Site-archief
Camera Obscura
Adriaan Morriën
.
In de kringloopwinkel kocht ik weer een paar mooie bundeltjes. Een ervan is de ‘Dichters omnibus’ de 16e bloemlezing uit 1970. Ik had al een aantal van deze omnibussen uit de jaren ’60 maar dit exemplaar nog niet. In deze omnibus veel dichters die ik ken maar ook een aantal onbekenden. Een dichter die ik wel ken is Adriaan Morriën.
Adriaan Morriën (1912 – 2002) debuteerde in 1939 met de bundel ‘Hartslag’. Hij werkte na WO II vooral aan vertalingen, literaire beschouwingen en recensies voor onder andere Het Parool. Daarnaast werkte hij bij het Instituut voor Vertaalkunde van de Universiteit van Amsterdam. Hij was betrokken bij de oprichting van het Fonds voor de Letteren. Als redacteur van een aantal literaire tijdschriften (onder andere Tirade), beoordeelde hij manuscripten. Ook was hij adviseur van de uitgeverijen G.A. van Oorschot en De Bezige Bij. Een aantal belangrijke schrijvers, onder wie Harry Mulisch, Gerard Reve en W.F. Hermans en de dichter Hans Lodeizen, werden door hem ‘mede-ontdekt’. Ook vertaalde hij verschillende Franse schrijvers.
Voor zijn vertalingen ontving hij in 1962 de Martinus Nijhoff-prijs en voor de dichtbundel ‘Oogappel’ kreeg hij in 1988 de Herman Gorterprijs. Uit de bundel ‘Het gebruik van een wandspiegel’ uit 1968 (en dus uit de Dichters omnibus) het gedicht ‘Camera Obscura’.
.
Camera Obscura
.
Door je grote pupillen
zou ik mijn hand willen steken
om op de tast te zoeken naar
de beelden die je van me bewaart.
.
Ik zou mijn eigen aanblik voelen
en weten waar ik je heb aangeraakt,
waar ik nog warm ben in je
en waar ik al ben afgekoeld.
.
Werkboek
Jana Beranová
.
Het overkomt me soms dat ik zeker weet dat ik een dichtbundel in bezit heb maar dat ik hem nergens kan vinden. Nu is dat met dichtbundels niet zo heel vreemd, het zijn meestal niet de dikste boeken in mijn boekenkast maar het zijn er wel veel.
In het volgende geval was er echter iets anders aan de hand. Het ‘Werkboek, bloemlezing 1983 – 2010’ van Jana Beranová is helemaal geen dun bundeltje. Het is een stevig verzamelwerk van bijna 300 bladzijden. Des te vreemder dat ik het nergens kon vinden.
Nu staan mijn dichtbundels niet allemaal bij elkaar in één kast. Dat is niet heel handig maar in de jaren zo gegroeid. Ik heb het vaste voornemen dit ooit nog te gaan veranderen en een kast speciaal alleen voor poëzie te bestemmen. Desalniettemin kon ik haar Werkboek maar niet terug vinden en ik wist zeker dat ik hem in 2011 van haar gekocht had, ze had er zelfs een opdracht voor mijn dochters ingeschreven.
Afgelopen vond ik het tot mijn grote opluchting terug. Het was tussen mijn romans komen te staan. Daarom en omdat ze zulke prachtige gedichten schrijft hier twee gedichten uit deze bloemlezing; ‘Volmaakt’ en ‘Blinde liefde’.
.
Volmaakt
.
In vers gras vrijen
om later veel later
in de dood nog even
na te geuren
als hooi
.
.
Blinde liefde
.
Ze houden elkaar vast
strompelend naar de finish
.
arm in arm
de plooien gladstrijkend
van hun omslag
.
stekeblind
de vingers gestrengeld
om hun witte stok
.
wie wegvalt
heeft gewonnen
.
Jana draagt voor uit haar Werkboek tijdens de Poëziebustoer van 2016
Van de morgen tot morgen
Bloemlezing van moderne poëzie (1964)
.
Pas geleden gekocht in een kringloopwinkel de bundel ‘Van de morgen tot de morgen’. Deze bundel is uit 1964 maar is zeer goed bewaard gebleven. Het betreft hier een “Bloemlezing van moderne poëzie ten dienste van het onderwijs”. Kom daar nog maar eens om tegenwoordig. In deze bundel dichters geboren in het begin van de vorige eeuw, de meeste zeer bekend maar ook een aantal wat minder bekende dichters of dichters die in de vergetelheid zijn geraakt door de tijd heen.
Hans Andreus, Hans Lodeizen, Ellen Warmond, Cees Nooteboom, Leo Vroman, Huub Oosterhuis, Lucebert, Remco Campert en Simon Vinkenoog maar ook Lode Bisschop, Edith de Clerq Zubli, Nes Tergast, José Boyens en Jan Wit.
Dit keer een gedicht van een wat minder bekende dichter C.O. Jellema (1936 – 2003). Cor Onno Jellema was dichter en essayist en debuteerde in 1961 met ‘Klein Gloria en andere gedichten’. Uit deze bundel het gedicht ‘In het bos’.
.,
In het bos
.
Daar was het zo stil,
ik kon mijn stem er niet verbergen
in het rumoer van auto’s,
in de muziek van een café.
.
Er was geen omweg voor het woord
en geen geluid waarin het kon verdrinken
en weer gevonden worden
alsof het van een ander was.
.
Wanneer ik daar gezegd had wat ik zeggen wilde,
had je het onherroepelijk gehoord,
hadden wij zwijgend verder moeten lopen.
Te stil was het, ik durfde niet.
.
En toen we bijna bij de huizen waren
en ik het zeggen ging, zag je
een eekhoorn, je wees
en holde naar de boom waarin hij was geklommen.
.
Paard van Glas
Koen Stassijns
.
Fulltime dichter, vertaler, bloemlezer, performer en een veelgevraagd docent literaire creatie Koen Stassijns (1953) is een maatschappelijk betrokken dichter. Tijdens de oorlog in Kosovo vertaalde hij onder andere een bundel met moderne Albanese poëzie en met zijn jeugdvriend Ivo van Strijtem stelde hij diverse bloemlezingen samen.
Hij debuteerde in 1984 met ‘Ik hou niet van de dagen’ en in 1993 verschijnt de bundel ‘Paard van glas’. Van die bundel het titelgedicht.
.
Paard van glas
.
Een paard op een marktplein van glas.
Het kijkt naar zichzelf, dat kan onbewogen
omdat ik het zag. En wie begrijpt dat
bijvoorbeeld vandaag, plots voor zijn ogen
.
de poort van een landschap openwaait
en hij onvoorwaardelijk vrij door kan
draven, achter zijn spiegelbeeld aan?
Is dit een droom? En hoeven man en paard
.
maar tussen kop en schouders te gaan
schuilen als kooplui, die uitmuntend dromen
verruilen, hun hoop aan scherven slaan?
.
Wij nemen niets aan en grijpen de teugel,
tegendraads, bewogen voortaan onder glas,
waar altijd een beeld van een boom kon staan.
.
Doornroosje
Gerrit Achterberg
.
Staand voor mijn boekenkast, voor de planken met poëziebundels, koos ik vandaag voor de verzamelbundel ‘Voorbij de laatste stad’ van Gerrit Achterberg, samengesteld en ingeleid door Paul Rodenko. Dit keer heb ik gekozen voor het gedicht ‘Doornroosje’ dat oorspronkelijk verscheen in ‘Doornroosje’ uit 1947.
.
Doornroosje
.
Houthakkers, die zich in het bos verklikken.
Sloten, die op hun bodem staan te roesten.
Je eigen in de hoogte horen hoesten.
Een edelhert met plotselinge schrikken.
.
Spechten, als zachte mitrailleuren tikken
tegen de honderd jaar in eikeknoesten.
Dat wij elkander tegenkomen moesten
was te voorzien met langgeworden blikken.
.
Hier is het uur.Op deze ronde plek
heeft het tussen ons plaats, een vuur,
dat niet verglaast. De groene diepte drinkt.
.
terwijl de stilte verder openspringt,
met bomen van verbazing opgewekt,
omklemmen wij het eeuwig avontuur.
.
Emily Dickinson
In vertaling
.
In 1991 verscheen de bundel ‘Emily Dickinson Gedichten’ in vertaling van Louise van Santen bij de Prom. Dickinson ( 1830 – 1886) is één van de meest intrigerende dichters in de westerse literatuur. Ze schreef 1775 gedichten tijdens haar leven. Na haar dertigste trok ze zich als dichter terug en slechts bij hoge uitzondering ontving zij gasten. Ondanks dat was dit een zeer creatieve tijd.
Ze wordt tot de grootste Amerikaanse dichters gerekend. Samen met Walt Whitman luidde zij een nieuw tijdperk in de Amerikaanse literatuur in, het zogenaamde Modernisme.
Louise van Santen heeft meer dan tien jaar het leven van Dickinson bestudeerd. Vanuit de kennis die ze in die tijd heeft opgedaan heeft ze een bundel vertalingen gemaakt uitgaande van de opdracht van Emily Dickinson:
Dit is mijn schrijven aan de wereld
die nimmer schreef aan mij –
een tijding door natuur verteld
met tedere majesteit
Louise van Santen heeft zelf meerdere dichtbundels geschreven maar ook een roman en kinderboeken. Uit de vele gedichten uit deze bundel, waarvan vele bestaan uit twee strofen van vier regels, heb ik gekozen voor het volgende titelloze gedicht.
.
The Mountain sat upon the Plain
In this tremendous Chair –
His observation omnifold,
His inquest, everywhere –
.
The Seasons played around his knees
Like Children round a sire –
Grandfather of the Days is He
Of Dawn, the Ancestor –
.
.
De Berg op zijn enorme Stoel
zat breeduit in het Dal –
Zijn blik is alomvattend wijd,
Zijn vonnis, overal –
.
Seizoenen speelden rond zijn knie
als Kinderen rond gezag –
Voorvader van de Morgenstond
Grootvader van de Dag –
.
Over en over
Ellen Warmond
.
Tussen het klussen door even een kwartiertje een bezoek gebracht aan een kringloopwinkel en daar weer een paar mooie poëziebundels gekocht. Zoals ‘Persoonsbewijs voor inwoner’ van Ellen Warmond uit 1991. Op de achterflap staat geschreven dat dit haar derde bloemlezing is van haar gedichten.
Ellen Warmond (1930 – 2011) werd geboren in Rotterdam. Ze debuteerde in 1953 met de bundel ‘Proeftuin’. Ze schreef 18 gedichtenbundels en romans en novellen. Voor haar werk kreeg ze de Reina Prinsen Geerligsprijs (samen met Remco Campert) in 1953, de Jan Campertprijs in 1961 en in 1987 de Anna Bijnsprijs.
Uit de bloemlezing en oorspronkelijk verschenen in ‘Gesloten spiegels’ uit 1979 het gedicht ‘Over en over’.
.
Over en over
.
Taal toespitsen
tot huidloze speling
net nog tastbaar
.
tederheid meegedeeld
middels één ooghaar
.
dit is mijn bedoeling
bijna bewijsbaar.
.
Tegen opname
Remco Campert
.
Het is juni, dus op zondag een gedicht van Remco Campert. In de vuistdikke bloemlezing ‘Nederlandse poëzië van de 19e t/m de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten’ is een gedicht opgenomen van Remco Campert met de veelzeggende titel ‘Tegen opname in de zoveelste bloemlezing’.
Ik denk dat de titel al genoeg reden was voor Gerrit Komrij om dit gedicht in deze bloemlezing op te nemen. Het gedicht werd oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘Dichter’ uit 1995.
.
Tegen opname in de zoveelste bloemlezing
.
Poëzie is een daad
van ontkenning. Ik ontken
dat ik leef, dat ik niet alleen leef.
.
Poëzie is een verleden, denken
aan vorige week, aan hetzelfde land,
aan jou als we gescheiden zijn.
.
Poëzie breekt mijn adem, verlamt
mijn voeten, zeer afdoende,
op de aarde die dat koud laat.
.
Voltaire had pokken, maar
genas zichzelf door o.a. te drinken
120 liter limonade: dat is een feit.
.
Of neem de branding. Stukgeslagen
op de rotsen is zij niet werkelijk verslagen,
maar herneemt zich en is daarin branding.
.
Elk woord dat wordt geschreven
is een bijdraag tot de ouderdom.
Ten slotte wint de dood, en hoe:
.
de dood dat is het lachen in de zaal
nadat het laatste woord geklonken heeft.
De dood is hilariteit.
.
Voorbij de laatste stad
Gerrit Achterberg
.
In 1955 verscheen in de Ooievaar reeks deel 11 getiteld ‘Voorbij de laatste stad’, een bloemlezing uit het gehele oeuvre van Gerrit Achterberg, samengesteld en ingeleid door Paul Rodenko.
De Ooievaars reeks werd geafficheerd als “een serie spot-goedkope boeken op goed papier en met frisse omslagen” en kostte destijds 1 gulden en 45 cent. Dat ze op goed papier gedrukt werden blijkt wel uit het feit dat ik een vrijwel gaaf exemplaar heb kunnen kopen dat de tand des tijds zeer goed heeft weerstaan.
Na een zeer uitgebreide inleiding van Rodenko over onder andere het woordgebruik van Achterberg volgen 133 gedichten uit bronnen en bundels vanaf 1931 tot 1955.
Uit deze bloemlezing heb ik gekozen voor het gedicht ‘Concave’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Energie’ uit 1946.
.
Concave
.
Liggend twee heilige heelallen in elkander,
hoor ik mijn hemel in uw hemel schallen,
voel ik mijn ronding in uw ronding ballen,
schuif ik bedachtzaam bolsegment
na bolsegment langs uwe klingen,
zonder in u te dringen;
wij hebben eender middelpunt
.
Even zuiver als de ongeschreven brief
Rogi Wieg
.
Voor mijn verjaardag kreeg ik de verzamelbundel ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ van Rogi Wieg (1962 – 2015). Bijna 400 pagina’s poëzie, samen gesteld door Peter de Rijk, van een bijzonder dichter die ook leed aan zeer ernstige depressies. In 2015 koos hij (na drie maal eerder een zelfmoordpoging te hebben gedaan) voor euthanasie wegens ondraaglijk psychisch en lichamelijk lijden.
Rogi Wieg publiceerde veel poëziebundels en ontving verschillende literaire prijzen en was naast dichter ook schrijver, beeldend kunstenaar en muzikant.
Uit de bundel heb ik gekozen voor het gedicht ‘In het verlengde van een vleugel’.
.
In het verlengde van een vleugel
.
Dit is de zee, zeg ik je,
de zee van de vertwijfeling,
de gelaagdheid en die van
verfijndheid, de zee als
zee voor jou. In het verlengde
van een vleugel
.
zal ik de zee zo ontdoen
van die werkelijke zee,
of heb je liever dat
het klinkt zoals water,
dat oproept en uitbeeldt
dat groot is, en misschien als de zee,
zo zonder golven ook,
wie ben je liefst, mij of een ander.
.















