Site-archief
Dan
Joost Oomen
.
Dichter, schrijver, columnist, drummer en performer Joost Oomen (1990) debuteerde in 2011 met de dichtbundel ‘Vliegenierswonden’. Hij was huisdichter van de Rijksuniversiteit Groningen en stadsdichter van Groningen en won in 2011 het Hendrik de Vriesstipendium voor nieuwe literatuur. In 2021 werd hij door de Volkskrant uitgeroepen tot hét literaire talent van dat jaar. Na tien jaar lang langs alle poëziepodia van Europa te trekken verscheen in 2023 eindelijk zijn dichtbundel ‘Lievegedicht’. Joost Oomen staat dit jaar voor het eerst op de Nacht van de Poëzie dat op 7 oktober plaats vindt in Utrecht.
Uit zijn laatste poëziebundel ‘Lievegedicht’ nam ik het gedicht ‘Dan’. En hoewel Onno-Sven Tromp in zijn recentie op de Meanderwebsite heel terecht stelt: “Als er in ‘Lievegedicht’ één ding duidelijk wordt, dan is het wel dat Oomen een hongerige en dorstige dichter is. De liefde van de dichter gaat duidelijk door de maag. Er staat in de bundel bijna geen enkel gedicht waarin geen eten of drinken voorkomt, variërend van pudding tot ananaszee en van lolly’s tot roomboter.” is er in dit gedicht slechts sprake van het delen van een nectarine.
.
Dan
.
eerst heb je elkaar
nog nooit gezien
dan heb je elkaar gezien
maar weet je het nog niet
bijvoorbeeld op een groot feest waar je
later van weet dat je er allebei was
als dichte sneeuw
waarin geen vlok geen vlok
de ander zag
maar uiteindelijk samen
in een dekbed belandde
.
dan zie je elkaar
voor de eerste keer
.
dan zoen je voor de eerste keer
dan wordt het opeens april
dan hou je van elkaar
dan deel je een nectarine
.
dan leer je steeds beter
hoe de ander het liefst door de stad wil fietsen
en doe je dat vervolgens ook
dan word je een keer nat
zo nat dat je je schoenen leeg kunt gieten
bij thuiskomst op de donkerblauwe mat
.
en je gaat allebei op blote voeten naar boven
je gaat in bed liggen met twee koude regenlijven
stijf tegen elkaar aan
.
dan heb je één keer ruzie in datzelfde bed
dan heb je geen keer ruzie in datzelfde bed
zie je springbalsemien en knijp je erin
dan word je gelukkig en bijt je zachtjes in haar nek
.
dan zegt ze dat ze niet meer slapen kan
voordat jij ‘tot morgen’ hebt gezegd.
.
Het langzaam voorover vallen
Alja Spaan
.
Het schrijven van een recensie is geen sinecure. Voor mij niet althans. Ik lees een bundel eerst vluchtig door, scan wat gedichten her en der en daarna lees ik de bundel een keer helemaal achter elkaar secuur door. Ik maak aantekeningen en begin te schrijven. Tijdens het schrijven blader ik terug, herlees ik en toets ik wat ik vind aan de pagina’s in een bundel.
Een recensie schrijven is werken en genieten (als de bundel daar aanleiding toe geeft) ineen. In het geval van het recenseren van de bundel ‘Het langzaam voorovervallen’ van Alja Spaan (1957), uitgegeven door uitgeverij P afgelopen maand komen er nog wat verwachte extra complicaties bij. Want niet alleen vorm ik samen met Peer van de Hoven en Alja Spaan het bestuur van Meandermagazine.nl maar ik ken Alja al ruim 15 jaar en durf ik te zeggen dat we goed bevriend zijn, een vriendschap die zich uitte in samen een gedichtenbundel publiceren (Je hebt me gemaakt met je kus) en voordragen op podia die zij of ik organiseerden.
Desalniettemin is het me elke keer weer een grote eer om haar dichtbundels te recenseren. Omdat ik ook een groot bewonderaar ben van haar poëzie. Ik lees bijna dagelijks haar gedichten die ze publiceert op haar website aljaspaan.nl maar elke keer weer als Alja een bundel publiceert (dit is al haar 7e dichtbundel) ben ik nieuwsgierig naar de inhoud.
In ‘Het langzaam voorovervallen’ staan gedichten die Alja schreef in de periode januari 2019 – januari 2021. Wekelijks las ze toen voor in een zorginstelling voor ouderen waar de jongste luisteraar 72 was en de oudste 99. De bundel ademt kwaliteit. Een mooi vormgegeven bundel met een lichte omslag met aan de binnenkant een dubbele omslag met informatie over de bundel en over Alja. Vierenvijftig gedichten over de duur van twee jaar, wekelijks een gedicht. De snelle rekenaar begrijpt dat er bijna een jaar ontbreekt, het Coronajaar toen zorginstellingen hermetisch afgesloten waren voor buitenstaanders.
Dan de gedichten. Lezend in de bundel valt me elke keer weer op, over wat een geweldig observerend vermogen Alja beschikt. Een groot oog voor detail en voor de mensen aan wie ze voorlas. Alja kijkt en luistert, ziet maar oordeelt nergens. Ze beschrijft een wereld die aan haar langs trekt. Het lijkt een samenleving, een wereld onder een stolp, bevroren in de tijd. Door haar gedichten, die eigenlijk één doorlopend verhaal zijn, leer je de mannen en vooral vrouwen in het tehuis kennen. De heer D. mevrouw Z., mevrouw V., mevrouw A., de heer T. en mevrouw D. waar de bundel mee opent. Door de gedichten van Alja komen ze tot leven en los van het papier.
Herkenbare situaties voor wie ooit te maken kreeg met ouderen die niet meer zelfstandig kunnen wonen. Het voortdurend terugkerende wachten (zoals Pom Wolff heel scherp al beschrijft in zijn recensie van deze bundel op pomgedichten.nl), de verveling, het in slaap vallen, het ‘roddelen’ over de andere inwoners maar ook de verwarring bij de ouderen, het overlijden van een medebewoner en de herinneringen. Heel terloops, maar voor de goede verstaander en lezer van haar vorige bundels, komen de vader en de moeder van Alja als vanzelfsprekend langs in haar gedichten. De groep die ze voorleest vertoont gelijkenissen met de herinneringen die Alja heeft aan haar moeder.
De gedichten in deze bundel schilderen, in de bekende bijzondere stijl van dichten van Alja: tweeregelige gedichten waarbij de zinnen in elkaar overlopen, een wereld waarin het verleden net zo tastbaar aanwezig is als het heden. Met veel plezier en nieuwsgierigheid las ik de bundel in één ruk uit en voelde me onderdeel van een wereld die ik niet van dichtbij ken maar waarvan ik nu wel het gevoel heb dat ik weet hoe het eraan toegaat, wat er speelt maar vooral een wereld die ik mag kennen door de ogen en de taal van Alja.
Ik ben het helemaal eens met mevrouw Z. (om een andere reden maar desalniettemin) aan het einde van het gedicht ‘het oude litteken’ op pagina 49 “mevrouw Z. hoewel teleurgesteld / dat we niet gaan handwerken, noemt mij een cadeau.” En een cadeau is ook deze bundel. Ik zou vele gedichten hier, ter illustratie van alles wat ik hierboven heb geschreven willen delen maar ik kan geen keuze maken. Elk gedicht is raak, ontroert, verbaast, vertedert, stemt tot nadenken, maakt verdrietig of juist blij. Ik kan alleen maar zeggen; Koop deze bundel, het zal geen moment teleurstellen, lees en herlees deze gedichten en geniet van de taal en de poëzie van Alja. Om toch een gedicht hier te delen koos ik voor het gedicht op pagina 35 getiteld ‘het bepalend tijdstip’.
.
het bepalend tijdstip
.
De heer P., naast me, glimlacht de hele tijd maar zegt niets. Hij is
de eerste, ik duw hem tegen de tafelrand
.
vraag hoe zijn week was en hij knikt. In een verloren moment heeft
hij eens gezegd dat er zoveel overbodig geklets
.
is en ik heb dat natuurlijk beaamd maar er zijn tien vrouwen die dat
bestrijden en zelfs die ene andere man, mij
.
elke keer uitleggend hoe zijn gehoorapparaat werkt en ik de techniek
prijzend, houdt van dat oeverloos geleuter. Dat komt,
.
zegt hij, omdat hij zo’n romanticus is en hij legt zijn lange, witte en
benige hand over de mijne. De dames
.
zijn niet gecharmeerd, er heerst een virus, iedereen kucht en niemand
wil weten hoe groot de rol van de ander was,
.
niet echt tenminste of alleen door de ogen van Annie M.G. Mevrouw
de B. schatert, o, zegt ze, dat venijn!
.
Poëzie is een daad
L.Th. Lehmann
.
Tijdens de Coronaperiode startte veel dichters (maar zeker niet uitsluitend dichters) iets nieuws. Verstoken van publiek of mogelijkheden zijn veel dichters op zoek gegaan naar andere mogelijkheden. Een mooi voorbeeld van zo’n initiatief dat niet alleen glansrijk door de Coronapandemie heen is gekomen maar sindsdien stevig aan de weg timmert is MUGzine. Maar ook de Instagram account van Joost Oomen (1990), Stefanie Liebreks (1991) en Yentl van Stokkum (1991) @poezieiseendaad is voortgekomen uit deze periode. Op deze account delen zij dagelijks hun liefde voor poëzie zoals ook wij van MUGzine dat doen via een website en een Instagramaccount @mugzines.
De missie van Poëzie is een Daad: meer poëzie in ieders leven. Er is een gedicht voor elk moment, elke gelegenheid – niet alleen voor de gewichtige. Dus bijvoorbeeld ook voor als je op maandag al toe bent aan weekend, voor als het code rood is, als de verkiezingsuitslagen tegenvallen, als je al te lang ligt te scrollen op de bank, of voor die eerste dag dat je de lente kunt ruiken. Alle reden toen ik dit las deze bundel aan te schaffen en ik werd niet teleurgesteld.
Een mooi voorbeeld vind ik bijvoorbeeld het gedicht ‘Periodiciteit’. Niet meteen een titel waarbij je denkt aan een situatie waarin je hart gebroken is en toch vonden de samenstellers dit gedicht van L. Th. Lehmann (1920-2012) dit gedicht een prima gedicht voor als je hart gebroken is. Zo schrijven ze bij dit gedicht (want elk gedicht krijgt een situatie en een inleiding: “Als niets meer is zoals het was, kan puzzelen met de taal de schijn van orde geven. En wat taal ook kan: troosten. De volgende keer dat je wil meeblèren met ‘All By Myself’ bijvoorbeeld snotterend lezen hoe Jan Hanlo zelfs niet meer opgevrolijkt kan worden door een mooie gemberpot.”
Of het gedicht van L. Th. Lehman ‘Periodiciteit’ lezen dat men nam uit de bundel ‘Gedichten 1939-1998’ dat verscheen in 2000. Maar beter koop je deze bundel want er zijn zoveel momenten en gelegenheden waarbij een gedicht kan helpen.
.
Periodiciteit
.
Toen je een week bij me gelogeerd had
en vertrokken was
is er een deur in mij dichtgeslagen.
Dat het niet ging was duidelijk.
Ik had voor je komst
een aardewerken pot gekocht,
met beroemde schotse marmelade,
en ik at hem alleen leeg, de pot
was heel geschikt als bierpul, zeer stabiel
dus geschikt om naast mijn bed te zetten
met water voor extra slaaptabletten
b.v. als ik teveel aan je dacht.
Vandaag sloeg ik hout stuk
met een hamer, want ik heb geen bijl,
en een stuk vloog recht, als niet gericht
door zo’ n befaamde Zen-boogschutter,
naar de marmeladebeker, die kapot viel,
en dat was ook weer het eind van dat.
.
Poëziepodia
Rotterdam, Breda en Den Haag
.
Vandaag is er op de begraafplaats Oud Eik en Duinen een poëziepodium van Dichter bij de dood. Twee keer in het najaar en op Allerzielen worden poëziepodia georganiseerd door Dichter bij de dood en poëziestichting Ongehoord! Op vele plaatsen in Nederland (en Vlaanderen) worden bijna wekelijks poëzie- en open podia georganiseerd waar naar dichters geluisterd kan worden en waar dichters hun werk kunnen brengen voor een publiek.
In 2012, 2013, 2013, 2013, 2014 maar ook in, 2019 schreef ik al over allerlei initiatieven en poëziepodia. En omdat er toch echt wel ontwikkeling is binnen de verschillende poëziepodia in Nederland hier een update.
De Poetsclub is verhuisd. Nadat Tineke van café de Schouw er pas geleden mee is gestopt is dit Rotterdamse open poëziepodium verhuisd naar Café Ari. Het pand waarin café de Schouw was gehuisvest was dermate slecht dat het afgebroken gaat worden. Café Ari aan de Nieuwe Binnenweg 142a in Rotterdam is het nieuwe onderkomen van de Poetsclub. Iedere eerste woensdag van de maand vanaf een uur of 9 kun je terecht met je gedichten of gewoon om te luisteren naar wat Rotterdamse dichters te brengen hebben.
Elke twee maanden organiseert Louis van Londen in het Belcrumhuis in Breda aan het Pastoor Pottersplein 12 aldaar een poëziepodium onder de naam Groene Fee. Van 20.00 tot 23.30 treden daar allerlei dichters op en er is een open podium. De eerstvolgende is op 6 oktober en dan dragen onder andere Acg Vianen, Pom Wolf en Anna Borodikhina voor.
Zoals geschreven hierboven is er vandaag van 14 uur tot 16 uur een open- en poëziepodium van Dichter bij de dood in de aula van de begraafplaats Oud Eik en Duinen aan de Laan van Eik en Duinen 40 in Den Haag. Je kan meedoen op het open podium, meld je dan aan bij Marjon van der Vegt voor aanvang van het podium.
.
Poëzie
.
Is dat niet met
andere woorden
precies hetzelfde
zeggen
Liedjes voor Lesbia
Catullus
.
Gaius Valerius Catullus (84-54 voor Chr.) is de grote Romeinse liefdesdichter die zijn roem vooral dankt aan de gedichten die hij schreef voor zijn muze Lesbia. Lesbia was een tien jaar ouderem knappe maar lichtzinnige mannenverslindster. Hoewel Catullus Lesbia aanbad, tegelijkertijd haatte hij haar om dat laatste. Hij beschrijft dit in het gedicht ‘odi et amo’ waarvan de vertaling luidt: “Ik haat en ik bemin. Waarom ik dat doe, vraag je misschien. / Ik weet het niet, maar ik merk dat het gebeurt en ik word gefolterd”.
Net zo beroemd als zijn liefdesgedichten zijn misschien wel zijn spotdichten. De schuttingtaal in deze polemische gedichten, satires en persoonlijke aanvallen hebben in preutsere tijden geleid tot een ban op het verschijnen hiervan. In 2000 verscheen bij uitgeverij Atheneum in een vertaling van Paul Claes de bundel ‘Liedjes voor Lesbia’. In de bundel naast de vertaalde gedichten een uitvoerig hoofdstuk met aantekeningen van Claes en een korte beschrijving van het leven van Catullus. Om de beide kanten van zijn dichterschap (de liefdesgedichten en de spotdichten) te illustreren hier twee gedichten uit de bundel.
.
Poëtische pretentie
.
Lullius bestijgt de Muzenberg,
maar de maagden flikkeren hem
er met de mestvork weer af.
.
Geluk
.
Wie een vurige wens
onverwacht in vervulling
ziet gaan, is dolblij.
.
Ik voel me dan ook meer
dan verguld, Lesbia,
nu jij mijn wens vervult
.
en onverwacht bij me
terugkomt: een dag om
nooit meer te vergeten!
.
Wie is gelukkiger dan ik,
wiens leven kan zaliger
heten dan dat van mij?
.
Seizoenen van het leven
Victor Vroomkoning
.
Afgelopen zondag was ik in Rotterdam tijdens de open atelierroute bij de NE Studio’s op het Noordereiland bij vriendin en kunstenaar Marjoke Schulten op bezoek. Zij had een boek liggen in haar atelier getiteld ‘Seizoenen van het leven’ hedendaags getijden- en pelgrimsboek uitgegeven door Intermedi-art kunstzaken uit 2015. In dit boek dat volgens de initiatiefnemer Theo van Stiphout een hedendaags getijdenboek is zonder de christelijke context, omdat deze beter past bij de moderne mens, zijn verhalen, gedichten en kunstwerken van verschillende schrijvers, dichters en kunstenaars bijeengebracht.
Veel van de namen van schrijvers en dichters zijn bekend (van Rutger Kopland, Rudy Kousbroek, Désanne van Brederode, Jan Douwe Kroeske tot Tommy Wieringa en Jan Terlouw) terwijl veel van de kunstenaars waarschijnlijk minder bekend zijn. Waarschijnlijk staat daarom achterin dit stevige boekwerk, dat in seizoenen en maanden is ingedeeld, informatie over de beeldend kunstenaars en verder geen informatie over de schrijvers en dichters.
Ik heb voor een van de twee gedichten van Victor Vroomkoning (1938) pseudoniem van Walter van de Laar gekozen getiteld ‘Wachten op de nacht’ uit het herfstseizoen in de maand september.
.
Wachten op de nacht
.
Vanmorgen was hij nog een spelend kind
in een tuin vol beelden, vanmiddag een
jongleur met toverballen op een marktplein,
in de schemering een hemellichaam aan een
trapeze zonder net, maar met de avond viel
hij uit zijn luchtig leven in het vlees terug
van een schouwer, de twee handen om zijn
kop gevouwen, overdenkend hoe het kind
dat in hem opkwam zoveel plaats innam.
.
Nu dooft hij langzaam uit, soms is er nog
een glimp van helderheid waarin de wereld
oplicht, een gelaat dat bij een naam past,
bij een ding een ander ding totdat het weten
hem ontvallen zal en er geen dag meer kraait.
.
De beste gedichten
Mango’s
.bloemlezing, poëzie, poëziebundel, gedichtenbundel, dichtbundel, dichters, dichter, gedicht, gedichten,
Door de tijd heen heb ik al heel wat bundels van de Poëzieprijs verzameld. Zoals je op de foto hieronder kan zien heb ik er al acht en daar is er sinds vorige week weer een bijgekomen. De 100 beste gedichten van 2004, gekozen door Thomas Vaessens. Deze bundel uit 2005 bevat de beste gedichten gekozen door Vaessens uit de 86 bundels die werden ingestuurd ter beoordeling. In totaal kon hij kiezen uit ruim 3000 gedichten. Hij koos ervoor gedichten van in totaal vijftig dichters op te nemen. Dus van de inzendingen zijn er 36 niet gehonoreerd in deze bundel. Vaessens maakte een schifting, zo schrijft hij in het voorwoord, op basis van wat hij als kwaliteit herkent en wat niet. Een persoonlijke keuze dus, zoals eigenlijk altijd bij samenstellers van dit soort bundels.
Vaessens vroeg aan zijn medejuryleden (Eva Gerlach, Dietlinde Willockx, Hagar Peeters en Marc Reugebrink) naar hun favoriete gedicht. Deze heeft hij opgenomen in de bundel. Vaessens is momenteel decaan van de faculteit Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit. Daarvoor was hij van 2005 tot 2020 verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, achtereenvolgens als hoogleraar Nederlandse letterkunde, onderzoeksdirecteur, onderwijsdirecteur en vice-decaan van de Faculteit Geesteswetenschappen. Hij studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit Utrecht en promoveerde in 1998 op een proefschrift getiteld ‘Nijhoff, Van Ostaijen en de mentaliteit van het modernisme’.
Vaessens publiceerde verschillende boeken over onder meer het modernisme (1998), postmoderne poëzie (Postmoderne poëzie in Nederland en Vlaanderen, 2003, met Jos Joosten), Lucebert (De verstoorde lezer, 2001) en over de ‘identiteitscrisis’ van de poëzie (Ongerijmd succes. Poëzie in een onpoëtische tijd, 2006).
Uit de beste 100 gedichten van 2004 van de VSB Poëzieprijs koos ik het gedicht ‘Mango’s’ van Paul Janssen uit zijn bundel ‘Instructies voor een ober’. Dit gedicht was ook Hagar Peeters keuze.
.
Mango’s
.
Quickstep, slowstep, de stad licht op in klinkende muntjes,
doet haar lampen aan. Zestien fruitkistjes
heeft men buiten staan,
groentejongens rennen af en aan
met mango’s;
lichtgeprijsde, Argentijnse mango’s
van het kwikstaartjesmerk
dat de monden doet tuiten, fluiten
van een cent. Blozende,
van ver vervoerde, feel-good
mango’s;
in mango’s steekt
een happy end.
.
Vrouwen dichten anders
Chawwa Wijnberg
.
Toen Cox Habbema gevraagd werd om een dichtbundel samen te stellen met poëzie van vrouwen ging ze ‘alles wat Nederlandse dichteressen hebben geschreven opnieuw lezen’. Persoonlijk lijkt me dat ondoenlijk want er zijn er zoveel en ze hebben zoveel mooie bundels geschreven. Maar Habbema deed het om een antwoord te krijgen op de vraag: schrijven vrouwen anders?
Ze schrijft in haar voorwoord: “Van vele dichteressen had ik nooit gehoord, en van velen van wie ik hoorde, kon ik niets vinden. Ik heb genomen wat ik vond in dichtbundels en bloemlezingen, en ontdekte dat er niets mooiers is dan de verukkelijke willekeur van te mogen bundelen wat je mooi vindt.”
Toch vond ze ook een antwoord op haar vraag. Vrouwen dichten anders. Het is niet de door vrouwelijke dichters gehanteerde vorm die afwijkt van die van hun mannelijke collega’s, het is niet hoe ze spreken – het zit in wat ze zeggen en in de thema’s die ze aansnijden.
In deze bloemlezing staan vrijwel alle bekende namen uit de tijd dat deze bundel uitkwam (2000) maar ook verschillende namen die ik niet kende. Zoals de dichter Chawwa Wijnberg (1942-2019) was een Joodse dichter, columnist en beeldend kunstenaar. In januari van 2003 werd ze als eerste benoemd tot stadsdichter van Middelburg, waar ze vanaf het jaar 2000 woonde met haar partner Marianne Gossije.
Vanaf 1984 volgde zij een aantal jaren de poëzie-workshops van Elly de Waard. Van 1985 tot 1989 maakte zij deel uit van ‘De nieuwe wilden’, een groep vrouwelijke dichters die onder leiding van De Waard enige furore maakte. In 1988, 1995 en 1996 trad zij op tijdens de Nacht van de Poëzie te Utrecht. In deze bundel is het gedicht ‘Vaderdag’ opgenomen uit de bundel ‘Handboek voor de joodse kat’ uit 1993.
.
Vaderdag
.
andere kinderen hadden vaders, de liefste
bij ons was er de man van moeder
en dat schilderij
.
hun vader was de grootste, sterkste
de tijd beet gaten, zaagde poten
liet hem
in tegenwind en tijd vervallen
.
alleen de mijne
bleef onveranderd held
goed en in een gouden lijst
.
nagelaten hangt hij zonder knieën
niet van straf en niet van knuffelen
niet van voedde op
mijn vader, wijs ik de visite
.
zijn stierenek en boze ogen, zie je
dat zijn mijn oren; mijn moeder zei
men vond hem eigenwijs
.
alleen dat slecht geverfde doek
dag vader
jonger dan ik ben jij
.
Redeloze rijmen
Daan Zonderland
.
Heel af en toe vind ik ergens een bundel waar ik met verbazing en plezier naar kijk. Meestal zijn dit wat oudere (maar niet exclusief), bijzonder vormgegeven bundels. Bundels waar het plezier van het maken vanaf spat. Zo’n bundel is ‘Redeloze Rijmen’ van Daan Zonderland uit 1952. Nu bezit ik geen exemplaar uit 1952 helaas, die werden bij de jaarwisseling aan vrienden en relaties van uitgeverij Het Spectrum aangeboden en zijn zeldzaam, nee ik bezit sinds kort een facsimile-herdruk uit 1976.
Deze uitgave is een feest voor vormgevers, liefhebbers van lettertypen en van een ieder die een zekere vorm van gekkigheid (nonsensrijmen) in de poëzie wel kan waarderen, zoals ik. Gedrukt op pakpapier (Beetskraft van onbestemde kwaliteit) en gezet in meer dan 50 verschillende lettertypen en voorzien van ouderwetse afbeelding in zwart en rood gedrukt en voorzien van een opdracht ( ‘Allereerbiedigst opgedragen aan al mijn vrienden die Piet heten’) is dit een bundeltje om te koesteren.
Daan Zonderland (1909-1977) was het pseudoniem van Daniël (Daan) G. van der Vat. Gedichten van hem zijn in bloemlezingen in de boekenkast van vrijwel elke poëzieliefhebber te vinden. Ook schreef hij een reeks klassieke kinderboeken, onder meer over Jeroen.
In de bundel worden nonsensrijmen en wat we tegenwoordig light verse verzen zouden noemen, aan de hand van het alfabet (en daarna nog eens in een zelf bedacht alfabet) gepresenteerd. Om een idee te geven heb ik voor de rijmen bij de letter W gekozen en uit het ‘tweede alfabet’ voor de letter Dd(t).
.
W
.
Een rechtervoet ging door de laan.
Daar liep een linker achteraan.
Die had geen andere idealen
Dan ééns de rechter in te halen.
.
Diep ging hij onder leed gebukt,
Want nimmer was het hem gelukt
Om zelfs maar één keer in zijn leven
De rechtervoet voorbij te streven.
.
(De eigenaar van deze voet
Was slager in het plaatsje Groet.
Doch er zijn andre narigheden
Waaraan door slagers wordt geleden.)
.
Dd(t)
.
In de wei daar stond een boom.
Die boom had zeven takken.
Daar zaten zeven merels op
En zeven kakkerlakken.
.
De zeven merels zongen luid.
De kakkerlakken zwegen.
Want kakkerlakken zijn van aard
Verschrikkelijk verlegen.
.



















