Site-archief

Merwedeplein

Rotterdamse dichters

.

Op de zeer informatieve website http://www.rotterdamsedichters.nl staat “een grote, zo compleet mogelijke bloemlezing van Rotterdamse poëzie, zowel oud als nieuw”. Het idee voor deze website kwam van Daniël Dee, voormalig stadsdichter van Rotterdam. Een mooi initiatief dat navolging verdient in andere steden wat mij betreft.

Toen ik wat aan het rondneuzen was op deze website kwam ik de naam van Abdelkader Benali tegen. Nu ken ik Abdelkader als romancier en programmamaker (zo bezocht hij de bibliotheek van Maassluis en haar Nationaal Documentatiecentrum Maarten ’t Hart voor zijn boekenprogramma) maar dat hij ook poëzie schrijft wist ik niet.

Zo schreef hij ‘Gedichten voor de zomer’ (2003, deel 5 in de serie De Sandwich-reeks, onder redactie van Gerrit Komrij) en ‘Panacee’ (2006).

Om deze website wat meer bekendheid te geven en een gedicht van Abdelkader Benali te delen, hier het gedicht ‘Merwedeplein’ van zijn hand.

.

Merwedeplein

loop ik
een Japanse pelgrim die niet weet
niet weet wat hij mist niet weet wat
hij zoekt niet weet wat hij gaat vinden niet weet
wat hij weet niet weet wat hij doet niet weet wat hij
voelt niet weet wat hij denkt niet weet wat hij
onder de wolken zonder paraplu
want de pelgrim is een beetje dom op pad gegaan
naar het Merwedeplein waar een meisje gelukkig
was
geluk is samenvallen met je leeftijd
een kind onder de kinderen zijn en van het gemis
niets weten draait de pelgrim zich om want het regent
nu wel heel erg hard en de regen doet wat hij niet
moet doen steeds harder eigenlijk op deze miezerige
dag waar alleen maar heel verveelde mensen verdwaalde
mensen eenzame mensen en geesten naar buiten gaan
.

African American Poetry

Elisabeth Alexander

.

In 2012 verscheen in de Verenigde Staten bij ‘Poetry for young people’ bij uitgeverij Sterling het bijzondere boek ‘African American Poetry. De reden dat dit zo’n bijzonder boek is ligt in het feit dat voor het eerst een bloemlezing van Afrikaans Amerikaanse poëzie werd samengesteld en uitgegeven met een overzicht vanaf  de 18e eeuw tot nu en dan ook nog specifiek geschikt voor jongeren.

Redacteur Arnold Rampersad (van de Princeton University) beschrijft de geschiedenis van African American poetry, de invloeden (armoede, slavernij en racisme maar ook het alledaagse leven),  de dichters waarvan enkele zelfs tijdens de slavernij al schreven, hoewel het verboden was bij wet om een slaaf te leren hoe te lezen en schrijven. Zo is in het boek te lezen dat reeds in 1773 een boek van een African American dichter werd gepubliceerd met de titel ‘Poems on Various Subjects, Religious and Moral’ door Phillis Wheatley.

Een gedicht uit het boek is ‘Apollo’ door Elisabeth Alexander. Zij is professor aan de  Yale University in New Haven, Connecticut, graduate bij Yale, Boston University, en de University of Pennsylvania, waar ze een doctoraat in Literatuur heeft gehaald. President Obama vroeg haar een gedicht voor te dragen bij zijn inauguratie in 2009.

Haar gedicht ‘ Apollo’ neemt je mee terug naar 20 juli 1969, toen de eerste mens voet zette op de maan. Een Afrikaans Amerikaanse familie is zo nieuwsgierig naar dit historische moment, dat ze tijdens een autorit stoppen bij een wegrestaurant om het op televisie te volgen. Het restaurant zit vol blanke Amerikanen (het was de tijd van de rassenonlusten tussen de zwarte en blanke Amerikanen). Maar op dat moment vallen alle raciale spanningen weg bij de gebeurtenissen in de ruimte die ze samen op televisie volgen waarmee de spanningen feitelijk naar juiste proporties worden terug gebracht.

.

Apollo 
 
We pull off
to a road shack
in Massachusetts
to watch men walk
 
on the moon. We did
the same thing 
for three two one
blast off, and now
 
we watch the same men
bounce in and out
of craters. I want 
a Coke and a hamburger.
 
Because the men
are walking on the moon
which is now irrefutably 
not green, not cheese,
 
not a shiny dime floating
in a cold blue,
the way I’d thought,
the road shack people don’t
 
notice we are a black
family not from there,
the way it mostly goes.
This talking through
 
static, bounces in space-
boots, tethered
to cords is much
stranger, stranger
 
even than we are.
.

Dichters Omnibus

Tweede bloemlezing

.

In 1954 verscheen de eerste editie van de ‘Dichters Omnibus’. Een bloemlezing uitgegeven door ESSO Nederland N.V., onder haar ‘relaties’ als nieuwjaarsgeschenk verspreid. Er verschenen achttien edities van.van de achttien edities mis ik alleen nog deel 1, 3, 4, 5, 6, 14, 17 en 18. De andere 10 delen heb ik door de jaren heen inmiddels bij elkaar verzameld. Mijn laatste aanwinst is deel 2 uit 1956 (blijkbaar werd 1955 overgeslagen).

Uit dit tweede deel een gedicht van dichter Pierre Kemp getiteld ‘Nieuw sterrenbeeld’.

.

Nieuw sterrenbeeld

.

Ze gaven me speelgoed om mij te doen vergeten:

je bent geboren.

Ik ben nu wel oud en moest alles weten,

maar wijl ik mijn speelgoed niet heb verloren,

niet gebroken of stuk gesmeten,

zal ik er eens mee tussen de sterren staan,

niet te kort bij de zon, niet te ver van de maan.

En de kinderen zullen het hun ouders tonen,

als zij om te spelen bij mij willen wonen.

.

tb

 

Rotterdam

J.C. Bloem

.

In 1990 publiceerde Dr. J. de Gier bij het Boekencentrum in Den Haag, de bundel ‘Poëzie als wapen’ een overzicht met bloemlezing van gedichten rond oorlog en verzet 1940-1945. In deze bundel dus veel oorlogspoëzie waaronder het gedicht van J.C. Bloem ‘Rotterdam’.

Bloem publiceerde op 4 september 1940 in de Telegraaf dit gedicht dat vervolgens in een aantal verzamelbundels werd opgenomen. In dit gedicht beschrijft hij de stad Rotterdam na het bombardement. Een stad die ‘open ‘ligt. In dit gedicht is eerder sprake van bevreemding en bedeesdheid dan dat de dichter geschokt is door hetgeen is gebeurd. Of, zoals Bloem indirect stelt, de hemel, de zon en de natuur blijven onaangetast en ook op de puinhopen van Babylon en Nineveh is het leven doorgegaan.

De Gier schrijft in de bundel over dit gedicht: “Het lijkt niet erg aannemelijk dat velen in de harde realiteit van toen de hoge vlucht van Bloems verbeelding konden meegaan”. In retrospectief gezien, met de kennis van de stad Rotterdam van nu, is dat al veel beter te doen.

.

Rotterdam

.

Hoe vreemd ligt deze stad nu open,

hoe is zij wonderlijk en licht:

De huizenloze straten lopen

van niets naar niets – toch niet ontwricht.

.

De hemel straalt als nooit tevoren

op waar der eeuwen bouw verdween-

de zomer heeft geen glans verloren,

de zon scheen zoals ze altijd scheen.

.

Men gaat in innerlijke afzondring,

herdenkend hoe het is geweest,

en vindt zichzelf tot zijn verwondring

geschokt veel minder dan bedeesd.

.

Klaag niet. Steeds bloesemen de tuinen

boven vergankelijkheid en wee:

Een herder rust thans op de puinen

van Babylon en Niniveh.

.

paw

Nog maar een paar kleintjes

Uit mijn boekenkast

.

Omdat ik er zin in heb nog een paar mooie voorbeelden van (ultra) korte gedichtjes uit het bundeltje ‘Het kleinste gedicht’ De Favoriete ultrakorte gedichten van Nederland en Vlaanderen.

.

Het briesen van een paard…

.

‘Het briesen van een paard

onder mijn raam vannacht’

.

daar zou misschien een gedicht

in gezeten hebben.

(Bert Voeten)

.

Ekster

.

Hij is van boom tot grassen bezig

in dit landschap, als toerist.

Ik ben zijn camera,

ook op hem gericht.

(Robert Anker)

.

Closed

.

Muizenisisminimumeis

(Chr. J. van Geel)

.

geboorte

.

het wordt niet gehoord

noch gezien

hoe het leeft dat wat dood is

.

zoals wat werd verwekt

niet terstond wordt ontdekt

(Lucebert).

.

En tot slot, ik kon het niet laten, nog een van mezelf, niet uit de bundel.

.

In een notendop

.

Het zaadje dat ik plantte

en zorgvuldig water gaf

groeit nu naar de zon

maar steeds verder van mij af

(Wouter van Heiningen)

Dichters van vroeger

Van Hadewijch tot A. Roland Holst

.

Toen ik de bundel ‘Dichters van vroeger’ zag liggen bij de kringloopwinkel wist ik dat ik ‘m wilde hebben. Zo’n prachtig vormgegeven dikke bundel met zo’n 370 gedichten uit 8 eeuwen Nederlandse poëzie voor € 1,50, ik ben er blij mee. Omdat deze bloemlezing, samengesteld door Garmt Stuiveling,  zo’n groot tijdvak bestrijkt staan er vele dichters en gedichten in die ik niet ken. Sommige nauwelijks begrijpelijk (zoals ‘Alle Dinge’ uit Hadewijch), sommige in hoogdravende taal (zoals ‘Béranger’s vaarwel’ van Everhardus Johannes Potgieter) tot aan het prachtige ‘Het huwelijk’ van Willem Elsschot (terug te lezen op dit blog op 27 oktober 2012).

Ik koos voor het allereerste gedicht ‘Alle dinge’ uit Hadewijch en ‘Winter’ van C.S. Adama van Scheltema.

.

Alle dinge

.

Alle dinge

Zijn mi te inge,

Ik ben zo wijd:

Om een ongeschepen

Heb ik begrepen

In eeuwigen tijd.

.

Ik heb het gevaan.

Het heeft mi ontdaan

Widere dan wijd;

Mi es te inge al el;

Dat wette wel

Gi dies ook daar zijt.

.

 

Winter

.

Stiller, stiller, stiller zakken

Nacht en dagen om mij heen –

Als de sneeuw de dorre takken

Dekken zij ’t verleên.

.

Doch hun hout wacht, diep verborgen,

Menig, menig wederkeer,

En mij komt de jonge morgen

Nimmer, nimmer weer!

.

Wie gebloeid heeft en gedragen,

Houdt herdenking tot genoot –

Hij heeft God niet meer te vragen

Dan den stillen dood.

.

dvv

Vrij!

Ariel Dorfman

.

In 2008 verscheen bij Rainbow Essentials de uitgave ‘Vrij!’ een bloemlezing van zestig spraakmakende werelddichters, en een dozijn anonieme en legendarische dichters, uit drieënveertig eeuwen. Ze schreven gedichten over onrecht, recht, oorlog en vrede, over verlating en solidariteit.

De bundel werd samengesteld door Amnesty International ter gelegenheid van de 60ste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Uit deze bundel de dichter Ariel Dorfman met het gedicht ‘Twee plus twee’ dat oorspronkelijk in vertaling van Erik Gerzon verscheen in de bundel ‘Verdwijnen’ uit 1985.

Vladimiro Ariel Dorfman (1942) is een Chileens-Amerikaans romanschrijver, essayist, toneelschrijver, dichter en mensenrechtenactivist. Sinds 2004 heeft hij een Amerikaans paspoort. Hij is hoogleraar aan de Duke Universiteit in Durham vanaf 1985.  

.

Twee plus twee

.

We weten allemaal hoeveel stappen het zijn,

compañero van de cel

tot die ene kamer.

.

Als het er twintig zijn,

brengen ze je al niet meer naar de wc.

Als het er vijfenveertig zijn,

kan het al niet meer zijn

om je te luchten.

.

Als je boven de tachtig zit,

en je begint

struikelend en blind

een trap op te gaan,

ai, als je boven de tachtig zit,

is er geen andere plaats

waar ze je heen kunnen brengen,

is er geen andere plaats,

is er geen andere plaats,

is er al geen andere plaats meer.

.

vrij

ad

 

Eva Gerlach

Seizoen

.

De bundel ‘O wie was mijn vader wie was ik’ uit 1995 is een bloemlezing van gedichten van meerdere dichters met gedichten over hun vader. Opvallend is het verschil in de manier waarop dichters en dichteressen in relatie staan ten opzichte van hun vader en hoe zij over hun vader schrijven.

Of zoals de achterflap meldt: Voor de dochter blijft er vaak een onbenoemd verlangen naar of een onbegrepen dreiging van de vader, terwijl voor de zoon het contact met de vader veel vanzelfsprekender is. Zij wandelen, fietsen, maken vistochten en krijgen begrip voor elkaar.

Ook ik heb ooit een gedicht voor en over mijn vader geschreven en vooral het begrip voor herken ik. In het gedicht ‘Seizoen’ van Eva Gerlach, oorspronkelijk verschenen in ‘Een kopstaand beeld: gedichten’ uit 1983 lees ik toch ook begrip voor de vader figuur. Misschien is het genoemde verschil niet altijd zo duidelijk.

.

Seizoen

.

Mijn vader die de dood niet lustte, laat

zijn handen die een meetlat op mij braken

met andere vingers hier het groen aanraken

van kiemblad onder een slaapmuts van zaad.

.

Maak zijn hart licht, laat hem het voorspelbare

ontroerd begroeten en voor wind bewaren,

de vruchten tot verrotting gadeslaan.

.

Hij heeft genoeg tegen zijn zin gedaan.

.

kopstaand

 

Camera Obscura

Adriaan Morriën

.

In de kringloopwinkel kocht ik weer een paar mooie bundeltjes. Een ervan is de ‘Dichters omnibus’ de 16e bloemlezing uit 1970. Ik had al een aantal van deze omnibussen uit de jaren ’60 maar dit exemplaar nog niet. In deze omnibus veel dichters die ik ken maar ook een aantal onbekenden. Een dichter die ik wel ken is Adriaan Morriën.

Adriaan Morriën (1912 – 2002) debuteerde in 1939 met de bundel ‘Hartslag’. Hij werkte na WO II vooral aan vertalingen, literaire beschouwingen en recensies voor onder andere Het Parool. Daarnaast werkte hij bij het Instituut voor Vertaalkunde van de Universiteit van Amsterdam. Hij was betrokken bij de oprichting van het Fonds voor de Letteren. Als redacteur van een aantal literaire tijdschriften (onder andere Tirade), beoordeelde hij manuscripten. Ook was hij adviseur van de uitgeverijen G.A. van Oorschot en De Bezige Bij. Een aantal belangrijke schrijvers, onder wie Harry Mulisch, Gerard Reve en W.F. Hermans en de dichter Hans Lodeizen, werden door hem ‘mede-ontdekt’. Ook vertaalde hij verschillende Franse schrijvers.

Voor zijn vertalingen ontving hij in 1962 de Martinus Nijhoff-prijs en voor de dichtbundel ‘Oogappel’ kreeg hij in 1988 de Herman Gorterprijs. Uit de bundel ‘Het gebruik van een wandspiegel’ uit 1968 (en dus uit de Dichters omnibus) het gedicht ‘Camera Obscura’.

.

Camera Obscura

.

Door je grote pupillen

zou ik mijn hand willen steken

om op de tast te zoeken naar

de beelden die je van me bewaart.

.

Ik zou mijn eigen aanblik voelen

en weten waar ik  je heb aangeraakt,

waar ik nog warm ben in je

en waar ik al ben afgekoeld.

.

img_5722

Werkboek

Jana Beranová

.

Het overkomt me soms dat ik zeker weet dat ik een dichtbundel in bezit heb maar dat ik hem nergens kan vinden. Nu is dat met dichtbundels niet zo heel vreemd, het zijn meestal niet de dikste boeken in mijn boekenkast maar het zijn er wel veel.

In het volgende geval was er echter iets anders aan de hand. Het ‘Werkboek, bloemlezing 1983 – 2010’ van Jana Beranová is helemaal geen dun bundeltje. Het is een stevig verzamelwerk van bijna 300 bladzijden. Des te vreemder dat ik het nergens kon vinden.

Nu staan mijn dichtbundels niet allemaal bij elkaar in één kast. Dat is niet heel handig maar in de jaren zo gegroeid. Ik heb het vaste voornemen dit ooit nog te gaan veranderen en een kast speciaal alleen voor poëzie te bestemmen. Desalniettemin kon ik haar Werkboek maar niet terug vinden en ik wist zeker dat ik hem in 2011 van haar gekocht had, ze had er zelfs een opdracht voor mijn dochters ingeschreven.

Afgelopen vond ik het tot mijn grote opluchting terug. Het was tussen mijn romans komen te staan. Daarom en omdat ze zulke prachtige gedichten schrijft hier twee gedichten uit deze bloemlezing; ‘Volmaakt’ en ‘Blinde liefde’.

.

Volmaakt

.

In vers gras vrijen

om later veel later

in de dood nog even

na te geuren

als hooi

.

.

Blinde liefde

.

Ze houden elkaar vast

strompelend naar de finish

.

arm in arm

de plooien gladstrijkend

van hun omslag

.

stekeblind

de vingers gestrengeld

om hun witte stok

.

wie wegvalt

heeft gewonnen

.

JanaB

Jana draagt voor uit haar Werkboek tijdens de Poëziebustoer van 2016