Site-archief
Erotisch gedicht
Eddy van Vliet
.
Bij het woord erotiek hebben de meeste mensen wel een beeld. Dat hierin een enorme verscheidenheid schuilt zal voor de meeste ook geen nieuws zijn. Bij het lezen van het gedicht ‘Ochtend’ van de Vlaamse dichter Eddy van Vliet (1945 – 2002) zul je misschien niet meteen denken aan een erotisch gedicht. Toch als je door de zinnen heen leest en de beelden die Eddy oproept tot je door laat dringen, kun je je voorstellen waarom dit gedicht is opgenomen in de bundel ‘Seks, de daad in 69 gedichten’.
Oorspronkelijke verschenen in de bundel ‘De binnenplaats’ uit 1987, het gedicht ‘Ochtend’.
.
Ochtend
.
Liefst hoor ik het geritsel van kleren
als zij opnieuw de vorm aannemen
waaruit liefde hen gedurende uren verdreef.
.
En buiten: de kou die de bakstenen roder maakt,
de kinderen dichter bij elkaar doet kruipen.
.
Liefst hoor ik het geritsel van kleren,
als de slaap zich langzaam aan onze ogen onttrekt
en de glazen toekijken hoe het licht
zich opdringt aan de ramen.
.
Op zo’n ochtend zal het zijn dat zij,
van wie wij de uniformen niet kunnen raden,
zullen komen en zeggen: jullie gaan mee.
.
Weerzien
Liefdesgedicht van Anna Enquist
.
In 1994 verscheen van Anna Enquist (1945) de bundel ‘Een nieuw afscheid’ met daarin het prachtige ‘Weerzien’ en gedicht over de liefde tussen een man en een vrouw.
.
Weerzien
.
Hoe de mensen, hoe deze mensen, hoe
een man en een vrouw na jaren elkaar –
hoe na jaren deze mensen elkaar zullen
zien, harnas van vroeger over het sleets
lichaam, hoe in hun botten moeheid
en deceptie jaar na jaar kerven.
.
Hoe mensen, door afscheid op afscheid
gestriemd en geslagen, het kijken
verdragen in de laatste smalle kier
die de tijd hen laat, in laat licht
ontluisterd. Dat ligt aan de ogen;
genadig wrikt tovenaar geheugen
aan de deur van de tijd; ontzien
in het zien (weggeblazen heupen,
dood haar). Die daar staan ont-
staan voor elkaar bedrieglijkerwijs
in vijvers van vroeger. Zij bieden
elkaar een diep water, hier.
.
Zo zien een man en een vrouw na
jaren elkaar of niet of anders. Vuur!
.
Geen uitweg
Ewa Lipska
.
Ewa Lipska (1945) is een Pools dichter, columnist. Daarnaast was ze redacteur van de poëzie sectie Literaire uitgeverij (1970-1980), directeur van het Pools Instituut in Wenen (1995-1997), lid van de Poolse en de Oostenrijkse PEN Club, stichtend lid van de Vereniging van Poolse Schrijvers (1989) en lid van de Poolse Academie van Wetenschappen.
In 1967 debuteerde ze met de bundel ‘Gedichten’ en sinds die tijd publiceerde ze vele bundels, won ze vele literaire prijzen en was ze regelmatig te zien en te horen op literaire festivals in Europa en de Verenigde Staten. Daarnaast werden veel van haar teksten op muziek gezet. In vertaling van Esselien ’t Hart hier het gedicht ‘Geen uitweg’ uit 1990.
.
Geen uitweg
.
Dit is dat hotel. Deze kamer.
Het bed waarin zij hebben geslapen.
De roze magnolia’s hangen nog in de kast.
Zij hebben bijna de hele stad met liefde besmet.
Mensen vielen elkaar in de armen.
Meisjes hingen mannen om de hals
als namaaksieraden.
In de wisselkantoren
werden kussen gewisseld.
Men stierf niet meer.
De lijkwagen vervoerde pasgehuwden.
Ambtenaren lazen de gedichten van Ronsard.
Censors schrapten de horizon.
Corrigeerden het uitzicht uit het raam.
Midden op het marktplein werd
Feest der liefde van Watteau opgehangen.
Uit luidsprekers klonken
de liederen uit Dichterliebe van Schumann.
De dieren kregen vleugels aangemeten
in de vorm van harten.
De terreur der liefde regeerde het stadje.
Weigeraars werden in de afgrond gestort.
Was het mogelijk dat zij niet wilde liefhebben?
Iemand trachtte een rede te houden maar het sloeg nergens op.
Een ander had een misdaad op het puntje van zijn tong.
De ratten verlieten massaal de stad
zonder om te kijken naar het vuurwerk.
Men danste juist op het verplichte bal.
En alleen zij wisten al dat
een stap vooruit de dood betekende
en een stap achteruit slechts moord.
.
Fysici en Lyrici
Boris Sloetski
.
De dichter Boris Sloetski ( 1919-1986) werd geboren in Slavjansk (of Slovyansk), een industriestad die tegenwoordig in de Oekraïne ligt, in een typisch arbeidersmilieu. Boris volgde echter een literatuurstudie aan de Maxim Gorki instituut in Moskou. Sloetski’s poëzie behandelt vooral algemeen menselijke problemen. Hij schrijft oorlogslyriek vol pijn en vol trauma. Hij schrijft over individuele lotgevallen zonder sentimenteel of pathetisch te zijn. Een veelvoorkomend thema in zijn werk is de Joodse problematiek (antisemitisme en de Holocaust). Ook schrijft hij veel over ouderdom en dood. Een soort meta-thema in zijn werk is de didactische taak die hij ziet voor de dichter. Voor hem is de dichter “niet een telefoon- maar een telegraafdraad”. Sloetski was één van de dichters die Joseph Brodsky hebben beïnvloed.
Uit 1959 het gedicht ‘Fysici en Lyrici’ vertaald door Peter Zeeman.
.
Fysici en Lyrici
.
We houden fysici in ere.
Voor lyrici heeft niemand tijd.
Ik ben niet aan het speculeren,
het is een soort wetmatigheid.
.
We faalden dus in het onthullen
van wat ons te onthullen stond!
Dus onze jambetjes zijn prullen,
je komt er niet mee van de grond.
En onze paarden? Die ontberen
het Pegasus-gevoel geheid…
We houden fysici in ere,
voor lyrici heeft niemand tijd.
.
Dit alles is allang bewezen.
Geen mens die zich hiertegen kant.
Ach, pijnlijk hoeft dit niet te wezen,
nee, het is eerder interessant
te zien hoe onze rijmen slinken,
als schuim dat aanspoelt op het strand,
hoe grootsheid waardig weg zal zinken
in logaritme en verstand.
.
Boris Sloetski in 1945 als soldaat in het Rode leger.
Graf van Boris Sloetski op de Piatnitsky begraafplaats in Moskou (foto Christina Bedina)
Met dank aan Spiegel van de Russische poëzie en Wikipedia.
Verzetsgedichten
Garmt Stuiveling
.
Ik kreeg de bundel ‘Bij Nederlands bevrijding’ van Garmt Stuiveling in handen met houtgravures van Jan Th. Giessen. Het betreft hier een uitgave van vlak na de oorlog met gedichten die in de jaren 1941 tot 1945 zijn geschreven. In drie hoofdstukken: Tijdens de bezetting, In memoriam en Bij Nederlands bevrijding.
De bundel is na de bevrijding gepubliceerd en uitgegeven door W.G. Breughel te ‘s-Graveland in een oplage van 4900 stuks. Hieronder het eerste gedicht uit de bundel getiteld ‘Vorstenverrader en verradersvorst’.
De hele bundel is on-line te lezen via het geheugen van Nederland op http://www.geheugenvannederland.nl/ en dan zoeken op Garmt Stuiveling.
.
De Ploeg
H.N. Werkman
Hendrik Nicolaas Werkman (1882 – 1945) was een expressionistisch kunstenaar die bekend werd als drukker van “De Ploeg”, de kunstenaarsvereniging die aan het begin van de 20e eeuw het culturele leven in Groningen “opschudde”.
Werkman was boekdrukker en had een kleine uitgeverij in Groningen. Voor “De Ploeg” maakte hij verschillende affiches, uitnodigingen en catalogi van de activiteiten.
Werkman was echter ook schrijver. Hij is de auteur van een klein aantal experimentele gedichten en poëtische prozastukken, waarvan enkele bij de Dada-stroming kunnen worden ingedeeld. Deze gedichten en teksten zijn geïnspireerd door de gedichten van Dada, maar wijken daarvan af door hun betrokkenheid bij de kunst. Naast de klankexperimenten van Dada zijn manifesten van de avant-garde bewegingen hun voedingsbodem en bij deze cocktail paste een subtiele humor.
Hieronder zie je een voorbeeld van zo’n gedicht getiteld ‘februari aanbieding’.
.
Met dank aan KB.nl
Typografie van Werkman
Poëzie en politiek
Lincoln Silva
Lincoln Silva (1945) is een schrijver, dichter en journalist uit Paraguay. Momenteel schijnt hij in Amsterdam te wonen. Naast twee romans (‘Rebelión despuéus’ uit 1970 en ‘General, General’uit 1975) schrijft hij ook poëzie. In zijn geschriften hekelt Silva op humoristische maar groteske wijze de politieke realiteit in Paraguay. Met name tijdens het bewind van generaal en dictator Alfredo Strössner.
Op de website http://www.doorbraak.eu/ vond ik een mooi strijdbaar gedicht van Silva. In dit gedicht komen gevoelens van woede en machteloosheid en de weigering zich neer te leggen bij onrecht duidelijk naar voren.
.
Woede
Ik neem geen genoegen meer met een schreeuw
met het heffen van een vuist
en me te pletter lopen tegen een muur
Mezelf nu in brand steken
is de helft van niets;
verkoold sterven
terwijl je je eigen as opeet.
Het is veel te weinig alleen maar Paraguayaan te zijn
nauwelijks een Zuid-Amerikaan
een wereldburger.
Wat betekent het nu om christen te zijn
en je wonden likkend
van deur tot deur te gaan.
Vandaag viert de ellende
zijn bruiloft van as
en luiden de klokken
voor al onze martelaren.
Ik neem er geen genoegen meer mee een mens te zijn
zonder in de anderen
mijn woede te ontsteken.
.
Richard ‘Dicky’ Spender
Collected poems
.
Toen Richard Spender (1921 – 1943) op 21 jarige leeftijd bij een aanval op Duitse stellingen in Tunesië het leven liet, had hij reeds een bundel gepubliceerd en was hij een gewaardeerd dichter. De Daily Telegraph schreef over hem als de Rupert Brooke van de Tweede Wereldoorlog. Rupert Brooke was een getalenteerd dichter die in actieve dienst in de Eerste Wereldoorlog overleed.
Zijn gedichten werden gepubliceerd door Sidgwick & Jackson in 3 bundels; ‘Laughing Blood’ uit 1942, ‘Parachute Battalion; last poems from England and Tunisia’ uit 1943 en ‘The Collected Poems’ uit 1944. Mijn exemplaar van The Collected Poems is een derde druk uit 1945.
Daarnaast werden zijn gedichten gepubliceerd in bladen en magazines als Punch, Country Life, John O’ London’s Weekly, The Observer en the Times Literary Supplement.
Zes van de gedichten van Richard Spender zijn geschreven tijdens en na zijn training en dienst bij The Parachute Regiment. Een van deze gedichten is getiteld
.
Before the First Parachute Descent
Altijd kleurt je bloed mijn wangen rood
Else Lasker-Schüler
.
Else Lasker-Schüler (1869-1945) gold al tijdens haar leven als een van de grootste liefdes dichteressen uit het Duitse taalgebied, Niet eerder legde een dichteres zo schaamteloos haar hart op tafel. In een zeldzaam beeldende, bijna hyperventilerende taal bezwoer zij alle seizoenswisselingen van de liefde, soms zelfs in één gedicht tegelijk.
Dit staat te lezen achterop de bundel die ik voor 50 cent op de kop tikte bij (voorheen) de Slegt met de titel ‘Altijd kleurt je bloed mijn wangen rood’. Een bijzonder bundeltje met gedichten in het Duits en in vertaling van Menno Wigman.
Over haar leven staat op Wikipedia: Lasker-Schüler schreef zwaar bevlogen, lyrische werken, ook in haar verhalen en in haar toneelstuk Die Wupper. Haar poëzie is bewust irrationeel en werkt met associaties en aaneenrijgingen. De figuren die ze in haar proza ten tonele voert, zijn vaak vermomde mensen uit haar omgeving. Ze spint allegorische constellaties van sprookjesachtige situaties en laat een grote verscheidenheid aan emoties de revue passeren.
Ze neemt deel aan avant-gardistische bijeenkomsten van expressionistische dichters, was zeer gerespecteerd en had vele vrienden onder dichters, schrijvers en kunstenaars. In 1933 vlucht ze Duitsland uit naar Zwitersland omdat ze van Joods komaf was, dan reist ze door naar Egypte en Palestina waar ze in 1945 berooid sterft.
Uit de bundel het gedicht’O je handen’.
.
O, je handen
.
Zijn mijn kinderen.
Al mijn speelgoed
ligt in hun holten
.
Steeds speel ik soldaatje
Met je vingers, kleine ruiters,
Tot ze omvallen.
.
Wat heb ik ze lief,
Je jongenshanden, allebei.
.
O, deine Hände
.
Sind meine Kinder.
Alle meine Speilsachen
Liegen in ihre Gruben.
.
Immer spiel ich Soldaten
Mit deinen Fingern, kleine Reiter,
Bis sie umfallen.
.
Wie ich sie liebe
Deine Bubenhände, die zwei.
.





















