat uren.

.

Eva zwart wit k

Wat blijft komt nooit terug

J. Eijkelboom

.

De in Dordrecht geboren dichter Jan Eijkelboom (1926 – 2008) debuteerde op 53 jarige leeftijd in 1979 met de bundel ‘Wat blijft komt nooit terug’. Deze bundel sloeg destijds in als een bom; de bundel toont zijn gevecht met de alcohol en zijn zoektocht naar zijn verloren jeugd en liefde. De bundel is ook wat vreemd opgebouwd. Het bestaat uit drie hoofdstukken van ongelijke grootte. Deel 1, zonder titel, bestaat uit zijn gedichten 48 pagina’s lang, daarna een hoofdstuk met als titel Zwarte sonnetten (5 gedichten) en als slotstuk Zes vertalingen naar Emily Dickinson met 6 gedichten met Engelse titel en Nederlandse vertalingen.

Sedert 3 maart 2001 was hij ereburger en stadsdichter (voor het leven) van Dordrecht, de eerste plaats in Nederland met een stadsdichter.

Ik heb gekozen voor een gedicht uit het eerste hoofdstuk. De titel is ‘Moeilijk moment’.

.

Moeilijk moment

.

Net als ik op ’t café-toilet

in de verschoten spiegel kijk

barst er een bloedrivier

mijn oogbal binnen.

Ook wordt het ademen beperkt:

de refusal is nog aan ’t werk.

.

Toch weet ik in mijn ademnood

dat het maar even duurt,

dan kan het weer beginnen,

de zoete levensdood.

.

De stortbak heet Silentium.

Grijs bovenlicht zakt om mij heen.

Een vrede buiten kijf

vult mij, die net niet stierf,

van top tot teen.

.

J. Eijkelboom2

Foto: Victor van Breukelen

J. Eijkelboom