Site-archief

Limonadeglazen wodka

Spinvis

.

Erik de Jong(1961) is singer-songwriter die onder de naam Spinvis bekend is. Vriend en vijand zijn het erover eens dat zijn liedjes een grote poëtische zeggingskracht hebben. Of iedereen de muziek en zijn manier van zingen in een zelfde mate waardeert is de vraag maar over zijn teksten is men het wel eens. Persoonlijk mag ik graag naar zijn muziek luisteren, niet teveel en te lang achter elkaar maar juist door zijn teksten blijf ik aandachtig luisteren.

Als voorbeeld hieronder de tekst van ‘Limonadeglazen wodka’ van het album ‘Spinvis’ uit 2002 wat zonder muziek een bijzonder gedicht maakt.

.

Limonadeglazen wodka

.

oh als je hier kon zijn vandaag
mijn vreemde vriend
en dat je nuchter was
en je geschoren had
wat zou je lachen om mijn shirt
en m’n huis en m’n oude hoofd
ik zou je vragen hoe het is
en ik had je niet geloofd

’t was een mooie tijd
als ik me niet vergis
we hadden zon gelijk altijd
maar ja we zeiden niks
je had het eerder door dan ik
er is zo weinig tijd

je zag er heel goed uit
je deed als iemand van tv
zo kon ik toch nooit zijn
niet ik, niet met dat haar van mij
een cirkel op je arm, ik niet
want ik was veel te bang

ze had de juiste naam
ze had de juiste huid
ze had iets prachtigs aan
ook jij zag er fantastisch uit
ze woonde in Madrid
ze had een hele leuke baan

ik had een film gezien die nacht
ik dacht op 2
er was iets met een oorlogsheld
er werd niet veel gezegd
je zag ‘m eerst als kind
maar het kon ook alweer de reclame zijn

toen ging de telefoon
en dus ben ik toen maar gegaan
ik had zelfs een echte traan
want de as kwam in mijn oog
ze had een poncho aan die dag
als ik me niet vergis

wat zou je lachen om die vent
met z’n cake en die foute tune
maar ik zweer je
er komt een keer geheid een dag
dat ie het nog een keer mag doen

ze had de juiste naam
ze had de juiste huid
ze had iets prachtigs aan
ook jij zag er fantastisch uit

.

 

Unicorn

New Women Poets

.

Het aardige van bundels en boeken die al wat ouder zijn is dat er vaak later blijkt dat er een belofte wordt ingelost. In de bundel ‘New Women Poets’ uit 1990 las ik het gedicht ‘The unicorn is a symbol of virginity’ van Christiania Whitehead (1969). In dit boek wordt ze nog als aanstormend talent beschreven, net afgestudeerd en met een paar gedichten in verzamelbundels.

Inmiddels is Dr Christiania Whitehead niet alleen afgestudeerd in de middeleeuwse Engelse literatuur in Oxford, vmaar is ze ook sinds 1996 staff member bij Warwick  bij het departement Engels. Ze doceert middeleeuwse literatuur en heeft boeken gepubliceerd over architectonische allegorie en devotionele schrift voor vrouwen, evenals een poëzieverzameling , ‘The Garden of Slender Trust’ (Bloodaxe). Uit die bundel komt ook het gedicht dat opgenomen is in New Women Poets.

.

The Unicorn is a Symbol of Virginity

.

Dun brown tomorrow. The unicorn

looks surprised. It had faintly expected

always to stay white.

“Does that mean my horn will

creep back into my head?” whispers

the miscreant, and it paws the ground

a little, as if in protest.

Tush, rocking horse. You have nothing

but milk teeth to talk with,

you are only the little creature

the woman chuckles with,

when she is feeling holy.

Perched there amongst

the shamrocks and thorn roses –

you were never meant to last,

but came down through the ages

on a prayer cushion or in locket form,

eluding the bonny cavalry

by dint of a streak up a tree.

Mother of Jesus, what did you start?

Of course the horn must go.

.

Politiek

Yeats

.

Toen ik de bundel ‘De mooiste van William Butler Yeats’ aan het doorlezen was, wist ik bij het lezen van het gedicht ‘Politiek’ of ‘Politics’ zoals het origineel getiteld is, meteen dat ik hier iets over ging schrijven.

In deze bundel staan de mooiste gedichten van Yeats in de oorspronkelijke Engelse taal en in vertaling van een aantal vertalers waaronder Jan Eijkelboom die het gedicht ‘Politics’ vertaalde.

Waarom dan hier dit gedicht? In een tijd waarin de politieke meningen polariseren en waarin het steeds moeilijker lijkt om een kabinet te vormen (dat krijg je met zo’n versnipperd politiek landschap) is het misschien goed om af en toe even als Yeats te denken. Laat alle problemen hoe groot ook eens even los en denk aan het liefhebben van (in zijn geval) een meisje. Maar een jongen mag natuurlijk ook. Hoe dan ook een mooie gelegenheid om weer eens iets van deze prachtige dichter te plaatsen.

.

Politics

.

‘In our time the destiny of man presents its meaning in political terms‘ – Thomas Mann

.

How can I, that girl standing there,

My attention fix

On Roman or on Russian

Or on Spanish politics?

Yet there’s a travelled man that knows

What he talks about,

And there’s a politician

That has read and thought,

And maybe what they say is true

Of war and war’s alarms,

But O that I were young again

And held her in my arms!

.

Politiek

.

‘In onze tijd drukt het lot van de mens zich uit in politieke termen’ – Thomas Mann

.

Hoe kan ik mijn aandacht bepalen,

terwijl daar dat meisje staat,

bij wat er in Rome of Rusland,

of Spanje, aan politiek omgaat?

Toch is hier een bereisde man

die weet waarover hij het heeft

en daar is een politicus

die nadenkt en veel leest,

en ’t kan wel waar zijn wat ze zeggen

over oorlog en oorlogsgevaar,

maar o, wat was ik liever jong

en vrijde ik me haar!

.

 

Man gevonden geen wormen wel maden

Tsead Bruinja

.

De van oorsprong Friese dichter Tsead Bruinja (1974) debuteerde officieel in 2000 met de Friestalinge bundel ‘De wizers yn it read/ De wijzers in het rood’.  Zijn eerste publicatie is echter al van 1998 ‘Vreemdgaan’ (uitgegeven in eigen beheer). In 1999 publiceerde hij met onder andere Daniël Dee ‘Startschot’, ook in eigen beheer uitgegeven.  In 2001 en 2002 verschenen nog Friestalige bundels maar zijn Nederlandstalige debuut ‘Dat het zo hoorde’ werd gepubliceerd in 2003 en het jaar daarop genomineerd voor de Jo Peterspoëzieprijs.  De laatste bundel van Bruinja vescheen in 2015 getiteld  ‘Binnenwereld buitenwijk natuurlijke omstandigheden’.

Samen met Joke van Leeuwen, Erik Menkveld, Hagar Peeters en Ramsey Nasr was Bruinja genomineerd als volgende Dichter des Vaderlands voor de periode 2009-2013. Ramsey Nasr won die verkiezingen. Met het collectief ‘Gewassen’ (2001-2004), met onder anderen dichter Sieger MG en videokunstenaar Alan D. Joseph, won hij in 2002 het Hendrik de Vriesstipendium.

Uit zijn bundel ‘Overwoekerd’ uit 2010 het gedicht ‘man gevonden geen wormen wel maden’.

.

man gevonden geen wormen wel maden

.

vind je een lijk in een huis
kijk dan onder de deurmat
in de spleten van de vloer

in welke fase zijn de insecten
zijn het nog maden of zijn er al poppen?

eerst komen de maden en poppen van bromvliegen

bromvliegen kunnen binnen een uur eitjes leggen
ze ruiken een lijk over zestig kilometer afstand

er bestaat een bromvliegsoort waarbij de poppen op het lijk uitkomen
andere soorten maden kruipen van het lijk af
om enkele meters verderop te verpoppen

bij warm weer wordt een lijk binnen twee weken opgegeten door de maden

het eindigt met spektorren die eten droog vlees
museumkevers eten andere insecten
kleermotten eten haren en huid

het langste duurt het om huid en skelet te verteren

daartussenin zitten mijten
die de eieren van de vliegen opeten

met honderden tegelijk kruipen ze door je vlees

.

                                                                                                                                                                        Foto: Tineke de Lange

Meer informatie: www.tseadbruinja.nl.

Kalamazoo

Muurgedichten

.

Zoals velen weten is Leiden de onbetwiste hoofdstad van Nederland als het gaat om muurgedichten. Uiteraard zijn er veel meer steden en dorpen in Nederland waar gedichten op muren zijn geplaatst. Zo ook in het buitenland. Ik kwam een mooi voorbeeld tegen van een muurgedicht in Kalamazoo. Ik heb even moeten googelen in welk land dit lag (ik dacht zelf ergens bij Australië) maar het is dus een stad in Michigan in de Verenigde Staten. Dat het hier niet zomaar een onbekend gat betreft blijkt uit het feit dat de wereldberoemde Gibson gitaar hier vandaan komt.

Vanaf 1980 is men begonnen met het aanbrengen van gedichten op muren. Maar bij elk gedicht werd een mural of muurschildering aangebracht door Conrad Kaufman en juist deze schilderingen maken deze muurgedichten iets bijzonders. De Kalamazoo Friends of Poetry kiezen de locaties uit en bepalen samen met Kaufman welk gedicht waar verschijnt. Door de bijzondere schilderingen vielen ze mij op en hieronder wil ik er enkele met jullie delen van respectievelijk Meredith Adams, Julie Stotz-Ghosh, Mark (acht jaar oud) en Emily Kunz, allemaal met schilderingen van Conrad Kaufman.

.

Dichter op verzoek

Deel 4

.

Van Jo Maes kreeg ik het verzoek via Facebook om aandacht te besteden aan de dichter Ellen Lanckman (1975). Deze Vlaamse dichter woont in Brakel (Oost Vlaanderen) en zegt van zichzelf: ‘Ik schrijf zoals ik adem: de ene keer snel, dan weer langzaam, een andere keer helemaal loos’.

Ze volgde proza en poëzie bij Wisper (Gent) en Literaire Creatie aan de Academie voor Podiumkunsten (Aalst). In de zomer van 2014 verscheen de debuutbundel ‘Over deugd en andere mankementen’ bij uitgeverij Scriptomanen.  In het voorjaar van 2015 bracht Ellen bij diezelfde uitgeverij en in samenwerking met fotograaf Hendrik Boxy ‘Dagen van glas’ uit. Haar derde bundel ‘Vogel-jong’ is via haar website bij haar te bestellen. Ze werd ze een aantal keer gepubliceerd, zowel in bloemlezingen als literair tijdschriften.  Tevens stelt ze regelmatig tentoon, altijd i.s.m. andere kunstdisciplines.

Uit 2015 een gedicht van haar hand getiteld ‘Weerspiegeling’.

 

Weerspiegeling

Hoe dichter ze komt
bij mijn jaren,
hoe vaker ik mezelf herken
in haar bewegingen.

We schuiven tegelijkertijd
een mok naar ons toe,
al is mijn koffie nog haar melk.

Net als ik leest ze
uren weg onder het dakraam
waar dezelfde maan binnen gluurt.

En de manier waarop ze haar haren
over de schouders schudt,
confronteert mij

met de tijd die kantelt
van proefdruk naar heruitgave
van een verloren gewaande jeugd.

.

 

Bouwmachines

Ruben van Gogh

.

Aan de overkant van waar ik werk wordt volop gesloopt en gebouwd. Toen ik gistermiddag langs  de bouwplaats liep en daar vier bouwvakkers op een rijtje zag zitten met hun lunchtrommeltjes en hun sjekkies (en één heel hip met een vaporizer) moest ik denken aan een gedicht dat ik ooit las van Ruben van Gogh. Thuis heb ik dat opgezocht en gevonden.  Daarom vandaag hier het gedicht ‘Bouwmachines’ uit de bundel ‘Zoekmachines’ uit 2002.

.

bouwmachines

.

ik hou zo van machines, zegt ze,
van die grote bouwmachines
maar het mooist vind ik de klokken
waarop de schafttijd aangegeven staat
dat al die mannen dan op opgelegde tijden
hun werk ter zijde schuiven
naar koffie en hun boterhammen grijpen
en in volle gelukzaligheid
gaan zitten wachten tot zij weer verder mogen,
na nog een laatste sjekkie

.

Haat gedicht

Julie Sheehan

.

Heel veel gedichten gaan over de liefde, over mooie momenten, herinneringen en fraaie zaken maar over haat gaan gedichten maar zelden. De Amerikaanse dichter Julie Sheehan schreef in haar bundel ‘Orient point’ uit 2006 een prachtig Haat gedicht getiteld ‘Hate poem’.

Op haar website http://juliesheehan.com/about/hate-poem/ schrijft ze over dit gedicht: This is not the story behind the hate—there is no story behind the hate, or if there is, I’m not telling. Instead, I have an observation, one that has probably occurred to many: hate and love can be described in the same, outlandish, hyperbolic and indistinguishable terms, probably because hate and love require the same degree of passionate intensity. Don’t say Yeats didn’t warn us, but it may be that hate and love are the same thing. Surely both are equally capable of mass destruction.

Kortom, als je de woorden ‘hate’ veranderd in ‘love’ dan heb je ineens een gedicht vol passie over liefde. Gaat het toch weer over de liefde.

.

Hate poem

.

I hate you truly. Truly I do.
Everything about me hates everything about you.
The flick of my wrist hates you.
The way I hold my pencil hates you.
The sound made by my tiniest bones were they trapped in the jaws of a moray eel hates you.
Each corpuscle singing in its capillary hates you.
Look out! Fore! I hate you.
The little blue-green speck of sock lint I’m trying to dig from under my third toenail, left foot, hates you.
The history of this keychain hates you.
My sigh in the background as you pick out the cashews hates you.
The goldfish of my genius hates you.
My aorta hates you. Also my ancestors.
A closed window is both a closed window and an obvious symbol of how I hate you.
My voice curt as a hairshirt: hate.
My hesitation when you invite me for a drive: hate.
My pleasant “good morning”: hate.
You know how when I’m sleepy I nuzzle my head under your arm? Hate.
The whites of my target-eyes articulate hate. My wit practices it.
My breasts relaxing in their holster from morning to night hate you.
Layers of hate, a parfait.
Hours after our latest row, brandishing the sharp glee of hate,
I dissect you cell by cell, so that I might hate each one individually and at leisure.
My lungs, duplicitous twins, expand with the utter validity of my hate, which can never have enough of you,
Breathlessly, like two idealists in a broken submarine.
.
.
                                                                                                                                                                                                                          Foto: Kelly Ann Smith

Magnolia

(Bijna) vergeten dichters

.

In een kringloopwinkel kocht een wat verfomfaaid  exemplaar van ‘Dichterkeur’ een keuze uit verzen dezer eeuw. Dezer eeuw moet je wel in het licht zien van het jaar van publicatie namelijk 1949. Dus eigenlijk een keuze uit de gedichten van de eerste helft van de vorige eeuw. Verzameld een ingeleid door Dr. W.L. Brandsma. Het boek begint met een prachtige zin van J.H. Leopold: “Zoek heil en heul in uw gedichten; doe als ik en denk om roem en eer geen ogenblik, maar vind in verzen vrede en zielsgeluk”.

Dit boek is opgedeeld in een aantal opmerkelijke hoofdstukken: De ouderen, de generatie van de eerste wereldoorlog, de generatie van de tweede wereldoorlog en de Vlamingen. Mijn oog viel op een gedicht, een sonnet van een mij onbekende dichter F. Schmidt-Degener (1881 – 1941).

Deze Rotterdamse dichter bezocht het Erasmiaanse gymnasium. In die tijd kreeg hij na een ernstige ziekte privaatlessen van J.H.Leopold. Dit heeft grote invloed op zijn latere dichtwerk.In 1908 werd hij op 26 jarige leeftijd benoemd tot directeur van het museum Boymans in Rotterdam. In 1921 werd hij benoemd tot directeur van het Rijksmuseum. Dit bleef hij tot zijn dood in 1941.

Deze begaafde kunstkenner was dus ook dichter. In 1937 verschenen ‘De poort van Ishtar’en de bundel ’55 Variaties op een bekend thema’ (op het gedichtje ‘Le sylphe’ van Paul Valéry) en in 1939 gevolgd door de bijna al te kunstig gebouwde bundel ‘Silvedene, tien suites voor viool en woord’. Na zijn dood werd een herdruk van deze bundels uitgegeven.

Uit deze bundel het gedicht ‘Magnolia’.

.

Magnolia

.

Op zuider binnen-hoven, blank omkloosterd,

straalt het ontlokene in pril seizoen

De struik torst zwaar het rood-en-wit blazoen

als had reeds zomerzon z’n pracht geroosterd.

.

Langs stenen treden dalen vrouwen af.

Glimlachende om ’t onverwacht beroven

snijden zij uit die weelde brede schoven.

De jongste oogt in ’t gaan – half mild, half straf.

.

Met fletse blik antwoordt de noordeling,

verbaasd hoe hem in één bekoring ving,

vrouw, ’t kleumste blauw, de vlucht van ’t bloesemvuur:

.

” ’t is of de lente in de vrouwen bloeit,

saam met de koude blijheid der natuur-

voordat de zomerzon de sappen schroeit. ”

.

LiteRAR

Augusta Peaux

.

Afgelopen zondag mocht ik voordragen bij LiteRAR, een podium voor muziek en poëzie in het mooie (voormalige gemeentehuis) pand waar nu de Kunstuitleen is gevestigd in Spijkenisse. Dit podium wordt sinds jaar en dag georganiseerd  door Jan Bontje. Van hem ontving ik de bundel ‘De wilgen, de velden, het water’ met poëzie van Augusta Peaux.

Augusta Guerdina Peaux (1859 – 1944) was een Nederlandse dichteres en vertaalster. Zij was van Franse afkomst (haar oudovergrootvader kwam uit Camarès, Frankrijk). Peaux publiceerde de bundels ‘Gedichten’ (1918) en ‘Nieuwe gedichten’ (1926). Als dichteres leefde zij in de schaduw van de meer bekende Tachtigers, onder wie de door haar bewonderde Hélène Swarth die haar werk apprecieerde. Peaux blonk uit in minutieuze impressionistische landschapsschilderingen waaraan zij een sombere, melancholieke ondertoon wist te geven. Hoewel een aantal van haar gedichten in bloemlezingen verschenen (onder meer Eenzaam kerkhof), heeft haar werk weinig aandacht gekregen. Ze koos bewust voor een teruggetrokken leven. Ze ligt begraven op Rustoord in Nijmegen, graf W-0222. Haar naam staat niet op het graf.

In 2011 verscheen een speciale uitgave van haar werk verzorgd door Mario Molegraaf: een gelimiteerde uitgave van 95 exemplaren op geschept papier. In  2014 verscheen er een bibliofiele uitgave van drie gedichten van haar hand ter gelegenheid van een bijeenkomst op 23 februari 2014 van ‘LiteRAR’ in Spijkenisse, waar haar 70ste sterfdag (op 23 februari 1944) werd herdacht door haar biograaf en bloemlezer Mario Molegraaf . De gedichten werden tot lied verwerkt en vertolkt door Willem, de huistroubadour, die van 22 van haar gedichten ’n lied maakte. In november 2014 verscheen een nieuwe verzamelbundel gedichten van haar, bijeengebracht door Mario Molegraaf: ‘De wilgen, de velden, het water ‘ de bundel die ik van Jan cadeau kreeg.

De dichter J.C. Bloem zei ooit over de poëzie van Augusta Peaux: “Hartstochtelijke, haast stamelende poëzie” en in het gedicht ‘Eenzaam kerkhof’ (vaste lezers weten van mijn fascinatie voor kerkhoven en zullen dus niet verrast zijn door mijn keuze voor dit gedicht) komen beide omschrijvingen heel mooi tot zijn recht.

.

Eenzaam kerkhof

.

De witte grassen bewegen en komen
heen en weder door wind en dauw,
de takken wiegen hun stille droomen
op donkere armen in sluiers van rouw,
het sleepkleed der treurende esschenbomen
raakt bloeiende grassen in avonddauw.

.
Hoog groeien de grassen, wind die ze zaaide,
wind die ze verwaaide, zij bloeien uit,
geen hand die ze plukte, geen zeis die ze maaide
de witte grassen bewegen en komen
heen en weder door wind en dauw,
op de hekspijlen buigen de boomen
hun donkere hoofden in krip van rouw.
Hun hangende sluiers beroeren de klachten
der witte rozen en het schemerrood
der oude daken, vele wolkengeslachten
gaan het hek over, de bloemen en den dood.

.
Woest liggen de graven, de grendelen der aarde
sluiten de dooden van ’t leven af,
zij zinken al dieper, een weeldrige gaarde
bloeit, hoog als de hemel, boven hun graf.
En de wagenmenner, in ’t beeld van de sterren
ziet ernstig peinzend omlaag,
ver ligt al de aarde, een stip, zoo verre
en zijn paarden gaan zo traag.
Langs andere werelden siert hij zijn wagen
en waar geen werelden meer zijn,
de steppenvlakten door van een eindeloze,
vage, onbekende hemelwoestijn.

.