Categorie archief: Gedichten op vreemde plekken
Rieneke Grobben-Minderman
Geplaatst door woutervanheiningen
Gedicht op een muur
Op 23 maart jongstleden overleed de bijzondere Rotterdamse dichteres Rieneke Grobben-Minderman. De flamboyante maar tegelijkertijd zo nuchtere dichter uit Charlois was al langere tijd ziek. Ze is 73 jaar geworden. Rieneke was jarenlang een vaste en zeer gewaardeerde gast van het Ongehoord! podium in Rotterdam. Op mijn verzoek trad ze ook op in Maassluis om ook daar een blijvende indruk achter te laten. Rieneke ging altijd gekleed in het roze en was daardoor een opvallende verschijning in de stad Rotterdam. Dertien jaar geleden begon ze in het openbaar gedichten voor te dragen. De meeste gingen over Rotterdam, de stad waar ze naar eigen zeggen zielsveel van hield. Dat dat geen loze kreet was bleek vooral uit haar gedichten op de rol. Deze gedichten waren geschreven op een papieren rol die steevast uit haar roze koffertje werden opgediept en veelal over haar geliefde stad gingen. Rieneke was een trouwe fan van Radio Rijnmond en droeg op zender vaak gedichten voor.
In de laatste periode van haar leven verbleef ze in een hospice. Daar werd ze overspoeld met kaartjes. Ook ik heb haar verschillende kaartjes gestuurd waarbij ik niet zozeer keek naar afbeeldingen maar meer naar kleur; een kaartje aan Rieneke moest roze zijn. De dichteres kreeg onlangs een steegje in Oud-Charlois, met een eigen roze straatnaambordje, als eerbetoon. Ze onthulde het bordje zelf en bracht daarbij uiteraard een gedicht ten gehore. Ook bracht ze begin dit jaar nog een eigen dichtbundel uit: De Wereld Volgens Grobben. Rotterdamse gedichten en verhalen.
In Charlois aan de Brielselaan tegenover de Meneba is nu een eerbetoon aan Rieneke aangebracht op een muur. Dit deel uit haar gedicht ‘Rotterdam’ met het voor haar zo kenmerkende woord ‘afijn’ erin is aangebracht door Reclame atlier Mineur en een mooi eerbetoon aan een geweldige vrouw en dichter die we zullen gaan missen.
Morgen 15/4/18 om 16 uur is de presentatie van het hele gevelgedicht door Derek Otte en Jordy Dijkshoorn ! Inloop v/a 15.30 uur House of Hope aan Bas Jungeriusstraat 254. Daarover: http://www.dezoeknaarschittering.nl/onthulling…/ (met dank aan Jiske Foppe voor de toevoeging).
.
En zo is het geworden (bij de officiële onthulling)
Rieneke bij Ongehoord!
Geplaatst in Favoriete dichters, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken
Tags: 73 jaar, Brielselaan, Charlois, dichter, flamboyant, gedicht, gedicht van de rol, gedichten, gedichten op vreemde plekken, herkenbaar, hospice, kaartjes, Maassluis, Meneba, muurgedicht, ongehoord!, openbare ruimte, papieren rol, poëzie, Radio Rijnmond, reclameatelier Mineur, Rieneke Grobben, Rieneke Minderman, Rotterdam, roze, roze koffertje, steeg, straatnaam, vaste bezoeker
Het gedicht is een bericht
Geplaatst door woutervanheiningen
Roteb, Rotterdam
.
Vanaf 1988 worden in Rotterdam op huisvuil- en veegwagens, regels van gedichten van dichters van over de hele wereld geplaatst. Het initiatief hiertoe kwam van Hans Abelman van het Centrum voor Beeldende Kunst van de Rijnmond.
Het eerste gedicht (of regel van een gedicht) was ‘Het gedicht is een bericht’ van Jules Deelder. In 1996 kwam er een bundel uit (een samenwerking van Roteb en Poetry International) met de volledige gedichten van al deze regels. Een bonte verzameling Nederlandse en internationale poëzie, verzen en versjes, geïllustreerd en mooi vormgegeven.
Uit deze bundel koos ik boor het gedicht van György Dalos uit Hongarije ( A felháborodáshoz iparengedély kell) in een vertaling van Andras Vigh getiteld ‘Mijn status in de staat’.
.
Mijn status in de staat
.
1
Voor verontwaardiging
heb je een bedrijfsvergunning nodig
Voor pessimisme
een douanestempel
En zelfs van de zelfmarteling
worden procenten afgetrokken
.
2
Ik ben
als een ontwikkelingsland
Bevrijd maar armzalig
leef ik van leningen
Ik verwacht niet veel van de toekomst
maar heb haar ook niet te duchten
.
3
Sinds twee jaar
leef ik zonder werk
Ik schaam mij
als ik bedenk
dat ze terecht jaloers op me zijn –
de straatvegers met hun vaste inkomen
en de vuilnismannen in hun onwankelbare status
.
Geplaatst in Dichtbundels, Favoriete dichters, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken, Literaire kunst
Tags: 1988, A felháborodáshoz iparengedély kell, Andras Vigh, bundel, Centrum voor Beeldende Kunst, dichtbundel, dichter, gedicht, gedichten, György Dalos, Hans Abelman, Het gedicht is een bericht, Hongaars dichter, Hongarije, Jules Deelder, Mijn status in de staat, poëzie, poetry international, Rijnmond, Roteb, Rotterdam, veegwagens, versregels, Vertaling, verzameling, vuilniswagens
Zweef
Geplaatst door woutervanheiningen
F. Starik
.
Afgelopen vrijdag overleed de dichter F. Starik (1958), het zal veel van jullie niet zijn ontgaan. Frank von der Möhlen zoals zijn echte naam luidde was behalve dichter ook prozaïst, fotograaf, zanger, performer en beeldend kunstenaar. F. Starik studeerde dan ook fotografie en mixed media aan de Rietveldacademie. Gedurende zijn publicerende leven kwam zijn veelzijdigheid regelmatig naar voren. Zo publiceerde hij een gedichtenbundel ‘De grote vakantie’ uit 2004 met een CD en een andere bundel met een tentoonstelling. In oktober 2012 schreef ik al over een ander project van Starik, de ‘drijvende-gedichten-kamer’ van de Amerikaanse kunstenaar Aiah Armajani, op een eiland in de Noordbuurt in Amsterdam, waar Starik een gedicht voor schreef dat te lezen is bovenop het hekwerk rondom het eiland.
Waar F. Starik natuurlijk ook zeer bekend mee geworden is, is de Poule des Doods, een dichterscollectief (dat hij oprichtte) dat zorgt voor een passend gedicht bij de uitvaart van eenzame overledenen. Het initiatief van de Poule des Doods kent ondertussen beginnende navolging in Rotterdam, Den Haag en Antwerpen.
Van 2010 tot 2011 was Starik stadsdichter van Amsterdam. Ter afsluiting van zijn stadsdichterschap verscheen een driedubbeldikke editie van de Amsterdamse daklozenkrant Z!, waarvan in twee weken 20.000 exemplaren werden verkocht.
Starik debuteerde in 1974 met de bundel ‘Mot, of de neerslag van twijfel’ dat hij in eigen beheer uitgaf. Daarna volgde nog vele bundels. De laatste was de bundel ‘Staat’ waaruit het volgende gedicht.
.
Zweef
.
Als kind kon ik ’s nachts het raam uit vliegen
ik spreidde mijn armen en dreef door de nacht
als een meeuw op de wind, het was niet moeilijk en niet zwaar
ik spreidde simpelweg mijn armen en zweven maar.
Freud zegt hierover: een gesublimeerd verlangen naar macht
ach, wist ik veel, ik was een kind, ik was veertien jaar.
Nu hoor ik vaak een bel gaan in mijn hoofd
soms de zoemer van de buitendeur, soms
het schorre belletje van boven
sinds ik geen wekker meer bezit
rinkel ik mezelf wakker in de nacht
of zegt iemand keihard hallo in mijn oor
het klinkt zeer levensecht maar
nooit staat er iemand naast mijn bed.
Ik ben het zelf die de bel produceert
die de wekker wekt
zichzelf telefoneert
ik ben het zelf die hallo zegt
vliegen doe ik allang niet meer.
.
Geplaatst in Dichtbundels, Favoriete dichters, Gedichten op vreemde plekken, Nieuws, Poëzie en Kunst
Tags: 1958, 1974, 20.000 oplage, 2004, 2010, 2011, 2012, Aiah Armajani, Amerikaans kunstenaar, Amsterdam, Antwerpen, beeldend kunstenaar, CD, daklozenkrant, Den Haag, dichtbundel, dichter, dichterscollectief, dood, drijvende-gedichten-kamer, eigen beheer, eiland, F. Starik, fotograaf, fotografie, Frank von der Möhlen, gedicht, gedichten, gedichtenbundel, Gerrit Rietveld academie, hekwerk, mixed media, Mot, Noordbuurt, of de neerslag van twijfel, Overleden, performer, poëzie, poëziebundel, Poule des doods, prozaïst, Rotterdam, Staat, stadsdichter, tentoonstelling, uitvaart, Z!, zanger, Zweef
Doe wat je ’t liefste doet
Geplaatst door woutervanheiningen
Het beste van poëzie in het park
.
Poëzie laat zich zeer goed genieten in de buitenlucht. In een tuin of een park, op een landgoed of in het bos, de omgeving draagt dan bij aan de beleving. Van april 2008 tot en met april 2009 was Amsterdam Wereldboekenstad. Binnen die context werden stadsdeelparken omgetoverd tot bloemrijke poëzieparken. Bewoners uit de verschillende stadsdelen leverden eigen dichtregels aan als inspiratiebron voor dichters, het publiek werd aan het schrijven gezet en er werden workshops georganiseerd voor bewoners in de parken. Ook werd er een interactieve poëzietentoonstelling in het Vondelpark georganiseerd.
Initiatief en organisatie waren in handen van Xsaga, en vele organisaties werkten mee aan dit jaarproject waaronder de Openbare Bibliotheek, de School der Poëzie, Kunstenaars & Co en vele culturele instellingen in de stadsdelen.
Mick Witteveen, Jacques Brooijmans en Jos van Hest stelden een bundel samen met de gedichten en foto’s van dit bijzondere project die werd gepubliceerd in 2009. Mustafa Stitou, destijds stadsdichter van Amsterdam, verzorgde het voorwoord.
Uit de vele gedichten van rijpe en groene dichters koos ik uiteindelijk een gedicht van de Westlandse Amsterdammer of Amsterdamse Westlander Jos Zuijderwijk, die op 3 januari 2015 onverwacht kwam te overlijden, getiteld ‘Houdt nooit op’. De inspiratiebron voor dit gedicht, zo lees ik in de bundel, was een dichtregel van Sonja Machielsen ‘Zie de twinkeling van je ogen weerspiegelen in het wateroppervlak’.
.
Houdt nooit op
.
Denkend aan molens bij sloten
waarop recht toe recht aan
tussen twee punten in lage landen
gevaarten steeds heen en weer gaan
soms om op zandbanken te stranden
verbreed ik mijn perspectief
om uit de hoogst wondere
wereld van waterwerken
teer gevoelig te verbijzonderen
Tot de vorst onder de Molen van Sloten
de Ringvaart doet kraken en snerpen
de witte wieken onder zuchtjes draaien
wij op glad ijs al van puur geluk kraaien
samen één te worden bij dat ene open wak
Schat dit houdt nooit op ik heb je lief
en zie de twinkeling van je ogen
weerspiegelen in het wateroppervlak
verwaten in tranen die nooit drogen
en wacht als steeds trots en onverdroten
.
Geplaatst in Bibliotheken, Dichtbundels, Favoriete dichters, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken, Poëzie evenementen
Tags: 2008, 2009, 2015, Amsterdam, Amsterdam wereldboekenstad, Amsterdamse Westlander, Bloemlezing, culturele instellingen, dichtbundel, dichter, dichters, dichtregel, gedicht, gedichten, Het beste van poëzie in het park, Houdt nooit op, inspiratiebron, interactieve poëzietentoonstelling, inwoners, Jacques Brooijmans, Jos van Hest, Jos Zuijderwijk, Kunstenaars & Co, Micvk Witteveen, Mustafa Stitou, openbare bibliotheek, Overleden, poëzie, Poezie in het park, publiek, samenstellers, School der poëzie, Sonja Machielsen, stadsdelen, stadsdichter, stadsparken, Vondelpark, Westlandse Amsterdammer, workshops, Xsaga
Wild-dichten
Geplaatst door woutervanheiningen
Sandra Burgers
.
Gedichten in de buitenruimte, op gevels en straten, op pleinen en tunnels, de website straatpoezie.nl staat er vol mee. Toch zijn er ook dichters die niet gevraagd worden om hun poëzie ergens in de buitenruimte te plaatsen. Zij doen het gewoon. Zoals Sandra Burgers uit Wemeldinge. In 2004 won ze de poëziesalon-prijs van de bibliotheek Vlissingen en bracht ze aldaar ook al gedichten aan in de openbare ruimte. Ze krijgt daar meer voldoening van dan van het voordragen van gedichten:
“Je ziet meteen dynamiek ontstaan als je zo’n gedicht hebt aangebracht. Mensen kijken ernaar of maken foto’s… kinderen die wel tien keer heen en weer lopen om te kijken wat er precies staat. Daar kan ik van genieten.’’
Sandra zal de gedichten – die zijn aangebracht met witsel – niet weghalen. ,,Ze zullen in de loop der tijd vanzelf verdwijnen.’’ en hoewel Burgers er zeker geen geheim van maakt dat zij de gedichten heeft aangebracht, ondertekent ze deze bewust niet. ,,Ik heb er geen vergunning voor aangevraagd, dus je weet maar nooit. Straks haalt de gemeente ze weg en valt bij mij de rekening op de mat.’’
Op één van de muren van het oude havenplateau in de Oosterschelde staat een gedicht dat inmiddels zijn weg naar straatpoezie.nl heeft gevonden.
.
Verliefd slaat ze een arm om Kattendijke heen
‘Zo mooi als jij’ zegt de Schelde ‘is er geen’
.
Maar inmiddels is er ook op een trap naar de zee een gedicht bijgekomen:
Na deze tree
De zee
Spuugschreeuwt in het gezicht
Trekt je aan de haren mee
Na deze tree
De zee…
.
En deze aan het water uit 2016.
Lieve zee, klote zee
over deze zee:
bijna alles gezwegen en gezegd
kinders in verwekt
voor een ander
bloemen neergelegd
ellende in eb
soms vreugde in vloed
lieve zee klote zee
drijf het in een zak
neem vlug een beetje mee.
.
Foto’s Marc Machielse
Geplaatst in Bibliotheken, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken
Tags: 2004, 2016, Bibliotheek, dichter, dijk, gedicht, gedichten, gedichten in de openbare ruimte, gedichten op vreemde plekken, Haven, klote zee, lieve zee, Marc Machielse, oude havenplateau, poëzie, poëziesalon-prijs, Sandra Burgers, straatpoezie.nl, trap, Vlissingen, Wemeldijke, Zee, Zeeland
Straatpoëzie in New York
Geplaatst door woutervanheiningen
Frank O’Hara
.
In Nederland (en Vlaanderen) heb je sinds vorig jaar een prachtige website https://straatpoezie.nl waar je een vrij uitputtend overzicht krijgt van alle poëzie die je in de openbare ruimte kan tegenkomen of kan opzoeken. Maar niet alleen in ons land en België bestaat zoiets als poëzie in de openbare ruimte. Zo kwam ik een mooi voorbeeld tegen van regels uit een gedicht van de Amerikaanse Frank O’Hara die zijn aangebracht in een hek in Lower Manhattan langs het water bij Battery Park in de buurt van het World Financial Centre.
Het betreft hier een regel uit het gedicht ‘Meditations in an Emergency’. Frank O’Hara (1926 – 1966) was kunstcriticus, schrijver en dichter die zich veelvuldig liet beïnvloeden door jazz, het surrealisme, het abstract expressionisme, action painting en verschillende avant-garde kunststromingen.
Zijn poëzie heeft een geheel eigen toon en inhoud en werd wel beschreven als dat ze klonk als ‘het begin van een dagboek’. O’Hara zoekt de intimiteit van het leven in zijn poëzie omdat “poëzie zou moeten gaan tussen twee mensen en niet tussen twee bladzijden”. Behalve dat zijn werk heel autobiografisch is, gaat het ook heel erg over New York, de stad waar hij zijn leven lang gewoond heeft. Zijn werk is eigenlijk de vertelling van zijn leven.
Het gedicht ‘Meditations in an Emergency’ is uit 1957.
.
Meditations in an Emergency
.
Am I to become profligate as if I were a blonde? Or religious as if I were French?
Each time my heart is broken it makes me feel more adventurous (and how the same names keep recurring on that interminable list!), but one of these days there’ll be nothing left with which to venture forth.
Why should I share you? Why don’t you get rid of someone else for a change?
I am the least difficult of men. All I want is boundless love.
Even trees understand me! Good heavens, I lie under them, too, don’t I? I’m just like a pile of leaves.
However, I have never clogged myself with the praises of pastoral life, nor with nostalgia for an innocent past of perverted acts in pastures. No. One need never leave the confines of New York to get all the greenery one wishes—I can’t even enjoy a blade of grass unless I know there’s a subway handy, or a record store or some other sign that people do not totally regret life. It is more important to affirm the least sincere; the clouds get enough attention as it is and even they continue to pass. Do they know what they’re missing? Uh huh.
My eyes are vague blue, like the sky, and change all the time; they are indiscriminate but fleeting, entirely specific and disloyal, so that no one trusts me. I am always looking away. Or again at something after it has given me up. It makes me restless and that makes me unhappy, but I cannot keep them still. If only I had grey, green, black, brown, yellow eyes; I would stay at home and do something. It’s not that I am curious. On the contrary, I am bored but it’s my duty to be attentive, I am needed by things as the sky must be above the earth. And lately, so great has theiranxiety become, I can spare myself little sleep.
Now there is only one man I love to kiss when he is unshaven. Heterosexuality! you are inexorably approaching. (How discourage her?)
St. Serapion, I wrap myself in the robes of your whiteness which is like midnight in Dostoevsky. How am I to become a legend, my dear? I’ve tried love, but that hides you in the bosom of another and I am always springing forth from it like the lotus—the ecstasy of always bursting forth! (but one must not be distracted by it!) or like a hyacinth, “to keep the filth of life away,” yes, there, even in the heart, where the filth is pumped in and courses and slanders and pollutes and determines. I will my will, though I may become famous for a mysterious vacancy in that department, that greenhouse.
Destroy yourself, if you don’t know!
It is easy to be beautiful; it is difficult to appear so. I admire you, beloved, for the trap you’ve set. It’s like a final chapter no one reads because the plot is over.
“Fanny Brown is run away—scampered off with a Cornet of Horse; I do love that little Minx, & hope She may be happy, tho’ She has vexed me by this Exploit a little too. —Poor silly Cecchina! or F:B: as we used to call her. —I wish She had a good Whipping and 10,000 pounds.” —Mrs. Thrale.
I’ve got to get out of here. I choose a piece of shawl and my dirtiest suntans. I’ll be back, I’ll re-emerge, defeated, from the valley; you don’t want me to go where you go, so I go where you don’t want me to. It’s only afternoon, there’s a lot ahead. There won’t be any mail downstairs. Turning, I spit in the lock and the knob turns.
.
Geplaatst in Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken
Tags: 1926, 1957, 1966, abstract expressionisme, action painting, American poet, Amerika, Amerikaans dichter, autobiografisch, avant-garde beweging, Battery Park, dagboek, dichter, Frank O'Hara, gedicht, gedichten, gedichten in de openbare ruimte, gedichten op vreemde plekken, hek, inhoud, intimiteit, jazz, kunstcriticus, kunststromingen, Lower Manhattan, Meditations in an Emergency, New York, poëzie, poem, poems, poet, poetry, schrijver, straatpoezie.nl, Surrealisme, toon, World Financial Centre
Sociopoetic
Geplaatst door woutervanheiningen
Gedichten in een lift
.
Surfend over het wereldwijde web op zoek naar poëzie waar je het misschien niet meteen verwacht kwam ik op de website https://sociopoeticdotorg.wordpress.com waar ik een aantal aardige voorbeelden vond van wat je poëzie zou kunnen noemen in een lift. Verder lezend op deze website bleek dit een heel aardige en interessante website te zijn met verschillende voorbeelden van poëzie in uiting en tekst.
Sociopoetic evolueerde van een onderzoeksartikel getiteld ‘Sociopoetic: gedichten en enkele gedachten’ naar de website vanuit Nieuw Zeeland over poëzie die het dus nu is. In het artikel werd opgeroepen om gedichten van zelf-geïdentificeerde sociologen toe te sturen, met als doel het debat over de rol van poëzie in sociologisch onderzoek te verlevendigen, maar ook als vermaak voor de lezers. De collectie werd samengesteld door Dr Bruce Curtis en Zoë Meager en verscheen in 2013 in New Zealand Sociology.
.
Geplaatst in Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken, websites over poëzie
Tags: 2013, artikel, collectie, dichters, Dr. Bruce Curtis, elevator, gedicht, gedichten, gedichten en gedachten, gedichten in een lift, gedichten op vreemde plekken, Lift, New Zealand Sociology, Niew-Zeeland, onderzoek, onderzoeksartikel, poëzie, poëzie in een lift, poem, poems, poetry, Poetry in an elevator, sociologen, Sociopoetic, vermaak, websites over poëzie, zelf-geïdentificeerde sociologen, Zoë Meager
Ilja Leonard Pfeijfer
Geplaatst door woutervanheiningen
Koninklijke Bibliotheek
.
Pas geleden was ik in de Koninklijke Bibliotheek en daar zag ik in de lobby dat de KB haar werk serieus neemt. Als bastion van de Nederlandse Literatuur (De Koninklijke Bibliotheek verzamelt en ontsluit alles wat er in Nederland wordt uitgegeven op papier en tegenwoordig wordt er ook heel veel aan digitalisering gedaan). Elk boek dat er wordt uitgegeven in Nederland door een uitgever wordt gevraagd een exemplaar toe te sturen aan de KB. Moet je nagaan wat een schat aan poëzie de KB in haar collectie heeft. Jaloersmakend.
Daarom was ik ook verrast en blij dat er in de lobby van de KB groot een gedicht van Ilja Leonard Pfeijffer is aan gebracht op een zuil. Daarom in het kader van gedichten op vreemde plekken (maar in dit geval dus helemaal niet zo vreemd), hier het gedicht ‘De kracht van het geschreven woord’ dat ook qua inhoud (maar dat zal geen toeval zijn) heel goed past bij deze plek.
.
Geplaatst in Bibliotheken, Favoriete dichters, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken
Tags: bewaren, De kracht van het geschreven woord, Den Haag, dichter, gedicht, gedichten, gedichten op vreemde plekken, Ilja Leonard Pfeijffer, KB, Koninklijke Bibliotheek, lobby, ontsluiten, poëzie, verzamelen, zuil
Zoals dit eiland van de meeuwen
Geplaatst door woutervanheiningen
Herman de Coninck
.
Een van mijn vaste bijdragers Stefanie stuurde mij vanuit Mechelen een paar voorbeelden van poëzie in de openbare ruimte. Haar foto van een bord in een winkelstraat met daarop een gedicht van Herman de Coninck vond ik ontroerend door zijn eenvoud en door het feit dat men niet de moeite had genomen het op te hangen (zoals vaak gebeurt) en het feit dat er op de hoek van het bord al een barst zit. Poëzie voor iedereen, dichtbij, tegen een boom geplaatst in een winkelstraat, ontdaan van alle pretenties. Zo zie ik het graag. Daarom deel ik hier het gedicht en de foto van Stefanie.
.
Zoals dit eiland van de meeuwen
.
Zoals dit eiland van de meeuwen
is en de meeuwen van hun krijsen
en hun krijsen van de wind
en de wind van niemand
.
zo is dit eiland van de meeuwen
en de meeuwen van hun krijsen
en hun krijsen van de wind
en de wind van niemand.
.
Geplaatst in Favoriete dichters, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken, Vlaamse dichters
Tags: België, bijdrage, dichter, foto's, gedicht, gedichten, gedichten in de buitenruimte, gedichten in de openbare ruimte, gedichten op vreemde plekken, Herman de Coninck, Mechelen, poëzie, Stefanie, Vlaams dichter, Vlaanderen, Zoals dit eiland van de meeuwen
Dichter in verzet
Geplaatst door woutervanheiningen
Kamp Vught
.
Enige tijd geleden was ik in Kamp Vught. In de oorlog was dit een werkkamp en vele mensen verloren daar hun leven. Op de fusilladeplaats bijvoorbeeld werden alleen al 329 mannen doodgeschoten. Vele andere verloren hun leven door ondervoeding, ziekte en andere oorlogsmisdaden. Toen het werkkamp gesloten werd, hebben mensen uit respect voor de overledenen een groot kruis neergezet op de plek waar de fusilladeplaats was. Vlak na de 2e Wereldoorlog , op 20 december 1947, wordt dit kruis vervangen door een monument met de namen van de omgekomen mensen en officieel onthuld door prinses Juliana.
In 1995 bekladden vandalen het monument met teer, koolteer. Er worden verschillende pogingen ondernomen om het monument schoon te maken, maar alles mislukt. De daders zijn nooit gepakt, het is zelfs niet eens zeker of het wel meerdere daders zijn, misschien was het wel één persoon. Omdat de stenen niet meer schoon te maken waren, is er een nieuw monument gemaakt met de namen van de overledenen erop. De originele stenen inclusief teer, zijn nog te zien in het museum bij Kamp Vught.
Kort na deze daad van vandalisme heeft iemand, een onbekende dichter, een papier bevestigd op het hek naar de fusilladeplaats toe. Het gedicht is te lezen bij de besmeurde stenen in het kamp, aan het hek van de fusilladeplaats is nu een permanent bord bevestigd waarop het gedicht, van de onbekende dichter in verzet tegen deze vandalistische daad, te lezen is.
.
Geplaatst in Dichter in verzet, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken
Tags: 1947, 1995, 329 mannen, besmeurde stenen, brons, dader, daders, dichter, dichter in verzet, doodgeschoten, fusilladeplaats, gedicht, gedichten, gedichten in de openbare ruimte, gedichten op vreemde plekken, hek, herdenken, herdenking, Kamp Vught, kruis, Monument, onbekende dichter, ondervoeding, oorlog, oorlogsmisdaden, oorlogsmonument, Overleden, poëzie, Prinses Juliana, stenen, teer, Tweede wereldoorlog, vandalen, vandalisme, werkkamp, ziekte


























