Site-archief
Hong Kong
Albert Hagenaars
.
Met een naam die naar de hofstad verwijst en een gedicht dat de titel draagt van een stad waar de afgelopen jaren veel aan de hand was kom je vanzelf in mijn vakantiegedichten. Albert Hagenaars (1955) schrijver en dichter heeft als belangrijkste thema’s in zijn boeken reizen, interculturele relaties, vervreemding en identiteit. In zijn bundel ‘Drijfjacht’ De ongebundelde gedichten 1979 – 2004 uit het jaar 2005 bevat het gedicht ‘Hong Kong’ waarin het thema interculturele relaties als uitgangspunt dient voor het gedicht.
.
Hong Kong
.
voor Lai Lai Hui
.
Over het gladde water van de haven kringelt
de wierook uit de tempels die de stad haar naam gaf
en mij de roes in de vrouw die jij elke nacht werd.
.
In de tempel van Man Mo met haar begroeide
daken en versleten tegels gingen ze ooit door
de knieën: de soldaat en de koopman en de arts
.
maar nooit de dichter. Wij wachtten, jij en ik
en je moeder die volgens haar wetten over ons
heerste, wachtten tot het ene stokje uit de koker
.
zou vallen waarmee de priester onze toekomst
moest duiden maar ik wist het al; toen jij je benen
om de mijne klemde en trok. Er vielen er vier.
.
In de bibliotheek
Herman de Coninck
.
Veel mensen gaan jaarlijks op vakantie maar er zijn ook heel veel mensen die door allerlei redenen niet op vakantie gaan. In de bibliotheek proberen we ook in de vakantie die mensen iets extra’s te bieden. Dat kan zijn een extra activiteit voor kinderen maar ook de Vakantie bieb, een collectie digitale boeken die voor iedereen te lezen zijn (digitaal). Als hommage aan de vakantievierders die niet naar verre oorden reizen maar gewoon thuisblijven en een goed boek (digitaal of van papier) leszen in de tuin of op het balkon of waar dan ook, het gedicht ‘In de bibliotheek’ van Herman de Coninck.
Het gedicht verscheen in ‘Nieuw Wereldtijdschrift’ jaargang 11, nummer 4 uit 1994.
.
In de bibliotheek
.
Voor Octavio
.
Er is een boek,
‘Het woordenboek der engelen’ geheten.
Vijftig jaar lang heeft niemand het geopend,
Weet ik, want toen ik het deed
Krakte de cover, verkruimelden
De bladzijden. Daar ontdekte ik
.
Dat engelen ooit zo talrijk waren
als vliegensoorten.
In de schemering
Maakten ze de lucht dik.
Je had twee armen nodig
Om ze van je af te slaan.
.
Vandaag schijnt de zon
Door de hoge ramen.
De bibliotheek is een rustige plek.
Engelen en goden opeengepakt
In donkere, ongeopende boeken.
Het grote geheim ligt
Op een schap waar Mrs. Jones
Elke dag op haar ronde voorbijgaat.
.
Ze is erg groot, ze houdt haar hoofd
Daar nog bovenuit, of ze luistert.
de boeken fluisteren.
Ik hoor niks, maar zij wel.
.
Lourdes
Riekus Waskowsky
.
Ooit, jaren geleden, ging ik op vakantie naar Spanje met de auto. Op de weg daarheen zouden we Lourdes aandoen. In Parijs raakten we om 5 uur ’s morgens elkaar kwijt (we waren met twee auto’s. We hadden geen ander doel dan (heel vaag) Lourdes. We hadden niets geboekt, we reisden op de bonnefooi. Mobiele telefoons bestonden nog niet (het nieuwste snufje op dat gebied was destijds het antwoordapparaat en daar begin je zo weinig mee als je elkaar kwijt raakt).
Na enig rondrijden in een nog vrijwel leeg Parijs (het was echt nog heel vroeg) besloten we dan maar (na een kaart gekocht te hebben, die hadden we namelijk ook niet bij ons) richting het zuiden en Lourdes te rijden. Bij het oprijden naar de Péage (tolweg) zagen we uiteindelijk ons reisgezelschap. Zij hadden, net als wij geredeneerd dat we uiteindelijk toch de weg naar Lourdes moesten nemen.
Lourdes was een heel ander verhaal, of je nu religieus bent of helemaal niet, de ‘gecontroleerde gekte’ zoals ik het maar noem, is zeker de moeite waard van een bezoek. De Rotterdamse dichter Riekus Waskowsky (1932 – 1977) schreef er een grappig gedicht over in ‘Verzamelde gedichten’ uit 1985.
.
Lourdes
.
Toen hij uit de Grotte Miraculeuse kwam
zaten er in elk geval
2 nieuwe banden aan z’n invalidenwagentje.
.
poème, lancôme
Gerrit Kouwenaar
.
Sommige gedichtenbundels zijn alleen door hun uiterlijke verschijningsvorm al een plezier om in handen te hebben. Door de aandacht die gegeven is aan het ontwerp, de papiersoort, de grafische vormgeving van de omslag is zo’n bundel dan al gelukt. Als dan ook de inhoud nog eens van een hoge kwaliteit is dan kunnen we spreken van een prachtbundel.
De bundel ‘Totaal witte kamer’ uit 2002 van Gerrit Kouwenaar (1923 – 2014) is zo’n bundel. Slechts 48 pagina’s maar elke pagina is de moeite waard. Het viel dan ook niet mee om een gedicht te kiezen uit deze bundel. Omdat de vakantieperiode er weer aankomt en omdat veel buitenland nog niet bereikbaar is koos ik voor het gedicht ‘poème lancôme’.
.
poème, lancôme
.
Het nalaten, het vergetene, de dingen
die sprakeloos prijsgeven, het inzichtige
het voortvluchtige, het geblevene
.
terwijl het gedicht zich besterft en herleest
men zich doorziet door het glas van zijn geest
geurt het volmaakte onterft in zijn leegte
.
nu moet men ontginnen met mondjevol ogen
zich tellen, halveren in naschrift vervliegen
verbleken in daglicht, in lijfgoed verteren
.
opdat men zich nalaat, al dunner al minder
uitwendig het tijdstip, opdat men zich wegdoet
in aangetast eten, de taalkunde aflaat-
.
Kirgisische volksliederen
Anoniem
.
In 1959 publiceerde uitgeverij Querido de bundel ‘De muze kent geen Babel’. In deze bundel staat een gedicht in vertaling van Paul Rodenko met de exotische titel ‘Kirgizische volksliederen’. De auteur van dit gedicht is niet bekend en daarom anoniem.
.
Kirgisische volksliederen
.
In de trillende lucht
weent de Kolbagaj-vogel.
Om de dood van zijn lief
weent de Kolbagaj-vogel.
‘k Schiet mijn pijl door het hart
van de Kolbagaj-vogel.
Ach!
En mijn hart,
Wie ontfermt er zich over?
.
Mensje van Keulen
Bertus Bok
.
Zoals eerder geschreven, zal ik in de vakantieperiode ook gedichten van dichters plaatsen van wie de naam of de titel van het gedicht verwijst naar een vakantiebestemming of iets dat met vakantie te maken heeft. Daarom vandaag een gedicht van Mensje van Keulen (prachtige stad, prima vakantiebestemming).
Uit haar bundel ‘Van Aap tot Zet’ uit 2001 het heerlijk allitererende light verse gedicht ‘Bertus Bok’.
.
Bertus Bok
.
Bertus Bok was best bijzonder
want hij was beslist nooit bang
niet voor brand of donkere bossen
of zijn bed of het behang.
Voor geen boef en geen bedrieger
en niet één bloeddorstig beest
is die beresterke Bertus
ooit aan ’t bibberen geweest.
Op een dag, toen Bertus boven
breeduit in de badkuip lag
en zich met de borstel boende,
ging de bel. En Bertus dacht:
’t Zal de buur zijn om een biertje
of om boter, bloem of brood
en hij sloeg zijn blauwe badjas
om zijn bruine, bonte bloot.
Maar het bleek een biezen mandje
met een brief: ‘Ik ben op reis.
Pas jij braaf op kleine Bartje?
Bye Bye, tante Beatrijs.’
.
Daar heeft de bok zijn bokspoot:
voor baby’s is hij als de dood.
.
Charles d’Orléans
Vijftig liederen en rondelen
.
In de vakantie wil ik ook wat gedichten van dichters plaatsen die je, op de één of andere manier aan vakantiebestemmingen doen terug denken. Dat kan zijn door de titel van het gedicht of zoals in het geval van Charles d’Orléans (1394 – 1465) door de naam van de dichter. Orleans, daar heb ik goede herinneringen aan, net als aan New Orleans trouwens.
Uit de bundel ‘Vijftige liederen en rondelen’ uit 1986 het titelloze gedicht van d’Orléans in vertaling van Ernst van Altena.
.
Het weer liet weer zijn mantel uit
van wind, van kille kou en regen
en kleedde zich in gouddoorregen
borduurselwerk van zon en zuid.
.
Elk met zijn eigen keelgeluid
roept vee en vogel ons nu tegen:
het weer liet weer zijn mantel uit
van wind van kille kou en regen.
.
De beek, de stroom, de bron die spuit,
hebben een blij livrei gekregen;
Zilv’ren galons met goud ertegen.
En alles draagt een nieuwe huid,
het weer liet weer zijn mantel uit.
.
Verre reis
Maarten Mourik
.
Van diplomaat, publicist en dichter Maarten Mourik (1923 – 2002) werd in 2003 de bundel ‘Sluitingstijd’ gepubliceerd waarin het volgende vakantiegedicht staat te lezen getiteld ‘Verre reis’. Een verre reis die dit jaar denk ik heel veel mensen zullen maken.
.
Verre reis
.
Hangmat tussen dennen,
hommel zoemt om canna’s,
muggen dansen rond oleander,
vliegtuigsporen tegen hardblauwe lucht,
witte vlinder
op bougainvilla,
tortels koeren
in wuivende toppen
als in Luxor’s tuinen,
bleke sikkel van late maan:
zomaar een
verre reis
in eigen tuin.
.
Vakantie
Harry Zevenbergen
.
Vandaag een echt vakantiegedicht uit de tijd dat er nog volop ansichtkaarten werden geschreven op vakantie, van Harry Zevenbergen uit de bundel ‘Punk in Rhenen’ uit 2004.
.
Vakantie
.
ik bel iedereen op
die ik ken
de groetjes van mij
zeg ik
en leg de hoorn neer
dit scheelt al gauw zo’n
27 ansichtkaarten
met zonovergoten stranden
zo kan ik mijn vakantie
tenminste ten volle benutten
.














