Site-archief
Vliegtocht
Anthonie Donker
.
Na de Dichters omnibus, derde bloemlezing, vandaag de vierde bloemlezing die ik kreeg toegestuurd van Corry Nieman. Het vierde deel uit 1958 bevat gedichten van vele bekende dichters en een enkele voor mij wat minder bekende dichter. Daar zal ik later ongetwijfeld nog een keer over schrijven in de rubriek (bijna) vergeten dichters. Vandaag koos ik echter voor een dichter die misschien niet meer zo bekend is maar die velen zeker van naam nog zullen kennen; Anthonie Donker.
Anthonie Donker, pseudoniem van Nicolaas Anthony Donkersloot (1902 – 1965) studeerde in Leiden en Utrecht Nederlands en promoveerde in 1929 op het proefschrift ‘De episode van de vernieuwing onzer poëzie [1880-1894]’. Hij was enige jaren leraar en vanaf 1936 hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam in de Nederlandse letterkunde, vanaf 1956 in de algemene en vergelijkende literatuurwetenschap.
Hij was tijdens WO II betrokken bij het verzet tegen de bezetters, werd gearresteerd en ontslagen als hoogleraar. Van 1945 tot 1949 was parlementslid voor de Partij van de Arbeid en in 1950 medeoprichter van de vredesbeweging De derde weg.
In zijn gedichten streeft Donker naar verinnerlijking, een mediteren over dood, leven en liefde. Behalve dichter was hij vertaler van o.a. Goethe. Uit de vierde bloemlezing van de Dichters omnibus komt zijn gedicht ‘Vliegtocht’.
.
Vliegtocht
.
Het v liegtuig hangt tegen het avondrood.
Het leven wordt verdubbeld met den dood.
Het krijgt een onbenoembre voorwaarde,
een smaak van voortbestaan buiten de aarde,
met open ogen ziende in het Niets –
Maar bijna zonder dat men het begeert
wordt het oneindige reeds afgeweerd,
maakt men in rechte lijn weer rechtsomkeert
en is aldoor domweg op weg naar iets
waar kalm de breuk in den tijd wordt hersteld
en men bij het vanouds wordt ingeteld.
.
Dichter van de maand Januari
Hagar Peeters
.
Ik wil dit jaar beginnen met iedereen die dit leest de allerbeste wensen over te brengen, op naar een mooi en poëtisch 2017!
Een nieuw jaar, een nieuwe dichter van de maand. Zoals vorige week al door mij aangekondigd is in januari Hagar Peeters dichter van de maand januari, Dus elke zondag in januari een gedicht van deze dichter.
Hagar Peeters (1972) studeerde Cultuurgeschiedenis en Algemene Letteren aan de Universiteit van Utrecht en was redacteur bij het ‘Historisch Nieuwsblad’. Haar performance op het Double Talk-festival in 1997 bleek voor haar de doorbraak: ze werd gevraagd op te treden bij De Nacht van de Poëzie en Crossing Border, nog voordat zij was gedebuteerd. Dat zou gebeuren in 1999, met ‘Genoeg gedicht over de liefde vandaag’.
Naast poëzie schrijft Peeters ook proza. Maar omdat ze dichter van de maand is vandaag het gedicht ‘Ook wij, Titaantjes uit de bundel ‘Koffers zeelucht’ uit 2003.
.
Ook wij, Titaantjes
We hadden geen benul van hoe het liep.
We deden dingen omdat je dingen doet.
We richten daden aan en lazen soms een boek
om te vieren dat gedachten niet vergingen.
We gingen door omdat je verder moet
of bleven haken aan een onverwachte blik
omdat er blikken zijn waarmee iets wordt bedoeld,
vooral wanneer bedoeld was wat wij wilden.
We vingen aan en rondden ook wel af
maar wat in gang gezet was ging zijn eigen weg toch weer.
We maakten plannen, legden ons erbij neer
dat dingen gingen zoals ze niet waren voorvoeld.
We liepen af toen het eenmaal zo ver was
dat wat niet voorvoeld was onomkeerbaar bleek.
We lieten wat we hadden in de steek
en zochten naar wat ons verlaten had.
.
De waterlelie
O wereld, jij zingt, speelt en lacht
.
In 1994 verscheen bij uitgeverij Kwadraat in Utrecht de bundel ‘O wereld, jij zingt, speelt en lacht’ met de bekendste Nederlandse gedichten van alle tijden. Deze mooi uitgegeven bundel bevat vele bekende gedichten maar zeker ook een (voor mij) aantal gedichten die ik niet kende zoals het gedicht van Frederik van Eeden uit 1920, dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Van de passielooze lelie’.
.
De waterlelie.
Ik heb de witte water-lelie lief,
daar die zo blank is en zo stil haar kroon
uitplooit in ’t licht.
.
rijzend uit donker-koele vijvergrond,
heeft zij het licht gevonden en ontsloot
toen blij het gouden hart.
.
Nu rust zij peinzend op het watervlak
en wenst niet meer …
.
Voordat
Ingmar Heytze
.
De in 1970 geboren Ingmar Heytze studeerde Algemene Letteren in zijn geboortestad Utrecht, met als specialisatie Communicatiekunde. In 1997 debuteerde bij met ‘De allesvrezer’ (hoewel hij in 1989 al ‘Alleen mijn kat applaudisseert’ publiceerde bij Stichting Lift) en trad hij ook op tijdens de Nacht van de Poëzie en in het culturele seizoen 1999-2000 was hij de eerste “huisfilosoof” van het Utrechtse Centraal Museum.
In 2009 werd hij als eerste benoemd tot stadsdichter van Utrecht. Hij was stadsdichter tot 2011 en toen zijn termijn afliep is er geen nieuwe stadsdichter gekozen. Het Utrechts Dichtersgilde heeft het stadsdichterschap overgenomen.
Heytze schreef en publiceerde inmiddels 16 poëziebundels. Ook schreef hij proza en zijn een aantal van zijn gedichten in de openbare ruimte in de stad Utrecht te lezen. In 2008 ontving hij de tweejaarlijkse C.C.S. Crone-prijs en in 2016 de Maartenspenning.
Uit de bundel ‘Alle goeds’ uit 2001 het gedicht ‘Voordat’.
.
Voordat
.
Voordat ik me terugtrek
bij een vrouw
van rubber of papier
voordat ik niets meer klaarmaak
dan mezelf
wil ik bij jou zijn.
.
Voordat de laatste ronde ingaat
en mijn ziel is weggezwommen
in het glas, mijn zinnen
opgelost in drank,
wil ik bij jou zijn.
.
Voordat mijn gedichten
zijn verjaard tot voorbeeld
van het een of ander,
mijn talenten zijn vervallen
tot verzameld werk,
wil ik bij jou zijn.
.
Voordat het licht
uit mijn ogen sijpelt,
mijn huid verdort tot vel,
voordat ik al mijn goud
veranderd heb in lood,
wil ik bij jou zijn
tot de dood.
.
Notitie
Remco Campert
.
Afgelopen weekend was zijn laatste optreden voor publiek tijdens de Nacht van de Poëzie in Tivoli Utrecht, daarom vandaag een gedicht van deze ‘laatst levende’ vijftiger zoals hij zichzelf ziet; Remco Campert.
.
Notitie
Gauw opschrijven voor ik het vergeet:
in de auto met D. en haar vader
dwars door Amerika’s seizoenen heen
de vochtige zon in Santa Barbera
de kletsnatte sneeuw in Denver
en in alle Best Westerns
het knipperlicht van de televisie
op haar lieve slapen de gezicht
van weer heel jong meisje zijn
maar het schrijven van de woorden
verandert wat ik niet vergeten moet
dat wat geen woorden had
enkel, levend, ademend beeld was
zodat ik nu twee versies van hetzelfde heb
die ik vandaag nog over elkaar kan leggen
maar waarvan morgen als ik weg ben
alleen de woorden resten
die aan iets herinneren
waar geen oog meer weet van heeft.
Uit: Nieuwe herinneringen, 2007
.
Ellen Deckwitz
Liedje
.
Ellen Deckwitz studeerde Nederlands in Groningen en voltooide nadien een research master in de literatuur- en cultuurwetenschap.
Sinds 2000 is Deckwitz actief als dichteres. Ze droeg haar poëzie voor in binnen- en buitenland, onder andere op Lowlands, de Nacht van de Poëzie en Poetry International. Daarnaast verscheen haar werk in verschillende Nederlandse literaire tijdschriften en bloemlezingen en is een gedeelte vertaald en gepubliceerd in het Duits, Zweeds, Engels en Frans. Ellen Deckwitz was een van de juryleden voor de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2011-2012.
In 2009 kreeg Deckwitz de Meander Dichtprijs toegekend voor haar poëzie. Eind 2009 won zij het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam (ze heeft het record van de meest gewonnen poetry slams in 1 jaar) en voor haar bundel “De steen vreest mij” ontving ze de 25ste C. Buddingh-prijs 2012 voor het beste poëziedebuut van het jaar.
Tegenwoordig woont en werkt Deckwitz in Utrecht waar ze onder andere een van de vijf leden van het Utrechts Dichtersgilde is, dat in 2009 werd opgericht rond Ingmar Heytze.
In Liter nr. 66 uit 2012 verscheen onder meer het gedicht ‘Liedje’.
.
Liedje
.
Laat me je oproepen in de geest
van degene die dit jaren later leest.
Ook al stellen ze zich je blond voor,
.
je ogen grijs en je mond grover
dan ik bedoelde. Laat me uitbeelden
voor wanneer niemand je meer wil,
voor als niemand nog de pen uit
.
mijn handen rukt, verwacht ik je
tong en hef je mijn gezicht alsof
het een kelk is
.
Foto: Nadine Ancher
Dichters in de Nacht
Luister CD
.
De Nacht van de Poëzie (De nacht) geldt al 31 jaar als één van de best bezochte podiumevenementen van de Nederlandse letteren. Tot 2007 werd de Nacht gehouden in de grote zaal van Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht. In 2008 verhuisde het naar Vredenburg Leidse Rijn. Door de verbouwing van het muziekcentrum werd de Nacht in 2009 overgeslagen om in 2010 en 2011 in kleinere vorm terug te keren in de Utrechtse Stadsschouwburg. In 2013 werd het georganiseerd in Media Plaza in de Jaarbeurs en in 2014 keert de Nacht terug naar het nieuwe Vredenburg.
Enige tijd geleden kreeg ik de luister CD ‘Dichters in de Nacht’ cadeau. Op deze CD een luisterversie van de jubileumnacht (25 jaar de Nacht) waarop vele bekende dichters zijn te beluisteren die het podium in Vredenburg betraden. Onder hen Gerrit Komrij, Leonard Nolens, Rutger Kopland, Jean Pierre Rawie, Jules Deelder maar ook het duo optreden van Remco Campert en Cees Nooteboom. De CD is uitgegeven door uitgeverij Rubinstein in 2006.
Van de dichter K. Michel, het gedicht ‘Ook de vissen’die op de CD staat.
.
Ook de vissen
Zou je de Haagse Hofvijver overeind zetten
rechtstandig als een majestueuze wand van water
om het licht de diepte te laten doorstralen
om de stad een doorzichtige spiegel te bieden
een oudgouden glans zou over de huizen strijken
en iemand roept als eerste ‘kijk’ en wijst
toeterend komt het hele verkeer tot stilstand
abrupt worden alle vergaderingen opgeschort
en de straten vullen zich met ogen en geroezemoes
een vorstelijk banket, jagers in een herfstbos
zegels en paperassen, gesluierde naakte vrouwen
iedereen ziet in de vijverwand iets anders
maar allemaal blikken ze diep in de tijd terug
En eindelijk kunnen de hofvissen ook eens
over de schubbenhuid van de daken uitkijken
naar de glinsterende torens en ijspaleizen
de bomen bij de duinen, het gele strandzand
‘kijk’ stoten de vissen elkaar aan, ‘dat zilvergrijze
dat schitterende schuimende, woelende weidse
dat zich daar uitstrekt tot aan de einder en verder
dat is nou de zee, ja dat daar is de zee’


















