Site-archief

De Poëziebus Deel 8

Jan Ducheyne 

.

Na Turnhout en Maastricht (waar de Poëziebus vanmorgen nog blijft)  nu verder Vlaanderen in of eigenlijk Brussel want als me een ding is opgevallen is aan Brussel dan is het dat men hier vrijwel alleen maar Frans spreekt. Des te beter dat de Nederlandstalige Poëziebus Brussel aandoet voor een bezoek aan de Pianofabriek. Vanaf 18.30 aan de Fortstraat 35. Vanavond kom ik zeker even binnenwandelen want; vlakbij! De bus doet Vlaanderen aan (Vlaams Brussel) en dus vandaag een Vlaams dichter in de spotlight.

Jan Ducheyne (1970) vat al meer dan twintig jaar het leven en wat ermee gepaard gaat in woorden. Van zijn laatste bundel Beat is Beat/Jazz is Jazz (Vita) zijn ondertussen meer dan 350 exemplaren verkocht, het is het voorlopige hoogtepunt van een dichter die bovendien de kunst verstaat om op een podium zijn gedichten de push te geven die ervoor zorgen dat de woorden tot leven komen. Zijn project De Roes zorgt telkens weer voor scherpe voorstellingen waar de energie vanaf spat, spuit, spettert en splasht! Beat is Beat! Jazz is Jazz! En de Zee…

.

OVER HAAR

Haar gaat zijn eigen weg.
Tegen de stroom in,
of net braafjes & netjes.
Maar in elk geval:
Haar kan niet worden gedresseerd,
haar moet krullen, invallen,
Gewassen worden.
Haar moet staan, haar moet gaan,
haar moet weerborstelig mogen zijn,
Haar zorgt voor verrassing,
voor verandering,
voor een begin- en eindpunt.
Haar mag puntig, lang of net asymmetrisch
voor controverse zorgen.
Haar is statement, status
of net steriel opgaan
in de gemillimeterde massa.
Haar is eigenwijs, vrij van keurslijf,
haar is kracht, haar is altijd weer jong.
Tot haar niet meer is. Dan is haar een gemis.
Haar knippen, haar laten groeien,
haar met opzet niet wassen,
Of met bruine zeep.
Haar is punk, Haar is rock & roll,
Haar is Bach, Beethoven en Mozart.
Haar is rastafari, haar is nooit klaar,
haar is evolutie, revolutie, discussie..
Haar is ego, haar is uniform.
Haar na een storm,
haar na seks,
haar na verlies,
haar na winst…
Haar op straat,
haar in de slaapkamer,
Altijd weer Haar haar.

Haar blijft …
Eigenzinnig, net precies vallend,
op het juiste moment voor een oog.
Haar is vierentwintig op vierentwintig klaar
om van vorm te veranderen.
Haar is een kameleon. Haar camoufleert,
haar vermomt,
haar verstomt.

Haar groeit.
Haar boeit, haar stoeit, haar vloeit…
Haar rijmt op schaar, maar dat is slechts toeval…
Want haar gaat zijn of haar eigen weg.
Haar blinkt uit in zichzelf zijn.
Want haar is haar.

Zo,

Cut!

.

jan D

Poeziebus-logo

Alle informatie over het programma van de Poëziebus vind je op http://poeziebus.nl 

Poëzie en politiek

Lincoln Silva

Lincoln Silva (1945) is een schrijver, dichter en journalist uit Paraguay. Momenteel schijnt hij in Amsterdam te wonen. Naast twee romans (‘Rebelión despuéus’ uit 1970 en ‘General, General’uit 1975) schrijft hij ook poëzie. In zijn geschriften hekelt Silva op humoristische maar groteske wijze de politieke realiteit in Paraguay. Met name tijdens het bewind van generaal en dictator Alfredo Strössner.

Op de website http://www.doorbraak.eu/ vond ik een mooi strijdbaar gedicht van Silva.  In dit gedicht komen gevoelens van woede en machteloosheid en de weigering zich neer te leggen bij onrecht duidelijk naar voren.

.

Woede

Ik neem geen genoegen meer met een schreeuw
met het heffen van een vuist
en me te pletter lopen tegen een muur
Mezelf nu in brand steken
is de helft van niets;
verkoold sterven
terwijl je je eigen as opeet.

Het is veel te weinig alleen maar Paraguayaan te zijn
nauwelijks een Zuid-Amerikaan
een wereldburger.
Wat betekent het nu om christen te zijn
en je wonden likkend
van deur tot deur te gaan.
Vandaag viert de ellende
zijn bruiloft van as
en luiden de klokken
voor al onze martelaren.
Ik neem er geen genoegen meer mee een mens te zijn
zonder in de anderen
mijn woede te ontsteken.

.

lincoln-silva-foto-asaje vove-memoria-viva-2013-UH-portalguarani

Met glinsterend haar

Mark Braet (1925 – 2003)

.

Marcel Maurits (Mark) Braet  was dichter, humanist, links politiek militant, uitgever en vertaler van Pablo Neruda. Braet begon met dichten in 1939 maar zijn eerste dichtbundel verscheen in 1950 met de titel ‘Achttien stappen in de storm’.

Braet was heel actief in de contacten met het (voormalig) Oostblok. In 1958 is hij mede-stichter van de Vereniging België-DDR. Van 1963 tot 1970 is hij Politiek secretaris van de Communistische Partij België. In 1968 Maakt hij deel uit van een delegatie van het Centraal Komité van de KPB (Communistische Partij van België)  voor een studiereis naar de Sovjet Unie. Hij bezoekt aldaar de Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek Rusland, de SSR Oezbekistan en het Autonoom gebied Bachkirië.

Als secretaris Generaal van de Belgo-Sovjetse Vereniging (vanaf 1977 Vereniging België-USSR) verzorgt hij de culturele uitwisselingen tussen Vlaanderen en de 15 Sovjetrepublieken. In 1984 maakt hij samen met Willy Spillebeen en Bart Vonck een vertaling van de Canto General van Pablo Neruda.

Mark Braet was een zeer actief publicist  in verschillende tijdschriften. Hij verzorgde inleidingen bij publicaties en tentoonstellingen, nam deel aan talrijke letterkundige en politieke avonden, debatten, poëziehappenings, en interviews. Daarnaast gaf hij regelmatig lezingen over Pablo Neruda, de Spaanse burgeroorlog, Bertold Brecht en Federico García Lorca.

In zijn vroege poëzie is zijn activisme een belangrijk thema. De gedichten gaan over oorlog, verzet, sabotage en angst. Het is strijdbare poëzie, waarin het leven van onderdrukten sociaal-realistisch wordt weergegeven. In zijn latere poëzie is de liefde in al zijn vormen het allesoverheersende thema.

.

Met glinsterend haar

.

Met een gelaat van nachtelijk water

ach water is zwart en hopeloos diep

en dieper dan het gelaat van het water

waarop een zilveren kangoeroe liep

 

en ik dacht dat ik sliep in de diepte

maar slapend rechtopstaan is recht

naar de dood gaan met glinsterend haar

met een woord dat men nachtelijk zegt

 

en ik dacht ach ik dacht dat ik dacht

maar de dag staat bleek in mijn mond

maar mijn mond is nu nachtelijk graf

en graf is het woord dat ik vond

.

Uit: Onbewoonbaar verklaard, 1972.

braet

Braet-11

Uit 1 stuk

J. Bernlef

.

Vandaag uit mijn boekenkast de bundel ‘Hoe wit kijkt een eskimo’ van J. Bernlef uit 1970. Uit deze bundel het gedicht ‘Uit 1 stuk’.

.

Uit 1 stuk

.

nadat hij de bank

had getimmerd

van ruw ongeverfd

hout

werkte hij de zwarte schroeven

weg met centen van hout

.

op één knie

zijn hoofd schuin

omhoog en

het gebaar van zijn hand:

.

hoe wit

Serge van Duijnhoven

Een echtelijke slaapkamer

.

Serge van Duijnhoven (1970) is schrijver, dichter en historicus (dat laatste wist ik niet). Hij is de oprichter van het tijdschrift MillenniuM en de Stichting Kunstgroep Lage Landen. Daarnaast is hij frontman van het muzikale gezelschap Dichters Dansen Niet. Ik ken Serge vooral van het laatste, zo besprak ik zijn laatste werk (bundel en CD)  ‘Vuurproef ‘ in februari van vorig jaar. Wat schetste mijn verbazing toen ik een gedicht van zijn hand tegen kwam in de onvolprezen bundel ‘Seks, de daad in 69 gedichten’ met de nieuwsgierigmakende titel ‘Een echtelijke slaapkamer’.

.

Een echtelijke slaapkamer

.

Hij spoelde aan. Een vis

met rottende ingewanden

Soms deed hij hele dagen

niets dan zich ontlasten

of pogingen daartoe

.

de bloedkorstjes in het toilet

liet hij door zijn vrouw

verwijderen. Hij zag haar

gebukt op de toiletvloer

Hij wilde haar gebukt in bed

.

De kuit moet zwemmen

tot haar maag. Zij spartelde

happend naar adem. Na afloop

zonk hij neer tot hij

verbaasd de bodem raakte

.

Op een avond trof zijn vrouw

hem kruipend in de keuken

Zij sleepte hem naar boven

in de kamer waar zijn cellen

konden zwellen. Hij kreunde

.

richtte zich nog een keer

op, kwijlde op zijn knokkels

en doorboorde haar met een

gestrekte arm vol tot aan

zijn oksel. Zo werden zij

.

gevonden – man en vrouw

hun lichamen verwrongen

als wrakken die, onder

toeziend oog van de zoon

door een arts werden gedemonteerd

.

Serge-van-Duijnhoven-1343842815

Slapende minnaars

Aleksander Leontjev

.

De Russische dichter Aleksander Leontjev (1970) werd geboren in Leningrad, volgde een toneelopleiding en werkte als auteur en regisseur in de provincie. Daarnaast werkte hij o.a. als brievenbesteller, conciërge en bibliothecaris. Woonachtig in Volgograd debuteerde hij in 1993 met zijn eerste gedichten in het Russische literaire magazine Zvesda. In dat zelfde jaar debuteerde hij met zijn eerste poëziebundel ‘Seizoenen’ gevolgd in 1996 met de bundel ‘Cicade’ die in Rusland werd betiteld als “Het grootste poëzie evenement van het jaar”.  Zijn oeuvre kent inmiddels honderden, veelal klassiek vorm gegeven gedichten met sterk persoonlijke accenten.

.

Slapende minnaars

.

I

Je slaapt nog niet, zo komt mij voor.

Zolang de doodsadem nog doolt

Langs buitengrenzen van je droom

Waarin je binnenzweeft – je hoofd

Naar onderen, je ziel omhoog –

Kan ik jou zien, maar dring niet door.

.

We dromen niet hetzelfde. Hecht

Verstrengeld, net als in het echt,

In lakens, zijn we in de nacht

niet langer op elkaar gericht.

Het is de vraag of je met recht

Aan iemand toebehoort. Slaap zacht.

.

II

Soms gaan de minnaars eerder heen

Dan dat ze afscheid nemen, heel

Diep dromend, hulpeloos. Toch heeft

De nacht nog hoop dat hij de twee,

Verkleefd, verbinden kan: hij geeft

Traag mee. Alleen is iedereen.

.

Slaap zacht, klinkt het cicadenkoor.

De minnaars slapen, laat ze maar,

Als kinderen, onschuldig door

De slaap en droom vereend, zozeer

Dat ze op aarde nu niet meer

Bestaan, onnodig voor elkaar.

.

Leontiev

Foto: Pieter Vandermeer
Met dank aan http://www.poetryinternationalweb.net/ en Spiegel van de Russische poëzie

Vox Populi

Hans Vlek

.

In de categorie (bijna) vergeten dichters, wil ik vandaag stilstaan bij de dichter Hans Vlek. Vlek (1947) is dichter en schilder en debuteerde in 1965 met de bundel ‘Anatomie voor moordenaars’ (1965). Voor zijn derde bundel ‘Een warm hemd voor de winter’ (1968) ontving hij zowel de Reina Prinsen Geerligs als de Jan Campert-prijs. Bekend is hij geworden met zijn bundel ‘Voor de bakker’ en de bundel ‘De goddelijke gekte’ uit 1986. Hans Vlek woont en werkt nu het grootste deel van het jaar in de Spaanse stad Granada. Vlek die ook wel ‘De Shakespeare van de Nederlandse letteren’ werd genoemd was in zijn tijd zeer actief met o.a. het organiseren van popconcerten, het opzetten van periodieken en het schrijven over literatuur en popmuziek.

In 2001 maakte regisseur John Albert Jansen een documentaire over Hans Vlek met de titel ‘De Goddelijke Gekte’. In deze documentaire gaat hij in gesprek met Vlek over muziek (jazz), vrouwen, de psychiatrie (Vlek werd in de jaren zeventig enige tijd in een psychiatrische inrichting behandeld) de jaren zestig en uiteraard poëzie.

In 2009 verleende het Fonds voor de Letteren een eregeld aan Vlek voor zijn verdienste voor de Nederlandse literatuur.

 

Vox Populi

Steeds minder wordt de fantasie
fantastisch, steeds kleiner
de wereld, korter
de reisduur, de voetbalbroeken.

Narcissen verdrogen en worden
door tulpen vervangen, de kat
werpt tussen ontsproten bintjes
negen jongen waar geen blik voor is.

Elke dag poets ik zorgvuldig
mijn schoenen en gebit terwijl er
verrekt, gecrepeerd en gemoord wordt.
Maar als je zo denkt word je gek.

 

Uit: Geen volkse god in uw achtertuin, Querido, 1980.

 

Old finish

Ik stootte mijn hoofd aan de bladrand
op zondag, nog steeds groeit
op die plek geen haar.
Een koekje voor het bloeden en
een zakdoek, gedrenkt in azijn.

Een hoogpotige tafel met namaakpers
in het midden van de kamer, waarrond
het Wilhelmus staand werd aangehoord.
Er werd die middag niet gescoord
door de oranjehemden.

De hoogpotige tafel waarrond
wij, achter dampende bloemkool
met maïzenasaus die ik
niet lustte, aandachtig luisterden
naar Tom Schreurs.
De tafel waarrond ’s avonds gekaart werd
om een kwartje, die vent speelt
vals, waarna met vloeken werd gesmeten.
Vanuit mijn bed hoorde ik
later weer lachen.

Die tafel met donkerrood kleed uit
de uitverkoop is nu, als ik schoenmaten later
weer binnenkom, vervangen door een lagere
met glazen blad, een betere, waar
ook een kleuter overheen kijkt.

Uit: Zwart op Wit, 1970

Hans Vlek

 

VlekHan

Poëzie op straat – Den Bosch, lokatie: Korte Putstraat.

 

 

Met dank aan Ipoetry.nl, gedichten.nl en CUBra.nl

Bloemen

Jan Hanlo

.

Vandaag een liefdesgedicht van Jan Hanlo, ‘Ik noem je bloemen etc.’ uit de bundel Gedichten, 1970.

.

Ik noem je bloemen etc.

.

ik noem je: bloemen

ik noem je: merel in de vroegte

ik noem je: mooi

.

ik noem je: narcissen in de nacht

waarover de wind strijkt

naar mij toe

.

ik noem je: bloemen in de nacht

.

daffodils2

Eb en vloed

Robert Joseph

.

Robert Joseph was het pseudoniem van Robert Jozef Willibrordus Wieseman (1943-2003). Hij hield zich met poëzie bezig sinds zijn zeventiende jaar  en opende met zijn echtgenote Marijke het PoëZiehuis in hun woonhuis in Duiven. Robert Joseph maakte concrete poëzie, visuele poëzie, doe-poëzie onder de noemer Totaalpoëzie. Zijn werk bestaat hoofdzakelijk uit minimal poetry, installaties en haiku’s.

In de categorie ‘Gedichten in bijzondere vormen’ hier een paar voorbeelden van zijn werk.

.

concrete-poezie - eb en vloed

concrete-poezie - kaarsen

concrete-poezie - ma yuan-2 (1)

.

Meer over het leven en werk van Robert Joseph op: http://www.robertjoseph.nl/index.php?pagina=informatie

Nog altijd in verzet

Amelisweerd

.

Amelisweerd is van oorsprong een historisch landgoed waar reeën lopen. Met vennen en mooie loofbomen. In 1970 ontdekte Jaap Pontier, een Utrechtse planologiestudent, dat er een dikke streep op de kaart liep op de plek van het landgoed Amelisweerd nabij Utrecht. Dat was de rijksweg A27, die dwars door het bos zou worden aangelegd. Spoedig ontdekte hij dat het bos misschien al in 1971 zou worden gekapt. Met wat studievrienden en belangstellenden uit allerlei hoeken richtte hij de Werkgroep Amelisweerd op, die in maart 1971 een rapport publiceerde. De Werkgroep tekende daarin een alternatief dat door de rand van het bos zou gaan, en niet er dwars doorheen.

In september 1982, vond in het bos een veldslag plaats tussen actievoerders en met pantserwagens uitgeruste politie voorafgaand aan het kappen van de bomen. Dat de felle strijd was mogelijk door de opkomst van bestemmingsplanprocedures en inspraakmogelijkheden. Amelisweerd werd hiermee hét symbool van de strijd rond wegenaanleg in Nederland.
In april 2013 verzamelden zo’n 1000 mensen zich in het bos bij Amelisweerd om te protesteren tegen het plan van minister Schultz van Haegen om de snelweg (die er dus nu zo’n 30 jaar ligt) te verbreden naar twee keer zeven rijstroken. Daarvoor moet een strook bomen aan beide kanten van de weg worden gekapt.

De Vrienden van Amelisweerd en de actiegroep Kracht van Utrecht leggen zich nog niet neer bij de verbreding van de A27 bij Amelisweerd. Op hun website is ook ruimte voor creatief verzet tegen de verbreding van de A27. Op http://www.vriendenvanamelisweerd.nl lees je meer.

Hieronder een gedicht tegen het verder oprukkende asfalt van Ingrid van Tellingen.

.

Als bomen wijken.

.

Als bomen wijken
Voor kale wegen
Waar auto’s razen
Een kunstwerk neergezet
Om iets te maken wat er niet is.
.
Als bomen wijken rust verdwijnt
Vogels niet meer zingen
Eekhoorn, reëen, wilde zwijnen,
Teruggedrongen zijn.
.
Voor bomen wijken
Wil ik opduiken
Om te zien, te ruiken
Hoe het is, hoe het was
Zoals het altijd hoort te zijn.
.
Als bomen wijken
Bos verdwijnt
Onze heilige koe verschijnt

Ach die bomen kunnen wij missen
Zolang er zuurstof is in flessen.

.

Amelisweerd