Site-archief

Wat blijft komt nooit terug

J. Eijkelboom

.

De in Dordrecht geboren dichter Jan Eijkelboom (1926 – 2008) debuteerde op 53 jarige leeftijd in 1979 met de bundel ‘Wat blijft komt nooit terug’. Deze bundel sloeg destijds in als een bom; de bundel toont zijn gevecht met de alcohol en zijn zoektocht naar zijn verloren jeugd en liefde. De bundel is ook wat vreemd opgebouwd. Het bestaat uit drie hoofdstukken van ongelijke grootte. Deel 1, zonder titel, bestaat uit zijn gedichten 48 pagina’s lang, daarna een hoofdstuk met als titel Zwarte sonnetten (5 gedichten) en als slotstuk Zes vertalingen naar Emily Dickinson met 6 gedichten met Engelse titel en Nederlandse vertalingen.

Sedert 3 maart 2001 was hij ereburger en stadsdichter (voor het leven) van Dordrecht, de eerste plaats in Nederland met een stadsdichter.

Ik heb gekozen voor een gedicht uit het eerste hoofdstuk. De titel is ‘Moeilijk moment’.

.

Moeilijk moment

.

Net als ik op ’t café-toilet

in de verschoten spiegel kijk

barst er een bloedrivier

mijn oogbal binnen.

Ook wordt het ademen beperkt:

de refusal is nog aan ’t werk.

.

Toch weet ik in mijn ademnood

dat het maar even duurt,

dan kan het weer beginnen,

de zoete levensdood.

.

De stortbak heet Silentium.

Grijs bovenlicht zakt om mij heen.

Een vrede buiten kijf

vult mij, die net niet stierf,

van top tot teen.

.

J. Eijkelboom2

Foto: Victor van Breukelen

J. Eijkelboom

Rainer Maria Rilke

De Zwaan

.

Rainer Maria Rilke (1875 – 1926) wordt als één van de belangrijkste lyrische dichters gezien in de Duitse taal. Naast gedichten schreef Rilke proza en brieven.Zijn omvangrijke briefwisselingen vormen een groot deel van zijn literaire nalatenschap. In 1894 debuteerde hij met de poëziebundel Leben und Lieder waarna nog vele dichtbundels volgden.

In zijn poëzie is de filosofie van de tijd waarin hij leefde duidelijk aanwezig. De filosofen Schoppenhauer en Nietzsche hebben hem in het bijzonder geïnspireerd.  Deze filosofie rekent aan de ene kant af met de vanzelfsprekendheid van het westelijke christendom en aan de andere kant rekent het af met de (toen) moderne natuurwetenschappelijke verklaringen van de werkelijkheid.

Rilke werd vele malen in het Nederlands vertaald. Uit ‘Nieuwe gedichten. het andere deel’ uit 1998 hier het gedicht ‘De zwaan’.

.

De Zwaan

.

Deze last: door wat nog ongedaan is

als gebonden, zwaar je weg te gaan,

lijkt de lompe gang die van de zwaan is.

.

En het sterven, geen contact meer maken

met de grond waarop wij daaglijks staan,

lijkt op zijn beducht te water raken -:

.

in het water dat hem zacht ontving,

dat als blijdschap in herinnering

stroom na stroom onder hem door laat gaat,

nu ’t hem stil, oneindig zelfbewust,

als maar mondiger en meer gerust,

vorstlijker behaagt om voort te gaan.

.

Rilke

 

Cult dichter

Weldon Kees

.

De cult dichter of cult poet Weldon Kees (1914 – 1955) was enig kind van een Duitse vader en een Amerikaanse moeder. Behalve dichter was hij schilder, literair criticus, romanschrijver, toneelschrijver, jazz pianist, korte verhalen schrijver en filmmaker. Ondanks zijn korte leven wordt hij gezien als één van de meest belangrijke dichters van het midden van de vorige eeuw met generatiegenoten als John Berryman, Elisabeth Bishop en Robert Lowell. Zijn werk heeft veel invloed gehad op dichters in generaties na hem en is opgenomen in vele bloemlezingen.

Zijn poëzie, vooral in de laatste periode van zijn leven was sardonisch en confessioneel. Ondanks dat hij in kringen van de San Francisco Renaissance verkeerde. Kees verdween vervolgens onder verdachte omstandigheden. In 1955 vond de politie van San Francisco zijn auto bij de Golden gate Bridge met de sleutels in het contactslot. Twee vrienden van hem gingen naar zijn appartement om hem te zoeken. Daar troffen ze slechts zijn kat Lonesome aan, een paar rode sokken in de wastafel. Zijn portemonnee, zijn horloge en een slaapzak ontbraken. Er was geen geld van zijn  rekening met 800 dollar  opgenomen en geen afscheidsbrief. Na dit incident heeft nooit iemand meer iets van Weldon Kees vernomen.

 In de periode die hij actief doorbracht in de San Francisco Renaissance schreef hij het gedicht ‘1926’.
.
.
1926
.

The porchlight coming on again,

Early November, the dead leaves

Raked in piles, the wicker swing

Creaking. Across the lots

A phonograph is playing Ja-Da.

.

An orange moon. I see the lives

Of neighbors, mapped and marred

Like all the wars ahead, and R.

Insane, B. with his throat cut,

Fifteen years from now, in Omaha.

.


I did not know them then.

My airedale scratches at the door.

And I am back from seeing Milton Sills

And Doris Kenyon. Twelve years old.

The porchlight coming on again.

.

weldon-kees

.

Schilderij van Weldon Kees uit 1949 getiteld ‘8XX’

.

Weldon_Kees_-_1949

O, dat ik ooit nog eens

J. Eijkelboom

.

De dichter Jan Eijkelboom (1926 – 2008) was daarnaast vooral journalist ( De Dordtenaar, Vrij Nederland, Het Vrije Volk), schrijver en vertaler van onder andere Philip Larkin, John Donne, W.B. Yeats en Derek Walcott. Vanaf 3 maart   2001 was hij stadsdichter van Dordrecht (de eerste plaats in Nederland met een stadsdichter).  Dat Dordrecht en Jan Eijkelboom bij elkaar horen blijkt wel uit het feit dat op het Damiatebolwerk één van zijn bekendste dichtregels is gegraveerd: “Wat Blijft Komt Nooit Terug”.

.

Uit zijn bundel ‘De gouden man’ uit 1982 het gedicht ‘O, dat ik ooit nog eens’.

.

O, dat ik ooit nog eens

O, dat ik ooit nog eens
een vers met o beginnen mocht,
dat het dan ongezocht een ode
werd waarin zeg maar een dode
dichteres tot leven kwam
ofwel een warm lief lijf
tot marmer werd waardoor
voor wie daarvoor gevoelig is
een adem ging als was het
leven nu voorgoed betrapt.

Maar nee, wat bij mij ingaat moet bezinken,
verdicht zich tot een sprakeloos substraat
dat roerig wordt en uit wil breken
en soms vermomd de mond verlaat.

0, klonk het nog eens ongehinderd.

.

je

dGM

De uiterste seconde

Simon Vestdijk

.

De meeste mensen zullen bij de naam Simon Vestdijk (1898 – 1971) denken aan de vele romans die hij schreef zoals Pastorale 1943, De koperen tuin, Terug tot Ina Damman, Ivoren wachters e.d. In totaal schreef Vestdijk ongeveer 200 boeken waaronder 52 romans maar ook 57 novellen, 33 essaybundels en 24 dichtbundels. Vanwege deze enorme productie noemde de dichter Adriaan Roland Holst hem “de man die sneller schrijft dan God kan lezen”. Als dichter was Vestdijk mij niet bekend tot ik er door iemand op gewezen werd hij veel poëzie geschreven heeft.

Toen ik me verder in zijn werk ging verdiepen bleek dat Vestdijk ook een omvangrijk wetenschappelijk werk (687 pagina’s) heeft geschreven, ‘Het wezen van de angst’. Deze, als dissertatie bedoelde, monografie werd reeds voltooid in 1949  en werd opgedragen aan H.C. Rümke, de “leermeester”. Toen ik dit las moest ik meteen denken aan een gedicht dat ik heb geschreven naar aanleiding van een uitspraak van deze professor in de psychiatrie ‘Open brief aan professor Rümke’ Hier te lezen: http://www.krakatau.nl/open-brief-aan-professor-rumke-wouter-van-heiningen/

In 1926 debuteert Vestdijk met gedichten in het tijdschrift ‘De Vrije Bladen’. Een van de gedichten die me werd aangeraden is het gedicht ‘De uiterste seconde’. Het gedicht is voor Ans Koster geschreven, met wie Vestdijk meer dan 30 jaar samenleefde.

.

De uiterste seconde

Voor Ans

 

Doodgaan is de kunst om levende beelden
Met evenveel gelatenheid te dulden
Als toen zij nog hun rol in ’t leven speelden,
Ons soms verveelden, en nochtans vervulden.

Hier stond ons huis; hier liep zij met de honden;
Hier maakte zij de bruine halsband los;
Hier hebben wij de stinkzwammen gevonden,
Op een beschutte plek in ’t sparrenbosch.

Doodgaan is niet de aangrijpende gedachte,
Dat zij voortaan alleen die paden gaat, –
Want niemand is alleen die af kan wachten,
En niemand treurt die wandelt langs de straat, –

Maar dit alles wàs: een werk’lijkheid,
Die duren zal tot de uiterste seconde;
Dit is de ware wedloop met de tijd;
De halsband los, en zij met de twee honden

.

vestdijk

 

standbeeld vestdijk hoorn

 

Veel meer informatie over Simon Vestdijk is te vinden http://vestdijk.com/  (de website van de Vestdijkkring).

Ik heb je liever

Hans Andreus

.

In de categorie liefdespoëzie vandaag een gedicht van Hans Andreus (1926 – 1977)

.

Ik heb je liever

.

Ik heb je liever dan brood,

al zegt men ook dat het niet kan

en al kan het ook niet

.

Ik heb je liever dan vrolijkheid of regen,

liever dan de stilte van drie uur

in de rustig in- en uitademende nacht.

.

De meeuwen scheren overdag met hun vleugels

langs de blonde warme lucht.

De wilde bloemen staan te lachen

in het warme bad van de zon.

De zon danst zijn toch maar kleine rol

met zoveel overgave dat het heel

stil wordt, hier, in dit deel van het heelal.

.

Ik heb je liever dan brood,

al zegt men ook dat het niet kan

en al kan het ook niet.

Liever dan vrolijkheid of regen,

liever nog dan ik heb je lief.

.

liefde_2

 

Uit: Gedichten 1948-1974, U.M.Holland, 1975

Let the sun shine

Hans Andreus

.

Omdat het zulk prachtig weer is vandaag een toepasselijk gedicht van Hans Andreus (1926 – 1977) uit ‘Muziek voor kijkdieren’ uit 1951 (Windroosserie deel 12).

.

Liggen in de zon

Ik hoor het licht het zonlicht pizzicato
de warmte spreekt weer tegen mijn gezicht
ik lig weer dat gaat zo maar niet dat gaat zo
ik lig weer monomaan weer monodwaas van licht.

Ik lig languit lig in mijn huid te zingen
lig zacht te zingen antwoord op het licht
lig dwaas zo dwaas niet buiten mensen dingen
te zingen van het licht dat om en op mij ligt

Ik lig hier duidelijk zeer zuidelijk lig zonder
te weten hoe of wat ik lig alleen maar stil
ik weet alleen het licht van wonder boven wonder
er ik weet alleen maar alles wat ik weten wil.

.

liggen

 

Lees ook de boeiende bespreking van dit gedicht op http://klassiekegedichten.net/index.php?id=87 van Joris Lenstra.

Ik ben zo blij, ik ben vreemd blij

Over de liefde

.

P.N. van Eyck was tot vandaag voor mij een onbekende dichter. Tot ik dit gedicht tegen kwam en ik nieuwsgierig als altijd, meer wilde weten van deze van Eyck.

Pieter Nicolaas van Eyck ( 1887 – 1954) was dichter en criticus. Hij is de vader van de bekende architect Aldo van Eyck. Tussen 1909 en 1954 publiceerde hij 12 poëziebundels alsmede verschillende andere publicaties. In 1947 ontving van Eyck de Constantijn Huygensprijs voor zijn hele oeuvre.  Zijn bekendste gedicht (uit 1926) is ‘De tuinman en de dood’maar hier kun je het gedicht ‘Wat deert me nieuwe liefdes-tijd” lezen. Hoewel het Nederlands van een heel andere tijd is en daardoor misschien wat moeilijk te begrijpen is het gedicht en de thematiek van alle tijden

.

Wat deert me nieuwe liefdes-tijd

Wat deert me nieuwe liefdes-tijd;
wat deren waan’ge dagen?
‘k Heb mij in bedden neer-geleid
waar vreemde doden lagen…

Wat schade aan hergenoten waan?
Misschien zal ik vergeten
hoe doornen langs een liefde-laan
mijn lede’ aan stukken reten…

– Ik ben zo blij, ik ben vreemd blij,
te kunnen stil geloven
in nieuw-aanblazend min-getij
door oud-gekende hoven.

.

love_time_by_lans_bejbe

Afbeelding Lans Bebjbe, met dank aan Wikipedia.

.

Dadaïstisch dichter

Paul van Ostaijen

.

Leopold Andreas (Paul) van Ostaijen (1896-1928) was een Vlaams dichter en prozaschrijver die vooral bekend werd om zijn dadaïstische poëzie en het eerste volwaardige dadaïstische filmscenario ter wereld “De bankroet jazz” . De bankroet jazz werd rond 1921 geschreven maar werd pas in 1996 voor het eerst uitgegeven. In 2008 werd het bewerkt tot een korte speelfilm.

Van Paul van Ostaijen zijn een aantal dadaïstische gedichten heel bekend (bijvoorbeeld Boem Paukeslag) hieronder twee voorbeelden.

.

paul_van_Ostaijen

.

Plots

.

Dichters Omnibus

Uit mijn boekenkast

.

Jaren geleden heb ik eens een 6tal bundeltjes gekocht uit de serie Dichters Omnibus. Deze, door ESSO Nederland uitgegeven bloemlezingen werden in Den Haag gemaakt en verspreid rond kersttijd onder de werknemers van ESSO. Uit de 8e bloemlezing (1962) een gedicht van Johan van Nieuwenhuizen.

.

Nieuwe Herengracht

.

De nieuwe heren van de gracht

de oude vrouwen voor de ramen

God hoeft zich voor geen mens te schamen,

wij hebben het een eind gebracht –

.

het water is ons moederland,

de wegen die wij gaan, de kaden

door bruggen worden wij verraden:

elk huis staat aan de overkant.

.

Johan van Nieuwenhuizen (1926 – 2001) was uitgever/redacteur van de Haagse Cahiers.

.

foto (20)