Site-archief

Ik ben Delphine en dit is een woensdag

Delphine Lecompte

.

Momenteel lees ik met reden maar zeker niet tegen mijn zin in de roman van Delphine Lecompte (1978) getiteld ‘Wie heeft Delphine Lecompte vermoord?’. Een heerlijke bizarre fantasievolle roman. Eigenlijk hoe ik Delphine ken van haar poëzie maar dan in romanvorm. Omdat ik hier schrijf over poëzie en niet over proza heb ik haar bundel ‘Verzonnen prooi’ uit 2010 er nog eens bij genomen. Op de achterkant van deze bundel staat dat Lecompte de redding is van de Vlaamse poëzie.

Of dat zo is en zo ja in welke mate, daar laat ik anderen graag over oordelen maar dat ze een nieuwe , frisse en eigen stem de poëzie in heeft gebracht daar is denk ik iedereen het wel over eens. In 2008 debuteerde ze als dichter (in 2004 als romanschrijver) met het gedicht ‘De dieren in mij’ in het literaire blad De Brakke Hond. In 2009 kwam haar eerste dichtbundel uit onder dezelfde titel. In 2010 won Lecompte hiermee de C. Buddingh’-prijs. Ook won ze met deze bundel een jaar later de Provinciale prijs voor letterkunde van de Provincie West-Vlaanderen. Een nieuwe stem in de Vlaamse poëzie was geboren. Na haar debuut zou ze bijna gemiddeld elk jaar een dichtbundel publiceren.

In 2010 verscheen dus haar tweede dichtbundel bij uitgeverij De Contrabas. Gedichten uit deze bundel verschenen eerder in Tirade, nY, de Poëziekrant en De Brakke Hond. Een mooi voorbeeld van de eindeloze fantasie van Lecompte komt naar voren in het gedicht ‘Ik ben Delphine en dit is een woensdag‘.  Het vreemde feit doet zich nu voor dat ik het gedicht gevonden heb op het internet op Nederlandsepoëzie.org maar dat het gedicht daar 4 zinnen extra heeft (de 4 laatste zinnen van strofe twee) ten opzichte van de bundel. Omdat deze zinnen wat mij betreft echt iets toevoegen, kies ik hierbij voor de internetversie (Een door de dichter gekozen gedicht uit deze bundel, staat erbij).

.

Ik ben Delphine en dit is een woensdag

.
Gisteren had ik een touw nodig
Maar vandaag ben ik tevreden zonder touw
Ik sta hier te staren in ijzige rekken
‘ik sta hier te staren’ dat klinkt toch niet poetisch
Dat klinkt alsof ik een domme vrouw ben die
Het tremateken in de laptop van de oude kruisboogschutter niet vindt.

.
De oude kruisboogschutter is een carnivoor
Daarom staar ik dan ook in ijzige rekken
Die rekken zijn namelijk gevuld met koteletten en
Billen van banale hoenderen die geen mensennamen kregen
Omdat niemand sentimenteel is, daar buiten,
de kinderen nog het minst
Ze zijn achterdochtig als sherry-slurpende bejaarde weduwen
Met jicht en een dashond die niet van hen houdt en
Een kleindochter die langskomt met een petieterig gebakje zonder pudding en
Dan naar je slaapkamer verdwijnt om de resterende gouden broches te stelen.

.
Naast mij staat een jonge man met een wipneus en een grote bril
Op het montuur staat een logo, links en rechts als schorpioenen die
Willen kampen op zijn neusrug
Nu pookt hij een gat in de piepschuimbodem van 226 gram kalfsgehakt.

.

 

Onrust

Lieve Van Damme

.

Zo nu en dan pak ik een boek uit mijn boekenkast met de verwachting dat ik daar dichters ga aantreffen die ik nog niet ken. Zo’n boek is ‘Ik ben genoemd Meisje en Vrouw’ 500 gedichten over de vrouw uit de Nederlandstalige letterkunde, samengesteld door Christine D’haen uit 1980. In dit boek kom ik het gedicht ‘Onrust’ tegen van Lieve van Damme.

Lieve Van Damme (1912-1998), pseudoniem van Godelieve Van Damme-Ketele, was een Vlaamse dichter wier Oeuvre maar een paar bundels beslaat. Om precies te zijn publiceerde ze 5 bundels. Haar debuut in 1962 ‘Duinhelm en polderriet’ werd gevolgd door ‘Bladnerven’  (1964), ‘Reizen en rozen (1966) en ‘Aren lezen’ (1968). Uiteindelijk zou pas 10 jaar na deze laatste bundel haar allerlaatste bundel verschijnen ‘De lange draad’ in 1978.

In 1962 schreef Remi Van de Moortel naar aanleiding van haar debuut, in het kunsttijdschrift West-Vlaanderen: Haar verzen zijn meestal losjes en licht, rustig en kalm, maar niet zonder een diepere achtergrond. Dat geldt ook voor het gedicht dat ik las in ‘Ik ben genoemd Meisje en Vrouw’ met als titel ‘Onrust’ dat werd genomen uit haar bundel ‘Reizen en rozen’ uit 1966.

.

Onrust

.

Niet op reis gaan

maar terugkomen

van ver het zout smaken

dat in de lucht blijft hangen

en het zeewier ruiken

het onaangeroerde reisgoed terugbrengen

en verwacht worden.

.

Delphine Lecompte

De Nacht van de Poëzie

.

Afgelopen zaterdag was de 40ste editie van de Nacht van de Poëzie in Tivoli Vredenburg  in Utrecht. Een keur van dichters droeg voor en ik was vooral erg getroffen door de oudste deelnemer Judith Herzberg (1934). Op hoge leeftijd een zaal zo stil krijgen met haar bijzondere poëzie is voorwaar geen kleinigheid. Een aantal dichters die langs kwam was er ook bij in de eerste editie in 1980 (Jean Pierre Rawie, Bart Chabot, Hans Dorresteijn en opnieuw Judith Herzberg) maar er waren ook genoeg jonge dichters te beluisteren. Zoals Dominique de Groen, Hannah van Binsbergen, Babeth Fonchie, Jens Meijen en Joost Oomen (allemaal geboren in de jaren ’90).

Toch was een van de hoogtepunten de bijdrage van Gerda Lenten Havertong (1946). Zelf geen dichter maar voor deze jubileumeditie gevraagd een keuze te maken uit de lange geschiedenis van de Nacht gedichten. Ze koos voor twee Surinaamse dichters (Michaël Slory en Dobru) en Hans Andreus. Bij het gedicht van Hans Andreus was ze zichtbaar geëmotioneerd, het was het gedicht dat haar man haar, op zijn sterfbed, had gegeven.

Natuurlijk traden er naast dichters ook musici en dansers op waarbij het dansoptreden van Oxygen me nog lang zal bijblijven, in één woord geweldig. In de gangen van Vredenburg Tivoli waren verschillende uitgeverijen van poëzie (boeken, bundels, tijdschriften) aanwezig waaronder die van Awater. En er waren tweedehands bundels te koop. Een van die bundels is met mij mee naar huis gegaan. ‘De 100 beste gedichten van 2018’ voor de VSB Poëzieprijs samengesteld door Maaike Meijer, ontbrak nog in mijn verzameling van deze bloemlezingen (er ontbreken nog een paar jaren maar die kom ik vast en zeker nog eens ergens tegen).

Uit het fraaie aanbod van gedichten en dichters koos ik voor het bijzondere gedicht ‘De priester die jezus van mij weggriste’ van de Vlaamse dichter Delphine Lecompte (1978). Het gedicht staat in haar bundel ‘Western’ uit 2017. Ik koos het gedicht omdat het zo anders is, zo ontwapenend, zo heerlijk Vlaams (pandoering) en zo bloemrijk in haar taal. Voor degene die niet zo bekend zijn met de katholieke eredienst geeft Pieter M. van Sterkenburg  op OoteOote wat informatie die kan helpen bij het begrip van dit gedicht.

.

De priester die Jezus van mij weggriste

.

Ik hield de hostie te lang in mijn palm
De priester dacht dat ik Jezus’ vlees wilde wegmoffelen
In mijn vestzakje, om het na de mis te dumpen in een heidense waterput
En misschien nog een wens te doen ook, de wens zou seksueel
Of materialistisch zijn, de priester had het bij het verkeerde eind.

.

Ik was een ontzettend vroom kind
Ik bad dagelijks tot God, en ik telefoneerde ’s nachts
Via Fisher Price naar zijn volmaakte zoon
Jezus nam steeds op en zei: ‘Ach de katholieke misdienst …
Mooie liturgie dat wel, maar de hostie mijn vlees, eet die gerust op wanneer jij het wil.’

.

Wanneer ik het wil, ik wilde de hostie opeten aan het strand
Mijn blik gericht op de dappere ezels van de knoestige ezeldrijver
Mijn rug blind voor de lunaparken en gocarts en wafelkramen
Maar de priester griste Jezus’ vlees uit mijn hand
En hij propte de hostie diep in mijn mond, ik stikte haast.

.

Woedend nam ik mij voor nooit meer te bidden
De telefoon van Fisher Price wierp ik ’s avonds in het haardvuur
Het gesmolten plastic maakte mijn grootvader razend
Hij gaf mij een pandoering om u of kindermishandeling tegen te zeggen
De volgende dag nam zijn spijt de vorm aan van een pluchen berggeit.

.

Ik noemde de geit Batseba
Ik wist niet dat zij in de bijbel voorkwam
Ik vond het gewoon een geschikte naam, stoerder dan Lolita
En sensueler dan Mata Hari
Ondertussen is alles weer koek en ei tussen Jezus, God, en mij.

.

Judith Herzberg

Gerda Lenten Havertong

Etenstijd

Dubbelgedicht

.

Ik schreef al vele malen over dubbelgedichten en vandaag komt er in die categorie weer een bij. In dit geval is de link die de twee gedichten verbindt een maaltijd (en twee Vlaamse dichters). Het eerste gedicht is van Miriam Van Hee (1952) getiteld ‘Het karige maal’ uit de gelijknamige dichtbundel uit 1978.

Het tweede gedicht is van Bart Moeyaert (1964) uit de bundel ‘Dat alles over liefde gaat’ de mooiste gedichten van Bart Moeyaert gekozen door Ester Naomi Perquin uit 2023, getiteld ‘Te koop’.

.

Het karige maal

.

Onder de lamp aan tafel

zwijgend eten wij; onze handemn

als witte vlekken komen en gaan;

onze beringde vingers achteloos

met het vertrouwde brood spelend.

.

Geen vreugde niets ongewoons

is er in de klank van onze

messen en vorken.

.

En natuurlijk weten wij niets

van het geluk van reizigers

in een avondtrein.

.

Te koop

.

En ze krijsen door de avond:

‘Mama, zijn we nog op tijd?’

Al mijn broers en al mijn zussen

ben ik liever kwijt dan rijk.

Want ze schuiven mee aan tafel.

Krijg ik weer het heen en weer.

Gaan ze pannenkoeken vreten,

de hele stapel, ongeveer.

Niks blijft er nog voor me over,

niemand vindt dat ongewoon.

Morgen ga ik me verkopen

aan een moeder zonder zoon.

.

Mijn oma zwemt

Kira Wuck

.

Als je zoals ik, de afgelopen dagen in de weer bent geweest met tuinieren (onkruid trekken, snoeien, vegen, poten etc.) dan weet je wat zweten is. Bij bijna 30 graden moet je eigenlijk geen fysiek werk verrichten (in zuidelijke landen weten ze dat). Gelukkig ben ik in de omstandigheid dat ik ofwel naar zee kan ofwel naar een meertje in de buurt waar het heerlijk zwemmen is.

Zwemmen is ontspanning door inspanning zelfs als je dat in de winterzee doet, iets dat vooral door Wim Hof populair is geworden want het schijnt goed te zijn voor van alles. Zwemmen is in ieder geval goed voor de weerstand. Kira Wuck (1978) schreef er in haar debuutbundel ‘Finse meisjes’ uit 2012 een gedicht over.

.

Mijn oma zwemt…

.

Mijn oma zwemt in de winterzee

haar overvallers wilden dat niet geloven

.

ze had graag bij de maffia gewild

want die zorgen tenminste goed voor hun familie

.

toen The Bold and the Beautiful er tijdelijk mee stopte

dreigden mensen hun televisie uit het raam te gooien –

de wereld is mooier in andermans kamers

.

mijn oma liet het hek zien waar mijn moeder

’s nachts overheen klom

en thuiskwam met gaten in haar panty –

ze wees ernaar of het de drinkplaats van een kudde was

daarna haalde ze een schaar tevoorschijn

.

zwemmen is goed voor de weerstand

zouden jullie ook eens moeten doen

water verdraagt veel

.

Ready-made

Frank Báez

.

Frank Báez is een Dominicaanse dichter en fictieschrijver en heeft zes dichtbundels, een boek met korte verhalen en twee non-fictiewerken gepubliceerd. Hij stond op de Bogotá 39-2017-lijst van de meest veelbelovende schrijvers van 39 jaar of jonger. In 2019 was hij te gast bij Poetry International in Rotterdam. Hij maakt deel uit van het spokenwordcollectief ‘El Hombrecito’ (De kleine man). Bij uitgeverij Karaat kwam zijn vertaalde bundel uit getiteld ‘Gisteren droomde ik dat ik een DJ was’.

De poëzie van Frank Báez (1978) beweegt zich in een tragikomische, schijnbaar autobiografische wereld van gedichten waarin een jonge eilandbewoner aan het woord is die het liefst de wijde wereld intrekt om kunstenaar te worden. De dichter heeft veel gereisd en veel van de wereld gezien, en hij kijkt daarop terug in zijn gedichten: Chicago, Egypte, de Middellandse Zee – een voor een worden de locaties opgenomen in dat universum van die jongeman die graag groots en meeslepend wil leven maar toch zijn geliefde eiland in de Caribische Zee maar niet uit zijn systeem krijgt. Steeds keert Báez terug naar de kade, de pier en de golven.

In zijn gedicht ‘Ready-made’ wat geen ready made is, lees je de onrust terug.

.

Ready-made

.

Verlaat vroeg het werk.

Loop de trap op en tel daarbij elke trede.

Neem een douche.

Voer de kat.

Verwarm het eten in de magnetron.

Kies een condoom.

Kies een vrouw om het condoom mee te gebruiken.

kies een bed om de vrouw en het condoom mee te gebruiken.

Kies een kamer om het bed, de vrouw en het condoom mee te gebruiken

Kies een motel om de kamer, het bed, de vrouw en het condoom mee te

gebruiken.

Neem nog een douche.

Loop de trap op zonder de treden te tellen.

Oploskoffie.

Sluit uzelf op in een ruimte zonder rolgordijnen

van de vele ruimtes zonder rolgordijnen in deze stad.

Zet de televisie aan.

Ga slapen.

Word vroeg wakker

en blijf voor de deur staan wachten

tot u erachter komt dat het zinloos is.

Prozac.

Ga slapen.

.

Poëzieweek 2023

Miriam Van hee

.

In 2023 schrijven Hester Knibbe en Miriam Van hee het Poëziegeschenk met als titel ‘Er staat te gebeuren’. Het thema van deze Poëzieweek is ‘Vriendschap’. De Poëzieweek loopt van 26 januari t/m 1 februari.

Miriam Van hee (1952) is een Vlaamse dichter en vertaler. Ze debuteerde in 1978 met de bundel ‘Het karige maal’, waarvoor ze meteen bekroond werd met de Prijs voor Letterkunde van de Provincie Oost-Vlaanderen. Ook de bundels die ze daarna publiceerde werden geregeld bekroond: voor ‘Winterhard’ (1988) won ze de Jan Campert-prijs, voor ‘Reisgeld’ (1992) kreeg ze de Dirk Martensprijs, voor ‘Achter de bergen’ (1996) won ze de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Poëzie. In 2008 sloeg ze een dubbelslag met  ‘Buitenland’. Ze won zowel de juryprijs van de Herman de Coninckprijs voor de hele bundel, als de publieksprijs voor het beste gedicht voor ‘Zomereinde aan de Leie’. Voor haar recentste bundel ‘Als werden wij ergens ontboden’ (2017) ontving ze namens de Vlaamse regering in 2017 de Ultima voor de Letteren.

De poëzie van Miriam Van hee is vertaald in verschillende talen en werd ook in vertaling bekroond. In 2007 won ze de Europese poëzieprijs POESIAS voor de Franse vertaling van haar dichtbundel ‘De bramenpluk’.

Miriam Van hee vertaalde onder meer poëzie van Anna Achamatova, Osip Mandelstam, Velimir Chlebnikov en Vjatsjeslav Koeprijanov. Samen met Lisette Keustermans vertaalde ze ook gedichten van de Zweedse dichter Tua Forström. Sinds 2011 is Miriam Van hee ook lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren.

In het poëzietijdschrift  ‘Het liegend konijn’ uit 2003 komt het gedicht ‘Everzwijnen in januari’ van Van hee.

 

Everzwijnen in januari

.

je zocht een pad in het ongewisse
bij elke bocht keek je om, waar
je was, je gooide een steen
en het stoof in de struiken:
vijf kleine gestreepte coureurs
en hun moeder renden als gekken
je blikveld uit

.

je stelde je voor hoe je ’s avonds
zou bellen om hun te vragen
hoe het ze verder die dag was vergaan
om hen gerust te stellen, de jacht
was voorbij, het nageslacht veilig,
de wereld had weer
aan zichzelf genoeg

.

 

Hanoi

Kira Wuck

.

Zoals ik al eerder deze maand schreef zijn er verschillende dichters bekend en gepubliceerd zijn, die op enig moment aan de Turing gedichtenwedstrijd hebben meegedaan. Kira Wuck (1978) is ook iemand die meedeed aan deze wedstrijd. In de bundel van 2016 staat ze bij de 100 beste dichters. Wuck studeerde aan de Hogeschool Utrecht en volgde de schrijfopleiding aan de Schrijversvakschool. In 2011 brak zij door op het podium toen zij de NK Poetry Slam won. Een jaar later verscheen haar debuutbundel ‘Finse meisjes’ dat in 2013 bekroond werd met de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs en de Jo Peters Poëzieprijs. In 2018 verscheen haar tweede bundel ‘De zee heeft honger’.

.

Hanoi

.

In een goedkoop hotel waarvan het behang van de muren bladdert

kijken katten koortsachtig uit hun ogen

ze geven hun gasten kopjes zodat ze niet langer blijven

het zijn altijd anderen die kou mee naar binnen dragen

als luizen onder hun kraag

.

een jonge man die zijn kamer niet verlaat

denkt dat de wereld uit zijn vingers loopt

weilanden uit zijn jeugd drijven voorbij

zo ligt hij al eenentwintig dagen

hij droomt ervan zichzelf uit foto’s te knippen

in een land waar de lucht zwart is en opium niet duur

.

Overburen

Dorien Dijkhuis

.

In ‘Het liegend konijn’ 2019/1 lees ik een gedicht van Dorien Dijkhuis getiteld ‘Overburen’. Toen was er van haar nog geen bundel verschenen maar inmiddels is haar debuutbundel ‘Waren we dieren’ verschenen in november 2019 bij Nieuw Amsterdam. Dijkhuis (1978)  is schrijver, dichter en journalist. In Utrecht volgde studeerde zij Taal- en Cultuurstudies aan de Universiteit Utrecht met een specialisatie in Latijns-Amerikaanse geschiedenis en cultuur.

Gedichten van haar hand verschenen in Tirade, Extaze en (zoals hierboven al genoemd) Het liegend konijn. Haar werk werd ook opgenomen in bloemlezingen, waaronder de bundel ’10 voor 10, tien Extaze-dichters van de jaren tien’.

In Het liegend konijn zijn vijf gedichten opgenomen waaronder het gedicht ‘Overburen’.

.

Overburen

.

hij laat de gordijnen op een kier, bespiedt

zijn huis vanuit de kamer van de overburen

.

hij weet: hoe langer ik wacht, hoe groter

de kans met eigen ogen te zien hoe men mij

.

op een dag het huis uit zal dragen, iemand

mijn plek neemt in de stoel; bij het raam

.

hij denkt: ik ben er nu niet, laat het

nu dan in godsnaam gebeuren

.

Poëzie in film

The Bookshop

.

Afgelopen week bekeek ik de film ‘The Bookshop’ uit 2017 van regisseur Isabel Coixet. De film is gebaseerd op de gelijknamige roman uit 1978 van Penelope Fitzgerald , waarin de hoofdpersoon, Florence Green (gespeeld door Emily Mortimer) tegen de stroom in probeert een boekwinkel te openen in de kustplaats Hardborough, Suffolk. Omdat deze film gaat over een boekenwinkel in de jaren vijftig van de vorige eeuw, mag je verwachten dat er ook poëzie in voorkomt. En mijn verwachtingen werden ingelost.

Regelmatig worden titels van gedichtenbundels getoond (niet zo prominent als ‘Lolita’ van Nabokov in de film maar toch) en er wordt geciteerd uit een paar gedichten waaronder een sonnet (XXXIV) van Charles Hamilton Sorley. Maar ook komt in een gesprek tussen de hoofdpersoon en de mysterieuze veellezende kluizenaar Edmond Brundish (gespeeld door een van mijn favoriete Engelse acteurs Bill Nighy) de zin langs ‘Never give a lady a restive horse’. Ik dacht dat dit een zin uit een gedicht zou zijn maar het blijkt de titel van een boek over Victoriaanse etiquette van Thomas Edie Hill (1832-1915) te zijn.

Omdat ik verder zocht kwam ik echter toch een gedicht tegen met diezelfde titel. Op de website deepundergroundpoetry staat een (erotisch) gedicht van Geoffe Cat met deze titel geïnspireerd op het boek van Hill dat uit een bundel komt uit 1968.

.

Never Give a “Lady” a Restive Horse – Sonnet Nineteen

 .

A restive horse, no gift a “Lady” make,
For “Lady’s” stride should simple gestures grace,
Lest in her sport, her seat that posting take,
Decorum speaks, should “Lady” never brace.

.

Though such a rider she, she may protest,
In taming such a horse, her pleasures wrought,
That with its buck and lunge, her sure contest
To still such beast, she shows her measures tau(gh)t.

.

For in such work, from “Lady’s” measure may
In strike and strump, come most “un-Lady’s” gait,
In leap and loft, her seat and measure’s sway,
May “Lady-like”, unsullied state negate.

.

So never gift a “Lady” restive horse,
‘Though she, with seat and measure, may endorse.

.