Site-archief
Gelieve u eerst aan te melden
Tania Verhelst
.
In juli van dit jaar schreef ik al over de bundel ‘U kunt uw lichaam hier achterlaten‘ van Tania Verhelst (1974) en deelde toen het gedicht ‘Homeless Jezus’. Toen ik weer in deze bundel aan het lezen was bleef ik hangen bij het gedicht ‘Gelieve u eerst aan te melden’. Toen ik dit gedicht las moest ik onwillekeurig denken aan iets dat ik eerder deze week op de radio hoorde. Het ging over het gegeven dat je een abonnement kon krijgen bij Meta (Facebook, Instagram, WhatsApp)) zonder advertenties maar daar zaten wel kosten aan. Per account leveren advertenties Meta € 7,- per maand op.
Er werd ook nog bij gezegd dat je data (bij een betaald abonnement ) veilig was en verder niet gebruikt werd. Maar bewijzen deed Meta dat verder niet. Ik denk dan meteen, ze gebruiken het dus wel degelijk. Maar los van dit geval zijn steeds meer zaken die voorheen gewoon gratis en voor niets te genieten waren, niet meer gratis. Als je je nou maar aanmeldt, lid wordt, je gegevens achter laat dan kun je ‘gratis’ gebruik maken. Daar gaat dit gedicht over. En over de consumeerdrift van de moderne mens. Instant hapiness van plastic en piepschuim. Betaald of gratis maar nooit voor niets.
.
Gelieve u eerst aan te melden
.
de binnenkant van een zakdoek
het vruchtvlees van een hand
ze zijn van u voor vijf euro
.
een stad in een glazen bol, goede schudden voor gebruik en kijk
deze nacht van sneeuw is uw deel voor 10 euro
tussen haakjes: mogen wij u erop attent maken dat uw winkelmandje nog steeds leeg is?
en nee, niemand valt erover dat de sneeuw van piepschuim is
en dat de binnenkant van een zakdoek verassend goed lijkt op zijn buitenkant
tenminste toch voor er wordt gesnoten
.
zelfs de zee is van u maar vanaf de branding moet u betalen
en ja, zelfs de zee past in een winkelmandje
wij verpakken haar golven in zilverpapier
wat dacht u van elke maand een golf in de bus?
na een jaar hebt u een meer
.
u hoeft zich enkel aan te melden
hier
nu
.
Park in Volterra
Jean Piere Rawie
.
In 1987 gaf uitgeverij Bert Bakker de bundel ‘Oude gedichten’ uit van Jean Piere Rawie. In deze bundel staan gedichten uit vijf eerdere bundels van Jean Piere Rawie (1951) waaronder de bundel ‘Het meisje en de dood’ uit 1979. Steeds weer terugkerende thema’s zijn liefde, drank, doodsverlangen en het lijden dat daar zo nauw mee verbonden is. Rawie houdt zich bezig met de vergankelijkheid van het leven dat plotseling duidelijk kan worden in gewone zaken.
Deze debuutbundel van Rawie bestaat volledig uit gebonden verzen – sonnetten, kwatrijnen en rondelen- en hoewel de recensies wisselend waren bij uitkomen van deze bundel stond dit een zeer succesvol dichterschap (Rawie was jarenlang de best verkopende duichter in Nederland) niet in de weg.
Uit de bundel koos ik voor het gedicht ‘Park in Volterra’. Juist omdat nu veel mensen op vakantie gaan of zijn en in dit gedicht juist het einde van de zomer. het begin van de herfst met al zijn misere wordt beschreven.
.
Park in Volterra
.
De herfst deed zich reeds vaag gevoelen.
Het was het einde van ’t seizoen.
De zetbaas van het paviljoen
sjouwde met tafeltjes en stoelen.
.
Geremd door zuidelijk fantsoen
stonden ragazzi en fanciulle,
verachting veinzend, in de zwoele
namiddagzon verliefd te doen.
.
Wij dronken een glas wijn en zwegen.
Wij bleven met onszelf alleen,
tot er een oude man verscheen
die blaren op een hoop ging vegen.
.
– Als in een Franse film, zo één
waar ze elkaar tot slot niet kregen.
.
Homeless Jezus
er ligt een man in het park
op een bank onder een jas onder een krant
ligt een man in het park
en als hij niet bewoog zou je denken dat hij van steen was
zoals de buste van de koningin aan de rand van het park
wat zij met hem te maken heeft
want ook al is zij postuum en van patina
en hij meer van slaap dan van bloed
als hij niet bewoog zou je denken dat hij van steen was
en als zij niet van steen was zou je denken dat zij zich over hem
boog
.
.
Pixels
Merel Morre
.
In 2000 studeerde Merel Morre (1977) af als theatermaker aan de toneelschool en in 2006 voltooide ze de opleiding Communicatie. Tegenwoordig is ze behalve mede-eigenaar van een tekstbureau ook dichter. In 2013 koos jury en publiek haar als stadsdichter van Eindhoven (2013-2015). In 2013 debuteerde ze met de bundel ‘Met mijn ogen dicht ik alles heel’ waarna er nog vier volgden en een verjaardagskalender met gedichten. Haar laatste bundel ‘Wat na het grijpen ligt’ is uit 2022.
Uit haar debuutbundel koos ik het light verse gedicht ‘pixels’.
.
pixels
.
eerst wist ik het niet
(noem mij maar naïef)
dat pixels kunnen doden
een uitgebalanceerde mix
van nullen en van enen
maakt van de wereld zomaar niks
een enter
en verdwenen
.
Alara Adilow
Verval
.
Alara Adilow (1988) won afgelopen week de Herman de Coninckprijs voor poëzie 2023. In 2019 stond Alara al in de finale van de NK Poetry Slam. In 2022 won ze de El Hizjra Literatuurprijs, werd ze geselecteerd voor een residentie voor de queergemeenschap in Museum Arnhem en verscheen haar debuutbundel ‘Mythen en stoplichten’ waar dus nu de Herman de Coninckprijs voor poëzie is toegekend.
Alara is queer schrijfster van Somalische afkomst. Alara is een pseudoniem, ze koos deze naam omdat het in het Turks waterfee betekent, iemand die dingen mooi maakt, en omdat het de naam van een Nubische koning was. Over haar achternaam zegt ze: “Ik wilde een buitenlandse naam, een buitenlandse achternaam. Ik heb toen voor een Ethiopische naam gekozen, van een favoriete spoken word artiest. Mijn naam is een hectische poging om een land te redden en geparafraseerd: mijn naam is een voertuig, een vliegtuig dat mij naar de aarde vervoert die ik nooit heb kunnen voelen”.
Uit de bundel ‘Mythen en stoplichten’ koos ik het gedicht ‘Verval’.
.
Verval
Tussen de morgen en een lichaam.
Neerslag, een windvlaag, een kopergroen lintje in de berk.
In het donker lijkt de wijk een verwonde ruimte,
alsof zij zelf is mishandeld en daarom niet beter weet
dan ons te behandelen zoals ze doet.
Met een hand aan de lantaarn
hangt een dik wijf met wit haar in haar blote kont te schelden.
Haar linkerhand vol vettig licht van duizenden mannen zonder glorie.
Ik zit in een hoekje te luisteren,
moet pissen als fuck,
dat wijf ziet mij
hurken in mijn roze minijurk,
mezelf aan het ontlasten.
Een vos snuft aan een leeg sardineblik bij de overvolle afvalbak.
Ik druk mijn wang tegen de muur aan.
Weet je nog toen wij in bed lagen als twee luizen
in het blonde haar van de economie.
Jij zong voor mij, je had een valse stem.
Je zag al snel in dat ik niet de juiste was om eeuwig lief te hebben.
Ik ben al vaak bedrogen en ik lieg zelf ook vaak genoeg.
Heb delen van mijzelf verkocht,
Ik wil glimmende dingen bezitten.
.
Verzameling
Annelies van Dyck
.
De Vlaamse dichter Annelies Van Dyck (1980)volgde les bij de eerste stadsdichter van Gent, Roel Richelieu van Londersele en daarna bij dichter Peter Mangel Schots. Ze publiceerde gedichten in Op Ruwe Planken, in de scheurkalender van de Sprekende Ezels 2020, Meander en op Het Gezeefde Gedicht waar ze ook de 3e Zeef Poëzieprijs won voor haar debuutbundel ‘We doen alsof het helpt’ uit 2022.
Tijd
Jeroen de Vos
.
Toen ik mijn dichterschap serieus begon (na de publicatie van mijn debuutbundel ‘Zichtbaar alleen, waar dit blog naar vernoemd is) waren er een paar dichters waar ik al snel kennis mee maakte via mijn uitgeverij. Dat waren onder andere David Muiderman, Karel Kramer (van wie net de tweede druk verschenen is van zijn bundel ‘Delft, zwarte inkt’ bij mijn facilitaire uitgeverij MUGbooks) en Jeroen de Vos. Van hem verscheen in 2009 in de serie ‘Haags fris’ de bundel ‘Soms zijn drie woorden genoeg’. In 2011 bij het verschijnen van mijn bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ deed hij een voordracht en ik deelde een podium met hem in Maassluis.
Toen ik deze week iets aan het opzoeken was kwam ik zijn bundel ‘Soms zijn drie woorden genoeg’ tegen. Wat me lezend in de bundel, opviel was dat Jeroen de Vos zoveel humor en mededogen in zijn gedichten stopt. Dat bleek al eerder in een bericht dat ik schreef over Hoe schrijf je poëzie (dat weer mooi aansluit bij het bericht dat ik hier eergisteren plaatste).
Daarom vandaag nog een gedicht uit deze fijne bundel getiteld ‘Tijd’.
.
Tijd
.
Mijn vader lag al twee weken in het ziekenhuis
en op de vijftiende dag zat er ineens een engel aan zijn bed.
De engel richtte zich tot mij en zei:
‘het is tijd voor je vader om te gaan.’
‘Sinds wanneer maak jij de dienst uit? schreeuwde mijn
vader vanuit het bed.
De engel keek even ontdaan naar mijn vader die nu toch
wat kleur in zijn bleke gezicht begon te krijgen.
‘Het is bepaald’ stotterde hij ‘Het staat in de kaarten’.
‘wat een onzin!’ brulde mijn vader.
‘Kom Jeroen, we gaan.’
Mijn vader pakte zijn spullen en vervolgens mijn hand.
.
Terwijl ik min of meer achter hem aan holde
zei mijn pa ‘Kom, jongen snel naar huis…
want langs je moeder komt hij nooit’.
.
Klusjesman
Max Niematz
.
Schrijver en dichter Max Niematz debuteerde in 1987 met de dichtbundel ‘De bestijging van Popoque’. In 1988 volgde de bundel ‘Een wonder van Morpheus’ en in 1991 zijn laatste dichtbundel ‘Zielsvrienden’. Hierna zou hij alleen nog maar romans schrijven. Niematz publiceerde met enige regelmaat in Maatstaf, De Revisor, De Gids en Hollands Maandblad. In het kader van vrolijke vrijdag (maar dan een dag later) wil ik hier een gedicht uit zijn debuutbundel delen getiteld ‘Klusjesman’.
.
Klusjesman
.
Ondanks de parasols zit ik volledig
gekleed aan de bar: T-shirt, degelijke
broek, ouderwetse schoenen, als
plots die vrouw naast me staat, tot op
het vel naakt, tepels gezwollen onder
agressieve zonnebrandolie. Ze zegt:
Kun jij in mijn chalet een andere lamp
indraaien, de mijne is gesprongen.
.
Geschrokken draai ik mij op mijn
andere kant en zie: Iedereen is naakt
en ik ben klusjesman in een nudisten-
kamp, verricht klusjes aan naturellen.
Zo deze vrouw, ze laat niet af
naar mijn levisbroek te ogen. Zonder
al die stof kon ik niet bloter zijn.
Naaktheid kon niet erger knellen.
.















