Site-archief

Politiek

William Butler Yeats

.

Gistermiddag werd ik aan mijn reis met vrienden door Ierland herinnerd en aan het bezoek (bij toeval reden we er langs en zagen het bord met: grave of W.B. Yeats) van het graf van deze dichter. Uit de bundel ‘De mooiste van William Butler Yeats’ uit 2010 daarom nog maar eens een gedicht van zijn hand, tenslotte kun je nooit genoeg lezen van Yeats. Daarom ook het Engelse origineel en de Nederlandse vertaling van ‘Politics’ van Jan Eijkelboom uit 1993.

.

Politics

.

How can I, that girl standing there,

My attention fix

On Roman or on Russian

Or on Spanish politics?

Yet here’s a travelled man that knows

What he talks about,

And there’s a politician

That has read and thought,

And maybe what they say is true

Of war and war’s alarms,

But O that I were young again

And held her in my arms!

.

Politiek

.

Hoe kan ik mijn aandacht bepalen,

Terwijl daar dat meisje staat,

Bij wat er in Rome of Rusland

Of Spanje, aan politiek omgaat?

Toch is hier een bereisde man

Die weet waarover hij het heeft

En daar is een politicus

Die nadenkt en veel leest,

En ’t kan wel waar zijn wat ze zeggen

Over oorlog en oorlogsgevaar,

Maar o, wat was ik liever jong

En vrijde ik met haar

.

politics_by_w_b_yeats_t_shirts-r8877efe27e9246e79069032a9237dd59_va6pe_512

 

_70228827_yeats

 

 

Ik ben geen schrijver

Alja Spaan

.

Uit de bundel ‘Je hebt me gemaakt met je kus’ een bundel over alle vormen van liefde, die ik in 2011 publiceerde met de dichteres Alja Spaan een gedicht van Alja. Alja haar gedichten zijn meanderende poëtische teksten waarin veel te vinden en te genieten valt. Uit deze bundel het afsluitende gedicht zonder titel.

.

Ik ken geen andere manier

Ik ben geen schrijver

Ik ken geen andere manier

Dan je begeren en je voelen op mijn huid

Je willen verleiden met

Zoveel meer dan mijn woorden

Ik ken geen andere manier

Van liefhebben dan deze

Ik ken geen andere manier van verlaten

Dan terugkomen ooit

Zachte deuren, zachte gebaren

Ik ken geen andere liefde nu dan jij

En geen andere liefde kent mij

Zoals jij

.

je-kus

 

Alja-Spaan1

Schurende poëzie

Daniël Vis

.

Afgelopen zondag was het laatste Ongehoord! podium van 2014 en in dit geval geldt; was je er niet dan heb je echt wat gemist. Prachtige poëzie van de 82 jarige Willy Spillebeen, Rinske kegel, Marjolein van Aperen, de breekbare muziek van Bryony Burns en Daniël Vis.  Daniël Vis schrijft poëzie die schuurt, tot denken aanzet, absurd is soms maar altijd intrigeert. Ik kon dan ook niet anders dan zijn bundel ‘Crowdsurfen op laag water’ aanschaffen. De achterflap zegt over hem:

Op Tarantino-achtige wijze ontrafelt Daniël Vis uiterst actuele doch ook persoonlijke thema’s. Dit doet hij op een harde, narratieve en atypische manier, waarbij niets mooier gemaakt wordt dan het is.

Ik heb altijd een zeker voorbehoud als het gaat om coverteksten (zelfs bij mijn eigen bundels) maar in dit geval ben ik het helemaal eens met de inhoud van deze tekst. Uit deze bundel het gedicht ‘Friedrichs ontstopper’.

.

Friedrichs ontstopper

.

voor zijn kamerraam stond een lantaarnpaal.

soms kroop hij ’s nachts uit bed

en schoof het gordijn open.

.

er heeft zweet gestaan in zijn gevouwen handen

en hij heeft om dingen gevraagd.

.

van de pepernoten begreep hij ook niet

hoe ze in zijn schoenen kwamen.

.

maar daarbij bleken ze de waarheid te schminken.

en toen hij 13 was verzoop een schaap

in de sloot, achter.

.

je kan niet over water lopen.

.

in de cartoons hangen ze even stil in de lucht

voordat ze vallen,

.

er verandert iets in hun ogen.

hij vertrouwt niet op gootsteenontstopper,

dat het iets oplost daarbinnen.

.

‘doe je mond maar open’, zeg ik.

‘als het prikt, werkt het.’

.

‘het botst toch op niks,’ zegt hij.

‘alles vindt zonder obstakels de afvoer.’

.

hij houdt zijn hand op z’n middenrif.

.

23, en hij zoekt nog steeds naar vervanging.

.

hij zegt:

.

‘als jezus terug op aarde komt

is dat als mannenmodel

voor h&m.’

.

Vis

 

plunger

 

Nader en onverklaard

Niels Landstra

.

Van Niels Landstra (1966) kreeg ik zijn nieuwste bundel toegestuurd. Titel: ‘Nader en onverklaard’. Op de achterflap tot mijn verbazing (en genoegen) een quote die ik vorig schreef over de poëzie van Niels (Niels Landstra is een begenadigd dichter) in een column op Maassluis.nu

Dat Niels een begenadigd dichter is bewijst hij eens te meer in deze bundel. De bundel telt 30 gedichten, mooi uitgegeven door uitgeverij Oorspong. Wat me meteen in het oog viel is het gebruik van hoofdletters bij elke nieuwe zin (overigens niet consequent door de hele bundel). ik ken meer dichters die dit doen en als je zelf van het type dichter bent dat zo min mogelijk hoofdletters gebruikt is het altijd weer even wennen. Soms moet ik hele strofen opnieuw lezen om te zien waar de pauzes vallen en waar zinnen eindigen (er worden namelijk wel punten gebruikt). Toen ik wat meer gedichten had gelezen wende ook dit en kon ik me meer op het genieten van de poëzie richten. Want genieten is het. Niels Landstra verstaat als geen ander het beschrijven van alledaagse zaken op een heel onalledaagse manier. Een rij bomen is nooit zomaar een rij bomen bij hem en mensen in een tram op een brug worden bij Niels (In de vaart der volkeren):

 

” Een tram in het dwangspoor van een brug

Met lammeren tegen leunend glas, mat

Over de grachten van de grauwe cyclus ”

 

Ook het woordgebruik, of moet ik zeggen de woordenschat waar hij zich van bedient is prikkelend en uitgebreid. Een kleine greep uit zijn werkwoordgebruik: parelen, zwieren, zwalken, welken, priemen, minnen, schampen, dampen, gloeien, looien, verijlen en ga zo maar door. Zijn zeer rijke taalgebruik maakt dat elk gedicht niet alleen inhoudelijk genoten kan worden maar zeker ook taalkundig. Verwacht van Niels geen experimenten met poëzie; zijn gedichten bestaan voor het overgrote deel uit 3, 4 of 5 strofen met af en toe één met tussenzinnen.

Al met al een fijne bundel die uitnodigt tot herlezen.

Uit deze bundel het gedicht ‘Struikelstenen’. Voor wie het fenomeen niet kent; struikelstenen of stolpersteine is een project van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig (1947). Hij brengt gedenktekens aan op het trottoir voor de huizen van mensen die door de nazi’s verdreven, gedeporteerd, vermoord of tot zelfmoord gedreven zijn. Deze Stolpersteine (lett. ‘struikelstenen’) herinneren onder andere aan Joden, Sinti en Roma, politieke gevangenen, homoseksuelen, Jehova’s getuigen en gehandicapten.

.

Struikelstenen

.

Om de namen van hen niet te vergeten

die een hel zagen zonder enige reden

stapsgewijs van vale straatstenen gevaagd

nu door een stolp van blinkende messing geschraagd

,

de inscriptie zwart als de as die warrelde

door een verhitte lucht, doodszucht, beklaagden

op een weg besloten door een gillende vrees

die vogels en prikkeldraad snoerden, de kreet

.

van ontreddering verstomd in het trottoir

voor statige woningen die er zwijgend staan

getuigen van gezinnen beroofd van status

en voor altijd weer bruut afgevoerd, uitgeblust

.

door het reizen naar de verkommerde tijd

het komen bij de duivel thuis, het gelijk

struikelen in de kwade geschiedenis

over waanzin. moord en eeuwige droefenis

.

IMG_8978

 

stolpersteinemaassluis-1

Proletarische dichtkunst

Martien Beversluis

.

Afgelopen weekend bracht ik een bezoek aan de nieuwe Paagman vestiging in het centrum van Den Haag in het oude pand van De Slegte. In de boekwinkel zijn nog altijd op de eerste verdieping tweedehands boeken en antiquaren boeken te koop. Ik mag daar altijd graag in de sectie poëzie rondsnuffelen.

In de poëziekast kwam ik een bijzondere dichtbundel tegen. De bundel ‘Arbeiders-noodlot’, Proletarische dichtkunst. Een bloemlezing uit de moderne Duitsche arbeiderspoezie der laatste jaren. In Nederlandsche verzen omgezet door Martien Beversluis. uit 1930, uitgegeven door H. ten Brink in Arnhem.

Martien Beversluis (1894 – 1966) werd in 1922 lid van de SDAP (voorloper van de PvdA) en werd in 1928 literair medewerker voor de VARA. Voor deze omroep verzorgde hij het radioprogramma ‘Internationale socialistische poëzie’. In dit kader moet denk ik ook zijn bemoeienis te plaatsen zijn met de bundel ‘Arbeiders-noodlot’. Duitse Arbeiderspoëzie in Nederlandse verzen omgezet.

In de jaren dertig werd hij lid van de communistische partij en in de oorlog (1941) bij de NSB. In de jaren na de oorlog krijgt hij een publicatieverbod en uiteindelijk blijft hij tot zijn dood actief als dichter van voornamelijk religieus getinte verzen.

Uit deze bundel het gedicht’Aan de draaibank’.

.

boeka

 

boekc

 

boekd

 

boekb

 

Wafwafwaf

Tom Lanoye

.

Tom Lanoye (1958) woont en werkt in België en Zuid Afrika. Hij schrijft  poëzie, romans, columns, scenario’s en toneelteksten. Hij is een van de meest gelezen en gelauwerde auteurs van zijn taalgebied (Nederland en Vlaanderen). Zo werd zijn werk bekroond met onder andere Gouden Uilen (4 maal), Humo’s Gouden bladwijzer (2 maal) en kreeg hij de vijfjaarlijkse prijs voor podiumteksten van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde en de Constantijn Huygens-prijs voor zijn hele oeuvre.

Bij velen bekend van zijn romans en toneelwerk schreef Lanoye ook meer dan 10 poëziebundels (vooral in het begin van zijn carrière).

Uit de bundel ‘Hanestaart’ een bijzonder gedicht wat je een aantal keer zorgvuldig moet lezen om een richting te krijgen van waar het gedicht over gaat, met als titel ‘Wafwafwaf’. Uit de recensie van Wijnand Steemers over de bundel Hanestaart:

“Sprankelende boekverzorging in bijna antroposofisch opgewekt kleurenpalet, een met ontblote doch behaarde borstkas poserende dichter op de achterflap. Ingrediënten van zijn dikwijls in wanhoop gedoopte thematiek: twijfel aan eigen schrijverschap (‘jezelf executeren’), homo-erotiek, jeugd, religie, tijd, in electrificerend idioom waarin het knettert van ‘mannentaal’ als ‘geil’, ‘kloten’, ‘hifi-toren’, ‘jeans’, ‘Quartz’, ‘digitale vrouw’, ‘syfilis’, en meer trendy taal uit de hedendaagse gruwelkamers. Edoch, verstaanbaar verwoord, met forse kwast, vaak eerder schrijnend dan balsemend, maar dat typeert meer recente poëzie”.

.

Waf waf waf

Leg de ketting klaar en hark mij tegen draad van
kokkelgeur, het ganzenei moet stuk voor stuk
gezwellen. Toe maar, bakkelei wat bokbederft, jij
stropop volle maan. Je lazerij nu pruimsteen en
dan vellen speelt geen rol, maar hou van mij.

Knip mijn oren, snij die staart. Dat kindschap
zweet in appeltaart vol hoedendoos en razernij?
En dat octaven biceps buitenspel erfdienstbaar
gaan, mits bloed gescheten foute formulieren
bij? Dat scheelt geen hol. Maar hou van mij.

Zing één voor één de nagels uit mijn poten,
hák. Geen jarretellen luxe geitebrij vol sap
ontstoken lippen meer, geen molleblinden eetgerei
of ellepijpen dood getij. Geen rollen
meer. Dan hou van hou van hou van mij.

.

lanoye1

 

tom_lanoye

 

Nieuwe dichtbundel

Antoinette Sisto

.

Op zaterdag 29 november draag ik in PERDU gedichten voor (van Antoinette en mezelf) bij de presentatie van ‘Iemand moet altijd gemist worden’, de nieuwe dichtbundel van Antoinette Sisto. Ik leerde Antoinette kennen bij het WAK festival in Den Haag waar we beide gedichten mochten voordragen. We wisselde bundels uit en ik schreef over haar bundel ‘Dichter bij de dagen’. Daarna volgde een uitnodiging om mee t3e doen met De Vallei en een interview voor Meander, want behalve begenadigd dichter schrijft ze ook erg goede interviews.

De presentatie van haar nieuwe bundel, uitgegeven door uitgeverij Oorsprong vindt plaats op 29 november bij Boekhandel Perdu.
Locatie: Kloveniersburgwal 86, aanvang: 14:30 u (zaal open om 14:00 u).

Ook Peter  Brouwer, Jos van Danen, Wilma van den Akker en Herbert Mouwen dragen poëzie voor en uiteraard zal Antoinette zelf voordragen.  Werner Bartels (uitgever) zal het eerste exemplaar aan Antoinette overhandigen en de presentatie van de middag is in handen van Herbert Mouwen.

Ik zal volgende week wat meer over deze presentatie schrijven en een gedicht uit haar nieuwe bundel plaatsen. Hier nu nog een ouder gedicht.

.

Achter glas

Het weerbarstige, onverzoenlijke
in je bewegingen moet ik
vastleggen

Hoe je neigt naar alles
wat distantie is
in mij –

Jouw geaardheid die
de jaren ongemerkt
zachtjes hebben ingeluid

met onzichtbare klokken

Hoe het zomaar kan – dat ik
de diepte van woorden
niet hervinden durf

Hoe ik verlangen kan – naar iets tastbaars
iets waarlangs handen
strelen, vorm kunnen raden

net als het najaarslicht
de rode kater
van de overburen vangt

in een kader
achter roerloos glas

.

Sisto3

 

sisto2

Meneer Cogito

J. Bernlef

.

J. Bernlef (1937 – 2012, pseudoniem van Hendrik Jan Marsman) kende ik vooral van zijn proza maar hij heeft in zijn leven vele dichtbundels gepubliceerd. Een van die bundels is ‘De noodzakelijke engel’ uit 1990. Uit deze bundel één van de twee gedichten over meneer Cogitio (uit een serie van drie gedichten in hoofdstuk II van de bundel met de titel ‘Meneer Cogito in Rotterdam’.

.

Meneer Cogito in Rotterdam

.

Zijn gelaatstrekken wijken

half op de achtergrond al

lijken zijn ronde ogen geloken

.

Meneer Cogito spreekt

over de puzzelstukken van zijn bestaan

door anderen gelegd

.

Tot een beeld dat hij

denkt te herkennen

op één stukje na

.

In de marmeren wand achter zijn rug

opent zich een deur

vol spiegelend licht

.

De vleugelloze engel zet

een zwarte stoel op het toneel

terwijl meneer Cogito over Hamlet spreekt

.

Aan draden worden rotsen neergelaten

ze hangen, schommelen boven zijn witte hoofd terwijl hij

net over het heldere oog van de kiezel begint

.

De engel wil dat hij gaat zitten

maar meneer Cogito weigert, hij wil nog graag

getuige zijn van de som, het totaal, waar alles om draait

.

De engel wenkt, zijn grafsteen wordt gelegd

compleet met jaartallen en naam en daarachter

de stoel, uitnodigend zwart

.

Meneer Cogito, klein en beleefd, schudt zijn hoofd

al kijkend naar de stoel

wil hij ‘Icarus’ zeggen

.

Plompverloren valt hij de engel in de armen

dit is het laatste beeld: meneer Cogito en de engel zonder

vleugels

in een woordloze omhelzing verstrengeld.

.

bernlef-300x166

 

engel

Als je groot bent

Het moest maar eens gaan sneeuwen

.

Het afgelopen weekend heb ik weer eens de bundel ‘Het moest maar eens gaan sneeuwen’ van Tjitske Jansen uit 2003 gelezen. Opnieuw heb ik genoten van haar taal en haar poëzie. Al eerder schreef ik over deze bundel en voor eenieder die deze bundel nog niet kent of nooit heeft ingezien kan ik alleen maar zeggen: Lezen!

Uit deze bundel het gedicht ‘Als je groot bent, wil je dan niet meer spelen?’.

.

Als je groot bent, wil je dan niet meer spelen?

 

Als je groot bent
wil je dan niet meer spelen
of mag het dan niet meer?

Is er een leeftijd waarop iemand je komt vertellen:
‘Vanaf heden is spelen verboden,’ en wie
zou degene zijn die mij dat kwam vertellen?

Toen ik weer de zon in liep, zag ik de buurvrouw
met een gieter achter mijn vader aanrennen.
Het mocht dus nog! Opgelucht

ging ik vissen in de beek. Ik nam mee:
een emmer en een tak met daaraan een touw.
Een haakje had ik niet nodig.

.

Tjitske-Jansen-2012

 

sneeuwen

Afgunst

Zichtbaar alleen

.

Uit mijn bundel ‘Zichtbaar alleen’ het gedicht ‘Afgunst’ met de foto van Ruben Philipsen.

.

Afgunst

 

Eerst is er

een klein gloeiend kooltje,

het brandt de jaloezie in

en laat haar

littekens, blijvend

in het vlees

 

En dan is daar

de wind

 

Gloeien wordt branden,

hitte verstikt de gedachte

aan afstand, of

het wegsnijden

van de bron

 

En de wind

doet zijn werk

 

De behoefte tot blussen en rust

wordt altijd overschaduwd

door wat niet is, niet heeft,

niet mag, niet kan

 

Dus waait de wind

en gloeit en schroeit

het door

.

02_AFGUNST