Site-archief
Najaar
Paul Van Loon
.
In een Kringwinkel (Kringloopwinkel) in de Kempen kocht ik voor 50 cent de bundel ‘De vrede ligt in je armen’ van Paul Van Loon (1952). Over de dichter Paul Van Loon (niet te verwarren met de Nederlandse kinderboekenschrijver Paul van Loon) is weinig te vinden op het internet. Op de website van Ronny De Schepper ( http://ronnydeschepper.com/) vond ik het volgende commentaar over de debuutbundel van deze Gentse dichter.
‘De vrede ligt in je armen’ (Bladen voor de Poëzie, jrg.33, nr.2, 1985, 295 fr.) is de debuutbundel van Paul van Loon. In de serie liefdesgedichten identificeert de dichter zich met de geliefde. Klassieke beelden worden in nieuwe, verrassende vorm gegoten. Is van Loon niet altijd origineel in zijn beeldvorming, hij klinkt verfrissend in de verwoording. Teder en gevoelig ook.
Soms is de auteur niet van enige pathos vrij te pleiten (cyclus De Danser). De teksten van ‘Op doorreis’ klinken dan weer speelser, terwijl de 13 gedichten van ‘De laatste einder’ dezelfde gebalde rust als de liefdesgedichten uitspelen tegen een doordachte, rijke inhoud. Een debuut met reminiscenties, maar met ook waardevolle eigen klank (J.d.B. in De Rode Vaan nr.24 van 1986).
Uit deze bundel het gedicht ‘Najaar’ (De laatste einder)
.
Najaar
.
Vandaag heb ik het teveel aan woorden
bij elkaar geharkt, het overtollige
gesnoeid en alle dorre takken
uit mijn taal in as gelegd
.
Mijn einder heb ik bijgekleurd
met het weemoedige oker van oktober,
de kruiden uit de tuin vergaard
voor de geur van een gedicht
.
En ’s avonds bij de wijn, hoe
wij ons leegstaand hart verwarmen
aan de open haard van ons verlangen
.
en hoe wij zwijgzamer dan ooit
ons koesteren aan de nagloei, onder
de uitgedoofde ogen van de nacht.
.
De groeten
Hugo Claus
.
Van Hugo Claus vond ik het kleine bundeltje ‘De Groeten’ in een kringloopwinkel. Dit bundeltje met elf gedichten werd uitgegeven in 2002 door Poetry International en de Bezige Bij ter gelegenheid van de derde Gedichtendag.. Uit dit leuke bundeltje het gedicht ’s Ochtends’
.
’s Ochtends
.
Zij vouwt zich open
Haar slaap: een licht labiele lauwte
.
Haar gewillige gebinte.
Eerder dan een geeuw
Kondigen haar billen aan
Dat zij wakker wordt.
.
En dan haar oogwit sneeuw
In de ogen van mijn leeuwin.
.
Hond met bijnaam Knak
Jan Hanlo
.
Bij de kringloopwinkel kocht ik een paar mooie poëziebundels voor een habbekrats waaronder ‘Voor wie dit leest, proza en poëzie van 1950 tot heden’. Nu is heden een betrekkelijk begrip daar dit boekje uit de Salamanderreeks (nummer 306) gepubliceerd werd in 1977. Het papier is al behoorlijk bruin maar de gedichten in de bundel, samengesteld door Kees Fens, zijn er niet minder door geworden.
Uit deze bundel een gedicht van Jan Hanlo (1912 – 1969) met de intrigerende titel ‘Hond met bijnaam Knak’.
.
Hond met bijnaam Knak
.
God, zegen Knak
Hij is nu dood
Zijn tong, verhemelte, was rood
Toen was het wit
Toen was hij dood
God, zegen Knak
.
Hij was een hond
Zijn naam was Knak
Maar in zijn hondenlichaam stak
Een beste ziel
Een verre tak
Een oud verbond
God, zegen Knak
.
100 dichters
100 dichters uit 15 jaar Poetry international
.
In een kringloopwinkel kocht ik vorig weekend het fijne werkje ‘100 dichters uit 15 jaar Poetry international’. Ruim 475 pagina’s voor de spotprijs van een paar Euro. In deze lijvige bundel 100 dichters die tussen 1970 en 1984 bij Poetry International hebben opgetreden. Geen Nederlandse dichters omdat “Hun werk is in de meeste gevallen voor de lezer beschikbaar”. Wel 100 soms verrassende dichters uit alle windstreken. samengesteld door Remco Campert, Jan Eijkelboom, Joke Gerritsen en Martin Mooij en uitgegeven door Manteau.
Vandaag zal ik van twee van hen een gedicht plaatsen. Allereerst de Hongaarse dichter György Dalos (trad op in 1980) in het Hongaars en het Nederlands.
.
Irodalmunk Istápolóinak
.
Követelöznek a fiatalok
Helyet a Nap alatt
/és a napilapokban/
En nem vagyok ilyen szerénytelen
a helyröl rég lemondtam
Hanem a Napot adjatok nekem
Ha ugyan nálatok van
.
Aan de weldoeners van onze literatuur
.
De jeugd eist met klem
een Plaats onder de Zon
(en in de dagbladen)
Ik ben niet zo onbescheiden
van een Plaats heb ik al lang afstand gedaan
Geef mij maar de Zon
Als jullie hem zelf soms hebben
.
(vertaling: Andras Vigh)
.
En van Vivian Lamarque trad in 1983 op. Van haar ook een gedicht in het Italiaans en het Nederlands.
.
A novi Mesi
.
A nove mesi la fattura
la sostituzione il cambio di madre
Oggi ogni volto ogni affeto
le sembrano copie cerca l’originale
in ogni cassetto affannosamente
.
Met negen maanden
.
met negen maanden de breuk
de wisseling de moederruil.
Nu lijkt elk gezicht elk liefdeblijk
een kopie ademloos zoekt ze
in alle laden naar het origineel.
.
(vertaling: Karin van Ingen Schenau)
Sprot
Uit mijn boekenkast: Liereman van Ed Leeflang
.
In 1996 gaf De Arbeiderspers de bundel ‘Liereman’ van Ed Leeflang uit. In mijn exemplaar staat een opdracht van ene Brigit aan Walter (1 juli 2007) want ooit bij een kringloopwinkel op de kop getikt, Van harte gefeliciteerd en ps: Let’s keep in touch. Geen idee of deze twee nog in touch zijn. Uit deze bundel het gedicht ‘Sprot’.
.
Sprot
.
November heeft zich uitgestort
en is daarvan zowaar genezen.
Niemand sticht nog een wereldrijk
maar dichtbij gaan gebeden op.
.
November is de maand van sprot
gevist uit kleine zeeën
door mannen van mijn moeders kant
oorlogen lang geleden
.
Zo blijft november jong en zout
voor mij die het kan weten
en die nog wel een dag vertrouwt
op de verlichte rede
.
De 100 beste gedichten
van 2000
.
Eergisteren was ik in een kringloopwinkel van Mamamini in Oost Groningen. Vaak vind je daar leuke (oude) dichtbundeltjes die al lang nergens meer te koop zijn. Vaak nog wel in bibliotheken maar als je ze graag zelf wil hebben zijn kringloopwinkels een bron van plezier en ontdekkingen.
Hier vond ik de bundel De 100 beste gedichten van 2000 gekozen door Theo de Boer.
Uit deze bundel een mooi gedicht van Toon Tellegen.
.
Een meisje
.
Ze wacht.
Nee, denkt ze, ik wacht niet,
ik dans.
.
Ze danst,
ze danst met lange, ranke passen,
langzaam en aandachtig,
ze houdt haar ogen dicht,
.
ze danst door deuren en door ramen
en door lange, lankmoedige dagen –
hout, glas en uren vallen in splinters rond haar neer –
.
en telkens als ze niet meer kan
en bijna, bijna valt
denkt ze: ik?
ik val niet, ik dans.
.










