Categorie archief: MUGzine

Het zomernummer

MUGzine # 18

.

In de zomer nemen wij van MUGzine altijd even wat tijd voor onszelf maar zeker ook voor onze lezers. Een klein beetje later dan we gepland hadden (vakantie periode) komt komende week nummer 18 uit.

Als je het Nederlandse dichterslandschap bekijkt zou je zonder enige overdrijving Rotterdam als hoofdstad van dit landschap kunnen benoemen. Al jaren heeft Rotterdam een stadsdichter van niveau (een paar van hen, Anne Vegter en Ester Naomi Perquin, werden benoemd tot dichter des vaderlands), het grootste poëziefestival van ons land, Poetry International, is in Rotterdam sinds 1970, er is een Poetry Circle 010 en er zijn door de stad heen verschillende poëziepodia en festivals. Maar ook poëzie stichtingen als De zoek naar schittering ( o.a. bruggedichten), de Poëziebus, stichting Het Park en poëziestichting Ongehoord! alsmede poëzietijdschrift Awater hebben hun roots in Rotterdam. En vergeet burgemeester Aboutaleb niet die dichtbundels samenstelde.

Daarom dit keer een nummer met louter Rotterdamse dichters ( 6 maar liefs) én een illustrator/kunstenaar uit Limburg. Hester Knibbe, Hans Wap, Daniël Dee, Myrte Leffring, Amber Rahantoknam en Peter Swanborn zorgden voor de poëtische bijdragen en kunstenaar Andries Hoogenraad is verantwoordelijk voor de illustraties. Natuurlijk een voorwoord van onze redactiefilosoof Marianne, een gloednieuwe Luule en de vormgeving is als altijd van Bart van BRRT.Graphic.Design.

MUGzine heeft een aantal nieuwe ideeën en verrassingen in petto en we zullen die in de loop van het najaar bekend gaan maken. Maar eerst dus het zomernummer van 2023. Donateur worden en een jaar lang elke editie op papier via de post ontvangen? Ga dan naar onze website en ontvang meteen een eerste cadeautje.

Om je alvast een voorproefje te geven hier een gedicht van Hester Knibbe dat niet in de nieuwe MUG staat getiteld ‘café-restaurant ‘la Rotonde” uit De Tweede Ronde, jaargang 12 uit 1991.

.

café-restaurant ‘la Rotonde’

.

de deur is dicht en dood, de oo’s
zijn weggevaagd uit het ‘Rotonde’
een stoel vervangt de zonnewijzer
.
ze wijst de tijd aan op het pleister
en past oneindig in dit ronde
verslijten en versleten worden
.
– stilaan raakt alles uitgehongerd
.
behalve dan de vrouwen wat terzijde,
zij scheppen thuis het eten op de borden
.
en of ze eeuwig zijn, vergeten wonder,
vertellen ze elkaar de nieuwste roddels
op deze foto – onderdeel van een seconde
.
.

 

 

Jan Lauwereyns

Schmidt-Rodenko-Lucebert-Claus-Vasalis

.

Op Poetry International ontmoette ik Jan Lauwereyns (1969), de Vlaamse dichter en neurofysioloog die al jaren in Japan woont. In het gesprek vertelde hij dat hij zich bedient van drie talen; het Japans voor alledag (thuis met zijn Japanse vrouw en kinderen), het Engels (op de universiteit van Kyushu) en het Nederlands voor zijn poëzie. Toen ik ’s avonds naar huis reed vanuit de kop van Zuid in Rotterdam, was er een interview met hem door Lotje Ijzermans in het radioprogramma ‘Nooit meer slapen’ waarin hij nog wat verder inging op die drie talen. Daar vertelde hij dat hij zijn poëzie eigenlijk in zijn moedertaal schrijft, het Antwerps dialect.

Het gesprek met hem en Marieanne Hermans (mede-initiatiefnemer van MUGzine) heeft er overigens in geresulteerd dat hij gedichten aanlevert voor MUG #19 die verschijnt in oktober, waar we natuurlijk zeer verguld mee zijn. Het interview kan ik om meerdere redenen aanbevelen. Bij de opening van Poetry International droeg Jan Lauwereyns het gedicht ‘Schmidt-Rodenko-Lucebert-Claus-Vasalis’ voor uit zijn meest recente bundel ‘Zombie zoekt ziel geno(o)t’ uit 2023. Dat gedicht waarin hij op post moderne manier citeert en parodieërt op werk van de dichters in de titel, deed me denken aan de tentoonstelling in Museum West in de voormalige Amerikaanse ambassade in het centrum van Den Haag, aan de tentoonstelling ‘Gödel Escher Bach’ waar hedendaagse kunstenaars verwijzen naar en citeren uit het werk van deze drie kunstenaars.

.

Schmidt-Rodenko-Lucebert-Claus-Vasalis

.

Er zijn geen mensen meer, er zijn hormonen, meende Zombie,

.

een tikkeltje filosofisch gestemd, hij had zijn tweede kopje
koffie nog niet op, en altijd is er weer wat anders bietebauw,

.

en boze tweets bejammeren vlotte inflatie, zoveel teddyberen

.

zijn hier dood, weer gaat de wereld als een meisjeskamer dicht,
waar is mijn zielgeno(o)t behalve ergens op de verkeerde plek,

.

ha, dolle hondenglimlach van de pijn, grote heksenangsten

.

van de honger, in ijzeren longen gevangen libretto’s, ik tracht,
beweerde Zombie, op poëtische wijze, dat wil zeggen, de taal

.

in haar schoonheid, mijn heidens altaar, ik nagel je adem en je

.

lichaam neer, het jonge hoofd nog ongeschonden, de trotse
romp nog onverslagen, en legde met een zucht zijn iPad weg,

.

niet het bijten doet zo’n plezier, maar het doorgebeten hebben.

.

Vindersloon

Monica Boschman

.

Van dichter, schrijver en schrijfdocent Monica Boschman (1965) is bij uitgeverij U2pi de bundel ‘Vindersloon’ verschenen. Eerder publiceerde Monica de bundels ‘Nieuwe wegen voor Mariken’ in 2019 en ‘Zeerslag’ in 2018. Haar gedichten waren te lezen in het tijdschrift DICHTER, in MUGzine nummer 14 en in bloemlezingen. Daarnaast ken ik Monica van haar deelname aan de Gedichtenwedstrijd van poëziestichting ongehoord! waar ze tweemaal derde werd, in 2020 en in 2022.

Maar nu dus haar derde dichtbundel ‘Vindersloon’. Een mooie uitgave met 7 hoofdstukken. Lezende in haar bundel valt me haar taalgebruik op; helder en duidelijk, geen grote woorden of stijlfiguren maar poëzie in een taal die iedereen kan lezen en begrijpen. Poëtisch taal, dat zeker. Veelal vanuit de ik persoon geschreven lijken dit persoonlijke gedichten maar nergens is het sentimenteel of verwordt het tot getuigenispoëzie, het is alsof de dichter vanuit een helicopter-perspectief naar de eigen ik kijkt en daarvan verslag doet.

Ik heb geprobeerd een lijn te vinden in deze bundel maar die is er niet echt volgens mij. En dat hoeft ook helemaal niet vind ik. Tegenwoordig lijkt het alsof poëziebundels één geheel moeten zijn, met een thema dat door de hele bundel wordt uitgewerkt. En dan nog het liefste in hele lange proza-achtige gedichten. Ik ben niet van die school en Monica Boschman ook niet. Haar gedichten staan op zichzelf en beslaan nooit meer dan een pagina.

Toch is er wel iets te zeggen over de indeling en de verschillende hoofdstukken. De bundel begint met het gedicht ‘Kijk’ en dat gedicht staat op zichzelf alsof de dichter duidelijk wil maken dat dat precies is wat je moet doen, kijken. Ik lees in dit gedicht ook een kijk op het dichterschap. ‘Er zijn er met het hoofd omhoog, de ogen gericht op boven’ en in de tweede strofe ‘Er zijn er met het hoofd recht, ze leven op ooghoogte / daar waar ze bij kunnen’. In de derde strofe: ‘Er zijn er met het hoofd naar beneden, hun nekbotjes / nemen een gebogen vorm aan, de blik volgt’ en in de vierde strofe ‘Er zijn er die voortdurend omkijken. Er zijn er / met het hoofd ver voor het lichaam uit’.

Ik denk dat Monica met dit gedicht haar bundel heeft samengevat. Er zijn vele manieren om poëzie te schrijven, met het hoofd in de wolken, in het hier en nu, te neer geslagen of met een vooruitziende blik. In deze bundel komen deze vier typen van poëzie schrijven voor.

Dan de hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk ‘Waar jij net liep, loop ik’ beweegt en ontmoet de dichter. Of het nu de ontmoeting is uit het openingsgedicht van dit hoofdstuk, de schommel in de lucht, de schemer onbemand op doortocht of de menigte die inhaakt en van links naar rechts meedeint in de feestzaal, alles beweegt in dit hoofdstuk en de taal beweegt mee. Tot aan de dichter zelf in het gedicht ‘Etude’ waar ze schrijft ‘Mijn mond geeft adem’.

In het tweede hoofdstuk ‘Zilver van berkenbos’ krijgen de vogels en de bomen menselijke trekjes; het bos is zelfs boos of ‘hing te drogen met knijpers aan een lijn in de klas’. Maar ook een zwerfkei laat weten ‘Het donkert  onder mij / dicht van aarde.’ In het derde hoofdstuk ‘De boeggolf en het uitdeinen’ speelt de water dan weer de hoofdrol (de zee, een rivier, een bron) maar niet zozeer het water zelf als wel alles wat er zich afspeelt op en rond het water.

In het vierde hoofdstuk ‘Het uitblijven van antwoorden’ gaan de gedichten over het leven, het bloeien, een hogere macht. Wat is er te verwachten van het leven, hoe zal het verlopen, Maslov komt langs en eigenlijk geeft de dichter zelf in het gedicht ‘Hoeveel, wanneer en waar’ het antwoord; ‘Je moet een verhaal hebben of maken’ en dat is wat ze doet. Het vijfde hoofdstuk ‘Alvast wat knoopjes los’ laat zich makkelijker duiden. Hier lees ik het verloop van een liefde, een geschiedenis met een angst  ‘niet meer worden aangeraakt’ die overgaat in het ‘meeslepen van het verleden’ naar ‘Nu veeg ik jouw adem van mijn huid’.

In het hoofdstuk ‘Een taaie in de ring’ is daar de vader die aan Alzheimer leidt, naar woorden en dingen zoekt, tot aan zijn overlijden. In dit hoofdstuk het gedicht ‘Hij leeft zijn moeder na’ waarin de titel van deze bundel op zijn plaats valt. Tot slot het laatste hoofdstuk ‘Naar onbekende streken’  waar een aantal thema’s opnieuw aan de orde komen. Waarmee de cirkel rond is, waarmee de gedichten in deze bundel allemaal een plek kunnen krijgen in de kijk op het dichterschap uit het openingsgedicht. Van dromen naar kijken, naar  verduren en tot slot met het hoofd ver voor het lichaam uit de wereld tot je nemen.

De taal van Monica Boschman is prettig leesbaar, haar thema’s herkenbaar en met deze bundel geeft ze een kijkje in haar persoonlijk en gevoelsleven waar je na lezing met gemengde gevoelens aan terugdenkt en waar je, gedichten uit terug wil lezen. Los van de context, om te kunnen bekijken waar je je als lezer bevindt, waar je zelf met je hoofd beweegt, omhoog, recht vooruit, naar beneden of vooruit gestoken.

Om je nieuwsgierigheid een beetje te kietelen hier het gedicht waar de bundel zijn titel aan ontleent.

.

Hij leeft zijn moeder na

.

al zijn de namen anders, van het huis

en van de mensen. Hij onthoudt zich

van onthouden en ook weten

.

is al ver gewist. Mijn naam geeft stem

aan wat vergeten is, waarbij herhalen

elke bodem mist.

.

We delen het vindersloon

wanneer een liedje zijn ogen kent

of een lepel zijn hand beweegt.

.

Op vleugelvoeten gaan we

door gangen. We weten

de helft van de weg.

.

Hoeveel letters

Bianca Boer

.

De Rotterdamse dichter Bianca Boer komt uit Groningen maar is inmiddels een ‘echte Rotterdammer’ geworden. Bianca schrijft boeken; romans, kinderboeken en poëzie. In Mugzines #9 staan tekeningen en poëtische teksten van Bianca. Haar achtergrond (Kunstacademie en Schrijversvakschool) staan garant voor veel fraais zowel in beeld als in tekst. Ze is eindredacteur bij literair kindertijdschrift BoekieBoekie en schrijfdocent bij de VAK in Delft en de SKVR in Rotterdam.

In haar laatste poëziebundel ‘Vaste grond’ uit 2022 (genomineerd voor de Mr. J. C. Bloem Poëzieprijs 2023) staat het verlies van een moeder aan Alzheimer centraal en wat dat betekent voor de wereld rondom die moeder.

Uit deze laatste bundel las ik het gedicht ‘Hoeveel letters maak ik aan je vuil’ waarin de tekst dit keer belangrijker is dan het beeld, komt de ziekte duidelijk naar voren.

.

Hoeveel letters maak ik aan je vuil

.

aan het eind van de wereld zwijgen de bomen

woorden spelen verstoppertje

liefde staat bij de z van zucht

.

het zijn de seizoenen geweest

die ons met regen willen troosten

bij eik staat begeerte

onder verliefd verlies

bij jou en mij staat hardhout

.

een snuitkever volgt de openstaande rand

van onze initialen in de stam van de boom

letters als littekens van jaren die verstreken

het bos is oud geworden zonder ons

.

Voor de prullenbak

Stella Bergsma

.

Dichter, romanschrijfster, opiniemaker en zangeres van Einstein Barbie  Stella Bergsma (1970) heeft een nieuwe dichtbundel uit. Na ‘Cupcakes’ in 2014 is er dan nu de bundel ‘Meesterwerk voor de prullenbak’ waarin weer duidelijk de stem van Bergsma te horen en te lezen is. ‘Meesterwerk voor de prullenbak is een poëziebundel die bestaat uit gedichten die Bergsma in de prullenbak wou gooien. Totdat zij besefte dat dit eigenlijk ware meesterwerken zijn aangezien ze nog geen ‘photoshopfilter’ over zich heen kregen.

In de bundel is een breuklijn aangebracht zodat je gedichten die je niet bevallen eruit kan scheuren. Een grappige gedachte al vraag ik me af wie dat ook werkelijk gaat doen. In de bundel gedichten, liedjes, sommige recht-toe-recht-aan, zoals veel mensen Bergsma zullen denken te kennen maar ook gevoelige gedichten met mooie zinnen en gedachten. Ik heb voor twee gedichten gekozen. De eerste korte is getiteld ‘Muggen’ en aangezien ik samen met Marianne en Bart MUGzine maak wilde ik deze niet laten liggen en de tweede, wat langere is getiteld ‘Sierlijke suïcide’ een heerlijk positief gedicht.

.

Muggen

.

hier zijn de woorden die mij maken

onuitgesproken tegen je geschouderde haar.

je hebt er niet één gevangen

en klopt ze als muggen plat tegen de muur

waar ze vlekken achterlaten

die alleen ik kan zien

.

Sierlijke suïcide

.

Zelfhaat is uit

het is zo Vincent van GOH

dus draai een pirouette

trek je jurkste jurk aan

en houd je armen

als de hals van een zwaan

,

gewoon de dag op zon betrappen

en met je lach de aarde breken want

je hebt de waarheid om je nek gedrapeerd

en draagt haar ondanks de rafels

toch naar het bal

.

auto-aversie heeft afgedaan

dus berg je gesel op

kijk hoe hij glitters achterlaat

in de palm van je hand

en als je toch wilt slaan

steek dan gracieus je pink in de lucht.

.

 

 

So long, Marianne

Een lied bij een overlijden

.

Gistermiddag las ik op de social media dat Marianne Cramer, vriendin van Karel Tiberius en een van de eerste en trouwste donateurs van MUGzine onverwacht is overleden. Ik wil hier mijn deelneming betuigen en haar vriend en familie heel veel stekte wensen met dit verlies. Ik las op Facebook dat het haar lievelingsnummer ‘So long, Marianne’ van Leonard Cohen is. Daarom hier de tekst en een live registratie van dit wonderschone nummer.

,

So long, Marianne

.

Come over to the window, my little darling,
I’d like to try to read your palm.
I used to think I was some kind of Gypsy boy
before I let you take me home.
.
Now so long, Marianne, it’s time that we began
to laugh and cry and cry and laugh about it all again.
.
Well you know that I love to live with you,
but you make me forget so very much.
I forget to pray for the angels
and then the angels forget to pray for us.
.
Now so long, Marianne, it’s time that we began …
.
We met when we were almost young
deep in the green lilac park.
You held on to me like I was a crucifix,
as we went kneeling through the dark.
.
Oh so long, Marianne, it’s time that we began … Your letters they all say that you’re beside me now.
Then why do I feel alone?
I’m standing on a ledge and your fine spider web
is fastening my ankle to a stone.
.
Now so long, Marianne, it’s time that we began …
.
For now I need your hidden love.
I’m cold as a new razor blade.
You left when I told you I was curious,
I never said that I was brave.
.
Oh so long, Marianne, it’s time that we began …
.
Oh, you are really such a pretty one.
I see you’ve gone and changed your name again.
And just when I climbed this whole mountainside,
to wash my eyelids in the rain!
.
Oh so long, Marianne, it’s time that we began …

.

                                                                                                                                                                       Foto: Hans Franse

 

Over stollen als glas

Editie 17

.

Over sterrenstelsels, ruimteschepen, bomen planten, bidden voor beminden, schaken, korstmos op de rotsen zijn, over alles heen stappen, stollen als glas, trek naar het zwarte gat, ondergrondse herten, iemand die komt om te stelen, buigen voor het slimme glas, synchroon sterven en schimmen van wat is.

MUGzine #17 neemt je mee in de wondere wereld van  Dirk Kroon, Marjolijn van Heemstra, Lamia Makaddam en Annelies Van Dyck. Lees hoe zij de wereld zien in hun poëzie, ontdek de ruimte in hun woorden en geniet van hun gedichten. Voeg daar het Artwork bij van Ingrid van den Brand (@Ingrid_eyesnacks) in een vormgeving van Bart van BRRT.graphic.design, en MUGzine #17 wordt een editie om niet snel te vergeten.

Of zoals Lamia Makaddam het zegt in een van haar gedichten:

.Maar als iemand wil lezen of schrijven, de keukenvloer wil dweilen en
in de zon wil zitten, welke weg moet hij dan volgen? Waar vindt hij al
die werkwoorden verenigd? De schrijver zegt dat de mens zonder taal is
geboren en dat dat zo zou moeten blijven. Woorden zijn een korte jurk
die de knieën niet bedekt.

.

MUGzines wordt gemaakt door Wouter van Heiningen (MUGbooks), Marianne Hermans (Poetry Affairs) en Bart van Heiningen (BRRT.Graphic.Design).

Wil je MUGzine op papier ontvangen? Dat kan. Wordt donateur voor € 20,- per jaar en ontvang 5 edities. Hoe? Mail naar mugazines@yahoo.com voor meer info.

 

 

Jana Beranová

Geen hemel zo hoog

.

Vandaag een bijzondere versie van een dubbel-gedicht. Waar ik normaal twee gedichten van twee dichters plaats wil ik hier vandaag een uitzondering op maken. In haar bundel ‘Geen hemel zo hoog’ uit 1983 heeft dichter Jana Beranová namelijk verschillende gedichten die voor een dubbel-gedicht in aanmerking komen met titels als ‘Vuurtoren’ en ‘Lichtpunt’, ‘Rozen’ en ‘Roos’ en ‘Zonnen’ en ‘Zon’. Eigenlijk staan er verschillende dubbelgedichten in haar eerste officiële dichtbundel (na een aantal bibliofiele dichtbundels te hebben uitgegeven).

Jana Beranová (1932), de Mater Familias van de Rotterdamse dichters schrijft nog steeds. Zo stond ze nog met een gedicht in MUGzine #12  met het gedicht ‘Vraag’ uit 2022. De poëzie van Jana is on-Nederlands zo lees ik achterop de bundel ‘Geen hemel zo hoog’. Ze dicht over bomen, bergen, meren en bossen die voor haar een personificatie vormen van het leven, maar ook over het milieu en wereldgebeuren. Dat Jana geëngageerd is blijkt ook uit misschien wel haar bekendste gedicht dat heel veel publiciteit kreeg omdat het op een poster van Amnesty International stond.

.

als niemand

luistert

naar niemand

vallen er doden

in plaats van

woorden

.

Ik koos voor het dubbelgedicht uit deze bundel voor de gedichten ‘Deuren’ en ‘De deur’.

.

Deuren

.

Elke dag

worden duizenden mensen geboren

elke dag

gaan duizenden mensen dood

.

Elke dag vrijen duizenden

met andere duizenden

en moorden enkelingen

duizenden uit

.

Elke dag zoek ik naarstig

naar mensen

en ga

met mijn kop

door duizenden muren

.

De deur

.

De deur laat je komen

de deur laat je gaan

.

 

Nieuwe poëzie

MUGzine #17

.

Eind april, begin mei wordt de nieuwe MUGzine gepubliceerd. Dit keer met poëzie van Marjolijn van Heemstra, Dirk Kroon, Annelies Van Dyck en Lamia Makaddam. Het artwork wordt dit keer verzorgd door Ingrid van den Brand (@ingrid_eyesnacks). Natuurlijk is er een nieuwe Luule en als altijd wordt je meegenomen in de poëzie door onze redactie filosoof Marie-Anne in het voorwoord. Dit keer is de richting die we kozen: Duizelingwekkende deeltjes die twee dingen tegelijk kunnen zijn. We hebben ons laten inspireren door  de kwantummechanica en draaien poëtische rondjes om deeltjes die op mysterieuze wijze met elkaar verbonden zijn, ondeelbaar op twee plaatsen tegelijk, lichtjaren van elkaar verwijderd maar innig verstrengeld.

Als voorproefje voor nummer 17 hier alvast een gedicht van de Rotterdamse dichter Dirk Kroon (1946) die een aantal gedichten heeft bijgedragen. Het gedicht hieronder is uit zijn bundel ‘Verzamelde liefdesgedichten – het is nooit volmaakt’ uit 2015 en is getiteld ‘De jaren samen’.

Wil je de MUGzines op papier ontvangen (5 per jaar) lees dan hier hoe je dat regelt. Wil je een mooi overzicht van welke dichters met welke gedichten in de verschillende edities van MUGzine staan kijk dan op de website van het Poëziecentrum Nederland

.

De jaren samen

.

Wanneer ik later aan je denken moet

zoals je in de jaren samen bent geweest,

een warme zee of wiekslag, soms een feest,

lijkt alle pijn die wij ooit leden goed.

.

Het verleden wordt toch altijd zoet

– ik heb het telkens weer gevreesd –

wanneer ik later aan je denken moet

zoals je in de jaren samen bent geweest.

.

Wie zich herinnert, weet dat hij voorgoed

verdwaald raakt in de doolhof van zijn geest,

dat het vergeten toesloeg als een beest.

Ik weet waarvan mijn leven afstand doet

wanneer ik later aan je denken moet.

.

De Rotterdamse school

Poëziepodcast

.

Als je er bij wil horen tegenwoordig dan doe je dat toch vooral middels een podcast. De podcast is alom vertegenwoordigd en werkelijk over elk denkbaar onderwerp zijn podcasts te beluisteren. Gek genoeg zijn er over poëzie eigenlijk heel weinig podcasts.

Zo heb je de podcast Poëzie vandaag. Dichter Ellen Deckwitz leest iedere ochtend van elke werkdag een Nederlands of vertaald gedicht aan je voor in deze podcast. Daarbij legt ze uit wat de dichter volgens haar heeft bedoeld, geeft ze achtergrondinformatie en vertelt ze waarom de teksten haar zo raken.

Er is de Poëziepodcast van Daan Doesborgh die hij maakt met de SLAA (Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam). Daan spreekt in deze podcast met dichters over hun werk.

Dan heb je de onvolprezen podcast van Feest der poëzie over vormvaste dichtkunst, klassieke voordrachtskunst en andere klassieke onderwerpen uit de literatuurgeschiedenis.

En zo zijn er nog een aantal wat minder bekende te lezen op deze website.

De leukste podcast over poëzie vind ik persoonlijk De Rotterdamse school gemaakt en gepresenteerd door dichters Daniel Dee en Mark Boninsegna. Poëzie op zijn Rotterdamst, met bravoure en enige baldadigheid bespreken de beide heren de actualiteit, dichters en dichtbundels. Sinds enige tijd nodigen zij ook dichters uit in hun podcast als gast. Inmiddels zijn er 45 afleveringen van deze podcast verschenen en als je je niet door de Rotterdamse inborst van deze twee laat afleiden dan is er veel te genieten. Want er wordt ook serieus over poëzie, dichters en dichtbundels gesproken.

In de laatste aflevering kwam MUGzine aan bod. Lovende woorden van de heren over dit kleinste en meest eigenzinnige poëzietijdschrift en een mooie bespreking van de laatste editie #16 (# 17 staat op de rol voor media april/ begin mei). In deze aflevering draagt Mark Boninsegna het voorwoord, wat vaak al een gedicht op zich is voor en dat deel ik hier graag met jullie. Elke twee weken een nieuwe aflevering die ik graag aanbeveel.

.

Vannacht voel ik de golven van de zee, de

zee die zichzelf herhaalt en luid huilend

overstroomt. Die ene keer per jaar als het

schuim groen oplicht en de vissen lijken te

zweven. Hoe ik, overgeleverd aan de grillen

van Poseidon, opnieuw onsterfelijk word

onder de zoute aanraking van het zand

en het water die nooit volledig in elkaar

opgaan.

.

Colod, cold water surrounds me now

And all I have is your hand

.