Kies mij
Pastorale
.
Dat Herman de Coninck niet alleen maar hele mooie en gevoelige gedichten schreef, maar ook gedichten waar humor en spot in zit, bleek al eerder uit gedichten die ik van hem plaatste. In het openingsgedicht zonder titel uit de kleine bundel Pastorale (11 pagina’s) uitgegeven door AMO in 1993, blijkt dit eens te meer.
De gedichtencyclus Pastorale van Herman de Coninck verscheen ter gelegenheid van de 38ste verjaardag van Kristien Hemmerechts. De toenmalige partner van De Coninck. Hugo Claus maakte voor de gelegenheid een ets, als frontispice van de luxe editie. De totale oplage bedroeg 38 exemplaren. De tien luxe ex. werden in twee kleuren gedrukt door Rob Cox en in halfperkament gebonden. De ets werd door Claus gesigneerd. De Coninck signeerde in het colofon. Dat dit bundeltje een gewild verzamelobject is blijkt wel uit de geschatte waarde bij Catawiki van tussen de € 500,- en de € 700,-.
.
*
Kies mij. Kies mij uit de hele
wereldbevolking. Bij enkele anderen
mag je een beetje aarzelen,
maar kies mij.
.
Gemor, wereldwijsheid die niemand
nog wil, grappen van nonkel Lowie,
je doet er twee armen omheen
en het is van jou. Je mag het hebben.
.
Ik zal je wel krijgen. Ik krijg je alle dagen.
Ik mag zelfs je dochter graag zien.
Laten we met ons allemaal trouwen.
.
Schapen in de mist
Sylvia Plath
.
De Amerikaanse dichter, romanschrijfster en essayiste Sylvia Plath (1932 – 1963) pleegde zelfmoord na een leven dat werd beheerst door een bipolaire stoornis. Connie Palmen schreef het prachtige boek ‘Jij zegt het’ over het huwelijk van Sylvia Plath en Ted Hughes. Hierover schreef ik op 7 september van het vorig jaar.
Nu wil ik uit haar bundel ‘Ariël’ die in 1965 verscheen een gedicht met jullie delen in het (oorspronkelijke) Engels en in de vertaling van Anneke Brassinga getiteld ‘Sheep in fog / Schapen in de mist’
.
Sheep in fog
.
The hills step off into whiteness.
People or stars
Regard me sadly, I disappoint them.
.
The train leaves a line of breath
O slow
Horse the colour of rust,
.
Hooves, dolorous bells-
All morning the
Morning has been blackening,
.
A flower left out.
My bones hold a stilness, the far
Fields melt my heart
.
They threaten
To let me through to a heaven
Starless and fatherless, a dark water.
.
.
Schapen in de mist
.
De heuvels stappen weg, het wit in.
Mensen of sterren
bezien me treurig, ik stel ze teleur.
.
De trein laat een streep adem achter.
O traag
Roestkleurig paard,
.
Hoeven, smartelijk gerinkel –
de hele ochtend
Is de ochtend zwarter geworden,
.
Een bloem in de kou.
Mijn botten zijn vol stilte, de verre
Velden smelten in mijn hart.
.
Ze dreigen
Mij de ingang tot een hemel
Sterrenloos, vaderloos, een donker water.
.
Goethe als dichter
Dodendans
.
Eind 2012 schreef ik al eens over Goethe als dichter. De schrijver en wetenschapper Johann Wolfgang von Goethe (1749 – 1832, dat von kreeg hij toegevoegd aan zijn naam toen hij in 1782 in de adelstand werd verheven) is natuurlijk vooral bekend en beroemd om zijn proza. Goethe begon ook pas laat met dichten. Componist Franz Schubert was een groot liefhebber van de poëzie van Goethe en zette er verschillende op muziek. Hieronder het gedicht ‘Totentanz’ of ‘Dance of Death’ in een vertaling van Edgar Alfred Bowring uit 1874 voor wie, zoals ik, het Engels eenvoudiger te begrijpen is dan het Duits.
.
Totentanz Dance of Death
| Der Türmer, der schaut zu Mitten der Nacht | The warder looks down at the mid hour of night, |
| Hinab auf die Gräber in Lage; | On the tombs that lie scatter’d below: |
| Der Mond, der hat alles ins Helle gebracht; | The moon fills the place with her silvery light, |
| Der Kirchhof, er liegt wie am Tage. | And the churchyard like day seems to glow. |
| Da regt sich ein Grab und ein anderes dann: | When see! first one grave, then another opes wide, |
| Sie kommen hervor, ein Weib da, ein Mann, | And women and men stepping forth are descried,* |
| In weißen und schleppenden Hemden. | In cerements** snow-white and trailing. |
| Das reckt nun, es will sich ergetzen sogleich, | In haste for the sport soon their ankles they twitch, |
| Die Knöchel zur Runde, zum Kranze, | And whirl round in dances so gay; |
| So arm und so jung, und so alt und so reich; | The young and the old, and the poor, and the rich, |
| Doch hindern die Schleppen am Tanze. | But the cerements stand in their way; |
| Und weil hier die Scham nun nicht weiter gebeut, | And as modesty cannot avail them aught here, |
| Sie schütteln sich alle, da liegen zerstreut | They shake themselves all, and the shrouds soon appear |
| Die Hemdlein über den Hügeln. | Scatter’d over the tombs in confusion. |
| Nun hebt sich der Schenkel, nun wackelt das Bein, | Now waggles the leg, and now wriggles the thigh, |
| Gebärden da gibt es vertrackte; | As the troop with strange gestures advance, |
| Dann klippert’s und klappert’s mitunter hinein, | And a rattle and clatter anon rises high, |
| Als schlüg’ man die Hölzlein zum Takte. | As of one beating time to the dance. |
| Das kommt nun dem Türmer so lächerlich vor; | The sight to the warder seems wondrously queer, |
| Da raunt ihm der Schalk, der Versucher, ins Ohr: | When the villainous Tempter speaks thus in his ear: |
| Geh! hole dir einen der Laken. | “Seize one of the shrouds that lie yonder!” |
| Getan wie gedacht! und er flüchtet sich schnell | Quick as thought it was done! and for safety he fled |
| Nun hinter geheiligte Türen. | Behind the church-door with all speed; |
| Der Mond, und noch immer er scheinet so hell | The moon still continues her clear light to shed |
| Zum Tanz, den sie schauderlich führen. | On the dance that they fearfully lead. |
| Doch endlich verlieret sich dieser und der, | But the dancers at length disappear one by one, |
| Schleicht eins nach dem andern gekleidet einher, | And their shrouds, ere they vanish, they carefully don, |
| Und, husch, ist es unter dem Rasen. | And under the turf all is quiet. |
| Nur einer, der trippelt und stolpert zuletzt | But one of them stumbles and shuffles there still, |
| Und tappet und grapst an den Grüften; | And gropes at the graves in despair; |
| Doch hat kein Geselle so schwer ihn verletzt, | Yet ‘tis by no comrade he’s treated so ill |
| Er wittert das Tuch in den Lüften. | The shroud he soon scents in the air. |
| Er rüttelt die Turmtür, sie schlägt ihn zurück, | So he rattles the door—for the warder ‘tis well |
| Geziert und gesegnet, dem Türmer zum Glück, | That ‘tis bless’d, and so able the foe to repel, |
| Sie blinkt von metallenen Kreuzen. | All cover’d with crosses in metal. |
| Das Hemd muß er haben, da rastet er nicht, | The shroud he must have, and no rest will allow, |
| Da gilt auch kein langes Besinnen, | There remains for reflection no time; |
| Den gotischen Zierat ergreift nun der Wicht | On the ornaments Gothic the wight seizes now, |
| Und klettert von Zinne zu Zinnen. | And from point on to point hastes to climb. |
| Nun ist’s um den armen, den Türmer getan! | Alas for the warder! his doom is decreed! |
| Es ruckt sich von Schnörkel zu Schnörkel hinan, | Like a long-legged spider, with ne’er-changing speed, |
| Langbeinigen Spinnen vergleichbar. | Advances the dreaded pursuer. |
| Der Türmer erbleichet, der Türmer erbebt, | The warder he quakes, and the warder turns pale, |
| Gern gäb er ihn wieder, den Laken. | The shroud to restore fain had sought; |
| Da häkelt—jetzt hat er am längsten gelebt— | When the end,—now can nothing to save him avail— |
| Den Zipfel ein eiserner Zacken. | In a tooth formed of iron is caught. |
| Schon trübet der Mond sich verschwindenden Scheins, | With vanishing lustre the moon’s race is run, |
| Die Glocke, sie donnert ein mächtiges Eins, | When the bell thunders loudly a powerful One, |
| Und unten zerschellt das Gerippe. | And the skeleton fails, crush’d to atoms. |
Met dank aan http://german.about.com/library/bltotentanz.htm
Winterpijn
E-poëziebundel
.
Naar aanleiding van het publiceren en cadeau doen van mijn nieuwe E-bundel ‘XX-XY’ kreeg ik van verschillende kanten de vraag waar mijn vorige E-poëziebundel ‘Winterpijn’ te downloaden is. Dat kan vanaf de website van MUG books ( http://www.mugbookpublishing.wordpress.com) maar voor het gemak ook hier nog een keer de link naar deze gratis bundel van mij.
De vogel Phoenix
M. Vasalis
.
Daags na mijn verjaardag kreeg ik over de post een bijzonder cadeau van een vooralsnog anonieme gever. In het pakje dat ik opende zat de bundel ‘De vogel Phoenix’ van M. Vasalis uit 1948. Een prachtig cadeau natuurlijk maar zonder afzender. Ik zou graag de gulle gever bedanken. Laat even weten wie je bent.
Dat ik heel blij ben met dit cadeau mag duidelijk zijn, Vasalis is al langere tijd één van mijn favoriete dichters en zo’n mooie oude bundel is dan een pareltje.
Daarom, als dank voor zoiets moois, deel ik vandaag een gedicht uit deze bundel getiteld ‘Tusschen de lage kamer’.
.
Tusschen de lage kamer…
.
Tusschen de lage kamer met het groote vuur
en buiten, hoog verrezen en bevroren
is maar een dunne muur.
En ‘k weet niet welke zijde ik moet toebehooren.
.
Ik sta bij ’t raam en ruik het dun beslag van kou
langs ’t glas waar ik zoo veel van hou.
De sterren siddren in onzichtbre netten,
zij zijn zoo licht, zoo schuldeloos en vrij
fonklend verkeerend in hun trotsche wetten.
.
En ik weet niet wat mijn eigenlijke wetten zijn,
ik zoek een ver, onmenschelijk en zeker teeken
uit deze wildernis van pijn
en zelve ben ik te verward, te warm, te klein.
.
Nog een geluk dat
Herman de Coninckzondag
.
Vandaag een gedicht uit de bundel ‘De gedichten’ van Herman de Coninck, die in 1998 door de Arbeiderspers werd uitgegeven. Het betreft hier het gedicht met de titel ‘Nog een geluk dat’.
.
Nog een geluk dat
.
Zoals met de gek uit het grapje
die zich voortdurend met een hamer
op het hoofd sloeg, en naar de reden gevraagd, zei:
‘Omdat het zo prettig is als ik ermee ophou’ –
zo is het een beetje met mij. Ik ben ermee opgehouden
je te verliezen. Ik ben je kwijt.
Misschien is dat geluk: een geluk bij een ongeluk.
Misschien is geluk: nog een geluk dat.
Dat ik aan jou kan terugdenken, bv.,
in plaats van aan een ander.
.
Flamingo
Charlotte van den Broeck
.
Op 28 januari op Nationale Gedichtendag werd bekend dat Charlotte van den Broeck (1991) de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut heeft gewonnen met haar bundel ‘Kameleon’. Als groot liefhebber van de Coninck zijn werk was ik dan ook meteen nieuwsgierig naar haar poëzie. Hoewel haar website Splintervingers helaas voor mij gesloten bleef heb ik via de website van Meander toch een paar gedichten van haar kunnen lezen (de bundel heb ik nog niet).
Op de site van Meander valt onder meer over haar te lezen: Niet alleen de vloeiende stijl van haar gedichten valt op, maar ook haar indringende en integere manier van voordragen. Voor Charlotte is schrijven vanzelfsprekend, ze kan zich niet inbeelden dat ze het niet zou doen.
Flamingo
Ik heb onlangs ontdekt, dat ik slaap
zoals flamingo’s staan:
met één been gestrekt, het ander
in een krul en dan op mijn zij.
Op dit donzen bed dook ik
de liefde in, wankel in donkerroze,
nek aan nek, als twee verstrengelde
worsten, snakken naar adem.
Flamingo’s veroveren elkaar synchroon,
een hoofse paringsdans: minstens twaalf
wimperblikken een monogaam leven lang.
Een steekspel, dat we vooral kennen van
televisieprogramma’s.
Eerst waren we nog grijs,
nu zijn we bijna piloten.
Bijna een ode aan vogels.
.
Verkiezing eerste streekdichter van het Westland e.o.
Marijke van Geest
.
Enige tijd geleden werd ik gevraagd door Schrijvers tussen de kassen, om in de jury plaats te nemen van de verkiezing van de eerste streekdichter van het Westland. Samen met dichter Joz Knoop, collega bibliotheekdirecteur Renske van Kooij, Alphons de Wit (oud gemeenteraadslid en columnist) en Ties Elzenga (oud burgemeester van Naaldwijk) hebben wij begin van deze maand de inzendingen uitvoerig bestudeerd en besproken en van de 7 inzenders stap er één met kop en schouders bovenuit.
Gisteravond tijdens een zeer goed georganiseerde en feestelijke avond werd dan de eerste streekdichter van het Westland gekozen en dat werd Marijke van Geest. In het juryrapport schreef de jury:
Unaniem werd deze dichter gekozen door alle juryleden als de onbetwiste nummer 1. Zowel in muzikaliteit, zeggingskracht, actualiteit en het vermogen zaken poëtisch te verwoorden steekt deze dichter er boven uit. De jury was vooral zeer te spreken over het bijzonder fraaie gedicht ‘Besmette grond’ daarnaast sprak het gedicht over het Westland bij allen tot de verbeelding.
Uit alles wat deze dichter instuurde blijkt een groot poëtisch talent. Deze dichter zal een waardige eerste streekdichter zijn voor het Westland en omstreken. Nummer twee en drie werden Nico van de Wetering en Wim Duijvesteijn.
Een van de gedichten die Marijke van Geest had ingezonden wil ik graag met jullie delen. Het is het gedicht ‘Besmette grond’.
.
Besmette grond
.
Wat groeit nog op
met bloed besmette grond
wie legt het zwijgen op
wie snoert de mond
wie zijn de sprakelozen
.
aan welke wetsteen
wordt het zwaard geslepen
wie heft het op
wie heeft door haat gegrepen
de slachtoffers gekozen
.
welk vuur is heet genoeg
om wapens om te smeden
wie durft het aan
wie offert hoop op vrede
aan de hopelozen
.
met elke strijdbijl
kun je ook bomen hakken
wie bouwt een huis
wie maakt van verse takken
een thuis voor schuldelozen?
.
Optreden van Dwaalkat
Cultuurwethouder Marga de Goeij en Ties Elzenga de juryvoorzitter worden geïnterviewd.
Joz Knoop en oud stadsdichter van Leiden, Jaap Montagne worden geïnterviewd.
Marijke van Geest krijgt de prijs uitgereikt door wethouder Marga de Goeij
De nieuwe streekdichter van het Westland Marijke van Geest.
Marijke zal op het Ongehoord! podium op 14 februari voordragen(zie http://www.stichtingongehoord.com)




















