Site-archief

Nieuwe titel!

Helma Ketelaar

Vanaf februari 2014 geef ik met facilitair uitgeverij MUGbooks dichtbundels uit. In den beginnen van mezelf namelijk ‘XX-XY‘ (liefdesgedichten, 2014) en ‘Winterpijn’ (als E-book 2016, gratis te downloaden hier) maar al snel (juni 2014) in boekvorm. Toen publiceerde MUGbooks namelijk de bundel ‘Wij dragen Rotterdam‘. Vanaf dat moment is mijn uitgangspunt gewijzigd. Wilde ik aanvankelijk E-books uitgeven, na deze succesvolle bundel met Rotterdamse dichters zijn eigenlijk alle bundels die ik daarna uitgaf op papier geweest. Inmiddels heeft MUGbooks 17 titels uitgegeven (waarvan één titel in een tweede druk). MUGzine is een spin off van MUGbooks maar met een heel ander uitgangspunt en waarden.

De nieuwste titel werd gisteren gepresenteerd en is (de tweede bundel van Helma Ketelaar (1958) bij MUGbooks) getiteld ‘De dag is langer dan vandaag’. Debuteerde zij in 2021 met de bundel ‘Helaas niet voor mij‘ over een partner in een heterorelatie die uit de kast komt, dit keer is haar bundel persoonlijker met persoonlijke vertalingen van dit motto (de titel) in drie hoofdstukken; Vandaag, Gisteren en Morgen.

De bundel is, net als haar debuut, met zeer veel zorgvuldigheid en kwaliteit gemaakt, Bart van Brrt.graphic.design (die ook de vormgeving van MUGzine doet) tekende voor de opmaak en vormgeving, en Helma was bij elk van de onderdelen van het publicatieproces bijzonder nauw betrokken.

MUGbooks is een facilitaire uitgeverij, ooit door mij begonnen als ondersteuning van dichters die een bundel in eigen beheer willen uitgeven maar niet de wegen kennen en niet de expertise om een mooie, kwalitatief goede bundel af te leveren. Ik doe als uitgever geen redactie (tenzij daarom gevraagd wordt, Helma heeft dit helemaal zelf gedaan met behulp van haar zoon Gijs), mijn werk als uitgever is gratis, de kosten van drukken, ISBN nummer, vormgeven en opmaak zijn voor de dichter.

Uit de nieuwe bundel van Helma heb ik uit hoofdstuk ‘Gisteren’en is getiteld ‘Gisteren lost op’.

.

Gisteren lost op

.

Gisteren keek ik er

Met vierkante ogen naar

En dat vierkante past me niet

Vandaag niet

Morgen niet

Eigenlijk gisteren ook al niet

.

Pas net

Werden de hoeken

Werden?

Verdwenen de hoeken

In één klap

.

Mijn vierkante blik

Zag nog net in gisteren

Dat vandaag en morgen

Vandaag en morgen rond zijn

Prettig passend rond zijn

En blijven…

.

 

 

Hoveling bij nacht

Jolies Heij

.

Het is al weer even geleden dat ik een erotisch gedicht plaatste dus dacht hop met de geit. Op zoek kwam ik onder andere op de website Easytoys. Zij organiseerde in 2019 een erotische gedichtenwedstrijd. Verder op de website niets meer over gevonden, ik vraag me dan ook af of daar iets poëtisch uit voort is gekomen. Verder zoekend kwam ik op de website Poëzie verrijkt het leven en daar kwam ik een gedicht van Jolies Heij (1964) tegen. Jolies ken ik al lang, van de Poëziebus-tour 2019, Dichter bij de bar (2014) en verschillende poëziepodia.

Het gedicht ‘Hoveling bij kaarslicht’ gaat over een ‘slechte man’. Jolies Heij geeft toe, dat zij weleens een relatie heeft met een slechte man. Dit moderne sonnet verscheen in de bundel ‘Van het Oosterdok 2014’.

.

Hoveling bij kaarslicht
.
We huisden in het café bij regen:
een nurkse buikdanseres probeerde
een spreekpop uit. Verderop lagen
massagraven te weken. De kroegbaas

jammert alsof ik hem versta. Even later
wil hij dineren bij kaarslicht, daarna
de wax op mijn billen laten sissen.
Ik vraag of het normaal is dat mijn

kozakkenman een laars in mijn mond plant
giftig zaad in mijn tepelkloven spuit.
Soms praten wij met elkaar. Als hij het

doet, doet hij het zeker en vlug, al is
de afwerking wat stug. Normaal is het
niet, zegt mijn hoveling, maar wel nobel.

.

Protocol

Willem Thies

.

Dichter Willem Thies (1973) debuteerde in 2006 met de dichtbundel ‘Toendra’. Hij kreeg hiervoor de C. Buddingh’-prijs voor het beste poëziedebuut. In 2008 verscheen ‘Na de vlakte’ en deze bundel werd in 2009 genomineerd voor de J.C. Bloem-poëzieprijs. Gedichten van Thies verschenen in verschillende bloemlezingen en in verschillende literaire tijdschriften als Passionate, De Tweede Ronde, De Brakke Hond, Krakatau, en Hollands Maandblad.

Thies stond op verschillende podia zoals Winternachten (2007), Stukafest (2014) en De nacht van de poëzie (2018). Naast poëzie schrijft hij poëzierecensies voor de recensiewebsite Poëzierapport, onderdeel van literair weblog De Contrabas.

In 2024 verscheen zijn vooralsnog laatste bundel ‘Wachtend op instructies’. Rob Schouten schrijft in zijn recensie op Trouw.nl over deze bundel: “Thies is een dichter die zich er niet makkelijk van af maakt. Hij zoekt essenties op, wil raadsels ophelderen, mysteries ontsluieren. Het bijzondere is echter dat zijn gedichten, die die pogingen weerspiegelen, helder zijn, objectief haast; ‘onpersoonlijk’ is bij hem geen scheldwoord maar een aanbeveling.”

Uit de bundel koos ik het gedicht ‘* Protocol’ dat wat mij betreft mooi aansluit bij wat Schouten ‘mysteries ontsluieren’ noemt.

.

* Protocol

.

Engelen hebben geen taal, niet werkelijk, ze spreken

volgens een communicatieprotocol.

De mens – een dier dat wil

en speelt

en eet en drinkt en weerstand voelt

en weigert en neigt –

.

Engelen hebben geen taal. Satellieten tollen

rond de wereld tot

een vleugel afbreekt of vlam vat.

.

– de mens wordt bewogen door het verlangen hitte

en ijzige kou te vermijden, een weldadige plek

te vinden en daar te blijven.

.

Bijtgraag

Max Temmerman

.

Vandaag voor mijn boekenkast gaan staan (één van de vier met poëzie) en daar, met de ogen gesloten een bundel uit gepakt. Dit keer is dat het lijvige ‘Nieuw Groot Verzenboek’ 600 gedichten over leven, liefde en dood uit 2015, samengesteld door Jozef Deleu (1937).

Opnieuw dit boek op een willekeurige pagina opengeslagen en daar op pagina 378 staat het gedicht ‘Bijtgraag’ van Max Temmerman, uit de bundel ‘Vaderland’ uit 2011.

Max Temmerman (1975) debuteerde met deze bundel, welke hem meteen in 2012 een nominatie voor de C. Buddingh’-prijs opleverde. In 2013 verscheen de succesvolle opvolger ‘Bijna een Amerika’ waarvoor hij de Herman de Coninck Publieksprijs kreeg en werd genomineerd voor de Jo Peeters Poëzieprijs 2014 en de J.C. Bloemprijs 2015. Zijn laatste dichtbundel is alweer van 2019 getiteld ‘Huishoudkunde’.

Max Temmerman schrijft gedichten voor de Eenzame Uitvaart te Antwerpen, een initiatief (ook in Nederland bekend) waarbij een passend gedicht bij de uitvaart van eenzame overledenen wordt voorgedragen.

.

Bijtgraag

.

Er is een klare lijn die jou omspant.

Van de achterkant van je hoofd

over het profiel van je ogen

van je vingers de onderkant en

langs de rug van je hand.

Via de regelmaat van die handen

bovenop je armen die omarmen

tot aan je benen die spreiden en verdwijnen.

.

Als een draaiende as figureert je hals. Hij loopt over in je rug,

verkent je schouders en mondt uit in je borst.

.

Je lippen, je tanden en de optelsom van je volle mond,

je buik, van het zachte en je buik, van het harde.

.

En overal je huid van warmte en geur.

Daar eindigt alles: hoe je ruikt naar wat seizoenen voorspellen.

Van wat ’s winters trilt boven donker water

tot het stoffige en broeiende van withete zomers.

.

Ik stel voor: laten we beginnen bij het begin en laten we het daar

dan ook bij houden. Laten we met de rede van onze jaren duidelijk maken

waar het op staat. Hier komt geen einde aan. Wij zijn niet van gisteren

en we doen dit al langer dan vandaag. We hebben geen vergelijk

en als we in elkaar bijten dan doen we dat rakelings en schaamteloos

en zo gulzig als onze honger dat vraagt.

.

 

 

Nuages

Studenten beginnen nieuwe poëzie uitgeverij

.

Afgelopen week kreeg ik een bericht in mijn mailbox van VOX, onafhankelijk magazine van de Radboud universiteit. In dat bericht staat dat twee studenten, Mirjam Rijpma (22) en Robin Chardon (22) een eigen uitgeverij hebben opgericht: Nuages (Frans voor Wolken). De twee richten zich op Nederlands- en Franstalige poëzie en experimentele teksten. ‘We willen deze genres toegankelijker maken voor een jong publiek’ zeggen ze in het artikel op VOX.

Grote uitgeverijen geven vaak prioriteit aan bekende auteurs en populaire genres, daardoor is het voor beginnende schrijvers lastig om een plek te veroveren in de literaire wereld. Precies de reden waarom ik in 2014 een eigen uitgeverij van poëzie ben begonnen met als naam Mugbooks. Later (2020) gevolgd door een mini-poëzietijdschrift MUGzine.

‘Waarom dan niet zelf een uitgeverij beginnen?’, dachten studenten Mirjam Rijpma (Klassieke Cultuur) en Robin Chardon (Literatuur en Samenleving). Door het heft in eigen handen te nemen, creëren ze niet alleen een podium voor hun eigen werk, maar hopen ze in de toekomst ook andere jonge auteurs een kans te geven op de boekenmarkt.

In het artikel leggen ze ook uit waarom ze zich op experimentele poëzie en Franse poëzie, toch niet meteen een erg voor de hand liggende combinatie, richten:

Dat is een bewuste keuze, legt Chardon uit. ‘We hebben voor poëzie gekozen omdat het de meest krachtige en directe vorm van literatuur is. Elk woord draagt betekenis. In een roman kun je betekenissen over een langere tekst verdelen, maar in een gedicht moet elk woord op zichzelf staan en direct aanslaan. Met experimentele teksten bedoelen we teksten waarbij ook aandacht is voor vormgeving, zoals lettertype, taal of illustraties. Dit is voor ons net zo belangrijk als de tekst zelf’, vult Rijpma aan. ‘De manier waarop woorden gepresenteerd worden voegt een extra laag toe. Dat zien wij nog te weinig op de literaire markt.’

Over de keuze voor Franse poëzie zeggen ze: ‘Frans wordt in Nederland vaak onderschat, terwijl het een belangrijke literaire taal is’, zegt Chardon. ‘We willen die zichtbaarheid vergroten. Bovendien schrijf ik zelf veel in het Frans – het voelde vanzelfsprekend.’ Of dat laatste een verstandige reden is zal de tijd leren denk ik.

Ik ben heel benieuwd met welke nieuwe stemmen Robin en Mirjam gaan komen. In ieder geval wens ik ze veel succes, elk initiatief om poëzie meer aandacht te geven en al helemaal experimentele (en Franse) poëzie kan op mijn steun rekenen. Om af te sluiten ben ik op zoek gegaan naar een gedicht van Robin en/of Mirjam maar ik heb niets kunnen vinden. Daarom een mooi voorbeeld van experimentele poëzie van Antony Kok (1882-1969) dat verscheen in 1921 in De Stijl getiteld ‘Stilte + Stem (vers in w)’.

.

Stilte + Stem (vers in w)

.

Wacht

Wacht

Wacht

Wacht

Wachten

Wachten

Wek

Wak

Wek

Wak

Wachten

Wachten

Wekken

Wekken

Wek

Waak

.

Foto: Diede van der Vleuten

Hoop

Esther Jansma

.

Afgelopen januari overleed, op de dag dat ik jarig was, schrijver, dichter en academicus (archeologe) Esther Jansma (1958-2025). Ik herinner me dat ik toen dacht dat ik nog een keer over haar wilde schrijven maar door alle drukte was het er toen nog niet van gekomen. Esther Jansma was een vaak gedecoreerd dichter, zo won ze de VSB Poëzieprijs (1999), de Hugues C. Pernath-prijs (2001), de  A. Roland Holst-Penning (2006 voor haar gehele oeuvre), de Jan Campert-prijs (2006) en de C.C.S. Crone-prijs (2014 ook voor haar gehele oeuvre).  Daarnaast werd ze in 2024 benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Jansma debuteerde in 1988 met de bundel ‘Stem onder mijn bed’ waarna nog 14 bundels zouden volgen alsmede een roman (onder andere een samen met Wiljan van den Akker haar levenspartner) en een essaybundel. In haar werk komen thema’s als de dood, steen (haar ouders waren beide beeldhouwers), een ongelukkige jeugd met armoe en mishandeling voor.

In 2024 verscheen haar laatste bundel ‘We moeten ‘misschien’ blijven denken’ waarin Jansma thema’s behandelt als de (on)eindigheid van het bestaan. Centraal staat het afscheid nemen van het vanzelfsprekende: gezondheid, toekomst, leven. Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Hoop’, een gedicht dat dichtbij het ‘misschien’ komt uit de titel van deze bundel.

.

Hoop

.
Iemand plant een Bougainville dat wil zeggen
iets tot kinderkniehoogte met een manshoge
kleurfonteinschaduw genaamd: mogelijk later
.
en het groeit tot kinderheuphoogte en sterft al
en het jaar daarop weer en het jaar daarop weer.
Iemand denkt: ik handel uit hoop, ik leer het nooit
.
dit voorjaar plant ik weer een Bougainville
deze winter vind ik weer een klein skelet
of is het dit: iedereen handelt uit verlangen
.
laten we bloemenstruiken blijven planten, kijk
in ons hoofd wiegen ze in de subtropische zeewind
in ons hoofd waar het warm is, vroeger of later.

.

Rokertje

Nico Scheepmaker

.

Mij is opgevallen dat tabakszaken tegenwoordig beter verborgen zijn, minder opvallend, dan coffeeshops (waar ze softdrugs verkopen). Tegenover mijn werk is in een winkelcentrum niet zo lang geleden een nieuwe tabakszaak geopend waarvan ik in eerste instantie niet door had wat er überhaupt verkocht werd. Je kan er niet naar binnen kijken, er zijn geen reclame of andere uitingen waarvan je kan denken: oh een tabakszaak!. Je moet langs een dubbel muur en daarachter ( ik ben niet binnen geweest maar dat vermoed ik) bevindt zich de winkel. Aan de voorzijde slechts wat attributen die je, met enige fantasie, aan een tabakszaak kan koppelen.

Wanneer ik in de stad dan langs een coffeeshop loop dan zie je prijslijsten, grote foto’s van weelderige wietplanten en allerlei foto’s en afbeeldingen die weinig aan de fantasie overlaten. Toen ik hierover nadacht moest ik weer denken aan de bundel die Peter van Straten (1935-2016) en Henny Vrienten (1948-2022) ooit samenstelde over rokers. Dus heb ik de bundel ‘Aan de laatste roker’ (2014) opgezocht. Veel geweldige tekeningen van Peter van Straten die de lulligheid ten top zijn als het gaat over het afbeelden van (verstokte) rokers.

En een hele fijne verzameling gedichten van bekende en iets minder bekende dichters over rokers en roken. Uit het uitbundige aanbod koos ik het gedicht ‘Verslaving’ van Nico Scheepmaker (1930-1990) dat oorspronkelijk gepubliceerd werd in ‘De gedichten’ uit 1991. Een gedicht uit een tijd dat er op feestjes nog uitbundig gerookt werd (zie de derde strofe).

.

Verslaving

.

Ik heb nooit hasj gerookt, en zelfs geen sigaret

heeft mijn gestel ooit kunnen ondergraven.

Wat dat betreft behoor ik tot de braven

die conformistisch zijn van foetus tot skelet.

.

Hoewel, wat wil dat zeggen: conformisme,

als al je vrienden en vriendinnen roken

en met de bouillabaisse de as meekoken?

Niet-roken is een vorm van nihilisme.

.

Als Brave Hendrik sta je aan de kant

met het gelijk uitbundig aan je zijde,

en je ziet toe: de typisch uitgewijde,

met hoogstens een gebaksvork in je hand.

.

God geve dat ik eens, als oude man,

de weg naar de verslaving vinden kan.

.

Bij gebrek aan piano

Paul Cox

.

Eerlijk gezegd had ik van de Vlaamse dichter Paul Cox (1946) nog nooit gehoord. Tot ik in Brugge een bundeltje van hem tegenkwam in een boekenwinkel. Deze bundel ‘Bij gebrek aan piano’ uit 2014 is voor zover ik het heb kunnen terugvinden zijn 6e bundel. Hij debuteerde in 2003 met de bundel ‘Niemand kon dit weten’ bij het Poëziecentrum Gent. Hierna verschenen nog ‘De morgen van het paard’ (2005), ‘Genade met wijnvlek’ (2007), ‘Herinneringen aan morgen’ (2010) en ‘Ik zweeg daarover’ (2012). Na de bundel ‘Bij gebrek aan piano’ heb ik verder geen publicaties van zijn hand kunnen ontdekken.

Op jonge leeftijd behaalde hij de poëzieprijs van de stad Genk, maar later wilde hij om principiële redenen niet meer aan wedstrijden deelnemen.  Door zijn argwaan voor traditionele uitgeverijen heeft hij vele jaren zijn gedichten vooral tentoon gesteld, gedecoreerd met eenvoudige aquarelvlekken of pentekeningen.  Wel trad hij onder meer op in het gezelschap van Herman De Coninck, Miriam Van hee en Gerrit Kouwenaar. Later haalde vrienden hem over om toch zijn poëzie te publiceren en daar kwamen dus 6 bundels van. Naast dichter is Cox kunstenaar, net als zijn vader was en zijn broers Marc en Manu zijn.

De Bundel ‘Bij gebrek aan piano’ is van tekeningen voorzien door broer Marc die ook voor de omslagtekening en het ontwerp zorgde. Ik koos uit deze bundel het gedicht ‘Winters’ omdat de eerste strofe zo mooi aansluit bij deze winter.

.

Winters

.

Omdat het ook deze winter

winter hoort te zijn

hoewel het maar niet sneeuwen wil

of vriezen

.

denk ik terug aan voorgaande winters

waarin we samen

sneeuwmannen maakten,

met sleden door de lege gladde straten

slierden,

.

met gebreide wanten en rode neuzen

kinderen leken

tegen een wit decor

dat toen nog winters was

met steeds meer en dikker vlokken

.

tot er uiteindelijk niets meer zichtbaar was,

geen boom, geen huis, geen lucht,

niets meer

dan wat we dachten.

.

Achter gewone woorden

De beste poëzie uit tien jaar De Tweede Ronde

.

In 1990 gaf het literair tijdschrift De Tweede Ronde, dat van 1981 tot 1993 werd uitgegeven door uitgeverij Bert Bakker (daarna door Van Oorschot en als laatste door Mouria) een bloemlezing uit naar aanleiding van hun 10 jarig jubileum. Het geeft een beeld, zo stellen de oprichters Marko Fondse en Peter Verstegen in hun voorwoord, van de beste Nederlandse poëzie die tussen 1980 en 1990 in het blad verscheen.

Het is poëzie, zo schrift men verder, waarin het verstand niet is uitgeschakeld, die niet primair appelleert aan het irrationele of onbewuste, en waarin is gestreefd – in  overeenstemming met de klassieke traditie- naar ordening, naar wat er kan ontstaan uit de fusie van gevoel en intelligentie, naar het buitengewone dat wordt opgeroepen met gewone woorden, en wat daarachter zit. Bent u er nog?

Van de namen van wie relatief vaak poëzie werd opgenomen in het tijdschrift heeft men vier gedichten genomen en en van de overige één gedicht. Op zichzelf een logische beslissing, blijkbaar waren de dichters die vaker werden opgenomen in het tijdschrift bekender of geliefder. bij het lezend publiek. Als ik de namenlijst doorneem zie ik dan ook allerlei voorbeelden van dichters bij wie ik daar meteen een beeld bij heb: Herman de Coninck, J. Eijkelboom, de net overleden Esther Jansma (één gedicht!), Neeltje Maria Min (één gedicht), Leo Vroman en Jean Pierre Rawie (aan wiens gedicht ‘Moment’ de titel zijn bundel heeft ontleend).

Maar toch ook verschillende dichters van wie ik in ieder geval nog niet gehoord had. Mees Houkind, H.L. Prenen, Harry Pallemans, Rob van Moppes, Jaap Westerbos en Klaas de Wit, allemaal vertegenwoordigd met één gedicht. Maar er is ook een dichter (naast Cees van Hoore en Marko Fondse) die ik niet ken en toch met drie gedichten is opgenomen en dat is Georgine Sanders (1921-2015).

Hoewel haar naam mij vagelijk bekend voorkwam kon ik haar niet plaatsen. Tot ik haar naam opzocht en bleek dat zij de vrouw was van dichter Leo Vroman (1915-2014). Maar ze was vooral antropoloog en schrijver. Daarnaast schreef ze twee dichtbundels: ‘Onvoltooid bestaan’ (1990) en ‘Autogeografie’ (1991). Overigens is Georgine veel bekender dan menigeen zal denken doordat ze met regelmaat in de poëzie van Leo Vroman werd opgevoerd als de geliefde Tineke en ook als Tineke Vroman-Sanders.

In deze bloemlezing dus drie gedichten van haar opgenomen. Ik koos het gedicht ‘Weerbericht’ omdat hier duidelijk naar voren komt hoe ze, na inmiddels 27 jaar in Brooklyn te hebben gewoond, toch nog steeds terugdenkt aan de tijd dat ze in Nederland woonde en dan met name aan dat laatste harde oorlogsjaar.

.

Weerbericht

.

Hoe zacht en vochtig voelt de lucht vandaag.

Een grauwe sneeuwbank drenkt het dorre gras

en vlakke kou ontleedt zich, laag op laag

van geuren die herroepen hoe het was

.

nu lang geleden, langer nog, het langst.

En, oude vrouw, ben ik opeens weer kind

in Amsterdam, doorsta in Utrecht de angst

om dat hard oorlogseind in voorjaarswind.

.

In deze straat in Brooklyn, zonder zon,

die gister nog slechts ging van hier naar daar,

loop ik door een herwonnen werkelijkheid

.

en zie hoe hier de lente weer begon.

Wat eens bestond maakt nog mijn heden waar:

de geur van het verleden weert de tijd.

.

Brooklyn, juni 1987 – mei 1988

.

Smalltalk

Sven Cooremans

.

Bladerend in Het Liegend Konijn, tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie onder redactie van Jozef Deleu, kom ik gedichten tegen van de Vlaamse dichter Sven Cooremans (1970).

Sven Cooremans studeerde filosofie in Leuven en klinische psychologie in Brussel en werkt momenteel aan een doctoraatsonderzoek.  Hij debuteerde in 2003 met de dichtbundel ‘Myeline’.  Zijn verhalen en gedichten verschenen in diverse literaire tijdschriften als De Brakke Hond, DW&B, Yang, Deus Ex Machina en Gierik & NVT en werden in meerdere bloemlezingen opgenomen, onder andere 21 dichters voor de 21e eeuw, Hotel New Flandres en De 100 beste gedichten van de VSB Poëzieprijs 2015. In 2014 won hij met het gedicht ‘Sisyphus’ de tweede prijs in de Turing Gedichtenwedstrijd. Bij PEN Vlaanderen was hij meerdere jaren als bestuurslid verantwoordelijk voor het Writers in Prison Committee en hij was redactielid van Gierik & NVT.

Zijn laatste bundel ‘In rivieren zal ik altijd een gisteren zien’ uit 2023 volgt Cooremans de Hongaarse dichter Miklós Radnóti (1909-1944) tot in de diepe hellecirkel van de Tweede Wereldoorlog. In Het Liegende Konijn staan gedichten uit zijn bundel ‘Het is dat of stoppen met zingen’ uit 2013. Een van deze gedichten is getiteld ‘Smalltalk’. Voor sommige mensen een gruwel, voor andere smeerolie tot een gesprek.

.

Smalltalk

.

de zee hier blauw noemen

.

en over de stenen vloer van stoelen

en schaaldieren het geschuifel opmerken

.

van de woorden de getijden

.

alleen maar om in deze volle kamer

te kunnen blijven

.

bijvoorbeeld dat alles tegenwoordig

kan worden weggewerkt

.

neem nu die rimpels rond je mond: vul een glas

met ijskoud water en noem de zee

.

hier blijvend blauw

.