Site-archief
De Poëziebus
Komt naar je toe deze zomer!
.
De Poëziebus is een initiatief van Irene Siekman en Sven de Swerts en dreigt uit te groeien tot een fenomeen waarvan we nu de omvang nog moeilijk in kunnen schatten. Wat is de Poëziebus? Een project waarbij ruim 50 dichters langs 12 steden in Nederland en Vlaanderen trekken van 19 juli tot en met 26 juli 2015. Een week lang toert de bus langs deze steden waar vervolgens allerlei performances worden gegeven door de dichters.
Dichters die meedoen zijn onder andere Delia Bremer, Martin Beversluis, Jolies Heij, Theo Huijgens, Merlijn Huntjens, Martin M. Aart de Jong, Jaap Montagne, Simon Mulder, Rotterdamse Keet, Von Solo, Frans Terken, Frank Vingerhoets, Andrea van Herk, Ria Westerhuis en Marjolein van Aperen en uit Vlaanderen Gust Gils, Philip Volckaert, Gert Vanlerberghe, Runa Svetlikova, Wim Paeshuyse en Yannick Moyson.
De toer doet in Nederland de steden Rotterdam, Tilburg, Eindhoven, Delft, Maastricht, Denm Haag, Capelle aan den Ijssel en Amsterdam aan en in Vlaanderen Antwerpen, Turnhout, Brussel en Oostende.
Het poëtisch landschap zal na 26 juli niet meer het zelfde zijn!
Wil je weten waar de bus wanneer komt kijk dan voor (alle) informatie op de website http://www.poeziebus.nl
Ga ik zelf ook mee? Helaas (snik) ben ik dan op vakantie maar op de slot manifestatie op zondag 26 juli zal ik zeker aanwezig zijn.
Van een van de vele prachtige dichters die aan dit mooie nieuwe initiatief meedoen een gedicht van Runa Svetlikova die aanstaande 14 juni ook te zien en te beluisteren is op het Ongehoord! podium in de Jacobustuin in Rotterdam (zie elders op dit blog) met als titel ‘EHBO: eerste hulp bij onschuld’.
.
EHBO: eerste hulp bij onschuld
Sinds je spreekt en al mijn woorden naar me terugwerpt
kan ik niet anders dan bekennen dat wij niet meer zijn
dan een vage benadering van wat wij willen zijn.
En nu je leest en het laatste recht op onbevangenheid
kwijtspeelt hoor ik mijzelf voorzichtig suggereren
dat werkelijkheid een vloeibaar begrip is dat wij
in crikelredeneringen wonen dat spreken baren is
dat woorden of kinderen geen goed of slecht maar eigen
leven leiden en dat ik mij misschien ook nu vergis.
Nu je ons dagelijks in vraag stelt kan ik niet anders
dan bekennen dat je gelijk hebt: dit baren is buitensporig
maar ik neem geen woord terug.
.
Nancy Meelens
Bloemige poëzie
.
Bij het laatste Ongehoord! podium in november van dit jaar mocht ik van Nancy Meelens (1972) het bundeltje Bloemige poëzie ontvangen. Vorige week kocht ik op het B@M Fest voor een luttele 2 Euro deel 2 en ben ik gaan lezen. Nancy is een van de drijvende krachten achter Poëzine, als zodanig al reden genoeg om hier aandacht te besteden aan haar bundeltjes.
Veel van de gedichten in de bundels gaan over haar liefde voor Derrel, de man in haar leven. Maar er is meer dan alleen de liefde. Ook ziekte en ongemak worden beschreven. Nancy heeft een heel eigen stijl van dichten. Soms is het heel persoonlijk en voel ik me bijna een voyeur als ik het lees maar door een zekere humor en het gebruik van het Vlaams (ze is een Vlaamse uit Emblem) is haar poëzie voor mij heel lezenswaardig.
Een mooi voorbeeld van verschillende elementen van haar poëzie komen voor in het gedicht ‘Mijn Verslaving’.
.
Mijn Verslaving
.
Ik ging ten onder in water.
MIJN lichaam moest kuis zijn.
Elke goesting met druppels
en woorden
van me afgewassen.
O ja afwassen
moet ik ook nog.
Laat de katten
de borden proper likken.
Plaats ze in de kast,
de borden, niet de katten.
.
Wil ook niet opgesloten zitten
tenslotte want
ik ben een madammeke met pit
die soms een kater heeft
en niet om mezelf te behagen,
fel en niet voor de liefde,
slecht en voor de roes
.
De wereld veranderd om me heen.
Neen die is nog steeds
kattig tegen me.
Maar ik vlieg over de onnozelaars heen
en kijk neer op hun onvermogen
om te zien wie ik ben.
Kijk, acherme toch,
omdat ze niet zien wie ik ben.
.
Bied hun de fles aan
die de borst niet hebben gehad
laat ze hier maar aan slurpen.
Aan mij geen polonaise,
het spel is uit.
.
Laat me niet
meer met de voeten spelen
want jullie spel is voorbij
als het gaat om mij.
.
Hij rolde zijn woorden als
dobbelstenen voor mij.
Hij heeft dit rondje Yahtzee
gewonnen.
.
Ja hij is ……… ???? Ik laat hem gewoon horen,
.
“Jij bent mijn nieuwe doping”.
.
Zoals ik al schreef, humor, onverwachte wendingen, Vlaamse woorden en uitdrukkingen en de liefde. Toch wil ik ook nog wat opbouwend kritische woorden schrijven. Opmaak en interpunctie zijn aandachtsgebieden. Dan weer wel een punt, dan weer niet, hoofdletters om zaken te benadrukken, puntjes en vraagtekens, een vet gedrukte laatste zin, ze leiden wat mij betreft teveel af van waarom het gaat. Het is volgens mij ook niet nodig , het gedicht, de woorden vertellen het verhaal. Ook de bladspiegel vind ik afleiden door de zinnen (en het gedicht) gecentreerd op de pagina te plaatsen.
Verder niets dan lof voor Nancy en deze lieve bundeltjes.
.
Vlakbij je hart
Harriet Laurey
.
In de categorie (bijna) vergeten dichters vandaag Harriet Laurey. Harriet werd in 1924 in Eindhoven geboren. Zij is vooral bekend geworden als schrijfster en vertaalster van sprookjesachtige kinderboeken voor jonge kinderen.
Als dichteres debuteerde Laurey in 1945 met het gedicht ‘Laatste gebed’ in De Nieuwe Eeuw. Snel volgden meer gedichten en zij werd enkele jaren redactrice van het tijdschrift Roeping en medewerkster van Nieuwe Stemmen. Haar eerste zelfstandige publicatie is een kleine cyclus liefdeslyriek die in 1950 verscheen onder de titel Voorland.
De bundel ‘Triple alliantie’ verscheen ongedateerd (in 1951) bij Uitgeverij Helmond en bevat behalve van Harriet Laurey ook gedichten van Lou Vleugelhof en Frans Babylon. Laurey’s eerste eigen bundel, ‘Loreley‘, verscheen in 1952 en had als autobiografisch hoofdthema het verlies van een grote liefde. Net als de bundel ‘Oorbellen‘ (1954), met liefdesgedichten in kwatrijnvorm, vond dit werk veel bijval bij een groot publiek.
Uit de bundel ‘Loreley’ het gedicht ‘Vlakbij je hart’.
.
Vlakbij je hart
.
Vlakbij je hart moet ik soms denken aan
het droefste liefs, en kan het niet vertellen,
maar uit mijn donker schokt het zich vandaan,
zo driftig en gehaast als waterbellen.
Ik lig het bijna, bijna te verstaan,
met open mond, om het langzaam te spellen.
.
Maar wat ik zeggen kan, is zo gering,
bij ’t onuitsprekelijke vergeleken,
dat ik weer stil word van verwondering.
En als ik zo lang naar je heb gekeken,
dat alle woorden zijn teruggeweken,
weten mijn lippen maar van: lieveling…
.
Marcel Broodthaers
Dichter en kunstenaar
.
Op 19 april schreef ik al eens over Marcel Broodthaers, de Belgische dichter en beeldend kunstenaar (1924 – 1976) met het zijn gedicht Alles is ei. Vandaag een iets andere insteek. De vorm van de gedichten van Broodthaers. Hoewel hij als beeldend kunstenaar vele vormen heeft onderzocht is dit er een waar ik zelf erg van gecharmeerd ben namelijk een gedicht waar geen taal aan te pas komt.
Op Wikipedia staat: Hij verwierf bekendheid met surrealistische accumulaties, objecten en environments. Zijn werk is veelal triviaal, ironiserend en literair in zijn verwijzingen. Dat geldt zeker voor zijn werk Gedicht/Poem/Poème – Change/Exchange/Wechsel uit 1973 uit de collectie van het van Abbemuseum in Eindhoven.
Hier is sprake van een ‘gedicht’ in drie talen (NL, E, FR) waarin geen enkele bestaande taal of letter wordt gebruikt. De nummers in het eerste deel slaan op het aantal tekens boven de lijn. Bij de Change/Exchange/Wechsel is dit onduidelijker.
Marcel Broodthaers begon zijn carriëre als dichter. Zijn eerste vier bundels werden echter slecht verkocht en hij beschouwde zijn dichterschap daarmee als mislukt. Door beeldend werk als deze is hij echter nog altijd bekend.
.











