Categorie archief: Poëzieweek

Charlotte Van den Broeck

Plakboel

.

Afgelopen zaterdag was ik ’s middags in de bibliotheek Utrecht aan het Neude. Er was daar een programma in het kader van de Poëzieweek 2025 met onder andere een lezing van Steven Van de Putte over zijn boek ‘Iedereen stadsdichter’ (dat ik helaas niet redde) en Charlotte Van den Broeck (1991) zou haar Poëzieweekgeschenk ‘Plakboel’ komen voordragen. Hoewel er wat ruis was (het was in de openbare ruimte van de bibliotheek) deed dit niets af aan hoe prachtig de performance was van Charlotte. Zo mooi dat ik ben blijven zitten nadat ze het een keer had voorgedragen om het nogmaals te beluisteren.

Charlotte vertelde dat ze deze performance een keer eerder had gedaan in een klein theater. Dat het daar nog beter tot zijn recht komt is zeker. Ik heb oprecht genoten van deze bijzondere performance van poëzie en muziek. Gelukkig voor jullie heb ik een kort fragment gefilmd dat je hieronder kun bekijken en beluisteren.

.

 

Lijfelijkheid

Alja Spaan

.

Het thema van de Poëzieweek 2025 is ‘lijfelijkheid’ en in de Volkskrant schrijft Geertjan de Vught vandaag een aardige column over dit thema. Ook doet hij een aantal aardige suggesties voor dichtbundels die je kan kopen om zo aan het Poëzieweekgeschenk ‘Plakboel’ te komen van Charlotte Van den Broeck. Ook een aanrader trouwens, ik heb de afgelopen dagen verschillende opnames van haar gezien waar ze de gedichten voordraagt en die zijn, meer dan zeer de moeite waard.

Nu zat ik nog even aan het thema te denken en kwam toen tot de conclusie dat de bundel ‘Je hebt me gemaakt met je kus’ die ik in 2011 samen schreef met dichter Alja Spaan (1957) eigenlijk heel veel raakvlakken heeft met dit thema. Deze bundel heeft de liefde in al haar verschijningsvormen als thema. Dus de romantische liefde, de hoofse liefde, maar ook de lichamelijke, lijfelijke en erotische liefde.

Daarom heb ik deze bundel nog maar weer eens ter hand genomen en al bladerend heb ik gekozen voor een toepasselijk gedicht bij het thema van deze Poëzieweek. Het betreft hier het gedicht ‘Sense’ van Alja Spaan.

.

Sense

.

morgen mag ik met mijn hoofd in jouw schoot

zeg je

en hoe vergaan de glorie was van deze hoofdstad

vuilnis op de straten

maar hoe aardig de mensen ook hier

en ik vertel je

hoe iemand binnenloopt en wijst en zegt

doe mij maar die

en die

en die

en me duizend contant betaalt

en je streelt mijn haar

ik knoop je broek los

.

Poëzieweek 2025

en al die activiteiten

.

Van een gedichtennacht in Nijmegen, naar een poëziehalte met Bart Moeyaert in Mechelen, van een Poetry Jam in Alkmaar naar een gratis poëziebundel ‘Winter’ in Rotterdam. En dat is slechts de eerste pagina van de activiteiten die gedeeld zijn op poezieweek.com en er zijn maar liefst 45 pagina’s met activiteiten (12 op een pagina dus reken maar uit, maar liefst 540 activiteiten in Nederland en Vlaanderen in de week van de Poëzie en de periferie van die week).En zelf doe ik er ook aan mee middels de Luule Special.

Voor de rechtgeaarde liefhebber een Walhalla en een nachtmerrie. Want waar te beginnen? So much to do and so little time! Alle reden om een verstandige keuze te maken. Natuurlijk zijn er onder alle poëzieliefhebbers ook vele die zelf dichter zijn en actief in deze week. Dat maakt de spoeling nog dunner. Alweer een reden om over te gaan van een week naar de maand van de poëzie. Zoals in de Verenigde Staten april (the cruelest month) al sinds jaar en dag Poetry month is. Het is geen nieuw idee, ik schreef er in 2012 al over.

Eigenlijk is elke dag gedichtendag. Wanneer je over de Poëziekalender 2025 beschikt is dat letterlijk en figuurlijk het geval. Zelf zal ik een paar activiteiten bezoeken. Misschien niet de meest in het oog springende of de meest spannende maar eerder bijeenkomsten die ik interessant vind, waar ik dichters kan tegenkomen, waar ik iets nieuws ga horen. Ik wens al mijn lezers een mooie Poëzieweek toe, en voor alle dagen, weken en maanden daarna tot aan de Poëzieweek 2026, elke dag een fijne gedichtendag.

Of zoals Tom Lanoye (1958) het in zijn gedicht ‘Programma’ uit de bundel ‘De meeste gedichten’ uit 2005 het al zegt ‘Dát is het, vind / ik. Zoiets. Ongeveer.’.

.

Programma

.

Weet ik veel hoe poëzie eruit

moet zien. Niet dat statische,

dat uniforme. Daar hou ik niet

zo van. Dezelfde toon herhaald

tot in den treure, en dat dan

‘vormvastheid noemen, of ‘een

eigen stem’, dat soort gelul.

Nee daar hou ik niet zo van.

.

Geef mij maar het favoriete

snoepgoed uit mijn jeugd. De

toverbal. Je zuigt en zuigt

maar. telkens komen er andere

kleuren te voorschijn en voor

je ’t weet, heb je helemaal

niets meer. Dát is het, vind

ik. Zoiets. Ongeveer.

.

MUGzines- en Luule-special

Cadeau van Mugzine

.

In de Poëzieweek komen wij van MUGzine, het irritantste, particulierste, eigenzinnigste maar leukste en verrassendste minipoëziemagazine van Nederland en Vlaanderen, opnieuw met een special. Dit jaar in de Poëzieweek 2025, op Gedichtendag publiceren wij de Luule-special. Zoals de lezer van MUGzine weet staat op elke editie (en vaker op de Instagrampagina van @L.uule) een Luule.

Luule (het Estse woord voor poëzie) is het kleine zusje van MUGzine en dit keer zetten we haar eens goed in het zonnetje met een bijzondere special. Bijzonder want de omvang en het formaat wijkt af van het formaat zoals je het kent. Deze special is vierkant (zoals de luules op de achterkant van de MUGzine en van instagram) en groter dan wat je gewend bent.

We hebben voor de special een aantal dichters gevraagd die al eens in de MUGzine gedichten publiceerden waaronder Serge van Duijnhoven, Hans Franse, Anton Korteweg, Joz Knoop en Rinske Kegel. Ook de makers laten in deze special van zich horen. Alle donateurs krijgen de special toegestuurd, wil je ook een exemplaar ontvangen? mail dan naar mugazines@yahoo.com

Hier alvast een voorproefje:

.

In aankondigingen

van maandichters en zonnegoden

lees ik jou terug

.

 

 

Poëzieweek 2025

Dennis Gaens

.

Van 30 januari t/m 5 februari is het weer Poëzieweek. Dit jaar is het thema ‘lijfelijkheid’ en de themabundel wordt geschreven door de Vlaamse dichter Charlotte van den Broeck. Ik las in de Volkskrant van zaterdag een recensie van haar nieuwe roman ‘Een vlam Tasmaanse tijgers’ waarin ze werd opgevoerd als dichteres. Dat kan toch eigenlijk niet meer. Na de directrice, presidente, en docente mag wat mij betreft de dichteres ook wel tot het verleden gaan behoren. Ik las in een artikel van Trouw dat dichteres vooral gebruikt wordt voor oudere vrouwelijke dichters en dat voor jonge vrouwelijke dichters gewoon dichter gebruikt wordt. Dat lijkt me een prima verdeling.

Maar terug naar de Poëzieweek. In de Poëzieweek is heel veel aandacht voor poëzie in Nederland en Vlaanderen. Maar vooral in Vlaanderen valt me op. Wanneer je de activiteiten in de Poëzieweek leest op de website valt op dat meer dan de helft (misschien wel twee derde) van alle activiteiten in Vlaanderen zijn. Op de banner van de Poëzieweek staat niet voor niets Vlaanderen voor Nederland. Nu kan het zijn dat men in Vlaanderen actiever is met het delen van poëzieactiviteiten maar dat geloof ik niet. Ik denk dat het in Nederland minder leeft en dat heeft vooral te maken volgens mij met het terugtrekken van de CPNB als partner in de organisatie.

In Vlaanderen staan er een aantal grotere partijen achter dit initiatief en dat merk je. In Nederland zijn er uiteraard ook poëziepartners aangesloten maar die hebben niet dezelfde dekkingsgraad noem ik het maar, als de CPNB had. Een gemis kortom. Desalniettemin valt er genoeg te genieten tussen 30 januari en 5 februari (en daarom heen ook nog wel trouwens). Blijft natuurlijk jammer dat we een Poëzieweek nodig hebben om poëzie onder de (nodige) aandacht te brengen.

Toen ik de Luule-special van MUGzines als activiteit wilde aanmelden bleek dat ik toch best een aantal gegevens moest achterlaten. Logisch natuurlijk want wanneer je een lezing of podium organiseert wil je wel laten weten waar en wanneer dit plaats vindt. In het geval van het publiceren en uitbrengen van een klein poëtisch magazine is dat natuurlijk toch wat anders. Dat donateurs van MUGzine de special automatisch toegestuurd krijgen hoef ik daar niet te melden maar dat de special ook te krijgen is voor niet donateurs door een mail aan mugazines@yahoo.com te sturen, staat er nu in ieder geval op.

Toen ik klaar was met het aanmeldingsproces moest ik denken aan een gedicht dat ik ooit las waarin een aanmelding terugkwam. Het was even zoeken maar ik heb het gedicht teruggevonden. Het betreft het gedicht ‘Vermeld altijd’ van Dennis Gaens (1982) uit de bundel ‘Ik en mijn mensen’ uit 2010.

.

Vermeld altijd

.

  1. ) Waar is het
  2. ) Wat is er
  3. ) Wie u bent

.

In principe weten wij dit (altijd) al, maar we horen het graag van uzelf. Het

liefst in een overslaande stem. Deze drie, maar van deze drie het meest: wie

u bent. Dit is geen oefening. Dat is het nooit.

.

Trouwens, paniek staat u niet. U hebt er het postuur niet voor. Wees gerust:

uw lichaam kent de routines. U kent dat verhaal van het leven in een flits

enzovoorts, maar de waarheid is veel kleiner. Alles wat u meemaakt zijn

zware voeten op steeds de volgende traptree, uw klamme handen om de

leuning en uw snelle hartslag. U bent nu heel dicht bij uzelf.

.

Maar u moet naar de uitgang.

.

Daar is een plek waar we met zijn allen hebben afgesproken.

.

 

 

Poëzieweek 2025

Lijfelijkheid

.

Van 30 januari 2025 tot en met 5 februari 2025 wordt in Nederland en Vlaanderen weer de Poëzieweek gevierd.  Het thema van de Poëzieweek is dit jaar Lijfelijkheid, en Charlotte van den Broeck (1991) is verantwoordelijk voor het Poëzieweekgeschenk. Dit motto Als motto werd gekozen naar aanleiding van de woorden uit de bundel ‘Kameleon’ van Charlotte Van den Broeck: “in dit plooibare huis dat huid heet”.

Op de website van de Poëzieweek 2025 zijn, zoals elk jaar, vele activiteiten te vinden waaronder de speciale uitgave van MUGzine 2025. Deze Luule-special bevat meer dan 20 Luules, het kleine eigenzinnige zusje van MUGzine;  vluchtig, grappig, een tikje naïef, serieus, poëtisch, tegendraads of kunstzinnig. De Luules werden geschreven door een keur aan dichters die de afgelopen 5 jaar in de MUGzines hun poëzie hebben gepubliceerd. Deze special zal verkrijgbaar zijn vanaf eind januari en wordt aan alle donateurs van MUGzine toegestuurd.

Later zal ik hierover meer schrijven. Nu een lijfelijk gedicht van H.C. ten Berge (1938) getiteld ‘Over de tong IV’ uit de bundel ‘Va-banque’ uit 1977.

.

Over de tong IV

.

De mond gaat open als een gouden doos,

de tong zwemt rond en zendt de woorden uit

bij tussenpoos

.

liefde en poëzie

worden altijd met lippen beleden

.

wat tussen kop en kont

als chemiese reaktie is begonnen

krijgt gestalte

als het in een zin is uitgemond

.

liefde en poëzie

worden daarom met lippen beleden

.

de mond gaat open als een gouden doos,

de tong zwemt rond en zendt de woorden uit

bij tussenpoos

,

Beeldgedichten

TYYYPOëzie

.

De reizende tentoonstelling TYYYPOëzie (die te zien was tot en met november 2022) was een samenwerking tussen Graphic Matters en een aantal dichters te weten Lisette Ma Neza (samen met graficus Jasmine Roemendael), Maud Vanhauwaert (samen met graficus Jelle Jespers), Hind Eljadid (samen met letterontwerper Kristyan Sarkis), Joost Oomen (samen met graficus en letterontwerper Pieter Boels), Jonathan Griffioen (samen met Team Thursday) en Elianne van Elderen (samen met graficus) Aleksandra Samulenkova.

De tentoonstelling toonde de ontmoeting tussen woord en beeld, taal en typografie. Met de beroemde visuele dichtbundel ‘Bezette Stad’ van schrijver Paul van Ostaijen en kunstenaar Oscar Jespers als inspiratiebron, die in 2021 honderd jaar oud was. De tentoonstelling met experimentele beeldgedichten reisde langs steden in Vlaanderen en Nederland.

Hieronder de beeldgedichten van Maud Vanhauwaert, Hind Eljadid, Jonathan Griffioen, Elianne van Elderen, Lisette Ma Neza en Joost Oomen. Geen blogpost zonder gedicht daarom hier het gedicht ‘Banlieue’ uit Nagelaten gedichten van Paul van Ostaijen.

.

Banlieue

Zand
overweg
rachitisch hofje   begonias   baanwachtersdochter
arme hand   draaien
     een winkel ligt aan d’overzij
           met dorre dingen
                   suiker
En
   een herberg huwt bruideenzaam
   hoekhuisdroefheid
   IN DE VROEGE MORGEN
Zand wordt
avond zwalpen lauwte
in orgeltonen ontraderen
                    tijdswet
Zand wordt avondruiken
en milieu voor danstent
                   grauw op grauw
Valt dor suiker op zand
                                   late kinderen   droef en zat
Grand   Caroussel   galopant   à   vapeur
Acetyleenlampen
           schitteren
                    kleuren
                            slap
                                                  Banlieue sterren glimmen klein en vuil
Orgel pauseert
            teringvreugde
zweet bronst pijn
           Mond kust zandlippen
                                                  droog

.

Voor je het weet..

#21

.

Na het succes van de special van MUGzine, die in grote getale werd verspreid via bibliotheken in Noord- en Zuid Holland in januari tijdens de Poëzieweek, is het in maart alweer tijd voor de eerste reguliere editie van MUGzine in 2024. In deze 21ste editie staan gedichten van Sholeh Rezazadeh, Frans Terken, Bauke Vermaas en Yannick Moyson. De illustraties zijn dit keer van Danièle Knirim (@hier_vandaan op Instagram). Natuurlijk een kraakverse @L.uule en wie weet een nieuwe rubriek (under construction).

We beginnen 2024 met een nieuwe vormgeving, onze vormgever Bart van @Brrt.graphic.design maakt voor elk nieuw jaar dat MUGzine bestaat een nieuw ontwerp voor de omslag. Wil je zelf een keer een Luule inzenden? Dat kan, stuur je Luule naar mugazines@yahoo.com . Wil je de papierenversie van MUGzine elke keer op papier via de post ontvangen? Wordt dan jaardonateur.

Een van de dichters in #21, de Vlaamse dichter Yannick Moyson, was ook een van de deelnemende dichters aan het bijzondere project #Weesgedichten. Hieronder zijn gedicht en een foto van dit gedicht op het raam van Schepen (wethouder) Caroline De Meerleer van Aalst.

.

Wanneer het even niet meer gaat

sta dan stil voor een poos

haal adem, met je palm op je borst

tot net zoveel tellen die nodig zijn

om te voelen dat het klopt

Met de hand op het hart beloof ik je

dat je het allemaal even mag ondergaan

tot de zonsopgang je zinderend zin geeft

om te stralen als nooit tevoren

.

 

Daar zal ik zijn

Voordracht

.

Jaren geleden wilde ik een keer een gedicht schrijven dat vooral op ritme en muzikaliteit leunde, een gedicht vol assonanties, alliteraties, binnenrijm en dat vooral voortkwam uit allerlei associaties die bij me op kwamen. Dat gedicht, ‘Daar zal ik zijn’, is anders dan dat ik normaal schrijf maar het is om voor te dragen heel fijn. Er zit een flow in, een ritme en twee korte stops die het voordragen van dit gedicht tot een groot plezier maken.

Op 28 januari, middenin de Poëzieweek 2024 was ik gevraagd voor te dragen in de bibliotheek Holy (Vlaardingen), een van de vestigingen van de bibliotheek waar ik directeur van ben. Je begrijpt dat je dan geen nee zegt, vooral niet omdat ik dit podium en dit initiatief van harte steun. Meer dan 35 liefhebbers waren op deze middag afgekomen en ik droeg het gedicht ‘Daar zal ik zijn’ voor, niet wetende dat ik gefilmd werd.

Omdat de voordracht van dit gedicht op YouTube terug is te vinden en omdat ik dit gedicht nog niet eerder deelde op dit blog vandaag dan beide.

.

Daar zal ik zijn
.
Je schouders schokken als Schokland in de straffe westenwind
donderend vanuit het water op je ranke flanken spelen ze met
de seizoenen, je zoenen zijn zoeter dan het Suikerfeest en laten
me weten, dat eten van je schoot, dik makend lekker is en gekker
is dan het leven van de liefde (doe je aan de lijn?) en sterven van
verlangen naar je wangen en je lijf, vertrouwd op alle manieren
die ik ken, gehouwen uit het steen van beelden van weelde en toen

.

Draaf door mijn dromen in kleur en zwart wit, je zit als gegoten
in zadels van paarden van waarde, de manen geladen met de wind
die je voedt, die je vult en vervult en gaat liggen als de zon dooft,
je gelooft in de kracht van dat ene, dat unieke, maar gaat uit van
dat wat is verschenen, gelezen en gehoord, aangeboord door bronnen
van kennis van vrienden en familie –vader, moeder, zus- die ik niet
zie maar wel mag kennen uit je boeken die onverminderd zoek zijn

.

Ik vraag niet om meer of iets anders dan dat wat je mij schenkt,
loop niet om twijfels heen, verschijn vaker in het licht van hetgeen
jij beschijnt, verdwijn of kwijn niet weg voor jou – ik moet hier nu
eenmaal zijn – en schurk me, warm me aan je ogenschijnlijk ware
gedaante, laat het water stromen uit kranen over wegen en lanen in
beschutte straten, in putten en verlaten huizen in kieren en kluizen
want daar wil ik me bevinden, in de vaten van jouw bescheiden woning
.

 

Wie de mooiste is

Frans Kuipers

.

In de bundel ‘Wolkenjagen’ uit 1997 van Frans Kuipers las ik een mooi gedicht dat me meteen weer aan de Poëzieweek deed denken. Niet door het thema ‘Thuis’ maar door de inhoud van dit gedicht. Het betreft hier het gedicht ‘Wie de mooiste is’. Bij de titel zou je kunnen denken dat dit een liefdesgedicht is maar niets is minder waar. Tenzij je een liefdesbetuiging aan een wolk als zodanig ziet. De reden dat ik bij dit gedicht aan de Poëzieweek denk, is gelegen in het feit dat in de MUGzine special, die voor de Poëzieweek is uitgebracht, een gedicht van mijn hand bevat getiteld ‘Wolk’ en die ook de schoonheid van een wolk bezingt, en aandacht besteedt aan de poëzie app Wolk. Alle redenen dus om dit gedicht van Frans Kuipers hier te delen. In 2009 bracht Kuipers overigens ook nog de bundel ‘Wolkenherdersliederen’ uit om maar aan te geven dat deze dichter iets heeft met wolken.

Frans Kuipers (1942) debuteerde in 1965 met de bundel ‘Zoals wij’ waarvoor hij de aanmoedigingsprijs van de gemeente Eindhoven ontving, waarna in dat zelfde jaar zijn tweede bundel ‘Een teken van leven’ verscheen. Vervolgens was het 12 jaar wachten op zijn derde bundel ‘Gottegot & bubble up’ (1977). Hierna volgde nog 11 bundels en zijn laatste ‘De lach van de Sfinx’ is alweer van 2021.  In april van dit jaar komt zijn nieuwe bundel uit ‘Uit hoofde van Jut’. Kuipers werd onder een breder publiek bekend, toen in 2004 negen van zijn gedichten werden geselecteerd voor de dertiende, herziene editie van Gerrit Komrij’s ‘Nederlandse poëzie van de 19de tot en met de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten’.

.

Wie de mooiste is

.

Ochtendnevel, bevroren meren, ijzel, rijp,

zij dienen hier met ere te worden vermeld.

.

Alsook ijsbloem, luchtgewei,

trofee aan de winterruit prijkend.

.

Voor het zwijgen dat goud is,

zuiverheid die oud is,

bij de sneuw, stille weefster,

haastjerepster, zuster Kusvlug,

bij de sneeuw moet je zijn.

.

Wolk echter, lukraak klaargestoomde,

zwevend voorwerelds bovenaards,

wolk offreert wonderlijkheid non-stop,

wolk: fraaiste watergedaante.

.