Site-archief
Lago Maggiore
Tonnus Oosterhoff
.
Schrijver en dichter Tonnus Oosterhoff (1953) studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Oosterhoff debuteerde in literair tijdschrift Raster. Naast poëzie schreef hij proza, verhalen, essays, hoorspelen en een toneelstuk. Oosterhoff publiceerde vanaf 1990 vele dichtbundels en zijn werk kenmerkt zich door onderkoelde humor en hij lijkt zich met elke nieuwe bundel te willen vernieuwen.
Vanaf 2001 werkt Oosterhoff aan een website met bewegende gedichten. In 2012 ontving Oosterhoff de P.C. Hooft-prijs voor zijn ‘in hoge mate vernieuwende poëzie’. In 2008 verscheen bij uitgeverij De Bezige Bij de bundel ‘Ware Grootte’ waarin ook het gedicht ‘Lago Maggiore’ staat.
.
Lago Maggiore
.
Onze geschiedenisleraar Treurniet,
doof, depressief, als student was hij
vrolijk geweest – hij is dood, allang
.
Mijn vriend die mijn vriend niet was
in bed rook hij naar ijzer, naar vrouwenoorijzer,
en ik, wij
.
Wij hadden ontdekt: ‘nu’ is Frans voor naakt.
.
In het donker vakantiehuis lachten wij, lachten
de open deur, het natuurstenen balkon,
de mimosahelling omlaag ins heilignüchterne Wasser
om de grap, de voorstelling:
‘Nu… komt Treurniet binnen.’
.
Het eerste mislukte begin
Rodaan Al Galidi
.
De van geboorte Irakese schrijver en dichter Rodaan Al Galidi (1971) is een doorzetter. Na zijn studie tot civiel ingenieur ontvluchtte hij Irak om aan zijn militaire dienstplicht te ontsnappen. Hierna zwierf hij jarenlang door Azië voordat hij in 1998 via Schiphol in Nederland aankwam, waar hij asiel aanvroeg, wat hem geweigerd werd waarna hij uitgeprocedeerd was. Hij mocht daarom geen lessen Nederlands bijwonen. Al Galidi leerde zichzelf de Nederlandse taal en begon te schrijven. In Vlaanderen ontving hij een werkbeurs. In 2007 kreeg Al Galidi alsnog een verblijfsvergunning in Nederland door een generaal pardon.
Sinds 2000 publiceert hij poëzie en proza. In 2000 debuteerde hij met de poëziebundel ‘Voor de nachtegaal in het ei’, gevolgd door vele romans, bundels columns en andere poëziebundels. Voor zijn werk ontving hij prijzen maar vooral heel veel nominaties voor prijzen.
In 2008 verscheen van hem de bundel ‘De laatste slaaf’. In deze bundel staat het gedicht ‘Het eerste mislukte begin’.
.
Het eerste mislukte begin
.
Ze hebben de muur bezet,
de zolder gegijzeld,
het dak vermoord
en het raam dichtgetimmerd.
Ze dwongen het balkon
zijn planten
op de stoep te gooien
en zelfmoord
te plegen.
Ze begroeven de kelder,
ze bevalen de schuur haar rommel achter te laten
en te verdwijnen
en
ik
leef nog.
Ik kook voor mijn vrienden,
koop beltegoed voor mijn woorden
en het belangrijkste:
ik kan nog slapen,
minstens zes uur per nacht
en soms zelfs
zonder slaaptabletten.
.
Stop de bom
J.C. Aachenende
.
Afgelopen zondag besprak ik met een paar vrienden dichters en kreeg ik de vraag of er dichters zijn die ik niet ken (van naam of anderszins). Uiteraard gaf ik op die vraag het enige antwoord wat je kan geven namelijk dat er nog altijd veel dichters zijn die ik niet ken (al worden het er wel steeds minder). En er komen steeds weer dichters bij. Poëzie is levenslang kortom.
Maandag las ik op Facebook een bericht van Jos van Hest dat dichter J.C. Aachenende was overleden op 90 jarige leeftijd. J.C. Aachenende is het pseudoniem van Dr. Isaak van der Sluis, voormalig dermatoloog en docent aan de Universiteit van Amsterdam. Jos schrijft dat hij hem kende als een erudiete, scherpzinnige, geestige en soms vileine schrijver en dichter, die tot drie jaar geleden vrijwel elk Open Podium in de OBA (de bibliotheek van Amsterdam) bezocht, waar hij met zijn sonoor-rasperige stem het ene grappige gedicht na het andere schrijnende voorlas.
Het deed mij meteen denken aan Wim den Hertog, een oudere man die bij de open podia van toen nog Ongehoord Rotterdam, op het open podium altijd zijn gedichten de zaal in baste. Uiteraard ben ik op zoek gegaan naar meer informatie over J.C. Aachenende. Zo las ik op de website van Meander dat hij een aantal bundels heeft gepubliceerd zoals ‘Tegengif’ (2003), ‘Het leven is gezelligheid’ (2005) en ‘Vreten op aarde’ (2008), ‘Met weemoed’ (2011), ‘Gedichten en gedachten’ (2015) en ‘Tweeënveertig gedichten vol vuur en vaart’ (2016).
In zijn rouwadvertentie stond uiteraard een gedicht van zijn hand dat ik jullie niet wil onthouden omdat het mij uit het hart gegrepen is.
Mijn huis is maar een boekenkast
waarvan ik als gedulde gast
nou ja, bibliothecaris dan
mag wonen; ’t is een labyrinth
waarin ik, wat ik weet en ken
nooit vind, en zelfs verloren ben
.
Uit zijn bundel ‘Met weemoed’ komt het gedicht ’21 november’ over de grote demonstratie tegen de Neutronenbom in Den Haag in 1981.
.
21 november
.
De Vrede is een hond
die keft en gromt
en bijt, en laat z’n tanden zien.
Hij blaft en kwijlt
z’n valse taal: de vredeszwendel.
.
De Vrede ijlt z’n roep vooruit,
hij scheurt het vlees
van ‘t bot: z’n vreten.
Hij kraakt het been. Hij knaagt,
een bloedhond die in meutes jaagt.
.
Sla hem de tanden uit z’n mond.
De Vrede is een valse hond.
.
.
Hij wrijft hun neuzen door het leed…
Ed Leeflang
.
In de bundel ‘Op Pennewips plek’ van Ed Leeflang uit 1982 lees ik het gedicht ‘Hij wrijft hun neuzen door het leed …’ en meteen doet de tekst mij aan het hier en nu denken. In dit bundeltje worden een groot aantal situaties op school empathisch en met fijn gekozen woorden belicht. Opvallend vind ik dat de situatie waarin we ons nu bevinden helemaal niet zo veel verschilt van de situatie begin jaren ’80. Ook toen was er het milieu, de natuur, oorlog waar we mee werden geconfronteerd.
Ed Leeflang beschrijft in ‘Hij wrijft hun neuzen door het leed…’ hoe een leerkracht, tegen beter weten in soms, leerlingen probeert bij te brengen hoe het leven er in het echt uitziet. Vooral de laatste twee zinnen vind ik van een grote schoonheid.
Ed Leeflang (1929-2008) was vrijwel zijn hele leven docent Nederlands in Amsterdam, Leiden, Den Haag en Zierikzee. Hij debuteerde op latere leeftijd (50) in 1979 als dichter met de poëziebundel ‘De Hazen’ waarvoor hij de Jan Campertprijs in 1980 ontving. Vanwege zijn realistische schrijfwijze en een melancholisch verlangen naar verloren zuiverheid wordt zijn poëzie in de literaire kritiek wel aangeduid als romantisch realisme of neoromantiek.
.
Hij wrijft hun neuzen door het leed…
.
Hij wrijft hun neuzen door het leed
als om ze zindelijk te maken; zeehonden,
kerncentrales, besmette schelvis die je eet,
legers waaraan we meebetalen.
Ze worden nu al moe van het volwassen
en het bewuste mondig zijn, ontzien hun
goeroe wel, maar thuis kijken ze
naar alles wat het scherm te bieden heeft
aan rechts, verrots en zondig zijn.
Wie tot het heil veroordeeld is
komt pas op adem in de hel.
.
Puntig licht
Inge Boulonois
.
Dichter Inge Boulonois ken ik al sinds 2008 toen ik samen met haar (en nog enige anderen) mocht voordragen in het huiskameratelier van Alja Spaan tijdens Alkmaar Anders. Sindsdien volg ik haar en schreef ik onder andere over haar laatste bundel Voor waar genomen uit 2021. In MUGzine was ze één van de vier light verse dichters die nummer 8 vulde en nu is er een nieuwe bundel met light verse gedichten van haar verschenen.
In deze nieuwe bundel ‘Puntig licht’ staan maar liefst 100 nieuwe, luchtige gedichten. De onderwerpen zijn divers: van kunst tot vakantie, van lockdown tot mei, van wandelende tak tot kamasoetra. En zoals we gewend zijn van Inge komt een verrassende diversiteit aan versvormen aan de orde in de bundel.
In het voorwoord schreef light verse dichter (ook in nummer 8 van MUGzine) Frank van Pamelen over haar gedichten: ‘Ik heb inmiddels heel wat werk van haar tot mij genomen, en steevast gaat dat gepaard met een gelukzalige glimlach’. Uit deze nieuwe bundel het gedicht ‘De goeie ouwe tijd’.
.
De goeie ouwe tijd
.
Bezwaren tegen asbest had geen hond,
Roundup werd door de boeren luid bezongen,
tabak gold als ontspanning voor de longen,
lang in de zon was nuttig én gezond.
.
Dus welke wijsheid nu ook wordt beweerd:
wat goed is, blijkt soms later goed verkeerd!
.
Eenzaamheid
Dubbel gedicht
.
Vandaag een dubbel gedicht over eenzaamheid. Er zijn vele gedichten geschreven over eenzaamheid, het is één van die thema’s waarover dichters graag schrijven (net als over liefde, dood en poëzie). Het eerste gedicht ‘Een kwade man’ is van Hugo Claus (1929-2008) en komt uit de bundel ‘Gedichten 1948-1963’.
Het tweede gedicht ‘Assepoes’ is van Lut de Block (1952) en komt uit de bundel ‘Entre deux mers’ uit 1997.
.
Een kwade man
.
Zo zwart is geen huis
Dat ik er niet in kan wonen
Mijn handen niet langs de muren kan strekken
.
Zo wit is geen morgen
Dat ik er niet in ontwaak
Als in een bed
.
Zo waak en woon ik in dit huis
Dat tussen nacht en morgen staat
.
En wandel op zenuwvelden
En tast met mijn 10 vingernagels
In elk gelaten lijf dat nadert
.
Terwijl ik kuise woorden zeg als:
Regen en wind appel en brood
Dik en donker bloed der vrouwen
.
Assepoes
.
Je zussen sneden hiel of tenen af
en werden even bruid. De buit was jij.
Jouw zwanenzang, jouw preuts gespin,
jouw dansen op het ijs van middernacht,
had je van een sprookje meer verwacht?
.
Je bent een blinde op een uitkijktoren,
je baadt in weelde, paart in kikkerdril.
Vergeet wat je zo graag vergeten wil:
het glazen muiltje en de vlekken van
verschoten bloed. Het nabeeld van
.
een achterhaalde droom:
de prins die nooit komen zal,
de kikker nodeloos gekust.
.
Piraten
Gwy Mandelinck
.
De Belgische Gwy Mandelinck (1937) is stichter van de Poëziezomers in Watou, België, die hij van 1980 tot 2008 als artistiek directeur leidde. Hij is echter ook schrijver en dichter en hij schreef meerdere dichtbundels. Zijn werk werd meerdere malen bekroond in België. In de bundel ‘Lotgenoten’ uit 2014 staat het gedicht ‘Piraten’ en bij het woord piraten moet ik altijd aan vakantie denken, ik weet eigenlijk niet zo goed waarom. Daarom in het kader ven vakantiepoëzie dit gedicht.
.
Piraten
.
Omsingeld hun boten.
Gerold uit zeilen, uit touwen
.
wit van zout; voor
geen ringen zijn ze vrij te kopen.
.
Wrakhout versplinterd
vleugelt adem door
.
de neus; voor geen helft
geheimen prijsgegeven.
.
Meisjes van 40
Jolies Heij
.
Dichter en performer Jolies Heij (1964) ken ik al vele jaren. Regelmatig kwam en kom ik haar tegen op podia en andere poëzie-evenementen, zo was ze deelnemend dichter aan de Poëziebustoer van 2019. Jolies studeerde Duitse Taal- en letterkunde in Utrecht en Freiburg im Breisgau in Duitsland. Vanaf 1999 is ze actief als (slam) dichter en sinds 2008 doet ze mee aan diverse slampoetrywedstrijden in Nederland en Duitsland. Ze was winnares van Slam by the Sea, ze deed mee bij Kargadoorslam, U-slam, iPoetry, Slamersfoort, in Delft, Zeist en Vlissingen. Ze won de tweede prijs bij ‘Het woord in de wijk’, een schrijfwedstrijd over de Utrechtse wijk Zuilen.
Ze treed zoals gezegd regelmatig op bij allerlei podia in het land en haar werk werd gepubliceerd bij onder andere Meander, De Contrabas en Pomgedichten. Haar stem klinkt amusant, versneld en bewust articulerend. Ze is serieus en grappig, gebruikt daadkrachtige beelden, schuwt provocaties niet en neemt totaal geen blad voor haar mond. En elke keer als ik haar hoor of zie optreden denk ik: Ik moet eens over Jolies schrijven.
Op 2 juli jongstleden, op de dag van de roos, droegen we beide voor in het Westbroekpark in Den Haag (samen met nog enkele dichters). Opnieuw werd ik gegrepen door haar puntige en ironische poëzie. Ik kocht haar debuutbundel ‘Lolita zei…’ waar ze in 2016 mee ‘debuteerde’ en uit die bundel koos ik het gedicht ‘Meisjes van 40’ waar alles in zit wat me zo inneemt voor Jolies.
.
Meisjes van 40
.
ze raadt korte rokjes aan
ook al staan
haar benen als zuilen
haar spijkerhakkentiktakken
menig gat in de grond
bezaaid met handkussen
.
talloze gulle minnaars
heeft ze achter zich gelaten
.
maar niemand bezat het paspoort
niemand die koning mocht heten
of de bolster strelen
dit territorium ligt braak
nooit door laarzen aangestampt
of door pummels bemest
.
ze doet maar alsof
ze ergens tussen het hangende vel
een onderkomen heeft bewaard
voor koeriers
voor avonturiers
ook rovers
zijn niet te versmaden
.
daarom schikt zij haar lichaam
voordat het verlepte rozen braakt
en kobolds op doorzakpaarden
te gebocheld en afgedankt
.
er schuilt een zekere lijdzaamheid
in dit volharden
.
niemand ziet
hoe zij aaiend het hart
onder de riem draagt
.
meisjes van 40
zijn niks wijzer
hooguit wat aftandser
en zitten beter in hun harnas
.
Wout Waanders
MUGzine #13
.
In augustus komt het nieuwe nummer van MUGzine uit. Dichters die vertegenwoordigd zijn met werk zijn Jana Arns, Marie Brummelhuis, Shari van Goethem en Wout Waanders. De kunst is dit keer van kunstenaar/fotograaf Ruben Philipsen. Om alvast in de stemming te komen zal ik hier een paar keer iets van de deelnemende dichters plaatsen. Zo plaatste ik van Shari van Goethem op 10 juni al een gedicht en vandaag is het de beurt aan Wout Waanders (1989).
Wout Waanders schrijft gedichten op een laptop, met een pen of een Edding 3000. Hij draagt ook gedichten voor. Daarnaast treedt Wout op als onderdeel van de vijfkoppige Boyband, de literaire boyband. Eind 2020 verscheen Wouts debuutbundel ‘Parkplan’ bij uitgeverij De Harmonie. Daarvoor had hij al in verschillende kranten, (digitale) tijdschriften en verzamelbundels poëzie gepubliceerd. Waanders was in 2019 en 2020 stadsdichter van Nijmegen en in 2008-2009 Campusdichter van de Radbouduniversiteit in Nijmegen. Hij won in 2012 de Poëzieprijs van de Stad Oostende en in 2014 Write Now! ‘s-Hertogenbosch. Zijn debuutbundel ‘Parkplan’ won de C. Buddingh’-prijs, en werd genomineerd voor de Herman de Coninckprijs.
In de hoedanigheid van stadsdichter schreef hij in 2020 het gedicht ‘een nieuwe stad’ een gedicht voor boven het condoleanceregister voor Nijmeegse coronaslachtoffers.
.
Een nieuwe stad
.
Gisternacht heb ik een nieuwe stad bedacht.
Het lijkt verdacht veel op Nijmegen, maar er zijn geen beperkingen,
geen nieuwsberichten (hooguit iets over een pandabeer)
en jij bent er. Jij bent er gewoon weer.
.
Ergens in je straat kom ik je tegen.
Je glimlacht, vraagt: is het anders zonder mij,
en ik knik: wat had je gedacht. Dan open jij je armen en
ik omhels je met terugwerkende kracht.
.













