Gerard Nolst Trenité (1870 – 1946) was een Nederlands letterkundige (berijmd proza, toneel), anglist en taalcriticus die publiceerde onder het pseudoniem Charivarius. Onder eigen naam was hij auteur van een aantal schoolboeken.
In 1922 schreef hij het berijmde prozagedicht ‘The Chaos’ over de onregelmatigheden in de grammatica en de uitspraak van de Engels taal. Hieronder kun je het prozagedicht eerst zelf hardop lezen en daarna kun je naar de juiste uitspraak luisteren via het Youtube fragment. Hoewel ik (een blauwe maandag) Engels gestudeerd heb waren er toch een aantal woorden die ook ik niet kende (en dus de uitspraak niet).
.
The Chaos
Dearest creature in creation,
Study English pronunciation.
I will teach you in my verse
Sounds like corpse, corps, horse, and worse.
I will keep you, Suzy, busy,
Make your head with heat grow dizzy.
Tear in eye, your dress will tear.
So shall I! Oh hear my prayer.
Just compare heart, beard, and heard,
Dies and diet, lord and word,
Sword and sward, retain and Britain.
(Mind the latter, how it’s written.)
Now I surely will not plague you
With such words as plaque and ague.
But be careful how you speak:
Say break and steak, but bleak and streak;
Cloven, oven, how and low,
Script, receipt, show, poem, and toe.
Hear me say, devoid of trickery,
Daughter, laughter, and Terpsichore,
Typhoid, measles, topsails, aisles,
Exiles, similes, and reviles;
Scholar, vicar, and cigar,
Solar, mica, war and far;
One, anemone, Balmoral,
Kitchen, lichen, laundry, laurel;
Gertrude, German, wind and mind,
Scene, Melpomene, mankind.
Billet does not rhyme with ballet,
Bouquet, wallet, mallet, chalet.
Blood and flood are not like food,
Nor is mould like should and would.
Viscous, viscount, load and broad,
Toward, to forward, to reward.
And your pronunciation’s OK
When you correctly say croquet,
Rounded, wounded, grieve and sieve,
Friend and fiend, alive and live.
Ivy, privy, famous; clamour
And enamour rhyme with hammer.
River, rival, tomb, bomb, comb,
Doll and roll and some and home.
Stranger does not rhyme with anger,
Neither does devour with clangour.
Souls but foul, haunt but aunt,
Font, front, wont, want, grand, and grant,
Shoes, goes, does. Now first say finger,
And then singer, ginger, linger,
Real, zeal, mauve, gauze, gouge and gauge,
Marriage, foliage, mirage, and age.
Query does not rhyme with very,
Nor does fury sound like bury.
Dost, lost, post and doth, cloth, loth.
Job, nob, bosom, transom, oath.
Though the differences seem little,
We say actual but victual.
Refer does not rhyme with deafer.
Fe0ffer does, and zephyr, heifer.
Mint, pint, senate and sedate;
Dull, bull, and George ate late.
Scenic, Arabic, Pacific,
Science, conscience, scientific.
Liberty, library, heave and heaven,
Rachel, ache, moustache, eleven.
We say hallowed, but allowed,
People, leopard, towed, but vowed.
Mark the differences, moreover,
Between mover, cover, clover;
Leeches, breeches, wise, precise,
Chalice, but police and lice;
Camel, constable, unstable,
Principle, disciple, label.
Petal, panel, and canal,
Wait, surprise, plait, promise, pal.
Worm and storm, chaise, chaos, chair,
Senator, spectator, mayor.
Tour, but our and succour, four.
Gas, alas, and Arkansas.
Sea, idea, Korea, area,
Psalm, Maria, but malaria.
Youth, south, southern, cleanse and clean.
Doctrine, turpentine, marine.
Compare alien with Italian,
Dandelion and battalion.
Sally with ally, yea, ye,
Eye, I, ay, aye, whey, and key.
Say aver, but ever, fever,
Neither, leisure, skein, deceiver.
Heron, granary, canary.
Crevice and device and aerie.
Face, but preface, not efface.
Phlegm, phlegmatic, ass, glass, bass.
Large, but target, gin, give, verging,
Ought, out, joust and scour, scourging.
Ear, but earn and wear and tear
Do not rhyme with here but ere.
Seven is right, but so is even,
Hyphen, roughen, nephew Stephen,
Monkey, donkey, Turk and jerk,
Ask, grasp, wasp, and cork and work.
Pronunciation (think of Psyche!)
Is a paling stout and spikey?
Won’t it make you lose your wits,
Writing groats and saying grits?
It’s a dark abyss or tunnel:
Strewn with stones, stowed, solace, gunwale,
Islington and Isle of Wight,
Housewife, verdict and indict.
Finally, which rhymes with enough,
Though, through, plough, or dough, or cough?
Hiccough has the sound of cup.
My advice is to give up!!!
De Vlaamse dichter Eva Cox (1970) begon in 1999 met het schrijven van gedichten, die ze bijzonder overtuigend uit het hoofd weet voor te dragen. In 2001 won ze dan ook de Eerste Vlaamse Poetry Slam, waar ze topperformers als Peter Holvoet-Hanssen en Vital Baeken als concurrenten had. Gedichten van haar hand werden voor 2001 alleen in ‘Het Belang van Limburg’ en op een bord op het oud-kerkhof te Hasselt gepubliceerd. Ze debuteert in september 2004 met de bundel ‘Pritt.stift.lippe’ in de Windroosreeks. In 2009 verscheen bij de Bezige Bij de bundel ‘een, twee, drie ten dans, een kleine stoet poëzie, (ultra)kort proza, vertalingen, pastiches, een duet voor één stem’ Deze bundel kreeg nominaties voor een aantal literaire prijzen. Eva Cox haar werk verscheen in verschillende literaire bladen en magazines en is in verschillende talen vertaald.
Uit haar bundel ‘Pritt.stift.lippe’ het gedicht ‘Ik ben beplakt met kleine spiegeltjes’.
.
Ik ben beplakt met kleine spiegeltjes
Ik ben beplakt met kleine spiegeltjes.
Ik dans als een strandbal rond.
Ik kan oogverblindend zijn.
Wie naar mij kijkt denk mij te zien.
Wie naar mij kijkt die ziet zichzelf.
De eigen monsterlijk vervormde grimas.
Wie van mij wegrent jaagt zichzelf weg.
Ik ben beplakt met kleine spiegeltjes.
De randen snijden in mijn eigen vlees.
Ik ben:
een glinsterende mozaïek
met weke rode voegen en
een hart van sneeuwwit.
Op http://www.wordswithoutborders.org/ kwam ik een mooi gedicht tegen van de Estlandse dichter Indrek Mesikepp (1970) in vertaling van de Noord Ierse Miriam McIlfatrick getiteld ‘I wish there was a god’.
Mesikepp is in Estland een bekend dichter, hij heeft 5 bundels gepubliceerd en hij ontving in 2004 the Estonian Cultural Endowment’s Award voor poëzie. Zijn werk is o.a. vertaald in het Russisch, Fins, Bulgaars en Zweeds en hij is naast dichter sinds 2000 editor van het literaire magazine ‘Looming’ en Rock DJ.
Miriam McIlfatrick woont sinds 1991 in Estland. Veel van haar tijd besteedt ze aan het vertalen van poëzie uit Estland voor performances over de hele wereld. Haar vertalingen verschenen in vele journals en magazines. Eigen werk verscheen in vertaling in Estland.
.
[ I wish there was a god]
I wish there was a god
who would see to it
that we
who work in Finland as bus drivers
small-town hairdressers
overwrought nurses
rock band roadies
liquor store assistants
dressmakers and decorators
would never know
the persistence of power freaks
the attention of moneylenders
the support of legal experts
that we would be spared
the taunts of rich folks’ kids
that those
who are paid for their words
would never learn our names
that our private lives
and our private parts
would not be touched by the art lot
who would like to connect with us
collect ideas and experience
for their books
films and stage lives
I wish there was a god
who would preserve us
from interesting people
I wish there was the sort of god
who would preserve us from a god
we invent for ourselves
to protect us from all of them
and from selecting someone
from among ourselves
who would not let us become
religious fanatics or fascists
that he would give us peace
dull workday peace
Julian Przyboś (1901 – 1970) was een Pools dichter, essayist en vertaler. Hij werkte als docent, in de bibliotheek van Lvov, als samensteller van literaire werken, als diplomaat in Zwitserland en als directeur van de bibliotheek Jagillonian in Krakow en als vice-president van de PEN club.
Zijn eerste gedichten in de jaren twintig kenmerken zich door de invloed van de theorie van Peiper. Daarin schuilt de fascinatie voor de bewuste poging om een creatieve tekst te maken. De dichters zien zichzelf als ambachtslieden. De gedichten gaan ook vaak over het creatieve proces die een metafoor lijkt voor het werk van de dichter. In de gedichten van Przyboś in deze periode komt ook zijn fascinatie met techniek naar voren die zich manifesteert in het gebruik van conventionele wetenschappelijke taal.
In de jaren dertig worden zijn gedichten meer reflectief en realiseert hij het idee van de avant-gardistische poëtica. Zijn gedichten worden dan gekenmerkt door discipline in woord en beeld. Hij is dan een meester in het gebruik en het stapelen van metaforen. Later nog komen steeds meer autobiografische motieven voor in zijn poëzie zoals het leven op de boerderij.
Uit de bundel ‘Bittere oogst’ vertaald door Gerard Rasch en uitgegeven door de Bezige Bij in 2000 het gedicht ‘Avond’.
.
Avond
.
Dezelfde sterren
fluisterden de avond als een ontboezeming.
.
De lantaarns kwamen uit de donkere poorten op straat
en hielden in de lucht stil halt.
.
De schemer transformeert de ruimten zachtjes.
.
De tuinen hebben hun bomen verlaten,
de grijze huisjes aan de rivier zijn weggedreven.
.
In lage oevers tussen Elzen stroomt verdriet.
.
Alleen de horizon nog buigt de hemel open
met de maan
en de weg leidt lang in de herinnering.
.
En jouw handen zaaien tussen ons een ver verschiet.
Vandaag op Herman de Coninckzondag een gedicht uit de bundel ‘Ter ere van de goedertieren maan’. In 1978 verscheen deze bundel met vertalingen van gedichten van Edna St. Vincent. Voor deze vertaling kreeg hij de Koopalprijs in 1981.
Uit de NBD recensie (recensies op basis waarvan bibliotheken boeken bestellen) van destijds:
Herman de Coninck is in contact gekomen met een onbekende Amerikaanse schrijfster Edna St. Vincent Millay. Zij blijkt in 1950 gestorven te zijn en volgens de inleiding een feministe, die vooral in de jaren ’20 eigentijds werk maakte dat terecht vergeten is. Tussen al dat werk verschenen echter ook sonnetten, die de geest van het feminisme van de jaren ’70 ademen. De vertaler biedt op weinig bescheiden wijze 27 vertalingen aan, waaruit de onconventionele opvattingen van de schrijfster blijken. Het is moeilijk te beoordelen, wat origineel is en wat van de vertaler. De gedichten ademen een soort luguber realisme.
Hoe het ook zij, dit gedicht wil ik graag met je delen.
.
Ik lees geschiedenis. Ik oefen mijn bescheidenheid.
Ik leer wat voor een kleine plek je hier krijgt toevertrouwd
en hoe krankzinnig je moet werken voor hoe korte tijd
en hoe je daar niet beter van wordt maar wel oud.
.
En toch bouwt iedereen hier aan een onderkomen
en zorgt dat hij zich van de andere dieren onderscheidt
door rechtop-lopen en door een surplus aan dromen
en door de absurde energie, daaraan gewijd.
.
Want moeilijkheden krijgen we allemaal: de rat
heeft, in gevaar, altijd haar aanvalsmoed gehad.
Maar hoeveel moediger is niet een man
.
die weet, als pijn bedaart, dat het nog erger kan,
dat erger nog moet komen, en die toch kan schrijven,
kan lachen, tennissen en zelfs vooruitziend blijven.
Na Turnhout en Maastricht (waar de Poëziebus vanmorgen nog blijft) nu verder Vlaanderen in of eigenlijk Brussel want als me een ding is opgevallen is aan Brussel dan is het dat men hier vrijwel alleen maar Frans spreekt. Des te beter dat de Nederlandstalige Poëziebus Brussel aandoet voor een bezoek aan de Pianofabriek. Vanaf 18.30 aan de Fortstraat 35. Vanavond kom ik zeker even binnenwandelen want; vlakbij! De bus doet Vlaanderen aan (Vlaams Brussel) en dus vandaag een Vlaams dichter in de spotlight.
Jan Ducheyne (1970) vat al meer dan twintig jaar het leven en wat ermee gepaard gaat in woorden. Van zijn laatste bundel Beat is Beat/Jazz is Jazz (Vita) zijn ondertussen meer dan 350 exemplaren verkocht, het is het voorlopige hoogtepunt van een dichter die bovendien de kunst verstaat om op een podium zijn gedichten de push te geven die ervoor zorgen dat de woorden tot leven komen. Zijn project De Roes zorgt telkens weer voor scherpe voorstellingen waar de energie vanaf spat, spuit, spettert en splasht! Beat is Beat! Jazz is Jazz! En de Zee…
.
OVER HAAR
Haar gaat zijn eigen weg.
Tegen de stroom in,
of net braafjes & netjes.
Maar in elk geval:
Haar kan niet worden gedresseerd,
haar moet krullen, invallen,
Gewassen worden.
Haar moet staan, haar moet gaan,
haar moet weerborstelig mogen zijn,
Haar zorgt voor verrassing,
voor verandering,
voor een begin- en eindpunt.
Haar mag puntig, lang of net asymmetrisch
voor controverse zorgen.
Haar is statement, status
of net steriel opgaan
in de gemillimeterde massa.
Haar is eigenwijs, vrij van keurslijf,
haar is kracht, haar is altijd weer jong.
Tot haar niet meer is. Dan is haar een gemis.
Haar knippen, haar laten groeien,
haar met opzet niet wassen,
Of met bruine zeep.
Haar is punk, Haar is rock & roll,
Haar is Bach, Beethoven en Mozart.
Haar is rastafari, haar is nooit klaar,
haar is evolutie, revolutie, discussie..
Haar is ego, haar is uniform.
Haar na een storm,
haar na seks,
haar na verlies,
haar na winst…
Haar op straat,
haar in de slaapkamer,
Altijd weer Haar haar.
Haar blijft …
Eigenzinnig, net precies vallend,
op het juiste moment voor een oog.
Haar is vierentwintig op vierentwintig klaar
om van vorm te veranderen.
Haar is een kameleon. Haar camoufleert,
haar vermomt,
haar verstomt.
Haar groeit.
Haar boeit, haar stoeit, haar vloeit…
Haar rijmt op schaar, maar dat is slechts toeval…
Want haar gaat zijn of haar eigen weg.
Haar blinkt uit in zichzelf zijn.
Want haar is haar.
Zo,
Cut!
.
Alle informatie over het programma van de Poëziebus vind je ophttp://poeziebus.nl
Lincoln Silva (1945) is een schrijver, dichter en journalist uit Paraguay. Momenteel schijnt hij in Amsterdam te wonen. Naast twee romans (‘Rebelióndespuéus’ uit 1970 en ‘General, General’uit 1975) schrijft hij ook poëzie. In zijn geschriften hekelt Silva op humoristische maar groteske wijze de politieke realiteit in Paraguay. Met name tijdens het bewind van generaal en dictator Alfredo Strössner.
Op de website http://www.doorbraak.eu/ vond ik een mooi strijdbaar gedicht van Silva. In dit gedicht komen gevoelens van woede en machteloosheid en de weigering zich neer te leggen bij onrecht duidelijk naar voren.
.
Woede
Ik neem geen genoegen meer met een schreeuw met het heffen van een vuist en me te pletter lopen tegen een muur Mezelf nu in brand steken is de helft van niets; verkoold sterven terwijl je je eigen as opeet.
Het is veel te weinig alleen maar Paraguayaan te zijn nauwelijks een Zuid-Amerikaan een wereldburger. Wat betekent het nu om christen te zijn en je wonden likkend van deur tot deur te gaan. Vandaag viert de ellende zijn bruiloft van as en luiden de klokken voor al onze martelaren. Ik neem er geen genoegen meer mee een mens te zijn zonder in de anderen mijn woede te ontsteken.
Marcel Maurits (Mark) Braet was dichter, humanist, links politiek militant, uitgever en vertaler van Pablo Neruda. Braet begon met dichten in 1939 maar zijn eerste dichtbundel verscheen in 1950 met de titel ‘Achttien stappen in de storm’.
Braet was heel actief in de contacten met het (voormalig) Oostblok. In 1958 is hij mede-stichter van de Vereniging België-DDR. Van 1963 tot 1970 is hij Politiek secretaris van de Communistische Partij België. In 1968 Maakt hij deel uit van een delegatie van het Centraal Komité van de KPB (Communistische Partij van België) voor een studiereis naar de Sovjet Unie. Hij bezoekt aldaar de Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek Rusland, de SSR Oezbekistan en het Autonoom gebied Bachkirië.
Als secretaris Generaal van de Belgo-Sovjetse Vereniging (vanaf 1977 Vereniging België-USSR) verzorgt hij de culturele uitwisselingen tussen Vlaanderen en de 15 Sovjetrepublieken. In 1984 maakt hij samen met Willy Spillebeen en Bart Vonck een vertaling van de “Canto General” van Pablo Neruda.
Mark Braet was een zeer actief publicist in verschillende tijdschriften. Hij verzorgde inleidingen bij publicaties en tentoonstellingen, nam deel aan talrijke letterkundige en politieke avonden, debatten, poëziehappenings, en interviews. Daarnaast gaf hij regelmatig lezingen over Pablo Neruda, de Spaanse burgeroorlog, Bertold Brecht en Federico García Lorca.
In zijn vroege poëzie is zijn activisme een belangrijk thema. De gedichten gaan over oorlog, verzet, sabotage en angst. Het is strijdbare poëzie, waarin het leven van onderdrukten sociaal-realistisch wordt weergegeven. In zijn latere poëzie is de liefde in al zijn vormen het allesoverheersende thema.
Serge van Duijnhoven (1970) is schrijver, dichter en historicus (dat laatste wist ik niet). Hij is de oprichter van het tijdschrift MillenniuM en de Stichting Kunstgroep Lage Landen. Daarnaast is hij frontman van het muzikale gezelschap Dichters Dansen Niet. Ik ken Serge vooral van het laatste, zo besprak ik zijn laatste werk (bundel en CD) ‘Vuurproef ‘ in februari van vorig jaar. Wat schetste mijn verbazing toen ik een gedicht van zijn hand tegen kwam in de onvolprezen bundel ‘Seks, de daad in 69 gedichten’ met de nieuwsgierigmakende titel ‘Een echtelijke slaapkamer’.