Onvoltooid gedicht
Klapband
.
Uit de bundel Kuttje Compleet vandaag een gedicht van Wilhelmina Kuttje Sr. uit 1936. De notitie bij dit gedicht luidt na de laatste regel: Hier houdt het op. ’t Was ook eigenlijk maar een kladje in handschrift. Maar toch de moeite waard.
Uit de bundel: Vetpot
.
Klapband
.
Zoevend langs ’s heren wegen
dromend achter ’t stuurwiel heen
glijdt het modderige landschap
door den miezerige regen
klaagt den motor steen noch been
WAAR GAAN WIJ HEEN?
.
Ach, ’t is niet zozeer een einddoel
’t is veeleer de vreugde van den reis
Ploeterend door die modderpoel
op den vlucht voor Hein met Zeis
.
KLAP! klinkt plots ter linkerzijde
en wij stoppen met gesis!
En wij maken vuile handen
en wij wisselen van wiel
zetten onze lange tanden:
en wat ons toen heeft bezield
was: O staak het gemopper over banden
straks draven wij weer door vreemde landen
Die klapband deed ons weer beseffen
dat het leven…
.
Liefdesgedicht
Kees Winkler
.
Vandaag een liefdesgedicht van een (tot voor kort) voor mij onbekende dichter Kees Winkler. Kees Winkler (1927 – 2004) was een dichter die o.a. deel uitmaakte van de redactie van Propria Cures , hij publiceerde zo’n 17 poëziebundels en in 1985 stelde hij de bloemlezing ‘Liefde is het enige. De honderd mooiste liefdesgedichten sinds 1945′ samen.
Van zijn hand het liefdesgedicht ‘Leuk Judy’ uit de bundel Gedichten uit 1972.
.
Leuk Judy
.
Zij huppelt als een hertje naast mij voort
met af en toe een balletpasje
ik houd haar stevig bij de hand
bang haar te verliezen
.
Als ze er niet meer was
wie zou mij dan kussen in de herfst
en wie zou er met kleine woordjes
aan mijn oor kriebelen?
.
Gelukkig is ze er nog en huppelt
en doet het kraagje van mijn jas goed
met al haar kleine dingen is zij duizendvoudig
huppelend op de maat der stadsmuziek
.
Duizendmaal gedeeld
Delingen
Vandaag is een bijzondere dag voor me, gek als ik ben op statistiekjes. Vandaag werd voor de duizendste maal een bericht van me gedeeld ( en 1001 erachteraan). Zet dat af tegen de iets meer dan 1400 berichten die ik heb geplaatst, dan geeft dat voor mij aan dat wat ik doe gewaardeerd wordt of herkend of iets anders maar in ieder geval ben ik er blij mee.
Jotie T’Hooft
Vlaamse dichters
.
Als ik de Vlaamse dichters behandel mag een van de belangrijkste en bekendste dichters Jotie T’Hooft natuurlijk niet ontbreken. Op veel te jonge leeftijd (21) overleden aan een overdosis cocaïne, heeft Jotie T’Hooft toch een aantal belangrijke dichtbundels gepubliceerd. Nog is de nagedachtenis aan T’Hooft niet minder geworden. Elk jaar wordt door Jong Groen Oudenaarde veel aandacht besteedt aan het leven en werk van Jotie T’Hooft .
Zo is er elke twee jaar (sinds 2008) een Jotie T’Hooft poëzieprijs voor jong en oud (mijn oudste dochter is ooit genomineerd voor de prijs van de jonkies).Maar er worden ook hommageavonden georganiseerd en men ijvert ervoor om zijn graf als funerair erfgoed te bewaren en te beschermen.
Jotie T’Hooft wordt wel eens het wonderkind van de jaren zeventig genoemd.
Hij werd geboren op 9 mei 1956 in Bevere, bij Oudenaarde, net zoals zijn voorouders. Van jongs af aan was hij opvallend taalvaardig, las en schreef hij veel. Omwille van zijn druggebruik en rebels karakter deed hij bijna alle scholen van Oost-Vlaanderen aan. Hij werkte in het antiekatelier van zijn oom, als nachtwaker en als lector bij uitgeverij Manteau. Waar hij ook was, wat hij ook deed, steeds bleef hij schrijven. In 1975 huwde hij uit liefde met Ingrid en verscheen zijn eerste bundel “Schreeuwlandschap”. Voor zijn tweede bundel “Junkieverdriet” (1976) kreeg hij de prestigieuze Reina Prinsen Geerligsprijs. Jotie T’Hooft werd op korte tijd een literair fenomeen. Zijn belangrijkste thema’s zijn: druggebruik, dood, erotiek, het onvervulbare verlangen, de spanning tussen ideaal en werkelijkheid, de droom, het ontvluchten van de werkelijkheid, het verlangen naar zuiverheid,…
Voor hij de kans kreeg van zijn verslaving af te geraken, overleed hij op 6 oktober 1977 aan een noodlottige overdosis. Na zijn leven verschenen nog bundels met onuitgegeven werk. Dat dit prille oeuvre nog steeds wordt gelezen en heruitgegeven toont aan dat het een tijdloze herkenbaarheid bevat. Jotie’s oom Rik verzorgt nog steeds zijn sobere graf op de begraafplaats in de Dijkstraat te Oudenaarde. Je treft er nog geregeld attenties van bewonderaars aan. Jotie wandelde zelf graag over deze begraafplaats.
.
Met dank aan http://www.jotiepoezieprijs.be/ en http://www.dbnl.org
Toeristiese aangelegenheid
Gust Gils
.
De Vlaamse dichter Gust Gils (1924 – 2002) uit Antwerpen was een van de oprichters van het bekende avant-gardistische tijdschrift ‘Gard Sivik’. Ook was hij redacteur van het Nederlands literaire tijdschrift ‘Podium’ dat heeft bestaan van 1944 tot 1969.
Het poëtisch oeuvre van Gils wordt gekenmerkt door een sterke muzikale invloed (zie de titels van enkele dichtbundels die het woord “partituur” bevatten). De dichter beweerde zelf dat zijn poëzie een “auditief” karakter had. Gils hoorde zijn gedichten en vond dat die ook vooral hardop gelezen moeten worden. Belangrijk daarbij is niet zozeer de welluidendheid van het vers, als wel het ritme. Later zou Gils de schemerzone tussen poëzie en muziek verder verkennen in zogenaamde “verbosonische” experimenten.
Gust Gils kreeg voor zijn werk onder andere de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en de Oeuvreprijs van de Vlaamse Gemeenschap.
Van zijn hand een mooi licht absurdistisch gedicht.
.
.
Toeristiese aangelegenheid
onmogelijke belichting.
kriskras.
vierkante middeleeuwse overblijfsels
(volgens beschrijving) van een stad,
onder de voet. dalen. meters diep in keihard
verdikt verleden.
achttien zijn wij
– het lampje meegeteld nabij het hangmat
waarlangs de gids met sleutels en ketens
als laatste nu naar beneden klautert.
Uit: ‘Een plaats onder de maan’ uit 1965.
.
Met dank aan Wikipedia en gedichten.nl
Fernando Pessoa
Vrijheid
.
Fernando Pessoa (1888-1935) is één van de belangrijkste dichters in het Portugese taalgebied en misschien wel de meest betekenisvolle dichter uit de 20ste eeuw. Reeds op jonge leeftijd leest en bestudeert hij de grote dichters en schrijvers uit de wereldliteratuur zoals William Shakespeare, John Milton, William Wordsworth, Edgar Allan Poe, Lord Byron, John Keats, Charles Dickens, Charles Baudelaire, Paul Verlaine en Arthur Rimbaud maar ook de grote dichters uit de Portugese literaire traditie.
Van Pessoa is veel vertaald door August Willemsen, zo ook de bundel ‘Gedichten uit 1978’ . Uit deze bundel het gedicht Vrijheid.
.
Vrijheid
.
Hoe heerlijk, ach hoe licht
is het verzaken van een plicht,
het boek dat voor ons ligt
blijft ongelezen, dicht!
Lezen vergt geduld.
Studeren stelt niets voor.
De zon verguldt
zonder één moeilijk woord.
.
De rivier stroomt voort, uiteindelijk,
zonder eerste druk.
En de bries die blaast,
zo vanzelfsprekend ochtendlijk,
heeft, daar ze tijd heeft, geen haast…
.
Boeken zijn vellen papier met inkt bedrukt.
Studeren is iets dat onduidelijk verduidelijkt
het verschil tussen niemendal en niets.
.
Hoeveel beter is het, wanneer het mist,
te wachten op Dom Sebastião,
of hij nu komt of niet!
.
Groots is poëzie, goedheid, schone kunsten…
Maar kinderen zijn ’s werelds schoonste gunsten,
en bloemen, muziek, maanlicht, en de zon die op z’n hoogst
teleurstelt als hij niet doet groeien maar verdroogt.
.
En al het overige is dus
Jezus Christus
.
Altijd
Bert Voeten
.
Van de dichter Bert Voeten (1918 – 1992) het gedicht ‘Altijd’ uit de bundel ‘Gedichten 1938 – 1992 uitgegeven door de Bezige Bij. Bert Voeten was dichter en vertaler en was getrouwd met Marga Minco. Voeten werkte ook onder de pseudoniemen B. van Beenen, Hans van den Bosch en Leo H. van der Mark. Hij publiceerde zijn poëzie vooral tussen 1944 en 1966. Daarna werd het stil tot in 1988 de bundel ‘Het een wel, het ander niet’ verscheen. Daarna duurde het tot 2001 tot een overzicht van zijn werk verscheen bij de Bezige Bij. Hij ontvang voor zijn werk de Lucy B. en C. W. van der Hoogtprijs, de Jan Campertprijs en de Martinus Nijhoffprijs.
.
Altijd
.
Soms kan men wakker worden
en zeggen: zie, we zijn warm
en onbekleed, onze handen
zijn huisdieren, zij wandelen
over een schouder, een borst,
zij schuilen in okselnesten,
in tedere huidplooien, zij
stenograferen liefde en spreken bijna.
.
Soms zijn de mensen een handbreed
van het geluk af, dromend
in een junivertrek. De zon laat
goudkevers over hun handen
lopen; de middag legt zijn
oor aan hun borst en luistert
naar het gepraat van hun hart, naar
de muziekdoos van hun gedachten.
.
En altijd komt de nacht met
handenvol donker. Slaaploos
keert men terug naar wat men
even vergat, terug naar
wat men altijd verwacht: een
hand die vuist wordt, een vuist
die neer kan komen, eensklaps
midden in ons bestaan.
.
1400
Statistieken
Omdat het bericht ‘Bloemen’ (vorige bericht) mijn 1400ste bericht blijkt te zijn, sta ik hierbij even stil. Normaal gezien is 1400 berichten al een mooi aantal maar ik zag in mijn dashboard ( de achterkant van dit blog) dat er 998 berichten gedeeld zijn. Kijk! En dat bevalt me dan weer zo dat ik dat graag met jullie deel. Ruim een derde van al mijn berichten wordt gedeeld ( wie maken de 1000 vol?).
Ik geloof er niet meer in, dat poëzie een marginaal verschijnsel is binnen de Nederlandse literatuur (eerlijk gezegd heb ik dat nooit geloofd).
Dus voor alle poëzie liefhebbers; op naar de 2000!
















