Site-archief

Gelukkige liefde bestaat niet

Louis Aragon

 

Na de Russische, Ierse en Vlaamse dichters vind ik het tijd dat ook dichters uit andere (Europese) landen eens aan de beurt moeten komen. Natuurlijk zijn er op dit blog tal van voorbeelden te vinden van Poolse, Duitse, Franse, Portugese en Hongaarse dichters maar niet in een aparte categorie. Daar komt vanaf vandaag verandering in. Te beginnen met de Franse dichters.

Al eerder schreef ik over Louis Aragon in de categorie Dichter in verzet. Louis Aragon (1897 – 1982) was (samen met André Breton en Philippe Soupault) één van de grondleggers van de surrealistische beweging. Aragon was ook een vertegenwoordiger van het socialistisch realisme. Daarnaast was hij lid van de Académie Goncourt.

Aragons eerste gedichten zijn geïnspireerd door het surrealisme. Zijn eerste dichtbundel, ‘Feu de joie’ (1919), toont het optimisme aan het begin van de surrealistische beweging. Deze gedichten zijn ook een mooi voorbeeld van een jonge dichter die zich afzet tegen de maatschappij en daarbij de extreme kanten van het anarchisme opzoekt.

In de jaren dertig krijgt zijn poëzie een meer realistische ondertoon, bijvoorbeeld met zijn bundel ‘Hourra l’Oural’ (1934) waarin zijn bewondering voor de Sovjet-Unie duidelijk naar voren komt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam Aragon actief deel aan het literair verzet en schreef hij verzetspoëzie.Deze poëzie bezorgde Aragon, en ook vele andere Franse schrijvers, eveneens een nieuwe inspiratie, die gepaard ging met een terugkeer naar meer traditionele vormen en naar een voor de mensen eenvoudigere poëzie. Daarvan getuigt bijvoorbeeld de bundel ‘Les Yeux d’Elsa’.

Na de oorlog keerde Aragon zich meer en meer van het realisme  af en hervatte hij zijn militante poëzie met onder andere ‘Les Yeux et la mémoire’ (1954) en ‘Mes caravanes’ (1954).  Een van zijn laatste bundels, ‘Les Chambres’, behandelt de thema’s van de veroudering en de dood. Aragon stelt hierin het leven voor als een reis van kamer tot kamer, waarbij men glijdt van plaats naar plaats, wat een soort angst veroorzaakt.

Een van de bekendste dichtregels van Louis Aragon is wel ‘Il n’y a pas d’amour heureux’ uit het gelijknamige gedicht, uit de bundel ‘La Diane Française’ ‘ uit 1945. Hieronder het gedicht in het Frans en in een vertaling van Philippe Opsomer.Wat ik bijzonder vind is dat in de twee Nederlandse vertalingen die ik heb kunnen vinden de laatste regel uit het oorspronkelijk gedicht niet is mee vertaald. Ik zou het vertalen met ‘Maar wel onze liefde voor elkaar’.

.

Gelukkige liefde bestaat niet

Niets wat een mens bezit

Behoort hem werkelijk toe
Noch zijn kracht, noch zijn zwakheid
Noch zijn hart
En wanneer hij zijn armen opent
Lijkt zijn schaduw op een kruis
En als hij het geluk omarmen kan
Maakt hij het zomaar stuk
Zijn leven lijkt een vreemde scheiding
Die bijzonder pijnlijk is

Gelukkige liefde bestaat niet

Je kan zijn leven vergelijken met het leven
Van soldaten zonder wapen
Voorbereid op een andere lotsbestemming
Wat voor zin heeft het dat ze ’s ochtends opstaan
Als we ze bij het vallen van de avond terugvinden
Helemaal ontredderd en ontwapend
Zeg deze woorden en houd je tranen in

Gelukkige liefde bestaat niet

Mijn mooie liefde, mijn dierbare liefde, mijn verscheurde hart
Ik draag je in me, als een gekwetste vogel
Onwetend bekijken mensen ons wanneer we voorbijkomen
En herhalen zij de woorden die ik tot jou gericht heb
Woorden die in jouw ogen onmiddellijk verdwijnen

Gelukkige liefde bestaat niet

Net wanneer we geleerd hebben wat het leven inhoudt
is het te laat en huilen onze harten eensgezind
Het minste genot vervult je met veel spijt
Veel verdriet voor een eenvoudig wijsje
Heel wat geschrei voor een liedje op gitaar

Gelukkige liefde bestaat niet

.

Il ný a pas d’amour heureux

 

Rien n’est jamais acquis à l’homme Ni sa force
Ni sa faiblesse ni son coeur Et quand il croit
Ouvrir ses bras son ombre est celle d’une croix
Et quand il croit serrer son bonheur il le broie
Sa vie est un étrange et douloureux divorce
Il n’y a pas d’amour heureux

 

Sa vie Elle ressemble à ces soldats sans armes
Qu’on avait habillés pour un autre destin
A quoi peut leur servir de se lever matin
Eux qu’on retrouve au soir désoeuvrés incertains
Dites ces mots Ma vie Et retenez vos larmes
Il n’y a pas d’amour heureux

 

Mon bel amour mon cher amour ma déchirure
Je te porte dans moi comme un oiseau blessé
Et ceux-là sans savoir nous regardent passer
Répétant après moi les mots que j’ai tressés
Et qui pour tes grands yeux tout aussitôt moururent
Il n’y a pas d’amour heureux

 

Le temps d’apprendre à vivre il est déjà trop tard
Que pleurent dans la nuit nos coeurs à l’unisson
Ce qu’il faut de malheur pour la moindre chanson
Ce qu’il faut de regrets pour payer un frisson
Ce qu’il faut de sanglots pour un air de guitare
Il n’y a pas d’amour heureux

 

Il n’y a pas d’amour qui ne soit à douleur
Il n’y a pas d’amour dont on ne soit meurtri
Il n’y a pas d’amour dont on ne soit flétri

Et pas plus que de toi l’amour de la patrie
Il n’y a pas d’amour qui ne vive de pleurs
Il n’y a pas d’amour heureux
Mais c’est notre amour à tous les deux

.

aragon

 

aragon2

 

Met dank aan Wikipedia en http://www.vissenaken.be

 

 

De witte meeuw

Henri Bruning

.

Vandaag in de categorie (Bijna) vergeten dichters de dichter H. Bruning (1900 – 1983). Henri Bruning was dichter en essayist.

Henri Bruning debuteert in 1924 met de dichtbundel De Sirkel. Vanaf 1934 is hij actief in de katholiek-solidaristische beweging Verdinaso (Verbond van Dietsche Nationaal-Solidaristen). Deze organisatie was in 1931 in Vlaanderen opgericht. Dit Verdinaso was in Nederland vooral een katholieke beweging, waarvan een aantal leden uiteindelijk in de herfst van 1940 overging naar de NSB.

In de jaren dertig publiceert Bruning dichtbundels als Het verbond (1931) en Fuga (1937). Regelmatig schrijft hij in De Christofore en hij staat vóór de Tweede Wereldoorlog bekend als de schrijver van Subjectieve normen (1936) en Verworpen christendom (1938). Deze groot-opgezette en geïnspireerde opstellen over actuele religieuze en culturele problemen maken van Bruning een der meest bezielde en toonaangevende schrijvers onder de jongere katholieke auteurs.

Eind 1940 wordt Bruning lid van de NSB en eindredacteur van De Schouw, het blad van de Nederlandse Kultuurkamer. Hij is gedurende de oorlog actief als censor en wordt uiteindelijk in 1944 lid van de Germaanse SS in Nederland.

Na de oorlog wordt hij tot twee jaar en drie maanden internering veroordeeld en krijgt hij een schrijfverbod van tien jaar opgelegd. In 1954 neemt het literaire maandblad ‘Maatstaf’ een gedicht van Bruning op en geeft uitgever Bert Bakker zijn ‘Gezelle, de andere’ uit. Deze uitgave wekt bij veel letterkundigen en boekhandelaren weerstand en het wordt duidelijk dat hij zijn letterkundige positie van vóór 1940 niet terug zal krijgen. Bruning wordt tot het eind van zijn leven gemeden door gevestigde literaire kringen. Dat verhindert hem niet om in eigen beheer nog menige dichtbundel te publiceren.

In de bundel ‘Nieuwste dichtkunst’ uit 1934 staat een gedicht van Henri Bruning ‘De witte meeuw’. Toen nog niet onder de invloedsfeer van het Nationaal-Socialistisch denken.

.

De witte meeuw

.

Een meeuw zijn – en de ruimte toebehoren,

een meeuw die het dof dreunen van de zee niet hoort

maar steiler klievend, stormen, zon en regen

gelijkelijk, en niet, en onvervaard

behoort.

.

maar méér – o mateloos azuur – een meeuw die snel en wit

over de duinen schiet

gelijk een vuren licht; in kalme pracht

boven de branding zweeft

en zwenkend, steiler, rustelozer, kleiner

naar de heldere pracht

der verten streeft

 

Uit: Het verbond, Het Sinjaal, 1931

.

nieuwste dichtkunst

 

subjectieve normen

Poëdieren

Poëzie, kunst en dieren

.

Op zoek naar poëzie in de openbare ruimte kwam ik een paar voorbeelden van kunst in combinatie met poëzie en dieren tegen.

Twee voorbeelden van muurpoëzie (Turijn en de Spanje) en een voorbeeld van bijzondere Caligrafie van een gedicht van de Perzische dichter en mysticus Hafez (1320-1390) in de vorm van vogels en een hert.

.

gedicht in de vorm van een hert van Hafez

 

gedicht op een bunker in Turijn

 

 

 

gedicht_op_een_muur_

Schreef

Taalpodium

.

Sinds enige tijd ben ik lid van de vereniging Taalpodium Utrecht/Zeist, een vereniging van dichters en schrijvers in de regio Utrecht. De vereniging geeft 6 keer per jaar een tijdschrift uit met de naam ‘Schreef’.Daarnaast organiseert de vereniging poëzieavonden in Utrecht (Schiller), Zeist (de 12 Ambachten) en Amersfoort (bibliotheek) en elk oneven jaar verschijnt er een verzamelbundel.

Schreef verschijnt dus om de maand en wordt volgeschreven door de leden van de vereniging en staat onder redactie van Hanneke Verbeek en Geerten van Gelder. Het is een fraai maar sober uitgegeven tijdschrift met op de voorkant een afbeelding in kleur. De website van het Taalpodium is http://www.taalpodium.nl 

Uit nummer 160 van november 2014 (29ste jaargang!) een gedicht van Bart Bos met de titel ‘Residu’.

.

Residu

.

Je kunt niet zoals wij,

zo lang al bij elkaar

en steeds tezamen zijn

zonder dat, heel stil en ongeweten,

een neerslag zich gaat vormen,

een residu van herinneringen

aan samen doorleefde dingen.

.

Het is een residu, een matte glans,

die zich onmerkbaar en heel stil

gevormd heeft, een samengaan

van teleurstelling en oud verdriet,

teloorgang en gemis.

.

En soms zeg ik dan onverwacht

heel zacht: lief beertje,

mijn lijsjelorresnor, mijn meisje.

.

schreef

 

Straatpoëzie

Streetpoetry

.

Ik schrijf al langer over gedichten op vreemde plekken en over gedichten in de openbare ruimte. Daarmee dacht ik openbare poëzie wel te dekken. Tot nu. Hoewel ik al schreef over poëzie op straat blijkt straatpoëzie of streetpoetry een trefwoord te zijn waaronder je op het net veel (vooral) straatdichters kunt vinden. Straatdichters zijn er in vele vormen. Sommigen zijn naast dichter ook kunstenaar, anderen zijn dichter en weten daarnaast hun poëzie ook in de openbare ruimte te plaatsen en weer anderen zijn (soms) illegaal bezig en brengen hun poëzie (soms) onder een pseudoniem aan op gebouwen, huizen en schuttingen.

Waar ze ook vandaan komen en hoe ze hun poëzie ook aan de man brengen, het feit dat hun poëzie op straat te lezen is verenigd ze als straatdichters. Hieronder zie je een aantal voorbeelden van straatdichters of van straatpoëzie uit Luxemburg, Tel Aviv, Brooklyn, Parijs, Rome en Lissabon.

.

straatpoezie

 

straatpoezie2

 

straatpoezie3

 

straatpoezie4

 

straatpoezie5

 

straatpoezie6

 

straatpoezie7

Afvaart

Gerrit Achterberg

.

Vanaf 1925 publiceerde Gerrit Achterberg gedichten in onder andere De Gids, Opwaartsche wegen  en De vrije bladen. Zijn debuutbundel ‘De afvaart’ verschijnt echter pas in 1931. In ‘De Afvaart’ zijn alle elementen die het oeuvre van de dichter kenmerken al aanwezig. Bijvoorbeeld de twee centrale figuren, de ‘ik’ en de overleden ‘u’. De critici vonden het werk destijds vaag, eigenaardig maar ook zeer dichterlijk. Het werd vergeleken met het werk van Leopold en A. Roland Holst.

Uit deze bundel het titelgedicht.

.

Afvaart

Toen ik het einde had bereikt
van mijn verdorven heden,
stond God op uit het slijk,
en weende;
en ik stond naast hem, ziende neder
op een verloren eeuwigheid.

En hij zei: je had geen gelijk;
maar dat is nu voorbij, van heden
tot aan die andere eeuwigheid,
is maar één schrede.

Surplus van liefde, waar moet gij nu heen?
hul u in eigen hoede
en slaap ten overvloede,
en in de morgenstonden… ineen.

Maar neen, laat nog de ziel vermoeden,
achter den horizon van steen,
het landschap dat niet kan verbloeden
omdat het ligt te spiegelen.

Van poëzie bezeten,
door demonen besprongen,
rotten de woorden
bij hun geboorte,
en liederen worden aas voor honden.

.

afvaart hand

 

Achterberg

 

Met dank aan http://www.kb.nl/ en http://www.waterwereld.nu
Foto: http://www.geheugenvannederland.nl/

 

 

 

Voetveer

Gedicht bij een Voetveer

.

Bij het voetveer aan de Waal, op de oevers van Beuningen en Slijk-Ewijk, zijn twee zogenaamde veerstoepen gerealiseerd naar ontwerp van Atelier Quadrat en Blom&Moors.

Twee banken van beton en staal bieden een rustplek voor wie even op de boot wacht. De vijf meter lange zit-objecten zijn zowel op het land als vanaf het water duidelijk zichtbaar en herkenbaar. In twee betonnen vloerplaten bij de bankjes staat een speciaal voor deze plek geschreven, gedicht van Tim Pardijs.
Het gedicht luidt:

(bij Veerstoep Slijk-Ewijk)

.

Ik leg op zoek naar jou aan

bij iedere naam

die aan me voorbij trekt

de ruimte

 

wordt zo groot dat ik

los

 

van ieder teken

naar de overkant drijf

.

(bij Veerstoep Beuningen)

.

steek zo stil over

dat het water spiegelt

 

kijk dan voorzichtig

om: je schrijft over

 

kant

op het draagvlak

 

ik lees tussen de wolken hoe

ik bij je kan komen

 

veerstoep

 

veerstoep2

 

veerstoep3

 

.

 

59_stelcon

 

Met dank aan Wim van Til

Winnaar Ongehoord! Poëziewedstrijd

Zondag 16 november 2014

.

Ook dit jaar werd door de stichting Ongehoord! een poëziewedstrijd georganiseerd. Voor de 3e keer (na de wedstrijd te hebben geadopteerd van mijn blog waar ie al 3 jaar liep) wordt dit jaar het felbegeerde beeldje van kunstenares Lillian Mensing vergeven aan de winnaar van deze poëziewedstrijd.

Opnieuw waren er zeer veel inzendingen (ruim 200). Het bestuur heeft op democratische wijze en volledig blind (dat wil zeggen dat men alleen de gedichten te lezen kreeg met daarboven een nummer in volgorde van binnenkomst, zonder naam) uit alle inzendingen een ‘shortlist’ gekozen van iets meer dan 50 gedichten. Uit deze shortlist heeft de jury bestaande uit Joz Knoop, Edwin de Voigt en Robbert Meijntjes de drie winnaars gekozen.

Alle drie worden uitgenodigd om op een podium van Ongehoord! te komen voordragen, de winnende gedichten worden gepubliceerd op de website van Ongehoord! (http://www,stichtingongehoord.com) en op dit blog en de nummer 1 krijgt het beeldje.

De prijsuitreiking vindt als gezegd plaats op 16 november in het Bibliotheektheater in Rotterdam. De toegang is gratis. De zaal gaat open om 13.00 uur en de prijsuitreiking begint om 14.00 uur. Als speciale muzikale gast hebben we dit jaar Patty van Trossel (of La Pat) weten te strikken.

Het beloofd weer een mooie en interessante middag te worden. Maak dus een paar uurtjes vrij in je agenda en kom op 16 november naar Rotterdam.

.

oNGEHOORD

 

prijs

 

prijs 2013

 

Prijswinnares van 2013 Anneke Wasscher 

Als je groot bent

Het moest maar eens gaan sneeuwen

.

Het afgelopen weekend heb ik weer eens de bundel ‘Het moest maar eens gaan sneeuwen’ van Tjitske Jansen uit 2003 gelezen. Opnieuw heb ik genoten van haar taal en haar poëzie. Al eerder schreef ik over deze bundel en voor eenieder die deze bundel nog niet kent of nooit heeft ingezien kan ik alleen maar zeggen: Lezen!

Uit deze bundel het gedicht ‘Als je groot bent, wil je dan niet meer spelen?’.

.

Als je groot bent, wil je dan niet meer spelen?

 

Als je groot bent
wil je dan niet meer spelen
of mag het dan niet meer?

Is er een leeftijd waarop iemand je komt vertellen:
‘Vanaf heden is spelen verboden,’ en wie
zou degene zijn die mij dat kwam vertellen?

Toen ik weer de zon in liep, zag ik de buurvrouw
met een gieter achter mijn vader aanrennen.
Het mocht dus nog! Opgelucht

ging ik vissen in de beek. Ik nam mee:
een emmer en een tak met daaraan een touw.
Een haakje had ik niet nodig.

.

Tjitske-Jansen-2012

 

sneeuwen

Doe maar

Dicht maar

.

Op dit blog schrijf ik vrijwel altijd over poëzie voor volwassenen en maar zelden over poëzie voor jeugdigen of jongeren. Daar ga ik nu verandering in brengen met aandacht voor de gedichtenwedstrijd ‘Doe maar, dicht maar’. De allereerste keer dat ‘Doe maar, dicht maar’ werd georganiseerd is volgens mij in 1985 geweest. Een gedichtenwedstrijd met een geschiedenis dus. Dit jaar dus alweer de 29ste editie.

Doe Maar Dicht Maar is een landelijke dichtwedstrijd voor schoolgaande jongeren tussen de 12 en 19 jaar. Alle jongeren mogen meedoen. Je hoeft dus niet een briljante schrijver te zijn of ervaring met dichten te hebben. Ook hoef je niet per se een ‘klassiek’ gedicht te schrijven, maar mag je bijvoorbeeld ook een rap of een songtekst maken.

De honderd beste gedichten winnen een plek in de ‘Doe Maar Dicht Maar’ dichtbundel. Daarnaast krijgen de tien beste dichters een uniek cadeau met hun gedicht erop.

Dit jaar zitten in de jury Edward van de Vendel, Ester Naomi Perquin en Pim te Bokkel.

Alle informatie over de wedstrijd staat op de website van het Poëziepaleis http://www.poeziepaleis.nl/projecten/doe-12 en 19 jaar, gedichtenbundel

maar-dicht-maar/dmdm/de-wedstrijd

.

Een voorbeeld uit de editie van 2012, een gedicht van Josje Veenhoven met de titel ‘Gesecondenlijmd”.

.

Gesecondenlijmd

Een traan rolt over mijn wang
in de gloeiende hitte
maar genoeg is het niet
om mijn hart schoon te maken

Om de breuk te herstellen
het stof weg te vegen
blij worden
jou vergeten

Ik blijf ergens hangen
loskomen lukt niet
en hoe graag ik ook wil
ik kom niet weg

Gesecondenlijmd aan jou
of meer aan hoe je was
beseffen kan ik niet
dus blijf ik zitten.

Vast.

.

DMDM

 

DMDM2