Site-archief

Protest

Jonge Ierse dichter

.

Ierland heeft vele prachtige en goede dichters voortgebracht. Denk aan Seamus Heaney, William Butler Yeats, Oscar Wilde en Patrick Kavanagh. In de rubriek Ierse dichtersweek heb ik al vele voorbeelden gegeven van Ierse dichters. Gelukkig is de poëzie na al deze zwaargewichten niet tot stilstand gekomen. Nog steeds komen er uit Ierland heel goede en interessante dichters. Zoals Annemarie ní Churreáin (1982).

De jonge Ierse dichter Annemarie ní Churreáin is een dichter uit North West Donegal. Ze heeft literaire fellowships gekregen van Akademie Schloss Solitude (Duitsland) en Hawthornden Castle (Schotland). Haar werk is gepubliceerd in Poetry Ireland Review, The SHOp, The London Magazine, Agenda Poetry Journal en The Stinging Fly.

In 2016 ontving Annemarie een Next Generation Artists Award van de Arts Council of Ireland. In 2017 werd ze benoemd tot lid van het Writers In Prisons Panel, mede gefinancierd door de Arts Council & the Department of Justice, Equality and Reform. Ze is de tweede plaats winnaar van de Red Line Festival Poetry Award 2017. In dat jaar debuteerde met de poëziebundel ‘Bloodroot’. In 2019-20 is zij Writer In Residence bij de  Maynooth University.

Veel van de gedichten in Bloodroot houden zich bezig met de sociale positie van vrouwen in de Ierse staat, met name de gevallen van de beruchte moeder- en babyhuizen, de zogenaamde “Kerry Babies” uit de jaren ’80 https://en.wikipedia.org/wiki/Kerry_Babies_case en de tragedie van Ann Lovett in 1984 https://nl.wikipedia.org/wiki/Ann_Lovett. Ní Churreáins benadering is opmerkelijk confronterend, gevoed door een soort verfijnde woede en deze gedichten slepen de lezer mee met de kracht van hun gevoel.

Uit haar debuut het gedicht ‘Protest’.

.

Protest

.

One cut and the hair worn since childhood
fell upon the floor
dead soft.

A spear-thistle;
her new, bald skull
refused order.

She belonged to heather
and in tail-streams
cupping frogs,

delighting
in the small, green pulse of life
between palms,

not here:
at the dark centre of reunions, separations,
starved of air.

This was a protest of love, against love
demanding
sun, rain, wilderness.

From a finger, she slid a band
placed it underfoot,
pressed down

until the stone
made the sound of a gold chestnut
cracking open.

.

Vers geplukt

Merlijn Huntjens

.

Al 15 jaar lang wordt er in Lelystad een Stadsdichtersdag georganiseerd. Met de Stadsdichtersdag heeft zich in Lelystad een waardevolle traditie geworteld met een landelijke uitstraling. Gerard Beense (hij was ooit de eerste stadsdichter van Lelystad) en Felix Guérain hebben vanaf het begin de organisatie van dit evenement op zich genomen. Op deze dag kunnen de (dit jaar) 40 stadsdichters uit Nederland en Vlaanderen terecht in huizen van inwoners van Lelystad, die de bewoners ter beschikking stellen, voor een poëzievoordracht. In de avond is er dan een optreden van alle dichters in het theater/bioscoop/congrescentrum in Lelystad, de Agora.

Ook dichter des vaderlands Tsead Bruinja verzorgde dit jaar een voordracht. Tijdens deze avond werd ook voor de achtste maal de prijs voor het beste stadsgedicht uitgereikt. Van zowel de gedichten die voor de stadsgedichtenprijs zijn ingezonden als van een selectie uit het werk van de huidige stadsdichters verschijnt bij uitgeverij Kontrast elk jaar een bundel.

In 2017 verscheen ‘Vers geplukt’ met de inzendingen van dat jaar. In deze bundel staat ook Merlijn Huntjens, stadsdichter van Heerlen in 2017 en 2018, met het gedicht ‘op en af ter gelegenheid van geluksweekend’.

.

op en af ter gelegenheid van geluksweekend

.

I.

.

bij het raam alles in een handpalm willen vangen en vasthouden, de

hele wereld het liefst en je kop vol kopen. dat maakt niet gelukkig.

.

lekker onder een deken bij het raam. kijk! er is een kip op de schutting

gekomen. hij lijkt op mij hoe hij niet vliegen kan maar hoog hupt en

hoe dat prima is.

.

II.

.

dat de hele wereld pluraal en in koor in mij spreekt. dat die kopstoffen

hard gaan.

.

in elk geval een beetje geleidelijk op en af zoals mijn vader die zijn bril

altijd zocht en hem gelukkig op zijn hoofd vond.

.

Foto: Luc Lodder

Vondel en Brexit

Cultureel erfgoud

.

Ik lees heel graag poëzie en meestal is dat in poëziebundels. Maar er zijn uitzonderingen, zo kun je in de openbare ruimte gedichten lezen en staat er poëzie op allerhande objecten (zie hiervoor de categorieën gedichten op vreemde plekken en gedichten in de openbare ruimte). Maar wat ik misschien nog wel het leukst vind is wanneer je in een boek aan het lezen bent en daarin komt een gedicht voor.

Een voorbeeld van zo’n boek is ‘Cultureel erfgoud’ Jaco van Witteloostuyn uit 2017 met als ondertitel ‘Hoe de kunst de samenleving kan verwarmen, schokken, verbinden en waarden en normen kan belichten’. In dit overigens bijzondere boek, in het hoofdstuk Engeland en de EU, heeft van Witteloostuyn een gedicht van Vondel opgenomen dat hij laat voorafgaan door een gedicht van Oscar Wilde en waar hij een gedicht van nu van zijn hand zet. Dit allemaal om een punt te maken over de betrekkingen tussen Engeland en Europa. Voor de volledigheid neem ik hier alle drie de gedichten op in de volgorde uit het boek (het gedicht van Wilde heb ik aangevuld).

.

The Thames nocturne of blue and gold

changed to a harmony in grey:

A barge with ochre-colored hay

dropt from the warf: and chill and cold

.

The yellow fog came creeping down

The bridges, till the houses’ walls

Seemed changed to shadows, and S. Paul’s

Loomed like a bubble o’er the town.

.

Then suddenly arose the clang

Of waking life; the streets were stirred

With country waggons: and a bird

Flew to the glistening roofs and sang.

.

But one pale woman all alone,

The daylight kissing her wan hair,

Loitered beneath the gas lamps’ flare,

With lips of flame and heart of stone.

.

Oscar Wilde 

.

Hierop bruist de vloot der Staeten

Naer den Teems, daer Brittenlant

Trots zijn ijsre keten spant:

Maar wat kan een keten baeten,

Als de leeuw van Holland brult,

En de zee met doodschrik vult?

Hij rukt stel, als rag, en flarden,

Sloopt kastelen langs het strant,

steekt met zijn gezicht dan brant!

In de schepen. Wie kan ’t harden!

.

Vondel, 1667.

.

Brussel is in alle Staten,

nu de Theems, dus Engeland

trots de Brexit-ketting spant.

Maar wat kan een ketting baten

als het hele Brussel brult,

Ier en Schot met afkeer vult!

Londen rukt zichzelf aan flarden,

sloopt de City aan het strand,

sticht door zijn gewicht een brand

in Europa, wie kan ’t harden.

 

Jaco van Witteloostuyn

.

De maan

Miriam Van hee

.

Twee jaar geleden (2017) was de Vlaamse dichter Miriam Van hee dichter van de maand november en sindsdien heb ik geen aandacht meer aan haar besteed. Twee weken geleden werd haar werk mij weer onder de aandacht gebracht tijdens het poëziesymposium over poëzie in de klas.

Toen ook dacht ik dat ik weer eens iets van haar moest plaatsen. Miriam Van hee (1952) won verschillende prijzen met haar boeken, zat in jury’s en bracht, sinds  haar debuut in 1978 met de bundel ‘Het karige maal’  nog tien dichtbundels uit. Haar laatste bundel dateert alweer uit 2017 getiteld ‘Als werden wij ergens ontboden’.

Uit haar bundel ‘ Ook daar valt het licht’ uit 2013 koos ik het gedicht ‘ De maan’.

.

De maan
.
een feestend land waarin voor ons
geen plaats meer was, zo verrees
voor ons de maan boven het bos
als op een russisch schilderij en
.
keek je goed, dan zag je onze
werelddelen, afrika, australië en zelfs
italië, weliswaar met een gekrompen
laars die leek te wapperen, zoals de jas
.
van wie zich haast, of als een vaandel,
alsof daar wind was, op de maan
herfst, een regenbui, iets wat begon
en dan ophield zoals alles hier bij ons
.

Nothing But Thieves

Die ene zin

.
Gedichten en liedjes kunnen je soms op een verkeerd been zetten. Zo kan in een gedicht of een liedtekst soms één zin het verschil maken tussen waarover je denkt dat het gaat en waarover het werkelijk gaat. In het nummer ‘Afterlife’ van de Engelse band Nothing But Thieves is dit het geval. Ik beluister de cd ‘Broken Machine’ uit 2017 al een tijdje en ik was steeds in de veronderstelling dat de zin  ’It was only ever you’ ging over die ene liefde in het leven van de zanger. Toen ik de liedtekst echter las bleek het te gaan om die ene grote liefde die hij juist nooit had gehad. En de zin ‘O God, I don’t think I could do two’ verwees naar het feit dat hij niet nog een leven aan kon, wetende dat zij niet de van hem zou zijn.
Daarbij is het een prachtig nummer dus reden genoeg om hem met jullie te delen.
.
Afterlife
.
Oh, what a terrible thought
‘Cause I’ve lived without you once before
We don’t, we don’t have to do this again
Please don’t, please don’t make me start this again
.
And oh my love
Your beauty will consume me in the end
.
It was only ever you
It was only ever you
My baby, it feels like a lifetime
Oh God, I don’t think I could do two
.
Afterlife
You can tell your God he can keep his salvation
And if you like, the angels can fly into the sun
We don’t, we don’t have to do this again
Please don’t, please don’t make me start this again
.
It was only ever you
It was only ever you
My baby, it feels like a lifetime
Oh God, I don’t think I could do two
.
My soul
.
.

Frans Vogel poëzieprijs

Dominique De Groen

.

In september werd bekend gemaakt dat de Vlaamse dichter en schrijver Dominique De Groen (1991) de Frans Vogel Poëzieprijs heeft gekregen. Haar werk werd gepubliceerd in Deus Ex Machina, Kluger Hans, Gierik & Nieuw Vlaams tijdschrift, op Samplekanon en hard/hoofd. In 2017 debuteerde ze met de bundel ‘Shop Girl’ en in 2019 volgde ‘Sticky Drama’.

In haar poëzie spreekt engagement met een wereld die op drift is geraakt en waarin niets ongeschonden blijft. Voor de Optimist schreef ze aan de hand van een regel uit de roman van Hiromi Ito ‘ Wild grass on the Riverbank’ ( even as a corpse her calling was stil to protect children) het gedicht ‘Rites for aan abortive spring’.

.

Rites for an abortive Spring

i.

Ik heb alle dode dieren
ten grave gedragen:

IJsbeer, gevallen engel, uitgemergeld in smeltende toendra
Bij, misleid door bloemen van olie en vlees
Olifant, verminkt door slaapwandelende markten
en oogst van tanden glanzend in de hitte
van een beenharde zon.

Ik heb een massagraf gedolven
in de natte, zwarte aarde
tussen mijn schaamlippen

de gezwollen karkassen verslonden
met pulserende tentakels.


ii.

De begrafenisriten:

mijn naakte, opgevulde lijf
uitstrekken op de heide
onder de wassende maan

met draad van stug, dor gras
de grafkuil dichtnaaien.

In mijn baarmoeder klotsen
de bij voorbaat doodgeborenen
in een danse macabre
van druipende kadavers.

Ik draag wildvreemden op
hun hand op mijn buik te leggen
om de beweging te voelen

walgend deinzen ze terug
van de knekeldans
onder hun vingertoppen.

iii.

Volle maan
en tijd om te baren:

ik rijt de grafkuil open
kots mijn uterus leeg

een grijze processie van ondode dieren
glibbert uit de tombe
hobbelt en hinkelt de nacht in.

Ik baar een kubus
van samengeperste dode dieren

ieder vlak
een massa-extinctie

en blaas het blok nieuw leven in
met rituelen van trieste magie.

Lichamen maken zich uit de kubus los
onsterfelijk en schitterend.

iv.

Een grauw dier
met bleke ogen
en aaneengekoekte vacht

likt stollend bloed en slijm van mijn huid
drukt me tegen haar vochtige, warme buik
tot mijn hart weer klopt, mijn cellen weer pulseren.

Dan verdwijnt ze, het uitdijende bos in.

Zelfs als lijk was haar roeping nog steeds het beschermen van kinderen.

 .

Jonge dichter

Lisette Ma Neza

.

De jonge Vlaamse dichter Lisette Ma Neza (1999) uit Schaarbeek schopte het als jongste deelnemer tot Belgisch Kampioene Poetry Slam 2017 – zowel met de jury- als de publieksprijs –  en kaapte later in de Europese finale in Parijs een mooie tweede plaats weg. Momenteel studeert zij filmregie aan LUCA-School of Arts. In een interview voor de Poëzieclub met Merlijn Huntjens zegt ze over performance en dichten: “De tekst moet goed zijn. Je hoeft volgens mij niet de beste schrijver te zijn om de beste performance te kunnen geven; iemand die magische woorden schrijft en ze gewoon opleest van papier, kan mij ook in vervoering brengen.”

Op de vraag, in dat zelfde interview, hoe ze zichzelf ziet (dichter, slammer, podiumdichter, spoken wordartiest, papieren dichter) antwoordt ze: “Ik zou mezelf eerder een narrator noemen, een verteller dus.” In het gedicht ‘Hoe we het deden’ komt dit tot uitdrukking.

.

Hoe we het deden

 

hij heeft al vijf jaar niet.
ik maar vijf. weken.

ik zeg dat mannen mij gebruiken.
hij dat ik dat. bij hem

en ik vertel het hem viervoudig, achtzijdig en een paar keer dubbelgevouwen. dat ik liever niet
aan zijn piemel zit.

en hij vertelt het mij maal duizend dat het liefde is.

.

Rob de Vos poëzieprijs

Doe mee!

.

De Meander Dichtersprijs is ter ere van de geestelijke vader van Meander, Rob de Vos (1955 – 2018), omgedoopt tot de Rob de Vos-prijs. Op deze manier wil Meander zijn werk levend houden en wordt de traditie van de dichtwedstrijd in ere gehouden.

Tot 15 oktober 2019 mag iedere deelnemer één gedicht inzenden dat geïnspireerd is op dit thema:

‘’Achter de ogen scheen een zomermaand
het middenrif liep vol zacht avondlicht’’

 (Uit het gedicht van Menno Wigman ‘’Aarde, wees niet streng’’ Slordig met geluk, 2016)

 Het ingezonden gedicht is:

-in het Nederlands geschreven
-in lettertype Arial  10
-niet langer dan één A4 formaat
-geïnspireerd op het thema
-nooit ergens eerder gepubliceerd
-nooit genomineerd of bekroond
-niet kwetsend of discriminerend
-na inzending niet meer te veranderen

Er kan over de uitslag niet worden gecorrespondeerd.
Door deelname geeft de dichter toestemming voor het plaatsen van het gedicht op de site van Meander.
Juryleden en organisator van Meander zijn uitgesloten van deelname.
Bij deelname verklaart de inzender zich akkoord met het wedstrijdreglement.
Inzendingen die niet voldoen aan bovenstaande voorwaarden worden uitgesloten.

Er worden tien gedichten genomineerd, daaruit komen drie winnaars voort en zeven eervolle vermeldingen.
De genomineerden krijgen persoonlijk bericht. Er zijn leuke prijzen te winnen en de winnaar krijgt daarnaast een kunstwerk.
De datum van de prijsuitreiking is in het najaar en zal later dit jaar bekend worden gemaakt.

Gedicht als bijlage in word-document sturen naar e-mailadres : wedstrijd@meandermagazine.nl

In de mail vermelding van naam adres, geboortedatum, e-mailadres plus de titel van het gedicht.

.

Als je mee wil doen met deze wedstrijd en je twijfelt nog aan je gedicht of aan je poëtische gaven, lees dan morgen op dit blog de 10 tips voor het schrijven van goede poëzie. Allicht doe je er je voordeel mee.

De voorloper van de Rob de Vos Poëzieprijs was de Meander Dichtersprijs zoals gezegd, in 2008 won Vicky Francken deze prijs. Hier een gedicht van haar hand ter inspiratie, uit de bundel ‘Röntgenfotomodel’ uit 2017.

.

We hebben allemaal recht op een rug
een graat waarrond we bestaan

een marionettendraad die we oppakken
als we onszelf bijeenrapen

geen mens kan tippen aan vissen
die zwemmen in de golven van hun wervelkolom

maar stel dat een vin verlangt naar aaien
wie troost de vis wie pakt hem vast

wie streelt de schouder
uit de kom

.

We komen van ver

Carmien Michels

.

De Vlaamse dichter/schrijfster Carmien Michels (1990) beweegt zich tussen pen en podium, tussen urban en klassiek. Ze studeerde Woordkunst aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen. Als afstudeerproject schreef ze haar debuutroman ‘We zijn water'(2013) waarmee ze de shortlist van de Debuutprijs en De Bronzen Uil 2014 haalde. Haar tweede roman ‘Vraag het aan de bliksem’ verscheen in 2015. Na deze twee romans debuteerde in 2017 met haar eerste gedichtenbundel ‘We komen van ver’. Carmien won in 2016 het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam en behaalde op het Europees Kampioenschap een derde plaats, wat haar literaire optredens opleverde over het hele continent. Ze heeft ook een eigen Poetry Slam-collectief onder de noemer Eigen Wolk Eerst.

Uit haar debuutbundel ‘We komen van ver’ komt het gedicht ‘Liefdessonnet XI’ dat geïnspireerd is op ‘Honderd liefdessonnetten’ van de Chileense dichter Pablo Neruda.

.

Liefdessonnet XI

.

Ik wacht op de mist in je mond
blind en stom ril ik bij de eerste zon
de nacht valt, de dag wordt bedacht
in onzichtbare struiken danst je lach

.

Ik tast naar de doornen die je in me stak
naar de sporen van je huid die paarlemoeren blonk
naar je zouten geur van Japanse pruimen
ik wil niet huilen als een eenzaam bos

.

Ik wil ruiken en bergen je schemerblos
roosteren de vissen in je diepste dok
alsof het sneeuw is de schilfers van je wimpers ruimen

.

En vleugellam val ik als een koekoek uit een klok
hongerig naar jou, naar je uitgestorven stem in de bergen
naar de woorden die je velde, de kilte van Quitratúe*

.

De koffer

John Ashbery

.

In 1977 staat Poetry International in het teken van de koffer, symbool van het reizen. Naast de gebruikelijke poëzie en dichters uit vele landen is er een tentoonstelling van oude reiskoffers. In 1977 staat de Amerikaanse dichter John Ashbery op het podium in Rotterdam. Ashbery (1927- 2017) werkte van 1955 tot 1965 voor The New York Herald Tribune in Parijs als kunstcriticus. Na zijn terugkeer in de Verenigde Staten werkte hij als docent Engels en was hij ook daar kunstcriticus. Ashbery was een avant-gardistisch dichter.

Ashbery’s vroege werk werd sterk geïnspireerd door door het werk van Auden, alsook door de obscure Franse surrealistische dichter Pierre Martory. Later werd zijn werk steeds meer modernistisch. In de jaren zestig verkeerde hij in avant-gardistische kringen, met wereldwijd de aandacht trekkende kunstenaars als Andy Warhol en John Cage.

Ashbery’s werk kenmerkt zich door vrije, spontane associatie, waarbij zijn gedichten meestal nauwelijks een echt onderwerp kennen. Hij kan heel vaag en poëtisch zijn over concrete alledaagse dingen, waarbij hij regelmatig de parodie als stijlmiddel gebruikt. Een overkoepelend thema is de relatie tussen chaos en het bewuste menselijk denken en met de kunst in zijn algemeenheid. Hoewel Ashbery vaak beweerd heeft voor een groot publiek te willen schrijven, geldt veel van zijn werk als moeilijk toegankelijk, niet in de laatste plaats door de semantische en linguïstische experimenten in zijn werk.

Uit zijn bundel ‘The double dream of spring’ uit 1970 het gedicht ‘The task’ en in een vertaling van Peter van Lieshout, ‘De taak’.

.

De taak

.

Ze maken zich klaar om opnieuw te beginnen:

Problemen, een nieuwe wimpel aan de vlaggemast

in een voorspelde romance.

.

Rond de tijd dat de zon laag boven het

Westelijk halfrond haar stralen vlijt, de kermis echoot,

Dringen de vluchtende landen onder andere namen bijeen.

Leegte neemt de plaats van vreugde in, en Ieder moet vetrtrekken

Weg, ver weg in de stokkende nacht, want zijn lot

Is vruchteloos terug te keren uit het licht

Voorgetoverd door verstrijkende tijd. Slechts

Luchtkastelen waren het, doorkneed in de kunst het verleden

Te grijpen en met pijn te beheersen. En de weg ligt open

Nu om regelrechtschapen te handelen in deze tijd

Verterende dichtheid waarin hij ooit leerde ademen.

.

Kijk eens naar de rommel die je gemaakt hebt,

Zie eens wat je hebt gedaan

Maar als dat dat al spijt mocht zijn raakt het nauwelijks

De kinderen die na het eten buitenspelen.

Belofte van kussens en meer in de nacht die straks valt.

Ik ben van plan hier wat langer te blijven

Omdat dit enkel ogenblikken zijn, ogenblikken van inzicht,

En omdat getast en gereikt nog moet worden,

Naar uiterst en vurig verlangen dat wegsmelt

Ondertussen, als afstand onder pelgrimsvoeten.

.

The task

.

They are preparing to begin again:
Problems, new pennant up the flagpole
In a predicated romance.

.
About the time the sun begins to cut laterally across
The western hemisphere with its shadows, its carnival echoes,
The fugitive lands crowd under separate names.
It is the blankness that follows gaiety, and Everyman must depart
Out there into stranded night, for his destiny
Is to return unfruitful out of the lightness
That passing time evokes. It was only
Cloud-castles, adept to seize the past
And possess it, through hurting. And the way is clear
Now for linear acting into that time
In whose corrosive mass he first discovered how to breathe.

.
Just look at the filth you’ve made,
See what you’ve done.
Yet if these are regrets they stir only lightly
The children playing after supper,
Promise of the pillow and so much in the night to come.
I plan to stay here a little while
f’or these are moments only, moments of insight,
And there are reaches to be attained,
A last level of anxiety that melts
In becoming, like miles under the pilgrim’s feet.

.