Site-archief

Een winter aan zee

A. Roland Holst

.

Vandaag uit mijn boekenkast de bundel ‘Een winter aan zee’ van A. Roland Holst. Van Roland Holst hoor je niet meer zoveel maar ik weet dat hij nog steeds veel bewonderaars heeft. Roland Holst (1888 – 1976) heeft een omvangrijk oeuvre nagelaten wat zich kenmerkt door een eigen, plechtige stijl vol symboliek. Roland Holst komt uit een beroemde familie, zo was zijn oom Richard Roland Holst een belangrijk beeldend kunstenaar en zijn tante (de vrouw van Richard) de nog veel bekendere dichteres en schrijfster Henriette Roland Holst.

Adriaan Roland Holst ontving voor zijn werk vele literaire prijzen waaronder de Prijs der Nederlandse letteren, de Constantijn Huygensprijs, de P.C. Hooft-prijs en de poëzieprijs van de gemeente Amsterdam (tweemaal). Hij publiceerde bij leven meer dan 40 bundels waarvan ‘Een winter aan zee’ in mijn bezit is. Deze bundel werd gepubliceerd in 1975 bij uitgeverij Bert Bakker in Den Haag. Uit deze bundel twee gedichten zonder titel.

.

Soms heerst in een duinkom

omtrent vroeg vallend donker

een zwijge’ als van rondom

daar wachtenden. De eenzame

die, in zichzelf verzonken,

daar binnenkomt, vertraagt

zijn pas, door wat geen namen

benoemen thans belaagd.

.

Dit is de plek: wantrouwen

ontzenuwt hier den moed

tot inkeer: in dit nauwe

duindal komt het wel voor,

dat men zichzelf ontmoet,

en aanziet, en moet lezen

in de andre blik. Dit oord

suizelt van angst en vrezen.

.

RolandHolst

Nieuwspoort

Jan H. de Groot

.

Op de gevel van perscentrum Nieuwspoort in Den Haag is een gedenksteen aangebracht met daarop een kunstwerk en een gedicht van Jan H. de Groot.

Jan Hendrik de Groot (1901-1990) gebruikte de pseudoniemen J. ten Mutsaert en Haje Sikkema. Haje zijn zijn eigen voorletters, maar dan omgedraaid en Sikkema komt van de ‘sik’ die De Groot vrijwel altijd als ‘kinnesier’ droeg. Hij gebruikte beide schuilnamen in de Tweede Wereldoorlog en nog een enkele keer daarna.

De Groot was een van de eerste schrijvers die een waarschuwend geluid tegen Hitler-Duitsland lieten horen. Hij deed dat o.a. in het decembernummer 1938 van ‘Opwaartsche Wegen’. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij met zijn vrouw Nel actief in het verzet. Hij werd twee keer door de Duitsers gevangen genomen. Hij ontving in 1945 de Verzetsprijs voor Letterkundigen. Tot op hoge leeftijd bleef Jan H. de Groot poëzie publiceren.

Van zijn hand is het gedicht 1940-1945 dat te lezen is op het kunstwerk in Den haag.

.

Jan H. de Groot

 

nieuwspoort

 

grootdejanh

Literaire routes app

Letterkundig museum

.

Het Letterkundig museum in Den Haag heeft samen met 7scenes een App ontwikkeld met literaire routes en wandelingen. Tijdens het museumweekend in 2013 presenteerde het museum de eerste wandeling over Jan Siebelink langs diverse Haagse decors uit Siebelinks boeken.

In mei 2013 volgde een route door Noordwijk. Schrijvers en dichters verkozen door de tijd heen dit pittoreske dorp voor rust, inspiratie of afzondering. Noordwijk was de woonplaats van schrijvers als Henriette Roland Holst, Albert Verwey J.B. Charles. Ook P.F. Thomése, Harry Mulisch en Susan Smit hebben zich laten inspireren door het decor van duinen, bollenvelden en boulevard, strand en zee. De Literaire Route Noordwijk is ontwikkeld is samenwerking met Stichting Schrijvers Pantheon. De gids op deze tour is acteur Hans Croiset. 

Er is ook nog een Couperus route door Den Haag.  Deze wandeling voert door het Den Haag van Couperus, langs de huizen waar hij woonde en de plekken die een rol spelen in zijn werk.  De Couperus-wandeling is ontwikkeld in samenwerking met het Couperus Genootschap.

.

De App is gratis te downloaden via de Appstore of Google play.

.

LR

 

logo LM

 

 

 

Van de dichter J.B. Charles het gedicht: Aan de schrijvers uit: Ik ben het (1990)

 

Aan de schrijvers

Neem een schep woorden,
schep mij een taal,
kom op, vertel een verhaal.

Maar tel ’t op je vingers na:
het moet helemaal
zelf zijn verzonnen.

Anders hoef ik het niet.
Wat jij hebt gevoeld
dat wil niemand horen,
ook niet wat je ‘bedoelt’.
Dus doe niet te echt.
Praat mij niet van wetten,
ik stik al in recht.

Maar tover mij voor
en ik ben je knecht:
samen krijgen wij die verdomde
werkelijkheid er wel onder.

Poëzie en Muziek in de Hof

WAK Festival

.

Afgelopen zaterdag was in de Hof van Wouw in Den Haag het eerste WAK festival in het kader van de week van de amateurkunst. Georganiseerd door Cultuurschakel en GMTekst van Geraldina Metselaar. De eerste keer dat dit festival georganiseerd werd en wat mij betreft zeker voor herhaling vatbaar. 6 dichters, 5 koren en een fanfareband waren te zien en te beluisteren op dit soepel georganiseerde, en mede door het prachtige weer, succesvolle festival.

De dichters (en 1 troubadour) die optraden waren in volgorde van opkomst: Simon Mulder, Wouter van Heiningen, Antoinette Sisto, Paulina Vanderbilt, Luuk Imhann en Martijn Breeman (troubadour).

Een zeer kleurrijk gezelschap met heel uiteenlopende poëzie. Simon Mulder, een dandyachtige verschijning, kwam prachtig tot zijn recht in deze historische omgeving met zijn verzen, Antoinette Sisto wist met haar mooie, breekbare poëzie de hof stil te krijgen, Paulina Vanderbilt bracht een paar Engelstalige gedichten (zij heeft 18 jaar in Schotland gewoond) en een paar prachtige gedichten over haar dochter in het Nederlands, Luuk Imhann deed het op zijn eigen, bijna surrealistische manier met wonderbaarlijke maar bijzondere poëzie en Martijn Breeman wist met zijn liederen het publiek te ontroeren en op te vrolijken in een stijl die mij nog het meest deed denken aan die van Cornelis Vreeswijk. Zelf bracht ik wat nieuwe gedichten en wat oudere waaronder ‘Noodzaak van het gunnen’ over cultuur (uiteraard), ‘Mannenman’ en een gloednieuw gedicht ‘Zwart-wit’. Hieronder kun je zien waar wij dichters zicht op hadden (publiek).

.

Publiek WAK

.

Van Antoinette Sisto kreeg ik haar laatste bundel ‘Dichter bij de dagen’ die ik zondag in het zonnetje heb zitten lezen. Een persoonlijk verslag in gedichten in een sobere maar heldere stijl. Gedichten die je vaker wil lezen om alles goed in je op te kunnen nemen. Uit deze bundel één van de mooiste gedichten wat mij betreft ‘Koorts”.

.

Koorts

.

Steevast daagden we elkaar uit

jij, de late avond en ik

.

Moeiteloos werd je mijn minnaar

met filter deluxe sigaretten

gesprekken aan tafel

die zich uitstrekten

tot bank of bed.

.

We schiepen nieuwe werelddelen

met elkaar, oceanen kleurden we in

vol gedachten

blauwe wolkenloze verwachting.

.

Een hemels visioen

van zwarte stranden, kokospalmen

heet zand dat schuurde

tussen onze tenen.

Het kwik steeg tot boven veertig.

.

Jij, de late avond en ik:

.

we vlogen over hooggebergten

heen en over schiereilanden

Jij, die geen hoogtevrees kende

noch grijze golven van heimwee.

.

wak1

Simon Mulder en Martijn Breeman

wak2

 

Paulina Vanderbilt

wak3

Luuk Imhann

wak4

Antoinette Sisto

Wak5

Wouter

.

WAK festival Den Haag

Week van de Amateurkunst

.

Van 17 tot en met 25 mei is de week van de amateurkunst. In dit kader organiseren Margreet Schuemie (van de CultuurSchakel Den Haag) en Geraldina Metselaar (eigenaar van communicatiebureau GMtekst) op 17 mei een festival in het hofje van Wouw in Den Haag. Dit festival is gratis te bezoeken en begint om 14.00 uur (tot 16.00 uur).

Ik zal op dit festival mijn gedichten ten gehore brengen. Maar ik ben natuurlijk niet de enige. Wie treden er allemaal op?

Dichters: Simon Mulder, Antoinette Sisto, Paulina Vanderbilt, Luuk Imhann en Martijn Breeman.

Muziek is er van: Schola Cantorum Gregoriana, operettegezelschap ODES, gemengd koor Pepperoni, Popkoor Prins 27, Beheurlijk bekeurlijk en het Haags Kleinkoor.

Poëzie en muziek in de prachtige Hof van Wouw aan de Brouwersgracht 30 in Den Haag (vlak achter het Paard van Troje), wie wil er niet heen?

.

hof_van_wouw_-_7

Schuddegeest

Gerrit Achterberg

.

Gerrit Achterberg (1905 -1962) wordt algemeen beschouwd als één van de belangrijkste  dichters in de 20ste-eeuwse Nederlandse poëzie. Hij ontving voor zijn werk de Constantijn Huygensprijs en de P.C. Hooft-prijs. Achterberg’s leven was geen doorsnee leven; opnames in psychiatrische ziekenhuizen en inrichtingen, gewelddadige buien en tenslotte de moord op zijn hospita en de veroordeling tot TBS. Uit het uitgebreide oeuvre van Gerrit Achterberg vandaag het gedicht ‘Schuddegeest’ uit de bundel ‘Voorbij de laatste stad’ uit 1981. Behalve in ‘Passage’ (waarover ik al eerder schreef op dit blog) schreef Achterberg ook over dit kleine hofje in Den Haag. Schuddegeest, in de Archipelbuurt in Den Haag, is een van de oudste voorbeelden van sociale woningbouw, gebouwd in 1854.

Voor mij heeft Schuddegeest nog een extra betekenis. Toen ik op de  P.A. Tiele academie (Bibliotheek- en Documentatieacademie) studeerde (in de Paramaribostraat in Den Haag) was Schuddegeest de titel van de ‘schoolkrant. Reden hiervoor was dat dit hofje grensde aan de tuin van de academie.

.

Schuddegeest

.

Verre verlichte pompen van Shell

lijken een slachtgelegenheid bij nacht;

bloedbruiloft in het klein, gestolde schal

binnen de stilte van de stratenschacht.

.

Het zijn tinnen soldaatjes uit een spel.

Vlak naast elkander staan zij pal op wacht

voor speelgoedhuizen. Bomen worden zacht

papier-maché. Ik voel mij in de val.

.

Het infraphile bloedbelopen oog

van Philipslampen loert uit winkelkasten.

Politie als een decimeter nadert.

.

Terwijl het leven door mijn lichaam adert

loop ik op luiken naar de weg te tasten.

Mijn benen zijn van hout en veel te hoog.

.

schuddegeest

 

schuddegeest_3

Simon Carmiggelt

Gedicht

.

Het kan aan mij liggen maar de ik hoor de laatste tijd steeds vaker mensen over Simon Carmiggelt. De in 1913 in Den Haag geboren Carmiggelt was een schrijver,  die vooral bekend was van zijn krantencolumns (Kronkels) in het Amsterdamse dagblad Het Parool en door zijn televisie-optredens. Een columniste als Sylvia Witteman is bijvoorbeeld een groot fan en navolger van zijn werk. Simon Carmiggelt was een scherp observant en werd geroemd om zijn situatiehumor.

Wikipedia schrijft hierover: Slenterend door de stad vond hij zijn thematiek: hij verwerkte een detail van een banaal voorval tot een compleet verhaal, luisterde naar mensen en gebruikte elementen uit hun conversaties, verplaatst, herschikt, versterkt, stileert en bouwt. Soms verwerkte hij de gegevens, verzameld over een tijdsspanne van weken, tot een samenhangend geheel, soms was het cursiefje zo uit het leven opgeschreven. En altijd heeft de lezer de indruk dat deze eigenste anekdote zich dagelijks ontelbare malen voordoet: elke situatie heeft een grote vorm van herkenbaarheid, van identificatie ook.

Naast zijn Kronkels schreef Carmiggelt ook gedichten. In 1974 verscheen bij De Arbeiderspers de bundel ‘De gedichten’ en bevat de bundels ‘Al mijn gal’ (1954), ‘Fabriekswater’ (1956), Het jammerhout’ (1948) en enkele andere gedichten. De 3 bundels verschenen  onder het pseudoniem Karel Bralleput.

Uit ‘De gedichten’ het gedicht ‘Zwijgplicht’.

.

Zwijgplicht

.

Ik praat. Ik maak de hele dag geluid,

want eigenlijk ben ik zo’n zwijgzaam man,

dat ik onmoog’lijk zoveel zwijgen kan.

Daarom stel ik mijn zwijgen pratend uit.

.

Ik schrijf. Ik zie de hand maar gaan,

maar eigenlijk ben ik nog nooit begonnen

aan mijn verhaal. Het is nog niet verzonnen.

Ik schuif het schrijvend op de lange baan.

.

Ik leef. Ik vind mijn leven kort,

maar eigenlijk trek ik alleen gezichten,

die horen bij een handvol daagse plichten.

Zo wacht ik levend tot ik eens geboren word.

.

Ik praat. Geen ramp heeft me nog stil gekregen.

Ik schrijf. De snelle woorden gaan hun gang.

Ik leef – maar in de nacht denk ik soms bang:

Straks zwijg ik. Heb ik dan genoeg gezwegen?

.

simon

carmiggelt

Social sofa’s

Gedichten op vreemde plekken

.

Op een tip van Nancy (van Poëzine) ben ik op zoek gegaan naar social sofa’s in Den Bosch waarop (delen van) poëzie zijn aangebracht. Het idee van een betonnen sofa versierd met mozaïek met daarin (soms) teksten verwerkt komt uit Den Haag. In 2008 werd in een winkelruimte een project begonnen om banken te mozaïeken waar veel buurtbewoners bij betrokken waren als vrijwilliger. Dit om de buurt op te vrolijken. Inmiddels heeft dit initiatief vele vervolgen gekregen . In Den Bosch maar ook in Eindhoven.

Zoals gezegd staan er soms teksten op de banken zoals de voorbeelden hieronder.

bank

bank 2

Met beide voeten in de modder

Uit mijn boekenkast

.

Tussen 2007 en 2009 was Harry Zevenbergen stadsdichter van Den Haag. Een van de projecten die Harry organiseerde was Dichter op locatie. Twee keer Vijf Haagse dichters (in deel 1 en deel 2) kregen  van hem de opdracht om een week te verblijven op een locatie naar eigen keuze in Den Haag. De ervaringen van dat verblijf werden vervolgens door hen vastgelegd in een dagboek met foto’s en gedichten. Het resultaat daarvan is vastgelegd in twee bundels waarin een bijzondere kijk wordt gegeven op het reilen en zeilen achter de schermen, op plekken waar een buitenstaander niet zo snel toegang krijgt.

Beide bundels zijn mooi uitgegeven door uitgeverij de Brouwerij in 2008 en 2009. Uit de eerste bundel twee gedichten van Jeroen de Vos. Jeroen verbleef 5 dagen op een Scheveningse viskotter en schreef daar een aantal pakkende gedichten over.

.

Groot vertoon

.

Acht uur ’s ochtends

vanuit de patrijspoort zie ik dat god

alles heeft opgepoetst

de zee schittert aan alle kanten

het glimt en blinkt.

Zou er soms visite komen?

.

Zoet & gladjes

.

Ze hebben allemaal

koppen die spreken

woest en krachtig

.

Krijg je zo’n kop

en zo’n blik

door het varen

.

of is het andersom

.

Ga je met zo’n kop varen?

.

beide

Carl Andre

Gedichten in vreemde vormen

.

Carl Andre werd geboren in 1935 in Massachusetts in de VS waar hij de kunstacademie bezocht en zich vestigde als kunstenaar.

Vanaf de jaren ’60 ging Andre zich toeleggen op zijn bekende sculpturen gemaakt uit vaak eenvoudige, makkelijk verkrijgbare materialen. In zijn vroege werk citeerde hij naar Constantin Brancusi in grotendeels houten, verticale werken. In deze periode maakte Andre vooral grote verticale werken, die in de beginfase nog door hem werden bijgewerkt, maar die hij onder invloed van andere minimalistische kunstenaars uiteindelijk onbewerkt liet.

De verticale sculpturen waren echter niet bevredigend genoeg voor Andre, hij ging zich steeds meer toeleggen op horizontale sculpturen. Bekende werken zijn de grote metalen platen die in een gelijkzijdig vierkant op de grond zijn neergelegd. In Nederland zijn deze werken onder andere te zien in het Gemeentemuseum in Den Haag en het Kröller-Muller museum i Otterlo. In feite is het de bedoeling dat de bezoeker om, over en langs het werk kan lopen, dit wordt echter niet in elk museum evenveel gewaardeerd.

Terwijl hij  vooral bekend is om zijn beeldhouwwerk,  produceerde Carl Andre ook poëzie. Vanaf de vroege jaren 50 tot het midden van de jaren 70.  Andre’s gedichten, die werden getypt op een typemachine of met de hand geschreven, kunnen ook gelezen worden als tekeningen. Zij houden rechtstreeks verband met de kunstenaars driedimensionale werk in de zin dat ze het woord nemen als een compositorisch module, net als het typische gebruik van baksteen of metalen platen in zijn beeldende kunst. De gedichten hebben vaak historische referenties en autobiografische elementen . De, vaak schuin geschreven, gedichten  doen qua karakter en instelling denken aan een integratie van verschillende literaire vormen zoals het sonnet, opera, of de roman. Andre doneerde bijna 500 pagina’s van zijn poëzieverzameling aan de Chinati foundation. Het werk werd geïnstalleerd in een eigen gebouw, in vitrines ontworpen door de kunstenaar, in 1995.

Dit gebouw (een van de 15) is gesitueerd in de Chihuahuan woestijn in Texas en zijn zeer moeilijk te bereiken (te voet en vaak door open terrein zonder paden).

Hieronder een aantal voorbeelden van de poëzie van Carl Andre.

.

293088S02

andre 1

andre2