Site-archief
De duinen door
Anneke Brassinga
.
Soms kun je door het lezen van een gedicht op ideeën gebracht worden. Als lezer of als dichter. Het kan de toon zijn van een gedicht, het woordgebruik, het thema of de manier van verwoorden die je als dichter kan inspireren. Maar het lezen van een gedicht kan je ook de inspiratie geven als lezer, of als persoon om iets met de leeservaring te doen.
Dat laatste had ik na het lezen van het gedicht ‘De duinen door’ van Anneke Brassinga, in haar bundel ‘Het wederkerige’ uit 2014. In dit gedicht staan verschillende zaken genoemd die ik herken wanneer ik door de duinen loop of (meestal) fiets. De duinen bevinden zich op een paar minuten fietsen van mijn huis en de manier waarop Anneke Brassinga heeft geschreven, en waarop ik het las, maakte dat ik meteen erop uit wilde gaan met de fiets. En hoewel er geen sprake was van hoogstaand lentezonlicht maar wel van laagstaand herfstzonlicht, heb ik meteen de daad maar bij het woord gevoegd.
.
De duinen door
.
Waar hoogstaand lentezonlicht wordt gekelderd
naar het van droogte knisperende wortelbroed
langs kronk’lend asfaltlint, raast beschonken
rijwiel over messcherp priemende spooktakken
die satanisch springen vanuit huivend kruinendak-
in het voorbijgaan giechelvonkt hun hoon: lek
is de liefdesband en nimmermeer plakken.
.
Som
Dubbel-gedicht
.
Een dubbel-gedicht kenmerkt zich door twee gelijke titels, twee gelijke thema’s, soms de combinatie van een naam en een titel (J.C. Bloem en ‘Een bloem) en in het volgende voorbeeld door een woord met een betekenis dat in twee gedichten voorkomt. In de twee gedichten die vandaag het Dubbel-gedicht maken is dat het woord Som.
In het eerste gedicht van Anne Vegter (1958) ‘De middelen’ staat het woord in de 4e zin. Ze schreef dit gedicht als Dichter des Vaderlands in 2015 voor de Dichtkunstkrant. Het verscheen ook in dagblad Trouw in januari 2016.
In het tweede gedicht van Jean Pierre Rawie (1951), is het de titel van een gedicht ‘Som’ uit zijn bundel ‘De tijd vliegt, maar de dagen gaan te traag’ uit 2012.
.
De middelen
.
Wat helpt is een wonder,
een zintuig is ook een gunst
.
wat helpt is een tatoeage:
‘liefde is de som van gemis’
.
wat helpt is de zin van een peer
die openscheurt in de pluk
.
wat helpt is een dwars kind,
het verandert, het begint
.
wat helpt is de gift van een vriend,
hij likt zijn schitterende hand
.
wat helpt is een buigende koning,
hij lekt een traan op zijn land.
.
Som
.
Een huis, al veertig jaar,
een vrouw, een kat,
dezelfde vriendenschaar,
dezelfde stad.
.
In duizend straten maar
één enkel pad
te gaan. En dat je daar
genoeg aan had.
.
Na de zomer
Plint poëziekalender
.
Al jaren heb ik allerlei scheurkalenders in huis en het afgelopen jaar kreeg ik de Plint Poëziekalender cadeau. Elke dag een gedicht en tussendoor afbeeldingen van topstukken uit de collectie van het rijksmuseum. Ondanks dat ik de kalender elke dag zie hangen heb ik er, tegen mijn gewoonte in, niet dagelijks een blaadje afgescheurd. Op deze manier blijft die kalender een soort poëzieverzameling, een bundel in losse blaadjes die toch gewoon nog bij elkaar zitten.
In de kalender gedichten van vele bekende namen als Remko Ekkers, Vrouwkje Tuinman, Martin Bril, Jules Deelder en Ingmar Heytze maar ook van, voor mij, minder bekende namen als Margriet van Bebber, Gerard Berends en Mary Heylema. Uiteindelijk is het een zeer fraaie scheurkalender geworden waarin veel te genieten is. Als voorbeeld heb ik een gedicht van Marc Tritsmans gekozen met de toepasselijke titel ‘Na de zomer’ die op 6 oktober staat.
.
Na de zomer
.
na het al te droge, al te nadrukkelijke knerpen
van rotsen, de duizelende uitzichten over valleien
het broeierig geuren van in zomerzon stovende kruiden
.
sloop onaangekondigd binnen het verlangen naar
natte bladeren en humus, naar deze zware, donkere
aarde met zijn walm van schimmel en verrotting
.
die ik op mijn hurken nu dorstig in me opneem en
die me zelfzeker vertelt dat ik thuiskom, dat enkel hier
in modder, in gutsende regen heimwee kan worden gestild
.
Klucht
Nina Cassian
.
Nina Cassian ( pseudoniem van Renée Annie Cassian-Mătăsaru, 1924-2014 ) was een Roemeense dichter, kinderboekenschrijver, vertaler, journalist, pianist en componist en filmcriticus.
Na de publicatie in 1947 van haar nogal surrealistische debuutbundel ‘La Scara 1/1′ (Schaal 1:1) werd ze aangevallen omdat ze poëzie schreef die tegen de geest van het door de Sovjet-Unie gedomineerde Roemenië inging. Onder druk van de autoriteiten schreef ze enkele jaren agitprop-poëzie, maar keerde gaandeweg terug naar haar ware roeping. Ze publiceerde een reeks poëziebundels die haar op de voorgrond van de Roemeense literatuur brachten.
In 1985 verhuisde ze voor een baan in het onderwijs naar de Verenigde Staten. Terwijl ze in de Verenigde Staten was, werd een bevriende schrijver op gepakt door de Securitate, de geheime dienst van Ceaușescu en doodgeslagen,. Omdat hij dagboeken met onder meer satirische gedichten van Cassian bezat besloot ze niet meer terug te gaan naar Roemenië. Een paar jaar later kreeg Cassian permanent asiel en New York City werd haar thuis voor de rest van haar leven.
Veel van haar werk werd zowel in het Roemeens als in het Engels gepubliceerd. Na haar gedwongen emigratie werd ze verbannen uit de literaire annalen van Roemenië tot de ineenstorting van de dictatuur van Ceausescu.
In 2013 verscheen ‘Voor de prijs van mijn mond’ bij het Poëziecentrum met hedendaagse poëzie uit Roemenië. Uit deze bundel het gedicht ‘Klucht’ in een vertaling van Jan H. Mysjkin.
.
Klucht
.
Ik zou graag een keer mijn beenderen schikken
in een andere configuratie,
mijn beenderen die de weg van mijn vlees
versperren, lastige beletsels die
.
het omleggen in de vorm van een vrouw
en een peer, en een zeester voor mijn handen.
Ik zou graag mijn goddeloze beenderen
uitproberen in schema’s allerhande,
.
bijvoorbeeld: de grondvorm van het oerschip,
het doorkijkskelet van de luzerne,
ofwel de stamboom met postume vruchten
die opklimt tot een maagdelijke kern.
.
En ik wil graag ook mijn beenderen plooien
alsof ik geknield aan het bidden toog,
zodat ik hém op een dwaalspoor kan brengen,
de argeloze Paleontoloog.
.
Meer hoef dan voet
Marjolijn van Heemstra
.
Je hebt dichters en je hebt alleskunners of -doeners. Marjolijn van Heemstra (1981) is er een uit de laatste categorie. Ze is naast dichter vooral theatermaker, schrijfster en journalist. Ze is al actief met publiceren sinds 2006 maar in 2009 kwam ze met een theatervoorstelling getiteld ‘Ondervlakte’ en in datzelfde jaar debuteerde ze als dichter met de bundel ‘Als Mozes had doorgevraagd’ bij uitgeverij Thomas Rap.
In 2012 won ze met haar debuutbundel de Jo Peters Poëzieprijs. In 2014 kwam haar dichtbundel ‘Meer hoef dan voet’ uit (waaruit het onderstaande titelgedicht is genomen). Ze schrijft naast poëzie romans, columns, een opstel voor De Correspondent (waar ze correspondent ruimtevaart is wat bijzonder is daar ze godsdienstwetenschappen heeft gestudeerd) en gedichten van haar hand werden gepubliceerd in Das Mag en De revisor.
.
Meer hoef dan voet
.
De hond verspert mij het pad, stokstijf, zijn tong
een roerloze vis tussen zijn tanden, zijn grom
een ondergronds geluid, als door lagen korst
gedempt
.
en ik denk aan de man die zei: We weten niet
waarheen de dieren zijn die zich traag, in duizend,
duizend jaren, onttrokken aan het zicht.
We weten niet over welke rand ze tuimelden,
welke zee het laatste exemplaar verzwolg.
Hij noemde de kieuwslak met vijf platte windingen,
de schrikvogel die liever liep dan vloog,
de majorcahaas, het reuzenhert,
niemand weet met zekerheid in welk bos,
welk veld het reuzenhert verdween.
.
De hond blaft naar mijn sporen,
in de verte zwaait een riem, een mens
die in mij een naaste herkent
maar ik weet wat de hond weet:
er zijn dieren verdwenen
en mijn afdruk is meer hoef
dan voet.
.
Bloem en een bloem
Dubbel-gedicht
.
Ik las in de bundel ‘Kruis en munt’ van Toon Tellegen (1941) het gedicht ‘Een bloem’. Deze verscheen speciaal ter gelegenheid van de eerste Landelijke Gedichtendag van 27 januari 2000 in een eenmalige oplage van 20 000 exemplaren. En toen ik dit gedicht las dacht ik: waarom geen dubbelgedicht over een bloem. Mijn tweede gedachte was waarom geen dubbel-gedicht over een bloem en de dichter Bloem. Dus ging ik op zoek naar een gedicht van J.C. Bloem (1887 – 1966) en ik vond het gedicht ‘Het huisje in de duinen’ dat begint met (muur) bloemen uit ‘De verzamelde gedichten’ uit 1965.
.
Een bloem
.
Als ik een bloem was,
zou ik dan nu bloeien?
.
Of zou ik een bijzondere bloem zijn,
een onvoorstelbare bloem,
een bloem die niet kan kiezen tussen bloeien
en niet bloeien,
.
en die over de rand van een vaas voorover
leunt
om te zien of zijn afgrond een bodem heeft?
.
Of zou ik alleen maar kunnen bloeien,
moeten bloeien,
rood en gedachteloos,
op een ongerepte schoorsteenmantel, ergens
tussen schaamte en geluk?
.
En als ik een bloem was,
zou ik dan weten wanneer ik moest verwelken?
Nu nog niet?
.
Het huisje in de duinen
Muurbloemen bloeiden voor het lage raam.
Het late middaglicht was warm en bronzen,
en de ongerepte stilte klonk als gonzen
van vele kleine vleugelen te zaam.
.
En achter het beschutte, kleine huis
verhieven zich de wit-geblaakte duinen:
een strakke hemel stond boven hun kruinen;
haast niet te horen was het zeegeruuis.
.
Hier scheen de macht van ’t onheil te vergaan,
één ogenblik. Hier scheen ’t geluk bereikbaar,
de lome druk der daaglijksheid ontwijkbaar
binnen de grens van een beperkt bestaan.
.
Welke is die mensen ingeschapen drang,
die geen vervulling duldt van het begeerde,
maar altijd van hun zwakke harten weerde,
waarnaar zij joegen, heel hun leven lang ?
.
Stapelgedicht
Readymade
.
Ik heb in de afgelopen jaren al vaker over readymades geschreven, gedichten die ontstaan door bestaande teksten te combineren. In het Nederlands wordt dit ook wel ‘gevonden poëzie’ genoemd. Ik schreef er in 2012 al over https://woutervanheiningen.wordpress.com/2012/10/17/readymades/ . In de loop der tijd kwamen al de Google readymade, de Flarf, het Stiftgedicht, de voetbalflarf, het collage gedicht, aantekeningenpoëzie, het Whats appgedicht, WiFi poëzie, the newsflashpoem, accidental poetry en de out-of-office poëzie langs. En vandaag voeg ik aan deze lijst het stapelgedicht toe.
Wat is een stapelgedicht? In wezen is het een heel eenvoudige manier van readymade poëzie. Ga voor je boekenkast staan (of doe dit in de bibliotheek, daar is het aanbod ongetwijfeld groter dan bij je thuis) en zoek boeken met titels die je wil gebruiken in je stapelgedicht. Kies boeken uit die niet alleen uit 1 woord bestaan maar uit bijzondere of mooie regels of titels.
Leg vervolgens de boeken op elkaar in de volgorde waarin je je gedicht wil maken en lees vervolgens de titels van boven naar bemneden en voila! Hier zie je een aantal voorbeelden van stapelgedichten die ik vond.
.
De Etruskische weduwe
Albertina Soepboer
.
Op 27 augustus heb ik een bezoek gebracht aan een nieuw poëziepodium ‘Unica’, een initiatief van Irene Siekman (onder andere directeur van stichting de Poëziebus) en Gilbert van Drunen in Koffie & Ambacht (Rotterdam zuid). Het idee van dit nieuwe poëziepodium is dat er 1 dichter te gast is die een hele avond vult onder het motto ‘One poet, one show’. Geen muziek, geen andere dichters of gasten maar een podium voor 1 dichter. Op deze manier leer je een dichter veel beter en ook van een andere kant kennen.
De avond die ik bezocht had Albertina Soepboer (1969) als gast. De Friese Soepboer is schrijfster, dichteres, vertaler en beeldend kunstenaar. Ze publiceert zowel in het Nederlands als in het Fries. In haar verhaal kwamen de verschillen tussen de Nederlandse taal en de Friese taal ter sprake, legde ze verbanden tussen mensen die Fries als thuistaal hebben en Marokkaanse of Turkse leerlingen van haar die het Berbers of Turks als thuistaal hebben. Ze droeg voor uit de verschillende dichtbundels die ze publiceerde en vertelde over haar leven, haar werk en haar dichterschap. Een bijzondere avond in een bijzondere setting. Het is duidelijk dat Irene en Gilbert hiermee iets moois neerzetten.
In 2005 publiceerde Soepboer de bundel ‘Zone’ een bundel die ontstond naar aanleiding van de reizen die zij maakte door het nieuwe en vaak nog chaotische Europa. Zone gaat over grenzen: over oude en nieuwe grenzen tussen noord en zuid, tussen man en vrouw en tussen toen en nu. Zone gaat ook over geweld: wie grenzen trekt of openbreekt, lijkt daar niet aan te kunnen ontkomen. Uit deze bundel komt het gedicht ‘De Etruskische weduwe’.
.
De Etruskische weduwe
.
Je sterft gewoon, sprak ze
uit de binnentuin kwam ze op stamelende voeten
en die nacht was het niet de wind in de oleanders.
.
Later leunde ze tegen een zuil
in de villa arriveerde de herfst als eenzame bijslaap
en iemand anders zou de jurk op het gras leggen.
.
Geen woord van de keizer
dan de gescheurde beloftes, het te hgete waterbad
en zijn schroeiende woestijn in weer andere zuiden.
.
De rotte appels rolden
zo van de bomen, rijpten nog een hele zomer na
en haar polsen bleven de drempels over glijden.
.
Poëziepodia
Voordragen
.
Toen in 2007 mijn debuutbundel werd gepubliceerd bij uitgeverij de Brouwerij, stelde mijn uitgever voor dat ik mijn poëzie zou voordragen op een poëziepodium in Brielle. Dit kleinschalige podium werd georganiseerd in een café met de prozaïsche naam ‘De kont van het paard’. Ik wist niet precies wat ik me moest voorstellen bij een poëziepodium maar daar aangekomen voelde ik me al snel op mijn gemak. De organisatoren vertelde me waar in het programma ik mocht voordragen, hoe lang ik had voor mijn voordracht en ik kreeg een paar consumptiebonnen.
En meer heb je als beginnend dichter ook eigenlijk niet nodig. Een kleinschalig podium met andere dichters (waarvan sommige ook beginnend maar de meeste vaak al ervaring hebben. En juist door het contact met die andere dichters, met het publiek, met de organisatoren leer je hoe een poëziepodium werkt, leer je welke gedichten goed en minder goed werken en leer je dat het om de poëzie draait (nog te vaak zie ik dichters die een gedicht met een heel verhaal inleiden waardoor de aandacht niet zozeer meer op het gedicht ligt en waardoor je minder gedichten kan voordragen (de tijd is meestal beperkt tussen de 5 en 10 minuten.
Reden waarom ik nog steeds graag poëziepodia bezoek (om te luisteren en om voor te dragen) is de ontdekkingstocht naar nieuwe, mij nog onbekende dichters, een vernieuwde kennismaking met dichters die ik al ken en om mezelf beter te maken, verder te leren hoe een goede voordracht te brengen. In de afgelopen 14 jaar heb ik op heel veel poëziepodia gestaan, op ongelofelijk mooie en heel verschillende plekken mijn gedichten voorgedragen, prachtige dichters gehoord en gezien en ja, ook soms dichters die het in mijn ogen niet goed doen of het wel nooit zullen leren.
En juist dat maakt poëziepodia zo belangrijk voor jonge maar ook beginnende dichters (ik was al in de 40) die willen leren hoe je een goede voordracht brengt. Daarom ben ik ooit op dit blog de categorie ‘poëziepodia’ begonnen. En dat is waarom ik hier vandaag weer een aantal poëziepodia onder de aandacht wil brengen. Een greep uit het aanbod van de afgelopen weken:
- De Groene Fee van Louis van Londen in Het Belcrumhuis, Pastoor Pottersplein 12 Breda (elke maand nog dit jaar) https://www.facebook.com/groenefee/
- Dichter bij de dood, begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag https://www.facebook.com/dichterbijdedood
- Dichter in de dop van Jeroen den Harder, elke maand nog dit jaar in bibliotheek de Lier (Westland)
- WoordKunst van o.a. Jelle Ravestein, elke maand in Kevin’s Grand café in Maassluis https://www.facebook.com/WoordKunstMaassluis/
- Open Podium in de bibliotheek Huizen, elke maand in de Bibliotheek Huizen | Plein 2000-1, 1271 KK Huizen https://www.bibliotheekhlb.nl/actueel/agenda/OpenPodium26juni.html
- De Poetsclub in café de Schouw in de Witte de Withstraat 80 in Rotterdam https://www.facebook.com/poetsclubrotterdam
Als je zelf googled op poëziepodium dan zul je er nog veel meer vinden, bij jou in de buurt of wat verder weg. Mij heeft het bezoeken van poëziepodia veel gebracht, doe er je voordeel mee.
Tot slot een gedicht over voordragen, een oud gedicht van mij (iets bewerkt) dat ik schreef toen ik nog zoekende was.
.
De dichter ontmaskerd
.
Je sprak over peilloze diepten
en omfloerste gedachten,
doorwrochte zinnen en
latent temperament.
En ik vroeg me af
waar zich dat dan
allemaal wel bevond?
.
Bij mij?
Hoe kon ik dat geloven.
Ik deed maar wat
tenslotte.
.



















