Site-archief

Als stilte taal geworden is

Toon Hermans

.

Een van de grote voordelen van het schrijven over poëzie op een blog is dat je volledige vrijheid hebt over de inhoud. Niemand die je vertelt waarover je wel of niet kan schrijven. Zo vind je hier op dit blog berichten over de Russische symbolisten naast gedichten op cupcakes en sonnetten van Shakespeare naast versjes van Toon Hermans.

Poëzie biedt zo’n rijk landschap aan mogelijkheden en ik voel op generlei wijze een beperking om daarover te schrijven. Voor elk wat wils zeg maar. Daarom vandaag Toon Hermans. Misschien in de ogen van sommigen niet meer dan iemand die wel aardig versjes kon maken en inde ogen van anderen weer een geniaal cabaretier, conferencier en taalkunstenaar.

In het boekje ‘Van de liefde wil ik zingen’ zijn de mooiste liefdesteksten van Toon Hermans bijeengebracht. Liedjes, versjes en korte teksten over de liefde. Uit dit bundeltje heb ik twee teksten gehaald die ik met jullie wil delen.

.

Ik dicht bij jou

een vers

nee, nee,

gewoon:

ik dicht bij jou

.

Liefde

.

Ik kon niet zeggen wat ik voelde

ik heb het ook niet uitgelegd

maar tóch wist jij wat ik bedoelde

de stilte had het al gezegd

als ik je kuste of je griefde

in blijheid of in droefenis

de liefde is pas échte liefde

als stilte taal geworden is

.

TH

Jan Arends

Korte venijnige poëzie

.

Afgelopen zondag presenteerde ik een poëziemiddag waar ook Alexander Franken optrad. Als singer-songwriter en als dichter. Alexander heeft een paar korte maar krachtige gedichtjes geschreven die altijd aanslaan. Ook bij mij, ook al heb ik ze al meerdere malen gehoord uit zijn mond. Dit deed me denken aan de schrijver, dichter en literair vertaler Jan Arends.

Jan Arends (1925 – 1974) was Hagenaar van geboorte (net als Franken overigens). Hij had een moeilijke jeugd en omdat het werk van Jan Arends  veel autobiografische elementen bevat, is zijn leven en zijn literaire werk sterk met elkaar vervlochten. In zijn werk geeft Arends een kritische visie op de maatschappij vanuit een persoonlijk perspectief.

Jan Arends heeft nog geen twee jaar als schrijver en dichter de aandacht van een breed lezerspubliek getrokken en in de publiciteit gestaan. Op 21 januari 1974, de dag waarop zijn gedichtenbundel ‘Lunchpauzegedichten’ verschijnt, pleegt hij zelfmoord door uit het raam van zijn woning op de vijfde etage van een flat in Amsterdam te springen. Uit zijn nalatenschap werd door Remco Campert de dichtbundel ‘Nagelaten gedichten’ samengesteld die in 1975 verscheen. In 1983 verschijnt het ‘Verzameld werk’ met daarin een aantal niet eerder gepubliceerde gedichten. (Bron Wikipedia).

Hieronder twee gedichten van Arends, kort, krachtig en venijnig. De eerste uit ‘Lunchpauzegedichten’ en de tweede uit ‘Nagelaten gedichten’.

.

Wat

geeft dat toch

een angstig gevoel

van vrede

als vader

zijn bijl slijpt.

.

.

Kanker…

is
een goede dood.

Teplettervallen
is
een goede dood.

Verdrinken
is
een goede dood.

Zelfmoord
is
een goede dood.

Elke dood
is
een goede dood.

Maar
de dood
die je
te wachten staat
dat is
een slechte dood.

Altijd.

.

Arends reeks-Lunchpauze@1.indd

arends_nagelaten_gedichten

 

Gemaal de Zaayer

Tineke van Gils

.

De keramiste Tineke van Gils uit Schipluiden, is beroemd geworden met haar aardewerk en ze is vooral bekend om haar asglazuren , celadon en Dehua porselein. Haar werk is onder andere te vinden in de belangrijkste Chinese musea. Zij is echter ook neerlandica en schrijft ook poëzie.

Woonachtig in de gemeente Midden-Delfland heeft zij over deze prachtige plattelandsgemeente in het hart van de randstad (tussen Den Haag, Delft, Maassluis en Rotterdam) een gedicht geschreven.

Dit gedicht is door het Hoogheemraadschap van Delfland geplaatst op het gemaal de Zaayer in Maassluis. Hieronder kun je het gedicht lezen.

.

Midden-Delfland

 

Van Krabbeplas tot Woudsepolder,

van Mandjeska’ tot Boonervliet,

het wintervoer ligt hier op zolder,

de kikker huist hier in het riet.

Dit grazige land met zijn greppen en vlieten

en kreekruggen waar boerderijen staan,

met trekkades waar de paarden liepen

en kwakels om over het water te gaan,

waar de wind vrij waait uit alle streken,

het geluid tot aan de einder draagt,

waar de mist in de avond als een deken

het water ontstijgt en het vee vervaagt.

Weids is dit land met zijn vaarten en tochten

waar wilgen geknot langs de paden staan;

voortdurend wordt hier met het water gevochten –

laat dit land niet ten onder gaan.

 

Want – dit is het land tussen kassen en steden,

de gastvrije grond waar verleden en heden

langs Gaag en Schie elkaar ontmoeten,

waar stad en land elkaar begroeten.

Sta op uit de veren

er is heel wat te doen,

nóg rust hier de hemel

op een bedje van groen.

.

Zaayer

Een uitzicht op de eeuwigheid

Leo Vroman

.

Vandaag heb ik een gedicht gekozen uit een bundel uit mijn boekenkast. Inmiddels beslaan dichtbundels reeds meerdere meters in mijn boekenkast en af en toe pak ik daar een bundel uit zonder te kijken welke het is. Op die manier herlees ik bundels soms alsof het voor het eerst is.

Vandaag pakte ik de bundel ‘De gebeurtenis en andere gedichten’ van Leo Vroman (1915 – 2014) uit de kast. Deze bundel verscheen in 2001 en wat mij trof was het gegeven dat in veel van zijn gedichten de wetenschap (in algemene zin) en god regelmatig een rol spelen. Leo Vroman was behalve een zeer begenadigd dichter, eerst en vooral (in zijn eigen ogen) wetenschapper namelijk bioloog en hematoloog (medisch specialisme dat zich bezighoudt met afwijkingen van het bloed).

Ook in het gedicht ‘Een uitzicht op de eeuwigheid’ komen deze genoemde elementen terug.

.

Een uitzicht op de eeuwigheid

Ieder staat aan de kant van iets groots:
de rand van het leven en des doods.
Wij staren onze toekomst in
en zien geen eind en geen begin,

een uitzicht dat geen inzicht geeft,
een leven waar niets buiten leeft
binnen de korte warme poos
van onbewust naar bewusteloos.

Hoe vinden wij, het lijf ten spijt,
tijd voor een geloof in eeuwigheid?
Niets is immers voor altoos?
En bloemen, vlinders, aarde dan,
waarom genieten wij daarvan?
Wij raken immers alles kwijt?

Maar het vervallen van de roos,
het rode zwellen van de vrucht
dat niemand nog begrijpen kan
onder de dodeloze tijd
die elk jaar weer de dood herhaalt
en dan de zon die stijgt en daalt,
en altijd weer dat overdoen en
wederkeren der seizoenen…
wordt hier een les gerepeteerd?
Doen wij dus alles nog verkeerd?

En aldoor weer gedichten schrijven
om na mijn dood nog wat te blijven,
zoals onvruchtbaaar rozenzaad
gelooft dat het eeuwig voortbestaat?
Dat kan geen wiijsheid wezen, want
zoiets doet elke bloeise plant.

.

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Leo-Vroman

Agony

Giuseppe Ungaretti

.

Ik heb nog niet vaak over Italiaanse dichters geschreven maar daar komt vandaag verandering in. Geen gedicht in het Italiaans, sorry liefhebbers die ook Italiaans lezen, maar vertaald in het Engels. In een boekhandel in Londen kwam ik een vuistdikke bundel tegen met vertaalde hedendaagse Italiaanse dichters. Ik heb er een paar opgetekend en die wil ik vandaag met je delen.

Giuseppe Ungaretti (1888 – 1970) werd geboren in Alexandrië in Egypte als zoon van een immigrant die had meegewerkt aan het Suez Kanaal. In 1912 verhuisde hij naar Frankrijk om te studeren aan het Collegè de France en de Sorbonne. Daar leerde hij kunstenaars kennen als Guillaume Apollinaire, Pablo Picasso, Giorgio de Chirico, Georges Braque, en Amedeo Modigliani.

In 1921 verhuisde hij naar Rome waar hij voor de Gazzetta del Popolo begon te schrijven. Tijdens een congres van de Pen Club in Brazilië ontving hij een uitnodiging voor de functie van docent van de Italiaanse taal en literatuur aan de universiteit van San Paulo. In 1942 keerde hij terug naar Italië waar hij docent werd aan de universiteit van Rome van hedendaagse Italiaanse literatuur. In 1956 heeft hij de ‘Grand Prix International de Poesie’ gewonnen.

Zijn gedichten zijn kort en vertonen een grote eenvoud en zeggingskracht. Hij voelde zich sterk beïnvloed door Petrarca en Leopardi met name door de zang en de maat, en beoefende enige tijd het vrije vers. Al vroeg maakt hij kennis met de Franse symbolisten. Dit heeft Ungaretti ertoe gebracht om de typische techniek van verduistering over te nemen.  “Ware poëzie moet een duistere manier van onthulling hebben” zo zei hij eens. De techniek beschikt over alle mogelijkheden om het enkele woord meer vrijheid te geven, door middel van afschaffing van interpunctie, stilistische isolatie of met een compositie van puntdicht.

Belangrijke modernistische thema’s in de poëzie van Ungaretti zijn de ballingschap, de versplintering van het ‘ik’-personage, de reis of zoektocht naar een belofte of een antwoord in de wereld of de natuur. En hoewel hij zich tot het fascisme aangetrokken voelde en zich ook aansloot bij het fascisme in 1942 is hiervan in zijn werk niets terug te vinden.

Patrick Creagh en Kevin Hart vertaalde de onderstaande gedichten in het Engels.

.

Eternal

.

Between one flower picked and the other given

the inexpressible nothing

.

Agony

.

To die like thirsty larks

beside the mirage.

.

Or like the quail

crossing the pounded beach

to die

in the first bushes because

it has lost the will

to fly.

.

But not to feed on grief

like a blinded finch.

.

Giuseppe_Ungaretti_(basco)

Hoogten van Macchu Picchu

Pablo Neruda

.

De in 1904, in Chili geboren dichter Pablo Neruda is het pseudoniem van Neftali Ricardo Reyes Basoalto. Als hij op 16 jarige leeftijd voor het eerst publiceert in een literair tijdschrift doet hij dat onder de naam Pablo Neruda. Als hij 19 is publiceert hij zijn eerste bundel ‘Crepusculario’.Als hij protesteert tegen de Chileense president Videla moet hij onderduiken. Gedurende deze periode schrijft hij zijn meesterwerk ‘Canto General’.

De bundel ‘Hoogten van Macchu Picchu’ bevat een selectie van gedichten uit deze Canto general. De gedichten zijn gekozen en ingeleid door Huub Ooosterhuis. Oosterhuis werd voor de verspreiding van het werk van Pablo Neruda onderscheiden met de Pablo Neruda medaille. De gedichten in deze bundel zijn vertaald door Bart Vonck en Willy Spillebeen.

Uit het hoofdstuk ‘Amerika, ik roep je naam niet tevergeefs aan’ heb ik voor het gelijknamige gedicht gekozen.

.

Amerika, ik roep je naam niet tevergeefs aan

.

Amerika, ik roep je naam niet tevergeefs aan.

Als ik het zwaard onderwerp aan het hart,

als ik het litteken duld in mijn ziel,

als een nieuwe dag van jou

door de ramen in mij binnendringt,

dan ben en blijf ik in dit licht dat me baart,

leef ik in de schaduw die me bepaalt,

slaap en ontwaak ik in je wezenlijke dageraad:

zoet als de druiven en verschrikkelijk,

geleider van de suiker en de straf,

overspoeld door sperma van je ras,

gezoogd met bloed van je erfgoed.

.

MP

PN

Zonder mysterie

Gerrit Komrij

.

Vandaag is het de laatste zondag van mei, dat betekent dat ik voor de laatste keer een gedicht van Gerrit Komrij als dichter van de maand plaats. De komende maand heb ik voor Remco Campert gekozen als dichter van de maand.

Dit keer het gedicht ‘Zonder mysterie’ uit zijn bundel ‘De Phoenix spreekt’ uit 1982.

.

Zonder mysterie

.

Plotseling viel het hele huis vol gaten.

In elke hoek ontlook een ruiker buizen

En uit de meest bizarre apparaten

Ronkte en snorde het. Je hoorde suizen,

Ratelen, zagen, boren, bovenmate.

Een wolk van stof steeg op. De katten holden

Radeloos van de kelder naar de zolder.

Opeens – kwam er een einde aan hun kolder.

Stil, muisstil werd het. Uit het gruis rees, fier,

Omhoog wat niets had van een fabeldier.

.

Phoenix

phoenix_01

In de echo van een inslag

Sabine Kars

.

Morgenmiddag is er in het Witte Kerkje in Maassluis de jaarlijkse poëziemiddag georganiseerd door de bibliotheek/ stichting Ongehoord!/ de organisatie van de Week van de Cultuur. De linking pin in de drie organisaties ben ik en ik mag het ook weer presenteren. Vorig jaar was één van de deelnemende dichters Sabine Kars. Sabine schrijft bijzondere poëzie en op haar website http://sabinekars.nl kun je veel van haar gedichten lezen.

Ik heb vandaag gekozen voor het gedicht ‘In de echo van een inslag’

.

 

In de echo van een inslag

.

Ik verzon een uitzicht

weids en onbegrepen

.

en niets hield nog

mijn donker vast

.

maar dagen lieten zich niet noemen

vogels vielen – ongehoord

.

en teveel offerwoorden

hielden zich geknield

tussen de twijgen op

.

hier hangen we onleesbaar

aan het kraakbeen van de tijd

.

broos maar met een spanwijdte

van vier seizoenen

.

adem vrijgelaten

in oude kamers voel het

inhaleren van een naam

.

handomgeven samengaan

beklimming van het licht

in alle kwartieren

.

wij schijngestalten

van de maan

.

.

Voor wie interesse heeft in een middag vol poëzie: Witte Kerkje , Constantijn Huygensstraat 1 in Maassluis, aanvang 14.00 uur, zaal open 13.00 uur, toegang gratis. Dichters: Jaap van Oostrum, Nanneke Beekhuis, Willy de Boo, Jelle Ravenstein, Alie Hougee en Marjolein Zandvliet-Japikse. Muziek: Alexander Franken.

SK

Rotterdam brandt

Hester Knibbe

.

Op 14 mei werd in Rotterdam herdacht dat het 76 jaar geleden was dat de Duitsers Rotterdam bombardeerden en (deels) verwoesten. Voor die dag schreef stadsdichter van Rotterdam Hester Knibbe speciaal het gedicht ‘Rotterdam brandt’ en droeg dit voor tijdens de herdenking op Plein 1940.

Het gedicht is geïnspireerd op het schilderij ‘Brand van Rotterdam’ van Henk Chabot.

.

Rotterdam brandt

.

Wat ik zie tart het licht.

Het gaat schuil achter de wolken

rook hellegloed roet, het gaat schuil

achter huiver die mij besluipt.

.

Ooggetuige van afstand, verbeeld ik mij

wat daarginds woedt, terwijl hier de daken

nog helder de weg nog begaanbaar

in de berm uitbundige meibloei. Dus

.

moet ik, dus pak ik mijn donkerste rood mijn okerste

oker, de kleuren van lente en nacht en

.

leg vast: langs de horizon

kruipt een lichterlaaie, brand

in de stad in het hoofd in het hart brand

in de verf op mijn palet brand, maar ik schilder

verzet me ertegen, kwast moord en brand

op het doek dat onder mijn hand

brand vangt. Ik

.

ben getuige, ik

leg het vast.

.

Brand van Rotterdam

Ver reeds is de tijd

René Verbeeck

.

Na al die gedichten op bijzondere plekken is het weer eens tijd een voor bijzonder gedicht. Een liefdesgedicht van de dichter René Verbeeck. Verbeeck was voor de oorlog een actief dichter. Met André Demedts, Pieter G. Buckinx en Jan Vercammen richtte hij het tijdschrift ‘De Tijdstroom’ (1930-1934) op. Hij was oprichter van uitgeverij Eenhoorn (Mechelen, 1936). Hij stichtte in 1937 de poëziereeks ‘De Bladen voor de Poëzie’, waarvan hij tot 1944 de leiding had. Begin 1943 verhuisde hij met de reeks naar de collaborerende uitgeverij Steenlandt. Hij zat na de oorlog 22 maanden gevangen.

Uit de bundel ‘De zomer staat hoog en rijp’ uit 1965, het gedicht ‘Ver reeds is de tijd’.

.

Ver reeds is de tijd

.

Ver reeds is de tijd toen het nestelen begon

tegen een bergflank van de Ardennen.

.

maar zie hoe wild en fier zij is,

nog kregen de jaren haar niet klein,

.

van liefde als hars en bosgrond krachtig

is zij nooit verzadigd

.

en dank noch medelijden

stillen de honger van haar hart.

.

de dienstmaagd van man en kinderen

heeft de minnares niet omgebracht:

.

het wilde meisje houdt mij omstrengeld

in mijn zomerse vrouw.

.

Verbeeck-René-0