Site-archief
De witte meeuw
Henri Bruning
.
Vandaag in de categorie (Bijna) vergeten dichters de dichter H. Bruning (1900 – 1983). Henri Bruning was dichter en essayist.
Henri Bruning debuteert in 1924 met de dichtbundel De Sirkel. Vanaf 1934 is hij actief in de katholiek-solidaristische beweging Verdinaso (Verbond van Dietsche Nationaal-Solidaristen). Deze organisatie was in 1931 in Vlaanderen opgericht. Dit Verdinaso was in Nederland vooral een katholieke beweging, waarvan een aantal leden uiteindelijk in de herfst van 1940 overging naar de NSB.
In de jaren dertig publiceert Bruning dichtbundels als Het verbond (1931) en Fuga (1937). Regelmatig schrijft hij in De Christofore en hij staat vóór de Tweede Wereldoorlog bekend als de schrijver van Subjectieve normen (1936) en Verworpen christendom (1938). Deze groot-opgezette en geïnspireerde opstellen over actuele religieuze en culturele problemen maken van Bruning een der meest bezielde en toonaangevende schrijvers onder de jongere katholieke auteurs.
Eind 1940 wordt Bruning lid van de NSB en eindredacteur van De Schouw, het blad van de Nederlandse Kultuurkamer. Hij is gedurende de oorlog actief als censor en wordt uiteindelijk in 1944 lid van de Germaanse SS in Nederland.
Na de oorlog wordt hij tot twee jaar en drie maanden internering veroordeeld en krijgt hij een schrijfverbod van tien jaar opgelegd. In 1954 neemt het literaire maandblad ‘Maatstaf’ een gedicht van Bruning op en geeft uitgever Bert Bakker zijn ‘Gezelle, de andere’ uit. Deze uitgave wekt bij veel letterkundigen en boekhandelaren weerstand en het wordt duidelijk dat hij zijn letterkundige positie van vóór 1940 niet terug zal krijgen. Bruning wordt tot het eind van zijn leven gemeden door gevestigde literaire kringen. Dat verhindert hem niet om in eigen beheer nog menige dichtbundel te publiceren.
In de bundel ‘Nieuwste dichtkunst’ uit 1934 staat een gedicht van Henri Bruning ‘De witte meeuw’. Toen nog niet onder de invloedsfeer van het Nationaal-Socialistisch denken.
.
De witte meeuw
.
Een meeuw zijn – en de ruimte toebehoren,
een meeuw die het dof dreunen van de zee niet hoort
maar steiler klievend, stormen, zon en regen
gelijkelijk, en niet, en onvervaard
behoort.
.
maar méér – o mateloos azuur – een meeuw die snel en wit
over de duinen schiet
gelijk een vuren licht; in kalme pracht
boven de branding zweeft
en zwenkend, steiler, rustelozer, kleiner
naar de heldere pracht
der verten streeft
Uit: Het verbond, Het Sinjaal, 1931
.
Afvaart
Gerrit Achterberg
.
Vanaf 1925 publiceerde Gerrit Achterberg gedichten in onder andere De Gids, Opwaartsche wegen en De vrije bladen. Zijn debuutbundel ‘De afvaart’ verschijnt echter pas in 1931. In ‘De Afvaart’ zijn alle elementen die het oeuvre van de dichter kenmerken al aanwezig. Bijvoorbeeld de twee centrale figuren, de ‘ik’ en de overleden ‘u’. De critici vonden het werk destijds vaag, eigenaardig maar ook zeer dichterlijk. Het werd vergeleken met het werk van Leopold en A. Roland Holst.
Uit deze bundel het titelgedicht.
.
Afvaart
Toen ik het einde had bereikt
van mijn verdorven heden,
stond God op uit het slijk,
en weende;
en ik stond naast hem, ziende neder
op een verloren eeuwigheid.
En hij zei: je had geen gelijk;
maar dat is nu voorbij, van heden
tot aan die andere eeuwigheid,
is maar één schrede.
Surplus van liefde, waar moet gij nu heen?
hul u in eigen hoede
en slaap ten overvloede,
en in de morgenstonden… ineen.
Maar neen, laat nog de ziel vermoeden,
achter den horizon van steen,
het landschap dat niet kan verbloeden
omdat het ligt te spiegelen.
Van poëzie bezeten,
door demonen besprongen,
rotten de woorden
bij hun geboorte,
en liederen worden aas voor honden.
.
Met dank aan http://www.kb.nl/ en http://www.waterwereld.nu
Foto: http://www.geheugenvannederland.nl/
Winnaar Ongehoord! Poëziewedstrijd
Zondag 16 november 2014
.
Ook dit jaar werd door de stichting Ongehoord! een poëziewedstrijd georganiseerd. Voor de 3e keer (na de wedstrijd te hebben geadopteerd van mijn blog waar ie al 3 jaar liep) wordt dit jaar het felbegeerde beeldje van kunstenares Lillian Mensing vergeven aan de winnaar van deze poëziewedstrijd.
Opnieuw waren er zeer veel inzendingen (ruim 200). Het bestuur heeft op democratische wijze en volledig blind (dat wil zeggen dat men alleen de gedichten te lezen kreeg met daarboven een nummer in volgorde van binnenkomst, zonder naam) uit alle inzendingen een ‘shortlist’ gekozen van iets meer dan 50 gedichten. Uit deze shortlist heeft de jury bestaande uit Joz Knoop, Edwin de Voigt en Robbert Meijntjes de drie winnaars gekozen.
Alle drie worden uitgenodigd om op een podium van Ongehoord! te komen voordragen, de winnende gedichten worden gepubliceerd op de website van Ongehoord! (http://www,stichtingongehoord.com) en op dit blog en de nummer 1 krijgt het beeldje.
De prijsuitreiking vindt als gezegd plaats op 16 november in het Bibliotheektheater in Rotterdam. De toegang is gratis. De zaal gaat open om 13.00 uur en de prijsuitreiking begint om 14.00 uur. Als speciale muzikale gast hebben we dit jaar Patty van Trossel (of La Pat) weten te strikken.
Het beloofd weer een mooie en interessante middag te worden. Maak dus een paar uurtjes vrij in je agenda en kom op 16 november naar Rotterdam.
.
Prijswinnares van 2013 Anneke Wasscher
Als je groot bent
Het moest maar eens gaan sneeuwen
.
Het afgelopen weekend heb ik weer eens de bundel ‘Het moest maar eens gaan sneeuwen’ van Tjitske Jansen uit 2003 gelezen. Opnieuw heb ik genoten van haar taal en haar poëzie. Al eerder schreef ik over deze bundel en voor eenieder die deze bundel nog niet kent of nooit heeft ingezien kan ik alleen maar zeggen: Lezen!
Uit deze bundel het gedicht ‘Als je groot bent, wil je dan niet meer spelen?’.
.
Als je groot bent, wil je dan niet meer spelen?
Als je groot bent
wil je dan niet meer spelen
of mag het dan niet meer?
Is er een leeftijd waarop iemand je komt vertellen:
‘Vanaf heden is spelen verboden,’ en wie
zou degene zijn die mij dat kwam vertellen?
Toen ik weer de zon in liep, zag ik de buurvrouw
met een gieter achter mijn vader aanrennen.
Het mocht dus nog! Opgelucht
ging ik vissen in de beek. Ik nam mee:
een emmer en een tak met daaraan een touw.
Een haakje had ik niet nodig.
.
Doe maar
Dicht maar
.
Op dit blog schrijf ik vrijwel altijd over poëzie voor volwassenen en maar zelden over poëzie voor jeugdigen of jongeren. Daar ga ik nu verandering in brengen met aandacht voor de gedichtenwedstrijd ‘Doe maar, dicht maar’. De allereerste keer dat ‘Doe maar, dicht maar’ werd georganiseerd is volgens mij in 1985 geweest. Een gedichtenwedstrijd met een geschiedenis dus. Dit jaar dus alweer de 29ste editie.
Doe Maar Dicht Maar is een landelijke dichtwedstrijd voor schoolgaande jongeren tussen de 12 en 19 jaar. Alle jongeren mogen meedoen. Je hoeft dus niet een briljante schrijver te zijn of ervaring met dichten te hebben. Ook hoef je niet per se een ‘klassiek’ gedicht te schrijven, maar mag je bijvoorbeeld ook een rap of een songtekst maken.
De honderd beste gedichten winnen een plek in de ‘Doe Maar Dicht Maar’ dichtbundel. Daarnaast krijgen de tien beste dichters een uniek cadeau met hun gedicht erop.
Dit jaar zitten in de jury Edward van de Vendel, Ester Naomi Perquin en Pim te Bokkel.
Alle informatie over de wedstrijd staat op de website van het Poëziepaleis http://www.poeziepaleis.nl/projecten/doe-12 en 19 jaar, gedichtenbundel
maar-dicht-maar/dmdm/de-wedstrijd
.
Een voorbeeld uit de editie van 2012, een gedicht van Josje Veenhoven met de titel ‘Gesecondenlijmd”.
.
Gesecondenlijmd
Een traan rolt over mijn wang
in de gloeiende hitte
maar genoeg is het niet
om mijn hart schoon te maken
Om de breuk te herstellen
het stof weg te vegen
blij worden
jou vergeten
Ik blijf ergens hangen
loskomen lukt niet
en hoe graag ik ook wil
ik kom niet weg
Gesecondenlijmd aan jou
of meer aan hoe je was
beseffen kan ik niet
dus blijf ik zitten.
Vast.
.































