Site-archief

De Dromende Dansers

Rik van Boeckel meets The Dub Ark

.

Ik ken dichter/performer Rik van Boeckel (1952) al een groot aantal jaren. Zo stonden we al in 2014 samen met een aantal andere dichters in theater De Veste in Delft, en bij ‘Dichter bij de bar‘, maar Rik was ook een van de deelnemers aan de eerste editie van De Poëziebus in 2015. Dat hij groot fan is van Linton Kwesi Johnson, net als ik, hoor je onmiddellijk wanneer je de CD ‘De Dromende Dansers’ opzet. Zijn nieuwste creatie, na onder meer een reisverhaal en zijn dichtbundel ‘Beweeg als een strateeg‘ uit 2018 is de CD ‘De Dromende Dansers‘.

Het is niet de eerste CD van deze performance dichter met zijn onafscheidelijke djembé. In de jaren ’80 van de vorige eeuw bracht hij als popdichter al twee cassettes uit en in 2010 zijn eerste CD ‘Ode aan de mode’ waarin hij poëzie brengt op de klanken van hip hop en Latin muziek. In 2014 volgt dan de EP ‘Cheer Yourself Up’ met een mix van reggae en Dancehall. Maar ook bij zijn bundel ‘Beweeg als een strateeg’ zit een begeleidende CD met muzikale poëzie.

En nu dan een nieuwe CD (2023) met (heel netjes) een tekstboekje. In de kleuren groen, geel en rood, waarmee de link naar de muzieksoort die op dit album te horen zijn meteen gekenschetst worden: Reggae en Dubreggae. Rik wordt op dit album bijgestaan door een collectief van muzikanten dat bekend staat als The Dub Ark: Eric van Drunen Littel (aka Clever Lee), Aernout van Hees (aka Dr. EchopleX) en Joep Smeenk (aka Ube da Dube). En samen zetten zij een muzikale achtergrond neer voor de teksten van Rik die er zijn mag. Ik hoor een mix van Linton Kwesi Johnson, Lee Scratch Perry maar ook Black Uhuru en zelfs Doe Maar klinkt door in het zeer diverse palet van percussie en muzikale klanken.

Rik schreef de teksten op verschillende plekken op deze wereld: Portugal, Ibiza maar ook gewoon in Nederland. Voor wie van poëzie en percussie houdt is dit een aanrader. Ik koos van het album de tekst van ‘Een lied van waanzin’.

.

Een lied van waanzin

.

De tijd gaat voorbij

de tijd verdwijnt in de eeuwigheid

waar mensen leven waar mensen feesten

waar wolken huilen waar mensen sterven

.

Zo klinkt een lied van waanzin

en een verdrietig hart

dit is een moment om te voelen

van blijdschap tot aan smart

.

Verhalen van vrijheid zingen het liefst

laat de onderdrukking varen

doe dit maanden doe dit jaren

ze zingen dit trots en luid

.

Zo klinkt een lied van waanzin

en een verdrietig hart

dit is een moment om te voelen

van blijdschap tot aan smart

.

Regenbogen bedekken de zon

de maan verborgen in duisternis

zal langzaam verder groeien

donder zal harten raken

jaren van wind en zang

bereiken de leistenen heuvels

zij zullen haar verder dragen

naar de horizon achter de duinen

universele duinen aan de Noordzee

.

Zo klinkt een lied van waanzin

en een verdrietig hart

dit is een moment om te voelen

van blijdschap tot aan smart

.

NK Poetry Slam

Voorrondes België

.

Tijdens deze zomer zijn er in Antwerpen, Gent en Turnhout plekken te verdienen voor de halve finaleronde van het NK Poetry Slam 2024. Op 1 augustus (Turnhout), 3 en 28 augustus (Gent) en 5 en 22 augustus (Antwerpen kun je meedoen aan deze voorrondes. Je mag ook aan meerdere voorrondes meedoen maar je kan natuurlijk ook gewoon meteen winnen en een plaats in de finale op 2 september binnen slepen.

Per datum kunnen er maximaal 12 deelnemers worden ingeschreven. In de eerste twee ronden staan de slam dichters individueel op het podium en beslist de vakjury en het publiek welke 6 er doorgaan naar de volgende ronde. Vanaf de derde ronde zullen de dichters opgedeeld worden in twee zogenaamde poetry battle match-ups, waaruit dus ook de 2 finalisten per datum zullen komen.

In september zullen de halve finales en de finale gedaan worden waarin de laatste 12 kandidaten het tegen elkaar opnemen in één individuele ronde en daarna poetry battles om het ticket naar de finale te winnen. Voor alle regels klik je hier. Dus wil je Femke van Grootel of Evelien Mommerency worden? (de Belgische finalisten van vorig jaar) of van winnaar van de NK Poetry Slam 2023 Nicole Kaandorp, geef je dan op en doe mee.

Een poetry slam (naar Engels, to slam oftewel smijten, slaan) of poëzieslag is eigenlijk een kruising tussen literatuur en sport. Enkele slamdichters, kortweg ‘slammers’, gaan op een podium (vaak in een club of café) een wedstrijd met elkaar aan. Binnen een bepaalde korte tijd en in een paar rondes dragen de dichters hun gedichten voor. Het publiek en/of de jury bepaalt wie de beste is. Iedereen mag zijn kans wagen; in de loop van de avond worden de besten geselecteerd. Bij poetry slam is zowel de inhoud als de voordracht belangrijk maar uiteindelijk gaat het maar om één ding: het publiek enthousiast maken.

Een aantal bekende namen waren ooit NK Poetry Slam winnaars zoals Daniël Vis, Kira Wuck, Erik Jan Harmens, Ellen Deckwitz en Martje Wijers. In 2006 was Krijn Peter Hesselink (1976) winnaar en van hem is het gedicht ‘De ruimte van het volledig leven’ uit zijn bundel ‘Toondoof’ uit 2018.

 

De ruimte van het volledig leven

.

Ik word wakker op de bodem van een fontein
als was er nooit een slaap voorafgegaan

het zicht is troebel, soms breekt met een klap
een euro door het dak van deze wereld

we zijn het afgedankte wisselgeld
dat eindeloos zou willen blijven zweven

maar elke munt komt knarsend op de kiezels
tot rust en wordt zich van zichzelf bewust

zo liggen we hier maar, geen flauw idee
wie we geluk hebben gebracht en wat

daar nog van over is

.

Marshmallow

Simone Atangana Bekono

.

Het woord marshmallow komt van de heemst ( Althaea officinalis ), een kruid dat oorspronkelijk uit delen van Europa, Noord-Afrika en Azië komt en groeit in moerassen en andere vochtige gebieden. De stengel en bladeren van de plant zijn vlezig en de witte bloem heeft vijf bloemblaadjes. De marshmallows zoals wij die kennen hebben tegenwoordig heel andere ingrediënten namelijk: suiker, water, lucht en een klopmiddel.

Ik begin dit stukje met deze informatie omdat de nieuwe bundel van Simone Atangana Bekono de titel ‘Marshmallow’ heeft en ik me afvroeg waarom ze voor deze titel heeft gekozen? Op de website van haar management (ja dichters hebben tegenwoordig managers) lees ik over deze bundel: Met gebruik van verschillende registers brengt Atangana Bekono groteske beelden, erotiek, alledaagsheden en geweld samen in de botsende herinneringen van twee stemmen die eens lieflijk samen moeten hebben geklonken, resulterend in giftige, grappige, en schrijnende poëzie. Zouden de twee stemmen die eens lieflijk hebben geklonken naar de oorspronkelijke ingrediënten van een marshmallow verwijzen? Wie weet.

Kamiel Choi schrijft in zijn recensie van deze bundel op de Meanderwebsite: “De bundel is rood en iets breder dan gebruikelijk; op het omslag staat een donkergrijze vlek die lijkt op en teddybeer, een foetus of en marshmallow. Een marshmallow weet ook niks van vorm en kan zo gekneed worden en vervormd door iedereen die hem aanraakt of opeet. Het blijft een marshmallow: de vorm is niet de essentie, dat is de zachte, zoete smaak in je mond wanneer je hem eet, wanneer hij geroosterd is tijdens een zomerkamp met al je vrienden.” Het blijft gissen.

Volgens Maria Barnas in NRC schrijft Atangana Bekono mierzoet en zacht ‘van binnenuit’. Wat we in ieder geval weten is dat het laatste ‘hoofdstuk’ in de bundel marshmallow als titel heeft.

Schrijver en dichter Simone Atangana Bekono (1991) heeft een Nederlandse moeder en haar vader komt uit Kameroen. Vandaar haar volledige Kameroense achternaam Atangana Bekono. Ze debuteerde in 2017 met de dichtbundel ‘Hoe de eerste vonken zichtbaar waren’, waarvoor zij de Poëziedebuutprijs aan Zee 2018 en het Charlotte Köhler Stipendium 2019 ontving. In 2019 riep de Volkskrant haar uit tot een van de literaire talenten van 2020. Haar roman ‘Confrontaties’ (2020) werd verschillende keren bekroond. En dan nu in 2024 dus haar tweede dichtbundel ‘Marshmallow’. Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Uhh,,, I am soryy I know nothing of form!!’.

.

Uhh,,, I am soryy I know nothing of form!!

.

er wordt veel over me gefluisterd

ik mis tucht dus ik vraag stergespreid om tucht

waarmee ik bedoel ik mis mijn meesters

niet maar wel dat krakende verwachtingsvolle

van het knielen dat witheet tot aan mijn

haarzakjes dat huidloze zweven zo  rauwgebeukt

en overmorst

dan voorzichtig ingepakt

.

zoet gemompel der overtreden regels

zacht gekneed vervolgens met zalf op de wond

.

Een mug in de zomer

Voorproefje

.

Gedurende het jaar brengen wij Marianne, Bart en ik, vijf keer een MUGzine uit. En elke jaar doen we iets extra’s (een GUM, een Special of een ansichtkaart). Over het extraatje zijn we al hard aan het nadenken maar de eerstvolgende editie van MUGzine, editie 23 is aanstaande. Vijf keer per jaar betekent in de eerste en de laatste vier maanden van het jaar elk twee edities en dan hou je vier maanden over in de zomer waarin we de zomereditie uitbrengen. De zomermaanden gebruiken we om nieuwe ideeën, dichters, kunstenaars, illustrators te zoeken en die voor te leggen aan onze onafhankelijke redactie.

De eerstvolgende MUGzine is dan ook de zomereditie en we verwachten deze in augustus te kunnen publiceren. In deze deze editie met als richting ‘Ins Blaue Hinein’ de Vlaamse dichter Astrid Arns en uit Nederland de dichters Daniël Vis en Floor Tinga. Het artwork komt dit keer van Willem Hansum. Natuurlijk is er een poëtisch voorwoord en een Luule en bieden we, zoals altijd, de mogelijkheid de MUGzine op papier te ontvangen. Al vele poëzieliefhebbers maken gebruik van deze mogelijkheid en ontvangen, voor een bedrag per jaar waar je nog geen dichtbundel van kan kopen, een jaar lang de MUG op papier aangevuld met een extraatje.

Om alvast in de stemming te komen wil ik hier alvast het gedicht ‘Ontheemden’ plaatsen van één van de dichters van #23 namelijk Astrid Arns (1960). Astrid Arns is onderwijzeres en dichter en publiceerde gedichten in de Poëziekrant, De Schaal van Dighter, Meander. Het Gezeefde Gedicht en De Vallei. In 2018 verscheen haar debuutbundel ‘Mijn naam op de deur’ die inmiddels een tweede druk kent.

Ontheemden

.

Ik voel nog hoe het vroeger was.

Gekroonde hoofden en een kring die ons omsloot.

En wij ontheemden liepen zij aan zij.

Wij schoven voet per voet en kregen dan hun zegen.

Zij waren nog en waren ook geweest.

Gebukte zielen met een afgewende kop.

Zij schreeuwden scheuren in de nacht in krukkentaal,

er werd op hen gewacht.

Wij wisten niets, niet waar ze waren

of vanwaar ze kwamen.

Zij waren marmerblanke webben in ons hoofd.

.

Gedichtenlaboratorium

Het andere gedicht

.

Op internet kwam ik al browsend de website van het gedichtenlaboratorium tegen. Op deze website staat het maken van gedichten met mensen met een verstandelijke beperking centraal. Want zo schrijven ze: ‘Door het schrijven van gedichten ontwikkel je je taalvermogen. Dat is voor iedereen belangrijk en zeker ook voor mensen met een verstandelijke beperking’. De website biedt vele mogelijkheden. Zo is er een webapp waarin je zelf gedichten kan schrijven. Deze webapp is gemaakt in het kader van het project ‘Het andere gedicht’, een taal-stimulerend poëzieprogramma van Special Arts gebaseerd op Taalvorming. Het programma bestaat uit een Gedichtenlaboratorium, poëzieactiviteiten, trainingen, workshops en een driejaarlijkse landelijke poëziewedstrijd voor mensen met een verstandelijke beperking en niet aangeboren hersenletsel (NAH).

Met behulp van de app kun je in 10 eenvoudige stappen een gedicht schrijven. Hierbij wordt een uitleg over de werkwijze voor begeleiders en leerkrachten geleverd. Het doel is door het schrijven van gedichten het taalvermogen te ontwikkelen en voor begeleiders hoe je dat op een goede manier kunt doen met een groep en waarom je dit zou kunnen doen. Kortom een zeer mooi voorbeeld van wat poëzie allemaal vermag als je het op een goede manier inzet.

In 2018 werd de landelijke poëziewedstrijd Het andere gedicht, georganiseerd en in de jury zaten Ted van Lieshout, Erik Jan Harmens, Vera Bergkamp en Ester Naomi Perquin. Tijdens het Grote Poëziefeest in de Flint in Amersfoort werden de eervolle vermeldingen bekend gemaakt en uiteraard de winnaar van de wedstrijd. Dat was Angelique Groen van Reinaerde Ateliers De Wijde Doelen met het gedicht ‘Letters’.  Van alle inzendingen werd een bundel samengesteld met als titel ‘Waar ik weg waai’.

Juryvoorzitter en toenmalig Dichter des Vaderlands Ester Naomi Perquin zei hierover: “In deze bundel, waarin tientallen gedichten van mensen met een verstandelijke handicap zijn samengebracht, wordt gespeeld met taal en gezocht naar woorden. Wie goed oplet, ziet een hele stoet beelden en vondsten voorbijtrekken – van wapperende oranje wimpers tot een plastic tas vol paardengeur, van een man die zich aan wil laten schaffen tot een woord in de mist. Wat een geluk dat het hier is opgeschreven”. Ik vind het gedicht van Angelique Groen daarom zo mooi, omdat het ook over gedichten of poëzie zou kunnen gaan. Poëzie maakt wit papier mooier.

.

Letters

.

Letters:

het zijn rondjes

vierkantjes

streepjes

met of zonder puntjes

dicht bij elkaar

of met veel wit ertussen

Letters maken wit papier

mooier

ik kan niet lezen

.

Discipline

Eric van Loo

.

In 2021 overleed Eric van Loo, collega bij Meander (recensent, verantwoordelijk voor de Meander Klassiekers en redacteur van Meander Magazine) en dichter. Op de website verscheen na zijn overlijden een mooi en persoonlijk in memoriam geschreven door drie van zijn collega’s bij Meander Hans Puper, Janine Jongsma en Alja Spaan.

In 2016 verscheen van Eric van Loo de debuutbundel ‘De regels van het spel’ bij Uitgeverij Kontrast. De bundel was het resultaat van 10 jaar dichterschap. Met zijn debuutbundel won Eric van Loo in 2017 de derde prijs van de Eijlders Poëzie Aanmoedigingsprijs. In 2018 won hij de 22e editie van de Willem Wilmink Dichtwedstrijd.

In de bundel ‘In donzen dromen’ de 100 beste gedichten uit de Gedichtenwedstrijd 2020 van het PoëzieCentrum Gent, staat een gedicht van Eric getiteld ‘Discipline’ dat ik hier graag deel.

.

Discipline

.

Wanneer het regende bleef de tuinman

binnen. Hem werd een schone taak gegeven:

oude meubels in de was zetten. Het donkere

hout, de geur van boenwas – een zuivere meditatie.

.

Een paar dagen later regende het opnieuw.

En weer wachtte hem een poetsdoek

en werd hem ingewreven dat elke bezigheid

zijn eigen waarde heeft.

.

Het regent regelmatig in Engeland.

En telkens wachtte hem de poetsdoek

en werd hem ingewreven dat eigenwaarde

een vorm van hoogmoed is. Niet zijn.

.

Pas na weken begon hem te dagen

hoe hij deze taak meester kon worden.

Hij wreef zich de ogen uit. Alsof de zon

doorbrak, alsof hij eindelijk

.

op zijn plaats was.

.

Liefste liefste

Arthur Japin

.

In 2022 schreef ik een blog over de Boekenweek en de verkiezing van de mooiste zin uit de Nederlandse literatuur. Dat bleek een zin van Arthur Japin te zijn namelijk deze zin uit het boek ‘Een schitterend gebrek’: ‘Dit is het enige wat telt, lieverd, dat iemand meer in je ziet dan je wist dat er te zien was’. De reden dat ik hierover schrijf is dat dit de enige keer is dat ik op dit blog (in middels ruim 5000 berichten bevattend) over Arthur Japin schreef. Op zichzelf natuurlijk helemaal niet vreemd, dit blog gaat uitsluitend over poëzie (en alles wat daarbij hoort) en Arthur Japin schrijft proza.

Dat dacht ik tenminste. Tot ik de bundel ‘nachtkaravaan’ uit 2018 onder ogen kreeg. Toen bleek ook deze prozaschrijver (het is niet de eerste van wie ik dit ontdek) poëzie te hebben geschreven. In de afgelopen ruim twintig jaar schreef Arthur Japin voor artiesten als Sara Kroos, Paul de Leeuw en Karin Bloemen. Ook al veel eerder, op de Theaterschool, waar Arthur les had van Willem Wilmink, ontstonden talloze nummers, vaak gezongen door hemzelf. In 2009 won Arthur Japin voor zijn lied Nachtkaravaan de Annie M.G. Schmidtprijs. In de bundel ‘nachtkaravaan’ is een brede keuze uit Japins liedjes opgenomen, aangevuld met enkele gedichten. Zoals het liefdesgedicht ‘Liefste liefste’.

.

Liefste liefste

.

Liefste, liefste, ik wil iets van jóu aan

Iets wat naar jou ruikt, waarin ik jou voel

Mag ik je kleren aan? Liefste, vind het goed

Want ze doen me iets, ze raken me, ze koesteren me

.

Misschien dat ik me straks weer warm waan

Met iets van jou aan blijft het minder lang koel

Want dan voel ik je, liefste, diep in mijn bloed

Diep in mijn hart, onder mijn huid, diep in me, zo diep

.

Liefste, liefste ik wil iets van jóu aan

Iets wat naar jou ruikt, waarin ik jou voel

Laat je wat kleren hier? Liefste, alsjeblieft!

Ze zijn als ik, ze kenden je, ze herinneren zich jou

.

Ze zijn niet mooi of nieuw of wat dan ook

Maar als ik in iets van jou kruip zit dat zó warm en zó lekker

Dan voel ik hoe jij voelde in het begin

Voel ik dat hier, binnenin, zó lief en zó lekker

.

Rouwadvertentie

Johannes van der Sluis

.

In 2018 verscheen onder het heteroniem (Een heteroniem is een vorm van een pseudoniem waarbij een auteur een fictieve schrijverspersoonlijkheid creëert, soms als afsplitsing van zichzelf) Giovanni della Chiusa, de debuutbundel ‘Een mens moet ook niet alles willen weten’ van Johannes van der Sluis (1981)) wat zijn echte naam is. Deze bundel werd genomineerd voor de Herman de Coninckprijs.

In begin 2019, zag Johannes van der Sluis bij de Erasmusbrug in Rotterdam een demonstratie van de Gele Hesjes, die hem vanuit het niets obsedeerde, alsof de Zotheid hem in haar greep kreeg, vooral de jongen die ‘100% vrije jongen’ achterop zijn jas had geschreven. Dat werd ook de titel van zijn eerste gedicht (onder eigen naam), die werd gepubliceerd in Hollands Maandblad (waar hij daarna nog verschillende malen in zou publiceren en waar hij hoofdredacteur van is), en uit de stroom poëzie die daarop volgde, ontstond de bundel ‘Ik ben de verlosser niet’ (2020). Deze bundel verscheen onder zijn eigen naam en werd genomineerd voor de J.C. Bloem-poëzieprijs 2021.

In 2022 verscheen vervolgens de bundel ‘Profane verlichting’ en in 2023 de bundel ‘De Groenvoorziening’over zijn tijd bij de plantsoenendienst in Rotterdam-IJsselmonde, waar van der Sluis woonachtig is. Deze bundel is ‘een poging om grip op het leven te krijgen’ volgens de dichter. Op de website met Rotterdamse dichters staan een paar gedichten van zijn hand waaronder het gedicht ‘Rouwadvertentie’ uit de bundel ‘Een mens moet ook niet alles willen weten’ waarover Remko Ekkers in Tzum schreef: “De gedichtjes zijn grappig en treurig” zo ook het gedicht ‘Rouwadvertentie’.

.

Rouwadvertentie

.

Doodongelukkig

zou hij zichzelf niet willen noemen

de laatste tijd echter

verlangt hij

bijvoorbeeld als hij op een begraafplaats rondloopt

of begrafeniswagens voorbij ziet rijden

of rouwadvertenties leest

naar de dood.

Zichzelf ophangen

zichzelf verstikken in een plastic zak

of voor de trein springen,

daar moet hij alleen niet aan denken,

nooit zou hij de hand aan zichzelf slaan.

Als het even kan

zou hij in een onbewaakt ogenblik

in een ravijn willen worden geduwd.

Vínd maar eens iemand.

.

Kus

Peter Verhelst

In 2020 schreef ik al eens over Peter Verhelst (1962), over zijn bundel ‘Wij totale vlam’ en ik plaatste daar het gedicht bij ‘Voor het vergeten’. Nu was ik pas in de bibliotheek van Utrecht aan het Neude en daar had ik even pauze. Ja wat doe je dan? Dan ga je, als je mij bent, naar de afdeling poëzie. En daar nam ik de bundel ‘Koor poëzie’ een keuze uit de poëzie (1987-2017) van/door Peter Verhelst uit de boekenkast. Wat schetst mijn verbazing? Er staat het gedicht in getiteld ‘Tegen het vergeten’. Nu kwam deze titel mij direct bekend voor.

Zowel in de titel van een gedicht van Shari Van Goethem ‘Tegen het vergeten wat samen-leven is‘ als de titel van de bundel van Hans Faverey ‘Tegen het vergeten‘ uit 1988, als in de titel van een bundel van Alja Spaan ‘Tegen het vergeten en voor de behoedzaamheid‘ uit 2018 komt deze titel voor. En even verder kwam ik erachter dat ik het gedicht van Verhelst al eens gedeeld had hier op dit blog. Blijkbaar is de tegenstelling tussen vergeten en ‘er iets tegen doen’ wat eigenlijk niet mogelijk is, een interessante gedachtengang voor dichters.

Omdat ik het gedicht ‘Tegen het vergeten’ al eerder deelde heb ik gekozen voor een ander gedicht uit de bundel van Verhelst getiteld ‘Kus’. Ook al zo’n titel die je vaker tegen komt. Zoals blijkt uit dit, dit en dit gedicht.

.

Kus

.

Het beweegt iets kleins in haar slaap

het buigt een knie voorzichtig om het niet te wekken

lig je urenlang te kijken kin op arm hoe het samentrekt zich

wentelt op een zij het neemt je naar haar kant mee van het bed

zucht zich uit zichzelf zet zich op het laken af de voetzool

duwt de heup op nauwelijks een millimeter van je mond verwijderd

kom maar word maar wakker maar

de millimeter wordt een ding iets stijfs onder je tong je ziet het

uit het laken stulpen woelt zich bloot als het ochtend is een witte jurk

rilt door ons heen wiegt aan een kastdeur het is laat altijd te laat

begonnen we te zoeken plek na plek waar het zou kunnen

eindelijk de plek van ons om te vergeten te vergeten hoe je insliep

hoe je mond zich open droomde nog een keer voorzichtig

om je niet te wekken urenlang roerloos leunend op een hand

lig je te kijken lieve onbestaande

kus die loopt van de mond die er had kunnen zijn in het gezicht

dat al uit het kussen weg begint te trekken

het is onmiskenbaar ochtend laat ons nog een allerlaatste keer

voor het wakker wordt en kleren aantrekt en de kus wordt

die er niet meer is

.

IJslandse dichter

Eva Rún Snorradóttir

.

Tijdens de opening van Poetry International traden verschillende internationale dichters op. Een van hen was de IJslandse dichter Eva Rún Snorradóttir (1982). Zij is theaterkunstenaar en schrijver. Sinds 2009 werkt ze met onafhankelijke theatergroepen, veelal met een groep van drie vrouwen, genaamd Kviss búmm bang. Ze reisden veel met hun “Extended life” optredens. Eva Rún publiceerde in 2013 haar eerste poëziebundel.

In haar geschriften onderzoekt ze twee dingen in het bijzonder: ten eerste hetero-normaliteit en de performativiteit van het dagelijks leven, en ten tweede de ervaringen van meisjes en vrouwen, van vriendschap, seks en de algemene onrust in het leven. Haar vierde boek, ‘Homo Romantic’, verscheen in het najaar van 2021. Ze geeft les en mentor aan de IJslandse Kunstacademie en schrijft nu een theaterstuk voor de Stadsschouwburg van Reykjavík. 

In het gedicht ‘In een door mensen gemaakte samenleving’ belicht Eva Rún Snorradóttir het lesbisch ouderschap en partnerschap.  Dit gedicht, met een Maístjarnan Award bekroond, komt uit de collectie ‘Seeds that Impregnate the Darkness’ van 2018 .

.

In een door mensen gemaakte samenleving

.

Twee vrouwen zitten op een bankje in een kantoor aan de rand van de hoofdstad. Tegenover hen, achter een bureau, zit een oudere man in een witte jas. Een kaart met de binnentopografie van de vagina is achter hem op de muur geplakt. Onderweg hadden ze ruzie gehad met de taxichauffeur. Hij bestuurde al dertig jaar een taxi en vond dat het het beste was om de route langs de kust te nemen, zoals hij altijd had gedaan. We zijn te laat om een ​​baby te maken, te laat om beleefd en respectvol te zijn tegenover een carrière van dertig jaar.

De vagina aan de muur herinnert hen aan een afspraak in een ander kantoor met een andere oudere man. Hij zat ook achter een bureau, de Indiase ambassadeur in IJsland. Om een ​​visum te krijgen, moesten ze hem uitleggen hoe twee vrouwen seks hadden. Hij was oprecht nieuwsgierig en uit zijn stem sprak oprecht medeleven en bezorgdheid.

Van achter zijn bureau beschrijft de man in de laboratoriumjas met precieze gebaren hoe de ovulatie voor vrouwen is. Zijn hand hing alsof hij een belletje vasthield, terwijl zijn vingers een vleugel in de lucht vormden. Een geluid uit zijn lippen, griezelig. Ze vragen zich af of hij voor alle vrouwen hetzelfde geluid maakt, maar vergeten het te vragen omdat een van hen achter een schermpje moet gaan en zich vanaf haar middel moet uitkleden.

.