Categorie archief: Uit mijn boekenkast
Klimaatverbetering
Lévi Weemoedt
.
We leven in moeilijke tijden. Corona, CO2 crisis, klimaatcrisis, biodiversiteitscrisis, kortom er is veel om ons zorgen over te maken. gelukkig zijn er dichters die over serieuze en vaak moeilijke zaken opbeurende gedichten schrijven. Zo’n dichter is Lévi Weemoedt (1948) schrijver van tragi-komische korte verhalen en gedichten.
Zo publiceerde hij in de bundel ‘Gezondheid!’ uit 2019 met als veelzeggende motto “Ideaal: Jong oud worden en gezond doodgaan” het gedicht ‘Klimaatverbetering’ dat ik hier graag deel ter algehele opbeuring van het sentiment.
.
Klimaatverbetering
.
Ik denk dat ik wat karbouwen koop
en achter m’n huis in gereedheid hou.
Want straks, als ik door de sawa’s loop
tussen Assen en Rolde, is de karbouw
als dé buffelaar van de biotoop
onmisbaar voor mijn Rolder rijst
die prijkt op ieders boodschappenlijst.
.
Moeders en roken
Dubbel-gedicht
.
Toen ik in de bundel uit 1999 ‘Familie duurt een mensenleven lang’ De honderd mooiste Nederlandstalige gedichten over vaders, moeders, dochters en zonen, samengesteld en ingeleid door Menno Wigman, het gedicht ‘Moeder’ van Gerrit Achterberg las, deed het me denken aan een gedicht dat ik ooit las van Nannie Kuiper. Na enig zoeken (waar vind je die tussen zovele andere bundels) kwam ik hem tegen. Het betreft hier de bundel ‘Ik heb alleen maar oog voor jou’ een bundel gedichten voor jongeren en volwassenen.
Opvallend genoeg hebben beide gedichten niet 1 maar 2 overeenkomsten. Ze gaan beide over een moeder en beide over roken. Het gedicht ‘Moeder’ van Gerrit Achterberg is genomen uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1991 en het gedicht ‘wat is ze kwaad’ van Nannie Kuiper is uit 1997.
.
Moeder
.
Ik zat met moeder aan de haard. zij breide
en ik deed niets dan sigaretten roken.
Ze zei; Jongen, je moet niet zoveel roken;
Je moet er vanaf morgen mee uitscheiden.
.
Ik ben het haardvuur nog wat op gaan stoken;
horende hoe het zachtjes in mij schreide,
omdat het niet kon worden uitgesproken,
wat zich vlakbij voor eeuwig wou bevrijden.
.
wat is ze kwaad
.
wat is ze kwaad
mijn moeder
nu ze net
ontdekt heeft
dat ik peuken rook
in bed
.
en in haar handen
ligt mijn nachtrust
tussen al die
stukjes sigaret.
.
Het einde
Lucebert
.
Bij het opruimen van mijn boekenkast (met de beperkte ruimte die ik he is het echt belangrijk om af en toe de boel opnieuw in te richten) kwam ik de bundel ”Poetry wereld’ 25 jaar Poetry International tegen. Het betreft hier het Poetry International programmaboek uit 1994. Altijd leuk en interessant om door heen te bladeren en te lezen welke dichters destijds werden geprogrammeerd.
In dit A4 grote programmaboek zat echter ook een losse brochure van 15 september 1994 (de geboortedag van Lucebert) van De Rode Hoed in samenwerking met de SLAA (Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam) getiteld Hommage aan Lucebert. In deze 12 pagina’s bevattende zwart-wit brochure bestaande uit 3 gevouwen A4 velletjes staat naast het programma van die dag, gepresenteerd door Cox Hobbema met voordrachten van onder andere Simon Vinkenoog, Rudi Fuchs, H.H. ter Balkt en Frank Lodeizen, saxofoon improvisaties van Hans en Candy Dulfer, een poëzieconcert en een inleiding over drie korte films getiteld ‘Lucebert, tijd en afscheid’ van Johan van der Keuken, ook een groot aantal gedichten die Lucebert (1924 – 1994) schreef door de jaren heen.
Een van deze gedichten ‘Het einde’ komt uit de bundel ‘van de afgrond en de luchtmens’ uit 1953.
.
het einde
.
oud de tijd en vele vogels sneeuwen
in de leegte in de verte
wordt men moe en de stemmen
staan stijf om zelfs de zuiverste lippen
.
ruw en laag wandelt de regen
waarheen zijn de lichte dagen gegaan
waar zijn de wolken gebleven
alles is stom en van steen
.
alleen die in zijn engte de elementen telde
buigend bevend als geselslagen
geeft het laatste geluid: het lied
heeft het eeuwige leven
.
Uit mijn boekenkast
Een vrouw
.
Staand voor mijn boekenkast viel mijn oog op de bundel ‘Denk ik aan Duitsland in de nacht’. Deze bundel, in 1988 uitgegeven door Bert Bakker, bevat gedichten van de Duitse dichter Heinrich Heine (1797 – 1856). De gedichten komen uit de bundels ‘Buch der Lieder’ uit 1827, uit ‘Neue Gedichte’ uit 1844, uit ‘Romanzero’ uit 1851 en uit ‘Letzte Gedichte’ uit 1852, zowel in het oorspronkelijke Duits, als in een Nederlandse vertaling van Marko Fondse en Peter Verstegen.
‘Ein Weib’ in vertaling van Verstegen ‘Een vrouw’ komt uit ‘Neue Gedichte’ is een vrolijk makend gedicht over een vrouw die niet deugde en een dief.
.
Ein Weib
.
Sie hatten sich beide so herrlich lieb,
Spitzbübin, war sie, es war ein Dieb,
Wenn er Schelmenstreiche machte,
Sie warf sich aufs Bett und lachte.
.
Der Tag verging in Freud und Lust,
Des Nachts lag sie an seiner Brust.
Als man in Gefängnis ihn brachte,
Sie stand am Fenster und lachte.
.
Er liess ihr sagen ‘O komme zu mir,
Ich sehne mich so sehr nach dir,
If rufe nach dir, ich schmachte -‘
Sie schüttelt das Haupt und lachte.
.
Um sechs des Morgens ward er gehenkt,
um sieben ward er ins Grab gesenkt;
Sie aber schon um achte
Trank roten Wein und lachte.
.
Een vrouw
.
Zij hadden elkander zo innig lief
Zij wou niet deugen en hij was een dief
Als hij weer het recht verkrachtte,
Wierp zij zich op bed en lachte.
.
De dag gaf vreugde en vrolijkheid,
’s Nachts lag zij aan zijn borst gevlijd.
Toen ze hem het gevang in brachten,
Stond zij aan het raam en lachte.
.
Hij liet haar zeggen: ‘O kom toch gauw,
‘k Verlang zo smartelijk naar jou,
Laat me niet langer smachten.’
Zij schudde het hoofd en lachte.
.
Om zes uur maakte de beul hem af,
Om zeven uur zonk hij in het graf;
Maar zij – reeds tegen achten –
Dronk rode wijn en lachte.
.
Bont
Iris Brunia
.
Toen ik mijn boekenkast aan het herinrichten was (dat is nogal eens nodig) kwam ik de bundel van Iris Brunia (1977) tegen met de intrigerende titel ‘Laten we mijn lichaam delen’. Meteen begon ik weer te lezen. Ik herinner mij een optreden van Iris op het Zomerpodium in de Jacobustuin in Rotterdam tijdens een poëziepodium georganiseerd door Ongehoord!
Die voordracht van Iris, frêle maar heel stevig en dat in combinatie met haar zachte heldere stem maakte toen veel indruk op me. Haar bundel heb ik destijds, de bundel is uit 2013, met veel plezier gelezen. Daarom, bij uitblijven van nieuw werk van Iris, hier het gedicht ‘Bont’ uit de bundel ‘Laten we mijn lichaam delen’.
.
Bont
.
Zou ik de dingen die ik doe kunnen doen zonder schaamte, in de wetenschap
dat het jou – als het er op aankomt – niet werkelijk uitmaakt wat ik wel of niet laat
.
Ik vermoed dat het een geruststelling kan zijn
.
Alsof alles vanzelfsprekend was legden we hier onze huiden af. Met de kat
tegen mijn borst behelsde ik mezelf en jij omhelsde me
.
Aan jouw gezicht ontleende ik mijn oprechtheid. Je gluurde in mijn pupillen
week een tel
.
we waren slordig , de tijd spleet ons
.
Je kunt het nog zien: de peuk op de wasmachine, de kleding nat, de lakens opgepropt
.
Ik zou een verstaanbare pijn willen hebben – die te troosten is – zodat ik gestild kan
worden met een verleden dat van ons beiden is
.
De stem van de dichter
Pierre Kemp
.
Een bloemlezing van poëzie en proza geschikt om voor te dragen, zo luidt de ondertitel bij de in 1962 door J.B. Wolters in Groningen uitgegeven bundel ‘De stem van de dichter’. Blijkbaar was er destijds in het curriculum van de scholen nog plaats voor voordracht (kom daar maar eens om tegenwoordig). De bundel beslaat een grote ruimte in tijd, van Vondel, Bredero, Constantijn Huygens en Bilderdijk naar Multatuli, Gerhardt en Vasalis. Bekende gedichten en minder bekende gedichten.
In het voorwoord staat het doel van het voordragen beschreven: Het doel van het voordragen is: anderen te laten genieten van een kunstwerk. De voordrager moet niet de ontroering opdringen, die het kunstwerk bij hem gewekt heeft, hij moet de bewogenheid en de visie van de maker vertolken. Hij is uitsluitend medium tussen de maker en de toehoorder; een beter medium dan het gedrukte woord, dat de levende taal slechts (gebrekkig) aanduidt.
Een paar dingen vallen me op: blijkbaar was poëzie in 1962 exclusief van mannen (ik denk van niet) en over de keuze van het medium (beter of slechter) valt ook nog wel een discussie te voeren. Dat wil ik hier niet doen, al is het maar omdat het medium dat ik gekozen heb voor mijn website per definitie vooral gericht is op het gedrukte woord.
Een dichter die in de bundel voorkomt is Pierre Kemp (1886 – 1967). Kemp is een dichter die ik graag lees maar eigenlijk weinig lees (dat heb je soms). Een dichter met een bijzonder leven; een mooi detail uit zijn leven vind ik het feit dat hij altijd zwart droeg, hij werkte in de staatsmijn Laura waar hij loonadministrateur was, zodat het kolengruis op zijn kleding niet zou opvallen.
In ‘De stem van de dichter’ is het gedicht ‘Najaarsstemming’ van zijn hand opgenomen dat oorspronkelijk verscheen in ‘Phototropen en Noctophilen’ uit 1947.
.
Najaarsstemming
As
Anneke Brassinga
.
In mijn boekenkast staat de bundel ‘Gedichten die vrouwen aan het huilen maken’ uit 2015. In die bundel staan allerlei gedichten die door bekende Nederlandse vrouwen zijn gekozen als ware het dat zo’n gedicht zo’n vrouw aan het huilen maakt. Nu kun je je afvragen of dat echt zo is, je kan ook denken dat zo’n gedicht een speciale betekenis heeft voor degene die het gedicht heeft gekozen. Een van de vrouwen die een gedicht koos is schrijfster Marjan Berk (1932). Zij koos het gedicht ‘As’ van Anneke Brassinga (1948) die oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Wachtwoorden’ Verzamelde, herziene gedichten 1987-2003 uit 2005. De reden dat Marjan Berk koos voor dit gedicht vind ik dan heel grappig: het geeft een overzicht van wat ons in dit leven te wachten staat, met keiharde conclusie en een goeie grap aan het eind , daar ga ik voor. Aldus Marjan Berk. Reden genoeg om dit gedicht met jullie te delen.
.
As
.
Als ruimte is de tijd van afscheid naar terugkeer, als
tijd nadert nabijheid, alsnog op ons voorloopt,
als wij stilstaan bij elkaar, jij in winter- ik
in zomertijd, als ooit weer als destijds
.
als een vliegend tapijt de tijd
oprolt al die ruimte: as,
verbrande turf.
.















