Site-archief

De twee apen van Bruegel

Wisława Szymborska

.

In een aantal supermarkten staan tegenwoordig boekenkasten waarin je je oude boeken mag achterlaten. Je mag ook boeken uit deze boekenkasten meenemen. Eufemistisch worden deze boekenkasten ‘bibliotheek’ genoemd, waar ze dat vandaan halen is me een raadsel. Het heeft werkelijk niets met een bibliotheek te maken.

In deze kasten staan veelal oude en onleesbare boeken tussen wat modernere maar kapot gelezen boeken. Het lijkt dan ook meer op een dumpplaats van oude boeken dan op de uitgebalanceerde en actuele collecties die bibliotheken te bieden hebben.

Toch kan ik het niet laten er even een blik in te werpen als ik er een tegenkom. Zo ook vorige week. Tussen de al genoemde oude en oninteressante boeken (zelfs een aantal titels die ik in de jaren ’80 las voor mijn Engels lijst) stond dit keer zomaar wel iets van waarde (voor mij). Weliswaar onder de koffie spetters maar toch: ‘Uitzicht met zandkorrel; een keuze uit de gedichten’ van Wislawa Szymborska in een vertaling van Gerard Rasch.

Het leuke aan dit boek is nog wel dat de vorige eigenaar met potlood van alles bij de titels van de gedichten in de inhoudsopgave heeft geschreven. Nog leuker is het dat hij of zij voorin het boek een getypte (met een ouderwetse typemachine) lijst heeft geplakt met ‘het ABC van de mijns inziens beste gedichten’. Dat het er net iets minder zijn dan de helft van alle gedichten in de bundel maakt het vooral curieus.

Ik ben toch blij met deze bundel, Szymborska (1923 – 2012). Ze behoort tot de belangrijkste dichters van haar generatie in Polen en is een van de meest gelezen én gelauwerde dichters van deze tijd. Uit de bundel ‘Uitzicht met korrel’ heb ik voor het gedicht ‘De twee apen van Bruegel’ gekozen (hoewel dit gedicht niet op het lijstje van de vorige eigenaar staat), vooral omdat de eindexamenperiode op dit moment gaat beginnen in mei.

.

De twee apen van Bruegel

.

Zo ziet mijn grote eindexamendroom eruit:

twee apen zitten aan de ketting voor het raam,

buiten waait de hemel voorbij

en baadt de zee.

.

Ik leg examen af in de geschiedenis van de mensen.

Ik stotter en modder.

.

De ene aap, die me aanstaart, luistert ironisch,

de andere doet alsof hij dut –

maar wanneer op een vraag een stilte volgt

zegt hij me voor

met een zacht gerammel van zijn ketting.

.

Mila Braat

Over hoe de lente zich nergens iets van aantrekt

.

Milla Braat (1998) begon op 15 jarige leeftijd met slammen en performen. Ze stond droeg voor  op het Langweiligkeitfestival, Carart, de Haagse popweek en het NK-Poetryslam. In 2009 publiceerde ze in de poëzie-verzamelbundel ‘Haags Fris’. Sinds januari 2018 maakt ze deel uit van het Haags Dichtersgilde en is ze huisdichter bij expositieruimte De Firma Van Drie te Gouda.

Milla’s poëzie is intuïtief en lieflijk. Haar schrijven is een herinnering die niet aan tijd onderhevig is. Soms gaat het over het verleden, soms over iets van ver daarvoor en zelfs de toekomst herinnert ze zich feilloos.

Sinds kort studeert ze Creative Writing aan de Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem.

Voor meer informatie kijk je op haar website: http://www.millabraat.weebly.com

.

Over hoe de lente zich nergens iets van aantrekt

.

Dinsdagochtend
ik draai drie sloten van mijn voordeur dicht en draai me om naar de straat
Vanachter de heg springt de lente me tegemoet
“Hallo! Daar ben ik dan weer!” schreeuwt ze
“Verrek, daar ben je!” zeg ik
Ik klim op mijn fiets,
zij klimt op mijn rug, trekt de muts van mijn hoofd
gaat staan op mijn schouders
Mijn fiets zwalkt, ik maak mijn bochten onvoorzichtig
Ik kijk in elke winkelruit

Woensdagochtend
ik draai drie sloten van mijn voordeur dicht en draai me om naar de straat
ik wacht een minuut.
“Waar ben je” schreeuw ik.
ik stap op mijn fiets, trek mijn muts over mijn oren
neem de kortste weg

Donderdagochtend
ik draai drie sloten van mijn voordeur dicht en draai me om naar de straat
“Ben je daar” zeg ik meteen
“Nee, hier ben ik” schreeuwt de lente,
ze staat aan het einde van de straat
Ik spring op mijn fiets, race naar het einde van de straat
ze staat aan het einde van de volgende straat
“Kom dan!” schreeuwt ze”
’t is goed met je” schreeuw ik terug
Ik fiets terug naar huis

Vrijdagochtend
ik draai drie sloten van mijn voordeur dicht en draai me om naar de straat
“Héé! Wat fijn dat je er bent” schreeuwen honderd lentes me tegemoet
Achter elk raam, op elke grasspriet, in elke lantaarnpaal zit een lente
Met mijn fiets aan de hand wandel ik tussen de lentes door
ik groet ze allemaal, hang mijn jas over mijn stuur
ik kom oude vrienden tegen op straat
“Het is lente!” schreeuw ik tegen hen
Ik voel drie druppels, achter elkaar, op mijn neus
Ik kijk om me heen. Alle lentes zijn verdwenen
Ik stop en ren een café in, ik gooi mijn muts op de bar
Een man draait zich naar mij om en zegt
“21 maart, dán is het écht lente!”

.

Achter de duinen

Van Haagse dichters die voorbijgaan

.

In 2001 verscheen bij uitgeverij BZZTôH de verzamelbundel ‘Van Haagse dichters die voorbijgaan’ met daarin gedichten van, aan het begin van de 21ste eeuw levende, Haagse dichters. Grote namen als Remco Campert en Willem Brakman, Bart Chabot en Mensje van Keulen maar ook specifiek Haagse helden als Boozy en Gebroeders de Gier, allemaal komen ze voorbij in deze bundel. Er is één rode draad in de bundel; alle dichters zijn geboren in Den Haag of zijn er op latere leeftijd komen wonen.

Van twee bekende Haagse schrijvers/ (liedtekst-) dichters Koos Meinderts en Harry Jekkers staan ook bijdragen opgenomen.

Ik koos voor het gedicht ‘Achter de duinen’ door hen gezamenlijk geschreven, oorspronkelijk uit de bundel ‘Achter de duinen’ uit 2000.

.

Achter de duinen

(naar Between van Loudon Wainwright III)

.

Achter de duinen ligt de zee

Daartussen ligt het zand

De zee dat is mijn moeder

En mijn vader is het land

.

Ik daartussen ben het kind

Spelend in het zand

Nog geen idee waarheen te gaan

Naar zee of naar het land

.

Twee voeten in de aarde

Mijn hoofd hoog in de wind

Ben ik mijn vader en mijn moeder

Ben ik mijn eigen kind

.

Eert uw vader en uw moeder

Zoek jezelf een thuis

Op het land, weg van het strand

Of bouw een schip als huis

.

Geteisterd volk

Gedichten uit de oorlogsjaren

.

Degene die de bundel ‘Geteisterd volk’ waarschijnlijk vlak na de oorlog kocht bij boekhandel Broese in Utrecht (aan het telefoonnummer 10540 op de aankoopbon voor 2 gulden 50 is te zien dat het al zo oud is) kreeg daarmee een bijzonder exemplaar in handen. Dit exemplaar (dat ik nu bezit, gekocht bij een kringloopwinkel) is namelijk in 1943 geprint in Zweden bij Kihlström & Setréus Boktryckereri in Stockholm. Opgedragen in eerbied aan onze koningin, geschreven door Cor Bouchette en van tekeningen voorzien door Peter Pen.

Ik heb gezocht naar meer informatie over Cor Bouchette maar heb niet veel kunnen vinden. Cor Bouchette leefde van 1903 tot en met 1985 en hij was de eerste getuige van de aankomst in Zweden van de overlevende vrouwen van de Philipsgroep. De Philipsgroep was een speciale groep gevangenen die produktiewerk verrichte in concentratiekamp Vught voor Philips. Daarmee profiteerde de multinational van dwangarbeid. Maar het bedrijf bood de gevangenen, onder wie veel joden, zo ook bescherming – en dat spaarde uiteindelijk honderden mensenlevens. Aan het einde van de tweede wereldoorlog werd deze groep op transport naar Auschwitz gezet maar een groot deel overleefde de reis en het verblijf in Auschwitz. Na de oorlog werd de groep op transport gezet naar Zweden alwaar Cor Bouchette verslag deed als verslaggever voor het Persafdeeling van het Nederlandsch Gezantschap aldaar.

In de bundel ‘Geteisterd volk’ staan 30 gedichten met titels als ‘Wilhelmina’, Juliana’ (bij de geboorte van prinses Margriet), ‘Studenten’, ‘De nieuwe mei’, De onbekende soldaat deel I, II en III’, ‘Martelaren, en ‘Getuigenis’.

De bundel begint met het titelgedicht uit 1940.

.

Geteisterd volk

.

Geteisterd volk, aan u mijn medelijden

Niet om het kruis in uw vertrapten tuin,

Niet om soldatengraf en stedepuin,

Om weezen, weduwleed en moederlijden.

.

Geen eik verheft in lichte lucht zijn kruin,

Die niet in donkren grond kon wortels spreiden.

De som der tranen is uw volks fortuin.

De nazaat zal uw sterkend leed belijden.

.

Maar wreeder is de teister van uw ziel:

Die als een roover in uw grenzen viel,

Preekt nu uw weerloos volk een valsche leer.

.

Let op uw zaak, o Holland, zie uw nood:

Wie schond uw grond en ’t eigen woord van eer?

De arische germaan, de stamgenoot.

.

 

Den Haag

Remco Campert

.

Een van de dichters die ik al lang lees en waar ik altijd weer door geïnspireerd word is Remco Campert (1929). Een van de eerste dichtbundels (naast de bundels van Jules Deelder) was dan ook ‘Alle bundels gedichten; 1951 – 1970’ uit 1976. Daarna zouden nog vele bundels komen en ook daar heb ik er verschillende van.

Zo ook de verzamelbundel ‘Dichter’ uit 1995. Uit die bundel het gedicht ‘Den Haag’ niet alleen omdat dat mijn woonplaats is maar ook omdat ik aanstaande donderdag met een aantal andere Haagse dichters ga voordragen bij café ‘Mooie Woorden’ in Naaldwijk.

.

Den Haag

.
Overal bevuilde daken
groen koper van kerken
brakke lucht uitgebeten huizen
afgegraasd grasland verwaarloosde zee.
O en de trieste trage gele trams
en het kippevel van de verwaaide straten.
Heel Den Haag was één Panorama Mesdag
elke dag een verregende koninginnedag.

Mijn grootvader ongeschoren
dwaalde als Strindberg door het huis
gevangen in zijn eigen kamerjas.

En zo speelziek en verlegen als ik was
met mijn kleine rubberdolk
beheerste dolleman
pleegde ik sluipmoord op een schemerlamp
of op zolder het oude lila kussen.

.

 

Zomerse initiatieven

Poëzie in de zomermaanden

.

Voor dit blog ben ik altijd op zoek naar opmerkelijke poëzie onderwerpen, de mooiste en interessantste gedichten en dichters en nieuwe initiatieven op het gebied van poëzie.

Daarom stel ik jullie bij deze de volgende vraag: Organiseer je in de zomer een nieuwe of opmerkelijke poëzieactiviteit of weet je van een nieuw initiatief op poëziegebied deze zomer, laat me dit dan weten. Het liefst met een link, een groep of een naam van degene die daarin actief is of gaat zijn.

Zeker voor nieuwe initiatieven is het belangrijk dat er bekendheid aan wordt gegeven, laat mij je daarbij helpen. Het betreft hier dus geen structurele activiteiten of poëziepodia die in de zomer doorlopen (dat mag je me ook laten weten maar het is niet wat ik hiermee beoog).

Dus ga je taarten met poëzie bakken, ga je met bijzondere groepen aan de gang of op bijzondere plekken, ga je de connectie aan met beeldende kunst, dans of een andere kunstvorm, ga je op tournee met gedichten of weet je nog een ander interessant voorbeeld? Je weet me te vinden.

.

Zomeravond

Weer niets gedaan.
En weer was alles vergeefs vandaag.

Ik zocht een verre plek om onder de mensen te blijven.
Een zuivere merel heeft zich daarnet in mijn oren geknoopt
En langzaam zijn de ogen van een vrouw over me heen gegaan
Als veel lauw water ’s avonds van een zomerregen.

En slapende paren, mijn ouders misschien, hebben vandaag gehoopt
Op mij, en sloom en treuzelend zijn zij uit mij opgestaan
Als kinderen ’s ochtends voor ze naar beneden gaan
Om er te spelen met de wijzers van de klok.

Weer niets gedaan.
Dan dit geluk dat mij wordt aangedaan.

.

Leonard Nolens, uit de bundel “Tweedracht’ uit 1996.

.

Er staat nog een stoel

Marijke Hooghwinkel²

.

Afgelopen vrijdag kwam ik Marijke Hooghwinkel tegen bij een voordracht in Breda. Thuis gekomen nam ik haar bundel ‘er staat nog een stoel’ er weer eens bij die ze in oktober 2016 publiceerde bij uitgeverij MeerPeper. Het was de wens van Derrel Niemeijer, de ons helaas ontvallen dichter en naast Lea Theunissen, medeoprichter van de uitgeverij, om Marijke bij MeerPeper te laten debuteren.

Marijke is autonoom beeldend kunstenaar, dichter, schrijver en ze organiseert het 1m² Podium. Een van haar thema’s is Onderweg en Ruimte. In de bijzonder fraai en met zorg uitgegeven bundel ‘er staat nog een stoel’ staan 28 gedichten, allemaal zonder titel en allemaal persoonlijk van toon zoals ook het volgende gedicht.

.

waar realiteit

lekt

vallen kelders

.

hier blijf ik staan

op de

.

drempel

.

zie ik jou in mij zie ik

mij in jou wij ballen ons

samen

.

hier blijf ik staan

naar andere diepten

waar jij zult verlangen

naar mij

.

of zal ik deze spiegel metéén

leegvegenwant

jij kijkt vanuit jouw taal

.

mijn blik kruist ooit

vooruit met jou mee

.

Ik ben mogelijk

Maud Vanhauwaert

.

De Vlaamse dichter Maud Vanhauwaert (1984) is schrijver en theatermaker. Ze behaalde een masterdiploma Taal-en Letterkunde aan de universiteit van Antwerpen en een masterdiploma Drama aan het Conservatorium van Antwerpen, waar ze nu zelf doceert. Voor haar poëziedebuut ‘Ik ben mogelijk’ (2011) kreeg ze de Vrouw Debuut Prijsvoor haar bundel ‘Wij zijn evenwijdig’ (2014) de Hughues C. Pernathprijs en de Publieksprijs van de Herman De Coninck- wedstrijd. In haar werk zoekt ze naar speelse theatrale vormen om poëzie publiek toegankelijk te maken. Met haar performances trad ze op, op radio en tv, in binnen en buitenland. In 2018-2019 is ze stadsdichter van Antwerpen.

Uit haar bundel ‘Ik ben mogelijk’ een gedicht zonder titel.

.

jonge mensen die zwijgen

slappe ballen onder een stijve

lage slingers bij een verjaardagsfeest

waar zijn de moeders

die vragen hoe het is geweest

.

in deze stad waarin ze met moeite de maand neertelt

het aangeraden gebak, zonnebrillen metallisch groen

van keverschilden, vraagt ze: ik ben alleen

.

en hoewel de lucht zalmroze

we vrijelijk kunnen spreken dus van luchtroze zalm

zeg ik domweg ja, de stad is steeds

.

en dan de putjes in haar lach

alsof in elke wang een nietje zat

.

Atomenplukker

Een recensie

.

Van Irene Siekman, de drijvende zeg maar stuwende kracht achter de Poëziebus, kreeg ik de bundel ‘Atomenplukker’ toegezonden. Deze bundel van Sven de Swerts is de eerste uitgave van Uitgeverij Bunker.

Uitgeverij Bunker is een nieuwe uitgeverij die zich richt op podiumpoëzie waarbij de nadruk ligt op dichters die buiten de bestaande kaders vallen en zich ook op het podium positief onderscheiden: Ondergronds en welluidend.

Nu ken ik Sven de Swerts een beetje en ik heb hem ook op het podium bezig gezien, welluidend is zeker op hem van toepassing. Nu zul je je misschien afvragen hoe podiumpoëzie zich verhoudt tot een bundel van papier. Juist door de richting die Uitgeverij Bunker kiest (ondergronds en welluidend) is de poëzie van de dichter(s) spannend en uitdagend. Zo ook deze bundel maar daarover straks meer.

De bundel is goed uitgegeven, dat wil zeggen eigentijds, modern, goede vormgeving en de uitgever heeft zelfs in het colofon een passage opgenomen over het interpunctiegebruik. Vierentwintig gedichten waarvan maar liefst twaalf gedichten samen zijn geschreven met andere dichters. En dat zijn niet zomaar de eerste de beste: Alja Spaan, Runa Svetlikova, Nick J. Swarth, Nils Geylen, René van Densen, Elbert Gonggrijp, Walter Ligtvoet, Rik van Boeckel en John Brains.

De gedichten in de bundel zijn soms ongrijpbaar, onconventioneel, rauw in de zin dat de Swerts geen blad voor de mond neemt. Soms helpen de titels van de gedichten je bij de betekenis van het gedicht en bij andere weer voegen ze juist wat extra mysterie toe aan de tekst van het gedicht.

Het is poëzie die je moet horen, dus hardop voorlezen en luisteren. Maar ook bij herlezing komt de bedoeling van de dichter dichterbij. Titels als ‘scheldklier’, ‘atomenplukker’ en ‘exportvlees’ maken dat je nieuwsgierigheid wordt gevoed.

In de begeleidende brief schrijft de uitgever: Uitgeverij geeft graag een voorzet (eigen kwaliteitsnormen ontwikkelen) en verwelkomt ook secundaire literatuur op het gebied van de (podium)poëzie. Ik kan dat alleen maar toejuichen, er is een gat dat gevuld kan worden en als dat gebeurt door middel van dit soort uitgaven voorzie ik een mooie toekomst voor Uitgeverij Bunker.

Uit ‘Atomenplukker’ koos ik het gedicht ‘Verzamelwoede’.

.

Verzamelwoede

.

Ze heeft verzamelwoede

in elke hoek van het huis staat een man

.

Ze leest boeken als mensen uit.

Verslindt specimens zoals trainers kooien

voor monsters. Monsters van mannen

die ze het liefst als een boek vastbindt

.

– een esoterische aanslag op je liezen pleegt

.

sproetje per sproetje aaneen hecht,

ervaringen uitschilfert, je geheugen overschrijft,

je rug lief brandmerkt.

.

Ze wil meer mannen die meer muren bouwen voor nog meer mannen

tot de ruimte vol is, alles in haar omgeving rondom haar circuleert.

.

Ze degusteert boeken als woordenkrabbers

elke letter iemand die ze heeft maar nooit zal kennen.

.

En toen kwam ik Sven op 6 april tegen bij poëziepodium De Groene Fee in Breda, waar we beide zouden voordragen. We hadden het over deze recensie en hij vertelde lachend dat ik maar de helft van het gedicht had geplaatst. En inderdaad, op de volgende bladzijde ging het gedicht nog door. Het schaamrood stond mij op de kaken en daarom, hier het tweede deel dat gewoon als een achter het eerste deel gelezen dient te worden.

.

Haar hart is onbewoonbaar verklaard

een ongeschikte calamiteit van vroeger

tussen onafgewerkte droomlagen

half zand half suiker.

.

Hier ligt ze dan als aanhang van uitgekomen

dromen, een prinses in een verkeerd sprookje

een nummer op een handpalm.

.

Tot iemand anders haar bewoont

en zij vergeten in mannenresten

krijgt wat zij altijd wilde.

.

Ze is verzamelwoede

in elke hoek van het huis staat een man.

.

.

Atlas van de tijd

Anneke Wasscher

.

Dichter Anneke Wasscher (1946) schrijft vanaf eind 2007 serieus gedichten. Ze deed regelmatig mee aan schrijfwedstrijden en poëziewedstrijden en won daar regelmatig prijzen mee. Niet dat ze het daarvoor deed, ze was vooral nieuwsgierig naar de reacties van lezers, juryleden en andere vakmensen. Haar werk werd in meer dan zestig verzamelbundels gepubliceerd en nu is er dan haar debuutbundel als solo dichter getiteld ‘Atlas van de tijd’.

Ik ken Anneke onder andere van haar deelname aan mijn eigen dichtwedstrijd (samen met de uitgeverij De Brouwerij) waar ze de tweede prijs behaalde in 2011, de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd (die ze won) in 2013 en van haar optreden in Maassluis waar ik haar samen met Alja Spaan vroeg voor te dragen, een gedenkwaardig optreden was dat.

Bij uitgeverij Kontrast dus nu haar debuutbundel. Volgens de tekst op de achterkant is de rode draad die hoor haar gedichten loopt de droefheid van het voorbijgaan. Na lezing van de bundel zou ik daar toch graag iets aan toevoegen namelijk het verlangen. In het eerste hoofdstuk met name komt het verlangen naar de liefde, het samenzijn en naar het verlangen zelf regelmatig terug.

Over het algemeen kan ik het wel eens zijn met de omschrijving ‘droefheid van het voorbijgaan’ maar toch is het geen bundel vol treurnis. Anneke Wasscher weet als geen ander in begrijpelijke taal haar onderwerpen zo te verdichten dat het eerder tot herkenning leidt of begrip en zeker niet tot een mistroostige droefenis.

Schijnbaar zonder moeite behandeld ze ook zware onderwerpen, de dood, psychische problemen, de eenzaamheid, de onomkeerbaarheid van het ouder worden. Het zijn gedichten om te lezen als je zelf met dergelijke situaties te maken hebt of mensen kent die hiermee te maken hebben, ze bieden troost en het gevoel dat je niet alleen bent in die eenzaamheid, de aftakeling en het uiteindelijke sterven.

In het laatste hoofdstuk nog enige gedichten over plekken die Anneke Wasscher geïnspireerd hebben waaruit blijkt dat ze een goed kan observeren. Die observaties weet ze vervolgens in fijne poëzie om te zetten.

‘Atlas van de tijd’ is een bundel die raakt, die je meevoert en die zorgvuldige en fijne poëzie bevat. Een prachtig en terecht debuut.

.

bezoekuur

.

de oprijlaan doet geen beloftes meer

aan iemand die een uitweg zoekt

de hoop wordt in de kiem gesmoord

door elke regel die de wurggreep kent

.

het huis hecht aan rechtlijnigheid

de strakke vormen uit verleden tijd

een zaal houdt vast aan binnenpijn

het is de prijs voor anders zijn

.

een zachte hand op huid en haar

de warme kus die wordt herhaald

het antwoord altijd onverwacht

een lach die op herkenning lijkt

.

de traagheid van bewegingen

wanneer je oude lichaam vraagt

om onvoorwaardelijk dichtbij

.

ik reik naar jou zo ver ik kan

soms ben ik meer alleen dan jij

.