Site-archief

Zonsondergang

Hans Franse

.

Afgelopen zondag was ik bij een poëziepodium van Dichter bij de Dood in de aula van begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag. Een van de voordragende dichters was Hans Franse (1940). Ik ken Hans al lang en goed en wist dat een van zijn favoriete gedichten in de Nederlandse taal het gedicht ‘totaal witte kamer’ is van Gerrit Kouwenaar (1923-2014). Het verbaasde me dan ook niet dat hij juist dit gedicht voordroeg. Gevolgd door een reactie in dichtvorm van hem getiteld ‘Zonsondergang’ dat hij schreef toen Gerrit Kouwenaar overleed.

Omdat ik dit een prachtig gedicht vind vroeg ik hem of ik het mocht hebben (hij had het op papier bij zich) om op dit blog te delen. Het gedicht ‘totaal witte kamer’ uit de gelijknamige bundel uit 2002 waarop dit geïnspireerd is van Kouwenaar vind je hier.

.

Zonsondergang

.

Laten we de zee rood maken.

Laten we de lucht rood maken.

Laat ons nog eenmaal

de lucht en de zee rood maken.

Gerrit Kouwenaar is dood.

.

De letterbak van de taal

van het Woord van de taal

van de taal van zijn Woord

smolt weg in het water

van het westen.

.

Laten wij het Woord licht maken

zoals de kamer wit werd

eindelijk helemaal wit en licht werd

en de peilloze diepte van het Woord

bereikt leek:

levenszee het Woord.

.

Dat woord, zijn Woord

zal de lucht immer rood maken

zolang dat Woord zijn woord

niet achter de horizon verdwijnt.

.

Maar laten wij vooral onze eigen lucht

rood blijven maken,

stralend maken:

met ons eigen woord

maken wij een nieuwe morgen.

.

Helle van Aardeberg

Gedicht bij presentatie

.
Bij de presentatie van de laatste nieuwe bundel van Alja Spaan ‘Iets dat op een route leek en een kaart van die andere wereld’ was een van de door Alja gevraagde dichters Helle van Aardeberg (1962). Helle ken ik al heel lang maar ik had haar ook al lang niet gesproken. Haar werk (ze maakt al sinds jaar en dag de uitnodigingen voor Reuring, het poëziepodium van Alja in Alkmaar) ken ik goed, maar poëzie van haar hand had ik al lang niet meer gelezen. Bij de bundelpresentatie droeg ze haar gedicht ‘On the Liberal Hill overlooking the Bible Belt’ voor en haar voordracht maar ook zeker het gedicht zelf waren weer ouderwets overtuigend. Daarom heb ik haar de tekst van dit gedicht gevraagd die je hieronder kunt lezen.

Helle won in 2011 de Poëziewedstrijd van het Bureau voor Ontwapeningszaken van de Verenigde Naties (UNODA) en ze werd door de Japanse Minister van Buitenlandse Zaken in Den Haag in 2012 onderscheiden met een certificaat voor deze wedstrijd (ik was een van de gelukkigen die Helle destijds had meegevraagd). Ook is zij Erelid voor het Leven van The Literarian Society (sinds 2014) in Richmond, Virginia (Verenigde Staten).

.2011, 2012

On the Liberal Hill overlooking the Bible Belt
.
“Speak the King’s English!”
.
Fell from her overworked,
underpaid lips
from her place at the kitchen table
hissing out of sociologically
pressure-cooked table manners
southern-fried sit up straights
Sunday supper elbow chasing
throwing us academic lifesavers
hard single-parent lessons.
.
“I will have none of THAT!, No Madame! Not under my roof!”
.
She did not bring us
back to her homeland
to be bastardized
by its use of folk language
of twangs and twongs
grunts and muttering moans.
Calling it intellectual suicide
You will never make anything of yourself
.
“But mama, ain’t it true culture, what refines us all?”
.
“Like yo’ said fo’ yo’self
Never be ‘shamed of yo’ roots
Like you said it’s th’ hatin’,
that’s what’s wrong, the hatin’
and what of my daddy
the brilliant inventor gone ‘n
thems ‘at come before?
Them thar was good folk, fine folk
yes indeedy
They wus Pioneers and War Heroes
Refugees and Trailblazers
Nation builders and fancy genealogy
book figures
Freed’m fighters ‘n freed’m takers”
“I did not raise my children to be ignorant”, she pointed out –
of her generation and sheer sullen wits
.
backed by her study of History
under proud shields
of family heraldry
imprinted in the walls
of William & Mary
In her beautiful maverick way
that galloped
many a battlefield
in its day,
always surviving
against odds, enormous
and yet never ever
winning her true dreams
and built
of sacrifice
.
“Now, mama which King are you tolkin’ ‘bout?”
.
This here s’Merika
We ain’t had no King fo’ a long piece
last I checked just like the hen house
I ain’t gonna tolk no bloody British
Ain’t t’at thar a bit far back down the line?
W’at cent’ry is you livin’ in mama?
I AM tolkin’ the King’s tolk!
The ‘merikan king, Elvis Presley!
.
Ain’t t’at jus the skinny?
dumber than a bag of hammers
and on stage
.
At nine.
.

De moeder van Tom moet dood

Rinske Kegel

.

Soms lees je de titel van een gedicht die je twee keer moet lezen voor je goed begrijpt wat er staat. In andere gevallen is een titel zo wonderlijk of nieuwsgierig makend dat je het gedicht wel moet lezen om te weten waar zo’n titel vandaan komt. Zo’n titel las ik in de bundel ‘Naaktlopen met je hersenen, de 100 beste gedichten uit de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2012’.

De titel van het gedicht luidt ‘De moeder van Tom moet dood’ en is van dichter Rinske Kegel (1973). Nu ken en volg ik Rinske al vele jaren en ik ken haar als een vriendelijke  dichter. Mijn eerste kennismaking met Rinske Kegel was in 2014 toen ze (onder andere met Daniël Vis, Willy Spillebeen, Miguel Santos en Hervé Deleu) op het podium stond van Poëziestichting Ongehoord!

In 2020 schreef ik over poëzie ansichtkaarten en daar dook haar naam opnieuw op, stond ik dat jaar samen met haar en nog een aantal dichters op het buitenpodium van De Groene Fee in Breda, verscheen haar poëzie in MUGzine nummer 10 in 2021 en droeg ze met een Luule bij aan de special van MUGzine in 2025.

Maar nu dus een ouder gedicht van haar hand in de bundel van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2012. Een gedicht met een bijzondere titel die nieuwsgierig maakt naar de inhoud van het gedicht. En dan blijkt het gedicht te leveren, zoals van Rinske Kegel verwacht mag worden.

.

De moeder van Tom moet dood

.

Voor de eerste keer stak ik alleen de grote weg over

die ons dorp in oud en nieuw verdeelde

om bij mijn vriendje te gaan spelen

ik zong zijn naam achter mijn melkgebit

.

toen ik aan de brievenbus klepperde

deed de moeder de deur op een kier

haar wenkbrauw hing laag

ze fluisterde Tom moet slapen

.

toen ik thuis was zei mijn eigen moeder

met haar te kleine armen dat ik gegroeid was

.

 

1 miljoen

Statistiek, bezoekers, pageviews en een gedicht

.

Dit wordt een blog over cijfers en statistiek, een extra blog om mijn lezers te bedanken voor hun vertrouwen en nieuwsgierigheid naar alles wat de poëzie te geven en te melden heeft. En zoals altijd met een gedicht.

Vanaf half oktober 2007, toen ik dit blog begon, heb ik regelmatig statistieken gedeeld. De eerste na een jaar in augustus 2008 toen dit blog nog onder web-log.nl draaide, toen ik in één jaar maar liefst 2116 bezoekers had. Ik weet nog dat ik daar heel blij mee was, mijn berichten werden gelezen en er zat een stijgende lijn in. In februari 2009 was het aantal bezoekers gestegen naar 5000 . In 2010 kwam de mijlpaal van 1000 reacties, in 2012 plaatste ik het 700ste bericht, in 2014 de 100.000 pageviews, in 2020 volgde het 1000ste bericht, de mijlpaal van 1 miljoen pageviews, in 2023 de 1,5 miljoen pageviews (inmiddels ruim 1,8 miljoen pageviews) en nu, afgelopen augustus werd opnieuw een mijlpaal behaald, namelijk de 1 miljoenste bezoeker. Ik realiseer me dat veel van deze 1 miljoen bezoekers regelmatige, vaak zelfs dagelijkse bezoekers zijn. Ik heb door de jaren heen vele abonnees op dit blog mogen verwelkomen (in totaal vandaag 497). Al die vaste en incidentele lezers wil ik hierbij bedanken voor hun vertrouwen in dit blog maar vooral voor hun liefde en nieuwsgierigheid van en in poëzie.

En omdat geen blog zonder gedicht kan (vind ik) heb ik gezocht naar een gedicht over cijfers of statistieken. Dat heb ik gevonden in de bundel van Radosław Jurczak (1995) die werd gepubliceerd en uitgegeven door Poetry International, Versopolis en de Europese Unie in 2023 en vertaald door Kris Van Heuckelom.

.

Elegie voor de afdeling speltheorie en sociale wiskunde van de universiteit van Warschau

.

Thou shalt not sit
With statisticians nor commit
A social science.

W.H. Auden

Spam is de basis van alle dingen en zal ons op een dag doden
als het ons eerder niet sterker zal maken Uit kartonnen dozen op de Banachmarkt

doen willekeurige Vietnamezen rekenmachines van de hand
(willekeurig zijn ook de processen: die Vietnamese jongen zijn

in een goedkoop Vietnamees T-shirt Een wiskundige als oom hebben
Die wiskundige zijn: geld naar huis sturen

en e-mails kleurloos als zuurstof) En je moet nog iets weten:
hoeveel geld je kunt verdienen met zulke rekenmachines

als Vietnamees kind (en je weet het niet: dus dat kind zijn
niets van getallen weten rekenmachines van de hand doen

elke dag bij het verlaten van de metro folders op de grond laten vallen
als offer aan de ondergrondse goden, want wie zou ze godverdomme lezen

in het Pools) Dus de oude statisticus droomt dat hij een zuurstofdeeltje is
of zijn eigen model: uitgestrekt zijn de rijstvelden

alsook de dorpen dichtbevolkt en zonnig: en dit weten ze niet:
onder de grond berekent elke rijsthalm winst en verlies

(en dus deze winst dit verlies zijn) Op alle zuurstofatomen
zitten zeer kleine tellers (als je dit eenmaal inademt)

stretto
Spam is de basis van alle dingen en als het ons niet sterker maakt
zal het ons uiteindelijk volkomen begrijpen Uit kartonnen dozen bij de Banachmarkt
doen ze rekenmachines van de hand Der Tod ist ein Statistiker
aus Vietnam (de lucht hecht zich aan één zuurstofatoom)

.

Nooit Meer Zo Nu

Serge van Duijnhoven

.

Op 5 september 2025 verschijnt het ‘Magnum Opus’ van schrijver, dichter en historicus Serge van Duijnhoven (1970) met de intrigerende titel ‘Nooit Meer Zo Nu’. Een bloemlezing van zijn werk aangevuld met nieuw werk: een kosmische explosie van “spontaneous prose”, Engelstalig met een typografische, bijna illustratieve inslag. Dit 344 pagina tellende werk, hardcover bekleed met rood linnen en met full colour binnenwerk is echter nu al te bestellen via deze link. Deze bundel is de eerste uitgave van de nieuwe uitgeverij Exupéry & Company.

Ik had het voorrecht om voordat de bundel gedrukt werd, mee te mogen lezen (samen met een aantal andere lezers). Ik heb sinds Serge samen met dj Fred dB optrad in de kantine van theater Walhalla in Rotterdam, en ik daar een stuk over schreef regelmatig digitaal contact met Serge. Ik schreef over zijn bundels ‘Vuurproef’ (2014), ‘Bloedtest’ (2003) en ‘Klipdrift’ (2007) en Serge was een van de eerste dichters die in MUGzine (#3) gedichten publiceerde.

En nu is er dan ‘Nooit Meer Zo Nu’, een werkelijk prachtige uitgave met een dwarsdoorsnee van zijn werk, oude en nieuwe poëzie. Ik heb de bundel met ontzettend veel plezier gelezen, me verwonderd over Serges wondere binnenwereld. Serge heeft een heel eigen stem in de Nederlandse poëzie en deze bundeling van zijn werk doet hier helemaal recht aan.

Over de bundel en CD ‘Vuurproef’ schreef ik destijds: “Wat ik ervoer tijdens het luisteren valt moeilijk te beschrijven, net als de inhoud van de CD, daarom maak ik jullie deelgenoot van de beelden, ideeën en namen die bij mij boven kwamen tijdens het beluisteren. Dat waren: Jacques Brel, klassiek, Laurie Anderson, native American, Jazz, Linton Kwesie Johnson, duister, lief, clubhouse, recht voor zijn raap, mystiek, what you hear is what you get, kabbelend, uitbundig.” Het geschreven woord laat zich al net zomin in een of twee thema’s vatten. Het benadrukt de veelzijdigheid van de dichter Serge van Duijnhoven.

Geen blog zonder gedicht en dus heb ik in ‘Nooit Meer Zo Nu’ gezocht naar een gedicht dat ik heel erg vind passen bij Serge. In het hoofdstuk IV Wis Uit Deze Boodschap, koos ik voor het gedicht ‘Het Boek Van De Slaap’ als knipoog want als ‘Nooit meer zo nu’ iets niet is dan is het een boek van de slaap.

.

Het Boek van De Slaap

.

Ik blader door het boek

van slapende figuren

speur naar de aan de dag

ontsnapte jaren

.

een treinkaart van een

ouderwetse prijs

een brief met onheuse woorden

een foto

met beurse kleuren

het bewijs dat je leven

had kunnen redden

.

een oude droom

een enkele vriend

een enkele reis

.

een uitgescheurde bladzijde

.

Toasten op de liefde

James Bertolino  

.

Op zoek naar onbekende liefdesgedichten, de mooiste en bekendste zijn er meer dan genoeg, kwam ik op een website over huwelijksgedichten. Nu zijn er vele manieren om met een gedicht een huwelijk op te fleuren maar de meeste zijn op zijn zachtst gezegd nogal ‘plat’ of clichématig. Maar ik kwam ook een gedicht tegen van de Amerikaanse dichter James Bertolino (1942).

Bertolino is de auteur van 30 boeken en chapbooks met poëzie en proza. Hij debuteerde in 1968 met twee chapbooks, ‘Day of Change’ en ‘Drool’. Een chapbook is een klein dun boekje, vaak een verzameling gedichten of korte teksten en bevatten meestal een beperkt aantal pagina’s (vaak tussen de 16 en 40). Ze zijn daardoor ideaal voor het bundelen van een kleine collectie gedichten of een enkele kort verhaal. In zijn latere carrière als dichter zou hij naast een aantal bundels vooral nog vele chapbooks publiceren. Bertolino werd al vroeg in zijn carrière veelvuldig gepubliceerd en in de loop der jaren is zijn werk verschenen in meer dan 100 tijdschriften en meer dan 40 bloemlezingen.

Als redacteur was hij medeoprichter van het literaire tijdschrift Abraxas en de Cincinnati Poetry Review , en was hij lid van de redactieraad van Ithaca House. In 1972 richtte hij Stone Marrow Press op, dat zijn eigen werk en dat van andere dichters publiceerde.

Op de website over huwelijkspoëzie vond ik het gedicht ‘A Wedding Toast’ dat verscheen in zijn bundel ‘Ravenous Bliss’ uit 2014. Dit gedicht overstijgt het cliché van het romantische huwelijksgedicht en kan ook als gewoon liefdesgedicht gelezen worden.

.

A Wedding Toast

.

May your love be firm,
and may your dream of life together
be a river between two shores—
by day bathed in sunlight, and by night
illuminated from within. May the heron
carry news of you to the heavens, and the salmon bring
the sea’s blue grace. May your twin thoughts
spiral upward like leafy vines,
like fiddle strings in the wind,
and be as noble as the Douglas fir.
May you never find yourselves back to back
without love pulling you around
into each other’s arms.
.

De klopper van het geluk

Valeria Di Felice

.

De Italiaanse dichter, uitgever en vertaler Valeria Di Felice (1984) is een Italiaanse dichter, uitgever en vertaler, publiceerde de dichtbundels ‘L’antiriva’ (2014), ‘Attese’ (2016) en ‘Il battente della felicità’ (2018). In 2023 verscheen in een vertaling van haar hand een keuze uit het werk van Anna de Brémont (1849-1922) een Amerikaanse journalist, schrijfster, dichter en zangeres, getiteld ‘Sonetti e Poesie d’amore’.

Valeria Di Felice is medeoprichter van het Casa della Poesia in de Abruzzen. In 2021 verscheen bij uitgeverij Atalanta Pers ‘De tegenoever’, een vertaling door Willem van Toorn en Patrizia Filia van ‘L’antiriva’. De bundel is inmiddels ook verschenen in het Arabisch, Spaans en Roemeens.

Uit de bundel ‘De klopper van het geluk’ ( ‘Il battente della felicità’) vertaald in dit geval door Patrizia Filia en Ineke Holzhaus, drieëndertig gedichten verdeeld in drie secties, vertelt over de liefde tussen een ‘ik’ en een ‘jij’, waarbij de ‘ik’ probeert niet alleen de ‘jij’ te ontdekken en wat hen verbindt, maar ook zichzelf, hier gedicht 2 en 5. Meer over deze bundel lees je hier. Deze bundel is nog niet gepubliceerd in Nederland

.

2

Nu moet ik het doen – zeg ik tegen mezelf –
de bron uitkiezen van de glimlach

de parel gewiegd in de mond
van de vreugde.

Ik moet – nu – een kus geven aan jouw kus,
scharlaken veertje gegleden
over de lichtheid van de wereld,
de witte handschoen neergedrukt
op de oevers van de ander.

.

5

Je hier houden, in vloeibare dromen
van slapeloze nachten, in een onverwacht april
van een ochtend die zich blauw maakt van licht.

In een onbekend alfabet
en regenbogen van zijde,
in de gewelfde rondingen
van een hart dat de stilte doet zwijgen.

Je hier houden is dichterbij
het wonder komen ergens anders te zijn,
de gouden mond van een gedicht
herboren buiten de rite van de zon.

.

Meer hoef dan voet

Marjolijn van Heemstra

.

In een tweedehandsboekenwinkel kocht ik een bijzonder bundeltje. Het is ‘meer hoef dan voet’ een bundel die geschreven is door Marjolijn van Heemstra die in 2012 de tweejaarlijkse Jo Peters Poëzieprijs werd toegekend. Deel van deze prijs, naast een geldbedrag, is het in opdracht schrijven van een aantal gedichten die door de Stichting Poëziefestival Landgraaf werd mogelijk gemaakt en bibliofiel werd uitgegeven. Mijn exemplaar is genummerd 83 van 150 en is gesigneerd door Marjolijn van Heemstra.

Wat het voor mij nog leuker maakt is dat in het bundeltje met 9 gedichten een artikel uit het NRC Handelsblad van 2014 zat én een briefwisseling van dezelfde poëziestichting aan een aantal dichters (Wiel Kusters, Frans Budé, Paul Hermans, Hans van Waarsenburg, Kreek Daey Ouwens, Rouke van der Hoek en Carina van der Walt) die gevraagd wordt een bijdrage te leveren aan het afscheid van Emma Crebolder als bestuurslid van deze stichting. De eerste brief is van 26 maart 2014 waarin gevraagd wordt een gedicht aan te leveren en aanwezig te zijn bij het afscheid. Het gedicht zou worden opgenomen in de afscheidsbundel die men zou krijgen, evenals een lunch en de bundel van Marjolijn van Heemstra (waarin ik deze brief vond).

De tweede brief is van 5 dagen later. Daarin wordt de aangeschreven dichters een prominentere rol toegezegd. Blijkbaar waren de reacties niet wat men ervan verwachten. In deze brief wordt gesproken van meerdere gedichten die aangeleverd kunnen worden (3 à 4) en naast de twee dichtbundels wordt ook nog een boekenbon toegezegd. Deze brieven bieden een aardig inzicht in hoe een dergelijk verzoek werkt en waar dichters wel of niet op reageren.

En natuurlijk kun je hier van alles van vinden. Het is natuurlijk heel makkelijk als je over onbeperkte middelen beschikt en dichters een royale vergoeding kan bieden. Veel stichtingen en initiateven beschikken echter niet over dergelijke middelen. Dat zou betekenen dat dit soort mooie initiatieven niet meer plaats zou kunnen vinden. gelukkig zijn er genoeg dichters die zich niet alleen laten leiden door een financiële bijdrage maar zich ook durven te laten leiden door een hart voor de poëzie.

In de bundel ‘meer hoef dan voet’ staan natuurlijk ook fraaie gedichten. Ik koos voor het gedicht ‘De donderdag na de dood’.

.

De donderdag na de dood

.

Het was een zacht verstijven, de laatste adem buiten bezoekuur, je ogen

kalme strepen, handen spijtloos, glad gevouwen, vredig

zou je kunnen zeggen, maar je mond,

zwarte, open tunnel, sloeg een lek.

De raarste dingen stromen weg; een rechterschoen, een kort verhaal, betekenis.

Ik neem een trein naar de wind (die weigert door mijn hoofd te slaan),

op een strand waar de lucht van jou nagloeit.

Ik adem in, ik vraag je terug, wat aanspoelt is plastic en een kleine adelaar

uit het ei in zee geraakt of te snel opgestegen. Glazig, stil. Bij vlagen

licht je op in wat waarschijnlijk kwallen zijn, jij noemde ze herinnering

aan ons begin, rond en leeg, doorzichtig zwervend

van overkant naar overkant.

.

Barts kale praat aap

Johnny van Doorn

.

Sinds ik, jaren geleden, voor het eerst hoorde (maar vooral zag) van Johnny van Doorn (1944-1991), oftewel Johnny the self-kicker, was ik diep onder de indruk van zijn performance en zijn poëzie. Ik schreef daarom al over hem en de gedichten ‘Een kwiek sexfestijn‘, ‘KOMTOCHEENSKLAARKLOOTZAK‘ en ‘Götterdämmerung’.

Vandaag wil ik daar weer zo’n pareltje aan toevoegen uit de bundel ‘Droom vrijuit’ uit 2014. In het hoofdstuk Verspreid gepubliceerd staan gedichten van Van Doorn. Dit gedicht, samen met nog een gedicht van zijn hand, werd gepubliceerd in het tijdschrift ‘Ratio in 1965. Het gedicht is getiteld ‘Barts kale praat aap’.

.

Barts kale praat aap

.

Zichtbaar de mondadem van R.J.’s exibielen,

De wortels van flats onderaards vertakt,

Het gekrakeel als grillige figuren in

Het vriesvast vizier & ondersteund door

Gestikulaties met lichaam, vliegtuig,

Stenguns, boordwapens & benagst bijeen

Ondergronds in massieve schuilholen,

Op- en onder de korst van de Planeet…

Leeft de Kale-Praat-Aap in Amerikaanse

Legerkostuums, Wehrmachthelmen, Homofiele

Onderkleding, Zomer- en Winterdracht

(Zich monotoon voortplantend in systemen…-

Een fantastisch schouwspel de schim-

Melplekken op aarde gereflekteerd,

Miljoenen mieren opeengehoopt en

Mechanieke zwevers boven zeeën,

Gereflekrteerd in het verhoornde

Oog.

.

Afvallen

Leo Vroman

.

Dichter Leo Vroman (1915-2014) schreef in de vele bundels die hij publiceerde vaak over zijn vakgebied de biologie maar kon zichzelf ook ‘verliezen’ in melancholische gedachten (en gedichten) aan het land waar hij was opgegroeid (hij woonde van 1945 tot zijn dood in de Verenigde Staten). En de humor in de gedichten van Vroman was nooit ver weg. Een mooi voorbeeld van een gedicht waarin hij humor gebruikt als middel is het gedicht ‘De taart’ uit de mooiste gedichten over het leven in en rondom ons ‘En toch is alles wat we doen natuur’ uit 2018.

In een tijd waarin mensen steeds dikker worden en allerlei zieketen krijgen als gevolg van obesitas, en waarin schijnbare wondermiddelen als Ozempic farmaceutische bedrijven tot de rijkste van de wereld maken, is een gedicht als dit met enige afstand een verademing en misschien wel een advies. Grappig dat Leo Vroman de in het gedicht genoemde 100 jaar net niet haalde.

.

De taart

.

‘Je bent in de laatste 3 maanden’

zei de dokter, ‘5 pond afgevallen.’

Mijn overschot ging meteen aan de

slag (dol op getallen):

ik woog toen daar

129 en moest juist hoognodig

zogezien 2 pond overbodig

kwijt dus woog misschien

120-2 is 118 pond maar.

Verlies was 5×12:3 is 20 pond per jaar,

dus wordt ik 100 jaar oud.

dan weeg ik 118-(100-94)x20 is min 2

een gewicht waarmee

men het niet lang volhoudt,

maar eet ik uiteraard

de hele verjaardagstaart

en kom dan zeg 5 pond aan

dan kan ik weer bestaan

als een baby van 5-

2 is 3 pond: een goed begin.

.

Colorful birthday cake with sprinkles and ten candles on a blue background with copyspace