Site-archief
Leg me neer
Leonard Nolens
.
Dichtbundels komen in vele soorten. Soms erg slordig uitgegeven, zonder titelpagina of inhoudsopgave, op te dun papier of met een te kleine letter, ik heb er in mijn leven al teveel gelezen en bekeken waaraan te weinig aandacht (of de verkeerde aandacht) werd besteed.
Gelukkig zijn er ook vele dichtbundels waaraan juist wel aandacht is besteed. Bundels waar je bij het bekijken van de omslag vaak al weet; dit klopt. Bundels met een goede bladspiegel, met een goede opmaak, een fijn te lezen lettertype en met net dat beetje extra informatie waar je als lezer op hoopt.
En dan zijn er bundels waaraan buitensporig veel aandacht is besteed, waaraan je bij de aanblik alleen al weet, dit is bijzonder, dit is een zorgvuldig uitgegeven bundel met aandacht voor de inhoud, de vorm, de presentatie, de uitvoering, met net dat beetje sjiek dat het een feest maakt om te lezen.
Zo’n bundel is ‘De liefdesgedichten’ van Leonard Nolens van uitgeverij Querido, uitgegeven in 1997 in rood linnen met zelfs een vierkant fluweel op de cover. Band en typografie werden verzorgd door Anneke Germers en die verdient een pluim. Achtendertig gedichten, liefdesgedichten voorafgegaan door een opdracht “Voor Leen de Jong’ en een citaat van T.S. Elliot uit ‘A dedication to my wife’: These are private words adressed to you in public.
Dit is het soort bundel dat ik graag naast me neer leg, om naar te kijken, om in te lezen, nog eens in te bladeren en opnieuw in te lezen. Als elke dichtbundel met zoveel liefde en aandacht zou worden gemaakt (wat niet mogelijk is dat begrijp ik best, ook gezien de kosten die ermee gemoeid zijn) dan zou het lezen van poëzie een nog veel mooiere ervaring worden.
Uit deze fijne bundel het gedicht ‘Object’.
.
Object
.
Het zijn de ogen, ja, het zijn vooral de ogen,
De hemelsblauwste die ik ken, het zijn de bogen
Erboven die zo spannend in het voorhoofd staan
Geslagen, wijd uiteen, het is de stoute mond
Waar nooit een mannentong naar binnen is gegaan
En die mij zoent tot op de grond van mijn bestaan.
.
Het is de lach waarin haar diepste binnenkant
Zich langzaam openvouwt tot een uitbundig snikken,
Ja, het is de stem die mij heeft aangeklampt
Tot in de inkt van mijn zwartgalligste gedichten.
Zo klinkt het innig blootste, het aanminnig mooiste
Van mijn kleine leven, haar grote en dode gezicht.
.
Theun de Winter
De Gedichten
.
In de boekhandel Dominicanen in Maastricht kwam ik het kleine bundeltje ‘De Gedichten’ tegen van Theun de Winter. Een alleraardigst bundeltje uit 1972. Theun de Winter (1944) debuteerde met dit bundeltje bij de Erven Rap. Na zijn niet voltooide studie in Amsterdam tekende hij cartoons voor Propria Cures schreef gedichten, en werd door Armando gevraagd als medewerker bij de Haagse Post. Ook schreef De Winter het nummer ‘Terug naar de kust’ (1976) voor Maggie MacNeal, en componeerde hij met Ron Westerbeek de filmmuziek voor ‘Het debuut (1977).
De Winter verhuisde terug naar Texel (waar hij zijn jeugd had doorgebracht), kocht het ouderlijk huis, en begon de ezelvereniging Texel ia.
Uit het bundeltje ‘De Gedichten’ twee korte gedichten.
.
Tijdens een autotochtje met I.
op een zondag
van Santpoort naar Zandvoort
en weer terug
zag ik nabij
het natuurbad Velserend
dat de Ruïne van Brederode
in de steigers stond.
.
Ja meneer
het zijn apparaten hè
en door mensenhanden
gemaakt
dus ze kunnen
wel eens
kapot gaan.
.
Onoverwinnelijk
Gebruik van poëzie
.
In het Volkskrant magazine van 28 juli las ik een stuk over Leon Emmen van wie in 2015, na een infectie met een streptokokkenbacterie, beide benen moesten worden afgezet. Dit artikel gaat over hoe mensen hun ‘geluk’ ervaren. Nu drie jaar nadat zijn benen zijn afgezet en hij met prothesen heeft leren lopen geeft hij zijn leven een 8+.
Op zichzelf een interessant artikel maar ik werd gegrepen door het plaatsen van een gedicht bij het artikel. Het betreft het gedicht ‘Onoverwinnelijk’ een vertaalde versie (door Kris Eikelenboom) van het gedicht ‘Invictus’ van de Engelse dichter William Ernest Henley (1849 – 1903).
Leon Emmen putte kracht uit dit gedicht tijdens zijn revalidatie. Het origineel hangt nu ingelijst in zijn woonkamer. Mooi kan je nu denken, maar ik moest terug denken aan een stuk dat ik op 9 juli 2012 schreef op dit blog over de terrorist Timothy McVeigh, die vlak voor hij ter dood gebracht werd (hij had de doodstraf gekregen na na het plegen van een bomaanslag op een gebouw van de federale overheid in Oklahoma city) een briefje aan zijn bewaker gaf met daarin juist dit gedicht (handgeschreven) als ‘Final written statement’.
Twee totaal verschillende gevallen, de een een macaber geval van een Amerikaanse veteraan uit de Golfoorlog die na terugkeer radicaliseert en met een bom 168 mensen vermoordt onder wie 19 kinderen. De ander een gewone Nederlander die na een schijnbaar eenvoudige operatie zo ongelukkig is om besmet te raken met een bacterie en zijn benen verliest maar uit de situatie juist kracht put om verder te leven.
Daarin schuilt voor mij de kracht van poëzie, dit laat zien dat poëzie geen grenzen kent (goed of fout), niet discrimineert en voor elk mens, in welke omstandigheid dan ook, iets bijzonders kan betekenen.
Wil je het gedicht ‘Invictus’ in het Engels lezen ga dan even naar 9 juli 2012 (in de rechterbalk) of via deze link https://woutervanheiningen.wordpress.com/2012/07/09/de-terrorist-en-de-poezie/ of lees het hier in de Nederlandse vertaling van Kris Eikelenboom.
.
Onoverwinnelijk
.
Vanuit een peilloze diepte, zwart als de nacht,
Een duisternis zo lang als mijn leven,
Dank ik een God, welke is mij om het even,
Voor een ziel met onverwoestbare kracht.
.
Het lot grijpt mij met klauwen beet,
Maar ik geef geen krimp, slaak geen enkele kreet.
Al regent het nog zo veel slagen in mijn leven,
Mijn hoofd is bebloed, maar ik houd het geheven.
.
Want waar ik nu slechts ween en smacht,
Is het enkel een schaduw die op mij wacht.
Al duren de jaren nog zo lang,
Ze mogen verstrijken, ik ben niet meer bang.
.
De poort is smal, een nauwe gang,
De lijst met straffen ellenlang,
Maar ik houd de teugels strak in handen,
Mijn zielenheil leg ik nimmer aan banden.
.
Avond
Vladislav Chodasevitsj
.
Vladislav Felitsianovitsj Chodasevitsj (1885 – 1939) was een Russisch schrijver en dichter. Geboren in Moskou maar van Pools-Joodse afkomst. In 1922 emigreerde hij naar Parijs waar hij een gezaghebbend literatuurcriticus werd. Hij was een einzelgänger met een grondige afkeer van het futurisme maar hij stond ook zeer streng en kritisch tegenover zijn eigen werk. Chodasevitsj heeft een klein maar krachtig oeuvre achter gelaten waarin vooral het tragische dualisme tussen geest en materie centraal staat. Chodasevitsj schreef overwegend poëzie, “in kille schoonheid”, zoals hij het zelf noemde.
Uit de bundel ‘Het glas dat geen leugens verdraagt’ uit 1985 het gedicht ‘Avond’, in een vertaling van Marko Fondse.
.
Avond
.
’t Kraakt en glijdt onder de voet.
Winden woeien, sneeuw kwam neer.
Wat een treurnis, goede God,
Here God, en wat een zeer.
.
Wel zeer valt uw wereld zwaar,
En ook Gij kent geen genà.
En waar dient die wijdte voor,
Als op aarde dood bestaat?
.
En geen mens die je verklaart,
Hoe in ’s levens nedergang
Je bij zwerven nog volhardt,
Huiveren, geloof en zang.
.
Sla maar na
Kay Slice
.
In 2018 gaat de Poëziebus weer rijden van 6 – 12 augustus, voor het volledige programma ga je naar https://poeziebus.nl.
In de editie van 2017 ging Rapper, MC en poetisch vocalist Kay Slice uit Dordrecht mee. Kay Slice heeft Ghanese roots maar werd in Nederland geboren. Hij maakt deel uit van de rapgroep Brandwerk. In zijn werk is energie belangrijk. Kay Slice zoekt naar blijdschap en energie is wat hij schrijft. In 2017 verscheen in de bundel ‘Staalkaart van de Nederlandstalige podiumpoëzie’, een uitgave van de Poëziebus en MUG books, een gedicht van zijn hand getiteld ‘Sla maar na’.
.
Sla maar na
.
Welkom in de tijd waar niemand meer iets opslaat.
Maar de aandacht opgaat aan dat wat op niks slaat.
Als een dichter die dicht maar uit het niets dicht slaat.
Ik snak naar de tijd waar alles werkt als je er even op slaat.
.
Gevoelens opgekropt als een volle krop sla.
Je mindgames zorgen dat ik soms even op hol sla.
Dus ik sla je… arm om me heen maar je ziet het als een aanval.
Ik wilde fases overslaan maar ik wist geen aantal.
.
Ik kom me slag slaan misschien heb ik te veel sla-gen.
Is dat de reden waarom de middelbare school me niet zag slagen.
Maar ik converteer me sla-gen liever in wat slaag-gen.
Je kan je droom niet leven als je telkens aan het slapen bent.
.
En ja, soms moet je een aanbieding even afslaan.
Om op de juiste route te kunnen afslaan.
Sla de bladzijde om hak op de tak takkies.
Waar deze tekst op slaat? al sla je me dood.
.
Road trip
Gijs ter Haar
.
Dichter en performer Gijs ter Haar schreef het gedicht ‘Road trip’ en aangezien het vakantie is, vind ik dat dit toepasselijk is in de categorie Vakantie Poëzie, al gaat het gedicht natuurlijk over de innerlijke road trip die Gijs maakt.
.
Road trip
Het is de weg die tot mij spreekt,
in monotonie van witgestreepte morse
trekt hij banen in mijn hoofd
als eigen stem door velden galmt.
Van dat alles herhaling is zonder einde.
Reizen zonder bestemming.
Bewegen zonder doel.
We draaien de klok op maar hebben geen sleutel,
en waarheid woont waar wij net waren.
.
A book
Emily Dickinson
.
Het boek zit in het verdomhoekje. Niet zozeer omdat er steeds minder zijn, integendeel zou ik bijna zeggen, steeds meer mensen geven zelf een boek uit en er komen alleen maar meer titels bij dan dat er minder titels zijn. Nee, het boek wordt steeds minder gelezen. We hebben tegenwoordig zoveel (digitale) mogelijkheden om aan verstrooiing en informatie te komen dat boeken steeds minder worden gelezen. En dat is niet alleen jammer maar ook kwalijk. De leesvaardigheid van de Nederlander loopt sterk terug en de leesconcentratie wordt minder en minder.
Daarom wil ik een lans breken voor het boek en hoe dit beter te doen dan een gedicht over een boek van Emily Dickinson met de titel ‘A Book’.
.
A Book
.
There is no frigate like a book
To take us lands away,
Nor any coursers like a page
Of prancing poetry.
This traverse may the poorest take
Without oppress of toll;
How frugal is the chariot
That bears a human soul!
.
Troostvogel
Drs. P.
.
Poëzie kan heel serieus zijn maar soms ook heel luchtig. En luchtig kan ook weer een serieuze ondertoon hebben. Drs. P. is als geen ander een dichter die beide kan verenigen. Zoals ook blijkt uit het gedicht ‘Troostvogel’ uit de bundel ‘Tante Constance en Tante Mathilde’ uit 1999.
.
Troostvogel
Wanneer je soms iets naars beleeft
Je niet mag uitgaan door de regen
Of slaande ruzie hebt gekregen
Met iemand waar je veel om geeft
Als speelgoed door een mankement
Niet meer zo leuk is als tevoren
Je kwartje ergens is verloren
Kortom, als je verdrietig bent
Dan komt de vogel met een lied
Je hoort het, maar je ziet hem niet
En als hij voor je heeft gezongen
Dan vliegt hij weg met jouw verdriet
Zolang er kinderen bestaan
Is hij ze altijd komen troosten
In Doesburg of in ’t Verre Oosten
Of waar hij ook naar toe moest gaan
De vogel is in al die tijd
Nog nooit beschreven of geschilderd
Is hij beeldschoon of erg verwilderd?
Daarover heerst onzekerheid
In elk geval, hij meent het goed
Hoewel door alles wat hij doet
Je kans hebt dat je noodgedwongen
Een tijdje op hem wachten moet
Dan komt de vogel met een lied
Je hoort hem, maar je ziet hem niet
En als hij voor je heeft gezongen
Dan vliegt hij weg met jouw verdriet
.














