Site-archief
Jozzonet / sonnet
Joz Knoop
.
Afgelopen zondag mocht ik Poëzie en Picknick in het Park presenteren (en voordragen) in het park achter theater Koningshof in Maassluis in het kader van de Week van de Cultuur. Één van de deelnemende dichters was mijn dichtersvriend Joz Knoop (1957). Joz is de bedenker van het Jozzonet en daar op die prachtige zondagmiddag droeg hij een combinatie voor van het Jozzonet en het sonnet.
Het Jozzonet is al niet makkelijk om te schrijven (het gedicht leest van onder naar boven en weer terug waarbij de middelste regel spiegelt) maar Joz wist er zelfs nog een vaste vorm (het sonnet) in te verwerken. Alle reden om Joz te vragen of ik dit gedicht mocht plaatsen alhier. Je begrijpt dat hij heeft toegestemd, ik kreeg de tekst van hem en daarom hier het gedicht ‘Aan een schone wasvrouwe’ dat hij schreef in de jaren ’90 van de vorige eeuw.
.
Aan een schone wasvrouwe
.
Dominant doet zij de was.
Na de les die ze hem las
deelt ze speels de lakens uit
bij gebrek aan tegengas
.
als ze op zijn vlekken stuit.
Hij die haar zoekt als zijn bruid
zal zijn leven lang haar velen.
Wie haar voelt van huid op huid
.
wil zijn lichaam met haar delen,
laat zich van zijn trots bestelen,
moet gehoorzamen uit hoon.
Elke man, die haar wil strelen
.
raakt zo was kwijt én zijn loon.
Man’lijk vuil zoekt vrouw’lijk schoon.
.
(omgekeerd)
,
Man’lijk vuil zoekt vrouw’lijk schoon
raakt zo was kwijt én zijn loon.
Elke man, die haar wil strelen
moet gehoorzamen uit hoon
.
laat zich van zijn trots bestelen,
wil zijn lichaam met haar delen.
Wie haar voelt van huid op huid
zal zijn leven lang haar velen.
.
Hij die haar zoekt als zijn bruid
als ze op zijn vlekken stuit.
Bij gebrek aan tegengas
deelt ze speels de lakens uit
.
na de les die ze hem las.
Dominant doet zij de was.
.
Aleksis Kivi
Fins dichter en schrijver
.
Afgelopen week was ik in Helsinki en daar, op het grote plein naast het centraal station stond een enorm beeld van Aleksis Kivi. Geen idee wie dat was maar met zo’n beeld moest het wel een belangrijk persoon geweest zijn. En dat bleek bij nader onderzoek. Aleksis Kivi (1834-1872), geboren Alexis Stenvall was een Finse schrijver. Kivi wordt wel de vader van de Finse literatuur genoemd. Van zijn werken zijn de roman ‘De zeven gebroeders’ (over het schijven van deze roman deed hij maar liefst 10 jaar) en het toneelstuk ‘Nummisuutarit’ het bekendst. Hij is in Finland de schrijver des vaderlands en op zijn geboortedag (10 oktober) wordt nog steeds de Aleksis Kivi-dag gevierd.
Kivi schreef één dichtbundel ‘Kanervala’ (Heide) in 1866. Van een Duitse website plukte ik het gedicht ‘Het lied van mijn hart’ dat ik hieronder in mijn vertaling met jullie wil delen.
.
Het lied van mijn hart
.
Bos van duisternis, bos van dood!
fijn de wieg daar in het zand,
daar zal ik mijn kind begeleiden.
.
Daar zal het gelukkig zijn
in de zalen van de dood van de meester
om zijn kudde te bewaken.
.
Daar zal het gelukkig zijn en in de
schoot van de dienstmaagd van de dood
’s avonds gewogen worden.
.
Mijn schat zal blij zijn
liggend in de gouden wieg om te luisteren
naar het lied van de avondvogel.
.
Bos des doods, bos des vredes!
Ver weg zijn achtervolging, gevaar,
ver zijn gemeenheid en strijd.
.
Aad Nuis
Dichter bij de dood
Marc groet ’s morgens de dingen
Dichter draagt voor
.
Toen ik een paar dagen geleden een stukje schreef over het gedicht ‘Wiegeliedje voor de geliefde’ van Paul van Ostaijen (1896-1928), zocht ik op mijn blog naar stukken die ik eerder schreef over deze dichter. Ik kwam er toe achter dat ik één van de bekendste en fraaiste gedichten van Ostaijen, ‘Marc groet ’s morgens de dingen’ nooit beschreven of gedeeld had. Omdat het zo’n bijzonder gedicht is ging ik op zoek naar wat meer informatie en kwam ik op de website van taalhelden. Daar is de video te zien en te beluisteren die hij Ramsey Nasr maakte in het kader van Dichter draagt voor. Toen Ramsey Nasr de Nederlandse Dichter des Vaderlands was (2009-2013), presenteerde hij vlak voor zijn aftreden in 2013 een serie van 21 verfilmde gedichten. Dit is er één van maar ik kan de andere ook zeer aanbevelen.
Een bijzonder interessante analyse en beschrijving van dit gedicht van Jef Bogman, vind je op de website DBNL.org.
.
Marc groet ’s morgens de dingen
Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem
ploem ploem
dag stoel naast de tafel
dag brood op de tafel
dag visserke-vis met de pijp
en
dag visserke-vis met de pet
pet en pijp
van het visserke-vis
goeiendag
Daa-ag vis
dag lieve vis
dag klein visselijn mijn
.
Tegen het vergeten wat samenleven is
Shari van Goethem
.
De Vlaamse dichter Shari van Goethem (1988) volg ik al op afstand sinds ze, onder andere samen met mij, voordroeg op het Bouckenborgh Zomerpodium in 2015 in Antwerpen. Ze was één van de deelnemers aan de eerste toer van de Poëziebus.
In 2016 publiceerde ze haar eerste dichtbundel bij uitgeverij Vrijdag getiteld ‘Een man begraaft een boom’ gevolgd door ‘Tere stengels’ in 2019. Ze is lid (net als ik) van de Klimaatdichters en voor de nieuwe MUGzine (nummer 13) is ze door de redactie gevraagd een bijdrage te leveren, wat ze heeft toegezegd. Alles over haar werk en projecten vind je op haar website.
In 2021 werd Shari gevraagd een gedicht met maatschappelijk-kritische inslag te schrijven voor de Zomerreeks Samenleving en Poëzie. In afwachting van MUGzine #13 (verwacht medio augustus 2022) hier dat gedicht.
.
tegen het vergeten wat samen-leven is
.
dit woord is een mens
het wordt omgeven door andere
samen vormen ze een zin
tegen het vergeten
laat ik hier, nu, een leegte
herinnering
omdat de witruimte tussen twee mensen onverzadigbaar is, meer nog
dan het zachte wit
dat je hier, nu, ziet
zie je
je voelt dit woord, de klank die erbij hoort
je likt aan het tik tik tikken van de tijd
maar de zin
ben je kwijt
dus praat je, je praat en je
raast, hoopt dat je met jezelf
betekenis achterlaat maar de zin
vind je niet meer weer
zie je wel
jij bent dit woord dat in een zin thuishoort maar wegloopt
van elk punt
.
Foto: Sophie Nuytten
Dichter over dichter
Het beginsel van stof
.
In de categorie dichters over dichters vandaag een gedicht van de Zuid Afrikaanse dichter Breyten Breytenbach (1939) dat hij schreef voor collega dichter Hans ten Berge (1938). Hans ten Berge is behalve dichter ook prozaschrijver, essayist en vertaler en ook Breytenbach is naast dichter ook schrijver en schilder. In de bundel ‘Het beginsel van stof’ uit 2007 staat een gedicht van Breytenbach voor Hans ten Berge met de titel ’22-12-07′.
.
22-12-07
.
(voor Hans ten Berge)
winter en blauw
voor het zware hek van de Jardin du Luxembourg
verkoopt een zigeunerin met lange zwarte nagels
dampende kastanjes in puntzakjes
.
kijk omhoog
daar hoog het zilveren vaandel
van de dampstreep achter een straalvliegtuig
kijk omhoog, kijk omhoog
.
in de diepte die de verbeelding
te boven gaat
in het afsterven van de nacht
dieper dan het geboortevlies van de Melkweg
zo’n zevenduizend lichtjaren verwijderd van Urd
waar het glinsterend en galmend is
op de Bergen der Schepping
in het fonkelbeeld Cassiopeia
waar een spiraalkolk van baring
de nevel openbreekt in brokken
om ruim baan te maken onder hun eigen gewicht
om te verschieten om te gaan schijnen
met de levensgeheimen van kool- en zuurstof in het hart
kijk omhoog, kijk omhoog
onze blauwe zilverige planeet
als een eenzame barensvrucht van ondenkbaarheid
in een wieg van adem
siembamba siembamba*
in het afsterven van de nacht
waar het glinsterend en galmend is
.
zo ver van de zee
lopen meeuwen met klinkerende nagels
over het bevroren oppervlak
zo dik als een blinde bril
van de vijver in de Jardin du Luxembourg
.
*regel uit een Afrikaans wiegeliedje
.
Wiegeliedje voor de geliefde
Paul van Ostaijen
.
Over de Nederlands/Vlaamse modernistische, expressionistische, dadaïstische dichter Paul van Ostaijen (1896-1938) schreef ik al vaker. Deze dichter zal altijd voer zijn voor nieuwe stukjes. Zoals vandaag. Op een Vlaamse website over liefdespoëzie kwam ik een mooi liefdesgedicht tegen van Ostaijen, getiteld ‘Wiegeliedje voor de geliefde’ dat hij schreef in 1918.
Vanaf 1916 vormden hij samen met Paul Joostens, Floris en Oscar Jespers en Jef van Hoof het artistieke genootschap ‘Bond Zonder Verzegeld Papier’ met hun eigen uitgeverij ‘Het Sienjaal’ in het landhuis van zijn ouders in Hove. Daar schreef Van Ostaijen zijn eerste gedichten, die later werden opgenomen in zijn eerste dichtbundel zoals Avondlast, Ik heb mijn venster en Stemming. Waarschijnlijk schreef hij in Hove ook het overbekende kinderversje ‘Marc groet ’s morgens de dingen’.
Het ‘Wiegeliedje voor de geliefde’ schreef hij op 29 april 1918 en verscheen in de bundel ‘Het Sienjaal’. Het omslag van deze bundel is van een van de leden van het artistieke genootschap Floris Jespers. Thema’s in ‘Het Sienjaal’ zijn de haat-liefde tot de grote stad, de behoefte aan mensenliefde, aan een nieuwe gemeenschap of aan christelijk zondebesef. Als je dit vergelijkt met zijn latere modernistischer werk dan zie je hoe een dichtersleven zich kan ontwikkelen.
.
Wiegeliedje voor de geliefde
.
Dat trage zich toevouwen je oogleden,
te dragen het loom fluweel van onze nacht.
.
Onze dag is geweest als bange blanke vazen, die waren blij
de bloemen van ons liefdespel te scharen rei aan rei.
.
Nu zal je slapen, mijn teergeliefde kind,
want morgen moet je de ogen openen: ’n zeer fris blad dat beeft in morgenwind.
.
Nu zal je slapen, mijn zachte kind, in de kuil van je haren;
straks is het dag, dan moeten wij weer tuilen lezen gaan
.
Morgen zal er uit het Oosten ’n koning komen, met nieuwe bruidskleren voor ons beiden;
hem zullen wij, arm in arm, als kinderen in het woud, verbeiden.
.
Knijp nu je ogen dicht, mijn luie luipaard
en strek je heupen naar je lust. Ach du… du.
.
Praten in bed
Philip Larkin
.
In het Volkskrant magazine van zaterdag staat een uitgebreid interview met dichter Mustafa Stitou (1974) naar aanleiding van het verschijnen van zijn nieuwste bundel ‘Waar is het lam?’. In dat interview staan interessante dingen te lezen over Stitou, als mens en als dichter en aan het slot van het stuk staat geschreven dat er een poëziebundel van de Engelse dichter Philip Larkin (1922-1985) ligt, en dat het oog van Stitou die ochtend viel op het gedicht ‘Talking in bed’. Over echtelieden die in bed steeds minder met elkaar praten. Het stuk gaat dan verder met een herinnering van Stitou maar, zoals dat bij mij werkt, ben ik meteen nieuwsgierig naar het gedicht.
Op dat moment vroeg ik me af hoeveel mensen er naar aanleiding van dit stukje op zoek gegaan zijn naar de tekst van het gedicht ‘Talking in bed’. Ik vermoed dat de meeste mensen er over heen lezen, of hoogstens als aanleiding zien voor de herinnering van Stitou.
Maar ik dus niet. Ik ging op zoek en had het gedicht als snel gevonden op de website Allpoetry.com. Het gedicht beschrijft het moment waarop echtelieden in bed niet meer met elkaar praten. Een bijzonder gedicht en alle reden om het hier te delen. Op de bundel van Stitou kom ik binnenkort terug.
.
Talking in bed
.
Talking in bed ought to be easiest,
Lying together there goes back so far,
An emblem of two people being honest.
Yet more and more time passes silently.
Outside, the wind’s incomplete unrest
Builds and disperses clouds in the sky,
And dark towns heap up on the horizon.
None of this cares for us. Nothing shows why
At this unique distance from isolation
It becomes still more difficult to find
Words at once true and kind,
Or not untrue and not unkind.
.













