Site-archief
Dichters van vroeger
Van Hadewijch tot A. Roland Holst
.
Toen ik de bundel ‘Dichters van vroeger’ zag liggen bij de kringloopwinkel wist ik dat ik ‘m wilde hebben. Zo’n prachtig vormgegeven dikke bundel met zo’n 370 gedichten uit 8 eeuwen Nederlandse poëzie voor € 1,50, ik ben er blij mee. Omdat deze bloemlezing, samengesteld door Garmt Stuiveling, zo’n groot tijdvak bestrijkt staan er vele dichters en gedichten in die ik niet ken. Sommige nauwelijks begrijpelijk (zoals ‘Alle Dinge’ uit Hadewijch), sommige in hoogdravende taal (zoals ‘Béranger’s vaarwel’ van Everhardus Johannes Potgieter) tot aan het prachtige ‘Het huwelijk’ van Willem Elsschot (terug te lezen op dit blog op 27 oktober 2012).
Ik koos voor het allereerste gedicht ‘Alle dinge’ uit Hadewijch en ‘Winter’ van C.S. Adama van Scheltema.
.
Alle dinge
.
Alle dinge
Zijn mi te inge,
Ik ben zo wijd:
Om een ongeschepen
Heb ik begrepen
In eeuwigen tijd.
.
Ik heb het gevaan.
Het heeft mi ontdaan
Widere dan wijd;
Mi es te inge al el;
Dat wette wel
Gi dies ook daar zijt.
.
Winter
.
Stiller, stiller, stiller zakken
Nacht en dagen om mij heen –
Als de sneeuw de dorre takken
Dekken zij ’t verleên.
.
Doch hun hout wacht, diep verborgen,
Menig, menig wederkeer,
En mij komt de jonge morgen
Nimmer, nimmer weer!
.
Wie gebloeid heeft en gedragen,
Houdt herdenking tot genoot –
Hij heeft God niet meer te vragen
Dan den stillen dood.
.
Van de morgen tot morgen
Bloemlezing van moderne poëzie (1964)
.
Pas geleden gekocht in een kringloopwinkel de bundel ‘Van de morgen tot de morgen’. Deze bundel is uit 1964 maar is zeer goed bewaard gebleven. Het betreft hier een “Bloemlezing van moderne poëzie ten dienste van het onderwijs”. Kom daar nog maar eens om tegenwoordig. In deze bundel dichters geboren in het begin van de vorige eeuw, de meeste zeer bekend maar ook een aantal wat minder bekende dichters of dichters die in de vergetelheid zijn geraakt door de tijd heen.
Hans Andreus, Hans Lodeizen, Ellen Warmond, Cees Nooteboom, Leo Vroman, Huub Oosterhuis, Lucebert, Remco Campert en Simon Vinkenoog maar ook Lode Bisschop, Edith de Clerq Zubli, Nes Tergast, José Boyens en Jan Wit.
Dit keer een gedicht van een wat minder bekende dichter C.O. Jellema (1936 – 2003). Cor Onno Jellema was dichter en essayist en debuteerde in 1961 met ‘Klein Gloria en andere gedichten’. Uit deze bundel het gedicht ‘In het bos’.
.,
In het bos
.
Daar was het zo stil,
ik kon mijn stem er niet verbergen
in het rumoer van auto’s,
in de muziek van een café.
.
Er was geen omweg voor het woord
en geen geluid waarin het kon verdrinken
en weer gevonden worden
alsof het van een ander was.
.
Wanneer ik daar gezegd had wat ik zeggen wilde,
had je het onherroepelijk gehoord,
hadden wij zwijgend verder moeten lopen.
Te stil was het, ik durfde niet.
.
En toen we bijna bij de huizen waren
en ik het zeggen ging, zag je
een eekhoorn, je wees
en holde naar de boom waarin hij was geklommen.
.
Das magazin
Literair tijdschrift
.
In de kringloopwinkel kocht ik vier exemplaren van Das Magazin of Das Mag. Dit literaire tijdschrift, volgens de website http://dasmag.nl/het grootste literaire magazine van Nederland, verschijnt vier keer per jaar. Mijn exemplaren zijn van 2012 en 2013.
In Das magazine korte verhalen, briefwisselingen, columns, foto’s, illustraties en poëzie. Uit de zomer editie van 2013 met als titel ‘Het jong’ een gedicht van Ellen Deckwitz met als titel ‘Vlies’.
.
Vlies
.
Ze zeiden dat ons hoofd niet meer is
dan een knokenkap. Een thuis
waarin het spookt.
.
Maar in de hoek lag iets. We tilden het op
en ontdeden het van zijn vlies. Het was teer nog
maar het ademde,
.
het begreep hoe we spartelden.
.
Laat onze handen maar neerdalen.
De vingers zullen zich hoe dan ook spreiden
in een majeurakkoord. Op deze polsen
.
zitten geen wonden maar stukjes weefsel
in de vorm van landen waarvan we weten
dat ze bestaan.
.
Fabriekswater en Het jammerhout
Karel Bralleput
.
Woensdagmiddag bij de kringloopwinkel twee prachtige bundeltjes van Karel Bralleput oftewel Simon Carmiggelt gekocht. De een uit 1955 (Het Jammerhout) en de ander uit 1957 (Fabriekswater). Allebei hebben ze wat (koffie)schade aan de onderkant in de hoek maar dat geeft niet, dat zijn lege hoeken zonder tekst.
Naast zijn Kronkels schreef Carmiggelt dus ook gedichten. Naast de bundels die ik kocht schreef hij ook nog de bundel ‘Al mijn gal’. Zijn poëzie is rijmend en humoristisch, melancholiek en grappig dramatisch. Uit ‘Het jammerhout’ heb ik gekozen voor het gedicht ‘De actrice’.
.
De actrice
.
Toen zij haar minnaar zag verdrinken,
viel over haar geween het doek.
Wij klapten. ’t Officieel bezoek
liet tomeloze jubels klinken.
.
Dat moest. Het was een jubilé.
Twintig of dertig. ‘k Ben ’t vergeten.
Maar vele sprekers lieten daarop weten:
‘Je was heel groot, je gaat nog jaren mee.’
.
De dame, zo gevierd op deze dag
en onder bloem en tact welhaast bedolven
weende luid-op, alsof zij in de golven
opnieuw die man verdrinken zag.
.
Het klein heelal van het sonnet
Het sonnet in de Nederlandse literatuur
.
Als je een goed zoekt zijn er in Nederland en België vaak heel leuke en interessante bundeltjes te koop op rommelmarkten, kringloopwinkels en tweede hands spullen winkels. Voor de luttele som van € 0,20 kocht ik bij één van mijn favoriete tweedehands winkeltjes het bundeltje ‘het klein heelal van het sonnet’ uit 1969.
Deze bundel, uitgegeven in de serie ‘variaties op een thema’ bevat de beschrijvingen en de gedichten (sonnetten) van 18 dichters. Van Albert Verwey, Joost van den Vondel en Bilderdijk tot Slauerhoff, Achterberg en Lucebert.
Ontstaan op Sicilië begint het sonnet zijn zegetocht door Europa bij Petrarca (1304 – 1374). Diens ‘Canzoniere’ met liefdesverzen voor de verre geliefde Laura wordt het brevier van de Renaissancedichters, eerst in Italië, daarna via Frankrijk in heel West-Europa. In de Nederlanden is het Jan van der Noot, die aan de hand van de Franse leermeesters, als eerste petrarquiseert, gevolgd door Hooft, Bredero en Huygens.
Na een eerste bloeiperiode zinkt het sonnet bij ons voor een paar eeuwen in vergetelheid weg tot de Tachtigers voor een groot eerherstel zorgen met dichters als Kloos, Du Perron, en Verwey.
Omstreeks 1950 is ook de tweede bloeiperiode plotseling ten einde. Toch zijn er heden ten dagen nog altijd beoefenaars succesvol met deze vorm van poëzie zoals Jean Pierre Rawie en Simon Mulder.
Een mooi voorbeeld uit dit aardige bundeltje is het sonnet met de beroemde regel ‘Ik ben een god in ’t diepst van mijn gedachten’ van Willem Kloos uit 1902.
.
Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten,
En zit in ’t binnenst van mijn ziel ten troon
Over mij zelf en ’t al, naar rijksgeboôn
Van eigen strijd en zege, uit eigen krachten.
En als een heir van donkerwilde machten
Joelt aan mij op en valt terug, gevloôn
Voor ’t heffen van mijn hand en heldere kroon:
Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten.
En tóch, zo eindloos smacht ik soms om rond
Úw overdierb’re leên den arm te slaan,
En, luid uitsnikkende, met al mijn gloed
En trots en kalme glorie te vergaan
Op úwe lippen in een wilden vloed
Van kussen, waar ‘k niet langer woorden vond.
.
Kringloop
Jean Pierre Rawie
.
Regelmatig bezoek ik kringloopwinkels op zoek naar poëziebundeltjes. In de loop der tijd heb ik al heel wat aardige uitgaven voor weinig op de kop getikt in verschillende kringloopwinkels in Nederland en Vlaanderen. Toen ik langs een gedicht van Jean Pierre Rawie (1951) met als titel ‘Kringloop’ kwam was mijn nieuwsgierigheid meteen gewekt.
Het blijkt hier echter om een andere vorm van kringloop te gaan. Desalniettemin deel ik dit gedicht van deze bijzondere dichter graag met jullie. Uit de bundel ‘Oude gedichten’ uit 1993 het gedicht ‘Kringloop’.
.
Kringloop
.
Wij hebben ook vannacht weer niet geslapen,
wij hadden wel wat anders aan ons hoofd:
we leken even voor elkaar geschapen,
en alle leugens werden weer geloofd.
Toch hebben we zeer van elkaar gehouden,
het is gekomen als het is gegaan;
verder blijft alles altijd bij het oude:
de Moor kan gaan hij heeft zijn plicht gedaan.
Er stonden ’s morgens mannen in de bomen
en zaagden zinvol in de takken rond.
Ik ben gegaan zoals ik ben gekomen,
maar met de smaak van sterven in mijn mond.
.
Het mes op de gorgel
C. Buddingh’
.
In een kringloopwinkel in Den Haag heb ik weer een paar mooie vondsten gedaan. Zo kocht ik ‘Het mes op de gorgel’ Gorgelrijmen en andere gedichten van C. Buddingh’ (1918 – 1985). Dit fraaie bundeltje in de zwarte beertjes reeks met een omslagontwerp van Dick Bruna uit 1960 heeft als thema: Nonsens of wat daarvoor door moet gaan.
Op de achterkaft staat te lezen: De Gorgelrijmen van C. Buddingh’, in de tweede wereldoorlog voor het eerst in een clandestiene luxe uitgave verschenen en naderhand talloze malen uitgebreid en herdrukt, behoren stellig tot de meest gelezen hedendaagse Nederlandse poëzie. In deze bundel staan ze voorop, doch ze worden gevolgd door een uitgebreide keuze uit de minder bekende gedichten van dezelfde geestige, speelse en originele poëet.
Uit deze bundel een typisch Buddingh’ rijm ‘De Blobber’.
.
De Blobber
.
De blobber heeft een kop van kalk,
Maar ogen als een neushoornvalk.
.
Hij doet echter graag interessant,
En draagt een bril met gouden rand,
.
Die hij, uit vrees hem te verliezen,
Wanneer hij onverwacht moet niezen,
.
En wijl zijn kop wat steun behoeft,
In zijn halswervels heeft geschroefd,
.
Hetgeen zijn houding tevens iets
Bijzonder statigs geeft, of niets
.
Op deze waereld kan gebeuren
Dat zijn sereniteit kan steuren.
.
Najaar
Paul Van Loon
.
In een Kringwinkel (Kringloopwinkel) in de Kempen kocht ik voor 50 cent de bundel ‘De vrede ligt in je armen’ van Paul Van Loon (1952). Over de dichter Paul Van Loon (niet te verwarren met de Nederlandse kinderboekenschrijver Paul van Loon) is weinig te vinden op het internet. Op de website van Ronny De Schepper ( http://ronnydeschepper.com/) vond ik het volgende commentaar over de debuutbundel van deze Gentse dichter.
‘De vrede ligt in je armen’ (Bladen voor de Poëzie, jrg.33, nr.2, 1985, 295 fr.) is de debuutbundel van Paul van Loon. In de serie liefdesgedichten identificeert de dichter zich met de geliefde. Klassieke beelden worden in nieuwe, verrassende vorm gegoten. Is van Loon niet altijd origineel in zijn beeldvorming, hij klinkt verfrissend in de verwoording. Teder en gevoelig ook.
Soms is de auteur niet van enige pathos vrij te pleiten (cyclus De Danser). De teksten van ‘Op doorreis’ klinken dan weer speelser, terwijl de 13 gedichten van ‘De laatste einder’ dezelfde gebalde rust als de liefdesgedichten uitspelen tegen een doordachte, rijke inhoud. Een debuut met reminiscenties, maar met ook waardevolle eigen klank (J.d.B. in De Rode Vaan nr.24 van 1986).
Uit deze bundel het gedicht ‘Najaar’ (De laatste einder)
.
Najaar
.
Vandaag heb ik het teveel aan woorden
bij elkaar geharkt, het overtollige
gesnoeid en alle dorre takken
uit mijn taal in as gelegd
.
Mijn einder heb ik bijgekleurd
met het weemoedige oker van oktober,
de kruiden uit de tuin vergaard
voor de geur van een gedicht
.
En ’s avonds bij de wijn, hoe
wij ons leegstaand hart verwarmen
aan de open haard van ons verlangen
.
en hoe wij zwijgzamer dan ooit
ons koesteren aan de nagloei, onder
de uitgedoofde ogen van de nacht.
.
De groeten
Hugo Claus
.
Van Hugo Claus vond ik het kleine bundeltje ‘De Groeten’ in een kringloopwinkel. Dit bundeltje met elf gedichten werd uitgegeven in 2002 door Poetry International en de Bezige Bij ter gelegenheid van de derde Gedichtendag.. Uit dit leuke bundeltje het gedicht ’s Ochtends’
.
’s Ochtends
.
Zij vouwt zich open
Haar slaap: een licht labiele lauwte
.
Haar gewillige gebinte.
Eerder dan een geeuw
Kondigen haar billen aan
Dat zij wakker wordt.
.
En dan haar oogwit sneeuw
In de ogen van mijn leeuwin.
.














