Site-archief
Een winter aan zee
A. Roland Holst
.
Vandaag uit mijn boekenkast de bundel ‘Een winter aan zee’ van A. Roland Holst. Van Roland Holst hoor je niet meer zoveel maar ik weet dat hij nog steeds veel bewonderaars heeft. Roland Holst (1888 – 1976) heeft een omvangrijk oeuvre nagelaten wat zich kenmerkt door een eigen, plechtige stijl vol symboliek. Roland Holst komt uit een beroemde familie, zo was zijn oom Richard Roland Holst een belangrijk beeldend kunstenaar en zijn tante (de vrouw van Richard) de nog veel bekendere dichteres en schrijfster Henriette Roland Holst.
Adriaan Roland Holst ontving voor zijn werk vele literaire prijzen waaronder de Prijs der Nederlandse letteren, de Constantijn Huygensprijs, de P.C. Hooft-prijs en de poëzieprijs van de gemeente Amsterdam (tweemaal). Hij publiceerde bij leven meer dan 40 bundels waarvan ‘Een winter aan zee’ in mijn bezit is. Deze bundel werd gepubliceerd in 1975 bij uitgeverij Bert Bakker in Den Haag. Uit deze bundel twee gedichten zonder titel.
.
Soms heerst in een duinkom
omtrent vroeg vallend donker
een zwijge’ als van rondom
daar wachtenden. De eenzame
die, in zichzelf verzonken,
daar binnenkomt, vertraagt
zijn pas, door wat geen namen
benoemen thans belaagd.
.
Dit is de plek: wantrouwen
ontzenuwt hier den moed
tot inkeer: in dit nauwe
duindal komt het wel voor,
dat men zichzelf ontmoet,
en aanziet, en moet lezen
in de andre blik. Dit oord
suizelt van angst en vrezen.
.
WAK festival Den Haag
Week van de Amateurkunst
.
Van 17 tot en met 25 mei is de week van de amateurkunst. In dit kader organiseren Margreet Schuemie (van de CultuurSchakel Den Haag) en Geraldina Metselaar (eigenaar van communicatiebureau GMtekst) op 17 mei een festival in het hofje van Wouw in Den Haag. Dit festival is gratis te bezoeken en begint om 14.00 uur (tot 16.00 uur).
Ik zal op dit festival mijn gedichten ten gehore brengen. Maar ik ben natuurlijk niet de enige. Wie treden er allemaal op?
Dichters: Simon Mulder, Antoinette Sisto, Paulina Vanderbilt, Luuk Imhann en Martijn Breeman.
Muziek is er van: Schola Cantorum Gregoriana, operettegezelschap ODES, gemengd koor Pepperoni, Popkoor Prins 27, Beheurlijk bekeurlijk en het Haags Kleinkoor.
Poëzie en muziek in de prachtige Hof van Wouw aan de Brouwersgracht 30 in Den Haag (vlak achter het Paard van Troje), wie wil er niet heen?
.
Simon Carmiggelt
Gedicht
.
Het kan aan mij liggen maar de ik hoor de laatste tijd steeds vaker mensen over Simon Carmiggelt. De in 1913 in Den Haag geboren Carmiggelt was een schrijver, die vooral bekend was van zijn krantencolumns (Kronkels) in het Amsterdamse dagblad Het Parool en door zijn televisie-optredens. Een columniste als Sylvia Witteman is bijvoorbeeld een groot fan en navolger van zijn werk. Simon Carmiggelt was een scherp observant en werd geroemd om zijn situatiehumor.
Wikipedia schrijft hierover: Slenterend door de stad vond hij zijn thematiek: hij verwerkte een detail van een banaal voorval tot een compleet verhaal, luisterde naar mensen en gebruikte elementen uit hun conversaties, verplaatst, herschikt, versterkt, stileert en bouwt. Soms verwerkte hij de gegevens, verzameld over een tijdsspanne van weken, tot een samenhangend geheel, soms was het cursiefje zo uit het leven opgeschreven. En altijd heeft de lezer de indruk dat deze eigenste anekdote zich dagelijks ontelbare malen voordoet: elke situatie heeft een grote vorm van herkenbaarheid, van identificatie ook.
Naast zijn Kronkels schreef Carmiggelt ook gedichten. In 1974 verscheen bij De Arbeiderspers de bundel ‘De gedichten’ en bevat de bundels ‘Al mijn gal’ (1954), ‘Fabriekswater’ (1956), Het jammerhout’ (1948) en enkele andere gedichten. De 3 bundels verschenen onder het pseudoniem Karel Bralleput.
Uit ‘De gedichten’ het gedicht ‘Zwijgplicht’.
.
Zwijgplicht
.
Ik praat. Ik maak de hele dag geluid,
want eigenlijk ben ik zo’n zwijgzaam man,
dat ik onmoog’lijk zoveel zwijgen kan.
Daarom stel ik mijn zwijgen pratend uit.
.
Ik schrijf. Ik zie de hand maar gaan,
maar eigenlijk ben ik nog nooit begonnen
aan mijn verhaal. Het is nog niet verzonnen.
Ik schuif het schrijvend op de lange baan.
.
Ik leef. Ik vind mijn leven kort,
maar eigenlijk trek ik alleen gezichten,
die horen bij een handvol daagse plichten.
Zo wacht ik levend tot ik eens geboren word.
.
Ik praat. Geen ramp heeft me nog stil gekregen.
Ik schrijf. De snelle woorden gaan hun gang.
Ik leef – maar in de nacht denk ik soms bang:
Straks zwijg ik. Heb ik dan genoeg gezwegen?
.
Met beide voeten in de modder
Uit mijn boekenkast
.
Tussen 2007 en 2009 was Harry Zevenbergen stadsdichter van Den Haag. Een van de projecten die Harry organiseerde was Dichter op locatie. Twee keer Vijf Haagse dichters (in deel 1 en deel 2) kregen van hem de opdracht om een week te verblijven op een locatie naar eigen keuze in Den Haag. De ervaringen van dat verblijf werden vervolgens door hen vastgelegd in een dagboek met foto’s en gedichten. Het resultaat daarvan is vastgelegd in twee bundels waarin een bijzondere kijk wordt gegeven op het reilen en zeilen achter de schermen, op plekken waar een buitenstaander niet zo snel toegang krijgt.
Beide bundels zijn mooi uitgegeven door uitgeverij de Brouwerij in 2008 en 2009. Uit de eerste bundel twee gedichten van Jeroen de Vos. Jeroen verbleef 5 dagen op een Scheveningse viskotter en schreef daar een aantal pakkende gedichten over.
.
Groot vertoon
.
Acht uur ’s ochtends
vanuit de patrijspoort zie ik dat god
alles heeft opgepoetst
de zee schittert aan alle kanten
het glimt en blinkt.
Zou er soms visite komen?
.
Zoet & gladjes
.
Ze hebben allemaal
koppen die spreken
woest en krachtig
.
Krijg je zo’n kop
en zo’n blik
door het varen
.
of is het andersom
.
Ga je met zo’n kop varen?
.
Carl Andre
Gedichten in vreemde vormen
.
Carl Andre werd geboren in 1935 in Massachusetts in de VS waar hij de kunstacademie bezocht en zich vestigde als kunstenaar.
Vanaf de jaren ’60 ging Andre zich toeleggen op zijn bekende sculpturen gemaakt uit vaak eenvoudige, makkelijk verkrijgbare materialen. In zijn vroege werk citeerde hij naar Constantin Brancusi in grotendeels houten, verticale werken. In deze periode maakte Andre vooral grote verticale werken, die in de beginfase nog door hem werden bijgewerkt, maar die hij onder invloed van andere minimalistische kunstenaars uiteindelijk onbewerkt liet.
De verticale sculpturen waren echter niet bevredigend genoeg voor Andre, hij ging zich steeds meer toeleggen op horizontale sculpturen. Bekende werken zijn de grote metalen platen die in een gelijkzijdig vierkant op de grond zijn neergelegd. In Nederland zijn deze werken onder andere te zien in het Gemeentemuseum in Den Haag en het Kröller-Muller museum i Otterlo. In feite is het de bedoeling dat de bezoeker om, over en langs het werk kan lopen, dit wordt echter niet in elk museum evenveel gewaardeerd.
Terwijl hij vooral bekend is om zijn beeldhouwwerk, produceerde Carl Andre ook poëzie. Vanaf de vroege jaren 50 tot het midden van de jaren 70. Andre’s gedichten, die werden getypt op een typemachine of met de hand geschreven, kunnen ook gelezen worden als tekeningen. Zij houden rechtstreeks verband met de kunstenaars driedimensionale werk in de zin dat ze het woord nemen als een compositorisch module, net als het typische gebruik van baksteen of metalen platen in zijn beeldende kunst. De gedichten hebben vaak historische referenties en autobiografische elementen . De, vaak schuin geschreven, gedichten doen qua karakter en instelling denken aan een integratie van verschillende literaire vormen zoals het sonnet, opera, of de roman. Andre doneerde bijna 500 pagina’s van zijn poëzieverzameling aan de Chinati foundation. Het werk werd geïnstalleerd in een eigen gebouw, in vitrines ontworpen door de kunstenaar, in 1995.
Dit gebouw (een van de 15) is gesitueerd in de Chihuahuan woestijn in Texas en zijn zeer moeilijk te bereiken (te voet en vaak door open terrein zonder paden).
Hieronder een aantal voorbeelden van de poëzie van Carl Andre.
.


























