Site-archief

Voor wie dit leest

J.A. Emmens

.

In mijn collectie poëziebundels bevinden zich een aantal Salamanderpockets. Een daarvan is de pocket ‘Voor wie dit leest’ Proza en poëzie van 1950 tot heden (heden is in dit geval 1977). Lezend in deze bundel kom ik naast de vele bekende namen van grote dichters ook een paar dichters tegen die ik minder goed of helemaal niet ken.

De dichter J.A. Emmens is zo’n dichter die ik helemaal niet ken of kende moet ik inmiddels zeggen.  Jan Ameling Emmens (1924 – 1971) was doctor in de Kunstgeschiedenis en was van 1958 tot 1961 directeur van het Nederlands Kunsthistorisch Instituut in Florence. Vanaf 1967 was J.A. Emmens hoogleraar algemene kunstwetenschap en ikonologie aan de Rijksuniversiteit in Utrecht.

Samen met o.a. Theo Sontrop en William Kuik wordt hij wel tot de ‘Utrechtse school’ gerekend. Hij schreef simpele, erudiete gedichten, waarin gevoel en verstand hand in hand gaan. In zijn soms geestige werk relativeerde hij veel vaststaande waarden. Terugkerende thema’s zijn angst en agressie. Hij leed aan depressies en maakte zelf een einde aan zijn leven door zich op te hangen.

Een voorbeeld van het thema angst in zijn poëzie is opgenomen in de Salamander pocket 306 maar verscheen oorspronkelijk in ‘Autobiografisch woordenboek’ uit 1963. Het betreft hier het gedicht ‘Rapport over de angst’.

.

Rapport over de angst

.

Oorsprong nog onbekend, het groeit,

naar men thans aanneemt, in ’t geheim,

merkwaardig struikgewas

.

Paart zelden, in volwassen staat

als in een mist ontwaard,

gehuld in ziektes uiterst ingenieus.

.

Sterft, schijnt het, niet altijd: een god,

verouderd tegengif,

is het wel eens genadig.

.

Morgen bij Ongehoord!

Anne-Fleur van der Heiden

.

Aanstaande zondag (morgen) op 24 september is er weer een poëziepodium van Ongehoord! op de 4e etage van de centrale bibliotheek Rotterdam (naast station Blaak). Omdat het Jongerenmaand is bij de bibliotheek een podium vol jongeren en jong talent en één iets ouder talent. Dit keer allemaal dichters die mee gereisd hebben met de Poëziebustoer 2017 van afgelopen zomer. Een van de dichters van deze toer die morgen ook te zien en horen is, is Anne-Fleur van der Heiden.

Anne-Fleur van der Heiden is in 1987 geboren in Rotterdam om in 2009 via een omweg  in Utrecht neer te strijken. Met een diploma van de Hoge Hotelschool Maastricht, deed ze in 2013 selectie voor de Schrijversvakschool Amsterdam en schrijft daar poëzie. Publicaties zijn te vinden bij De Optimist, bloemlezingen van de Turing Gedichtenwedstrijd en De Revisor. In januari 2018 verschijnt haar debuut roman ‘Klaproos’ bij Uitgeverij Nieuw Amsterdam.

In 2016 verscheen de bundel ‘Handboek voor een optimistisch leven’, samengesteld door de redacteuren van ‘De Optimist’.  Uit  deze bundel uit 2016 het gedicht ‘Champagne’.

.

Champagne

.

Nu ik mezelf lang genoeg heb rondgedraaid wordt het tijd
stil te staan te groeien en de draagkracht te hertaxeren als
een voorjaarsbloem, pril
en jeugdig op haar steel, haar wortels krampachtig
vastklemmend in de losse aarde.

Om ook het licht niet te beoordelen naar kilowattvermogen
ook licht kan ellendig zijn, voor een vlieg bijvoorbeeld
die zijn vleugels brandt aan een vlam.

Met de pijp van een blaasbalg in mijn mond
maak ik wind en vuur en doe feestelijk alsof
ik speel op een accordeon.

Als ik zeg dat het onmogelijk is, is het onmogelijk
maar dat geldt ook voor het omgekeerde; van tranen
een glas champagne maken of een bubbelbad.

.

Utrecht Centraal Station

Hanny Michaelis

.

Van mijn collega Ronald kreeg ik een foto toegestuurd die hij maakte op Utrecht Centraal station. In het station heeft men een gedicht van Hanny Michaelis geplaatst bij de gele borden met de vertrektijden van de treinen.  Uiteraard heb ik gelijk gekeken of dit gedicht al op Straatpoëzie.nl was geplaatst en dat was het geval. Daar las ik het volgende:

Het gedicht is een geschenk van ProRail en de NS aan de reizigers. Het gedicht werd onthuld in december 2016 tijdens de officiële opening van het nieuwe stationsgebouw. Het gedicht komt uit de bundel ‘Water uit de rots’ uit 1957.

.

Nacht: veilige overkapping
waar de droomtrein te wachten staat
die me naar jou terugbrengt
door een tunnel van slaap

Samen gaan we het pad
naar de zee, blauw
en warm onder de zon
van een voorbije zomer

Maar altijd rijdt de trein
terug naar het lege perron
van een dag zonder jou

.

 

Poëziebusdichters 8

Shanna de Ruiter

.

Shanna de Ruiter draagt haar gedichten vanaf haar zevende voor op verschillende podia. Inmiddels is ze achttien en heeft ze meerdere malen op de Parade gestaan, werd ze twee keer eerste van Kunstbende Utrecht en Amsterdam en trad op vele andere plekken op. In haar gedichten schrijft ze over alle kleine en grote dingen die ze in haar leven tegenkomt. Check voor data en plaatsen http://www.poeziebus.nl

.

Situatie

 

Twee meisjes zitten op een steen

ze knipperen

praten zo van hoe meisjes dat kunnen doen

en giebelen

 

haar ogen weerspiegelen bruin en blauw

rook zwengelt om hen heen

grassprieten worden uitgetrokken

stemgeluid schraapt over de stoeptegels

 

geconcentreerde blik

mond als streep

op elkaar gedrukte lippen

druppels hangen in de lucht

de voorbij rijdende fietser

.

de handen bewegen in de ruimte

die ontstaan is tussen hun gesprekken

gesprekken

die blijven voortglijden

 

een vrouw als een blok hout

nerven in haar gezicht

schuift zich voort over de stoep.

.

Vliegtocht

Anthonie Donker

.

Na de Dichters omnibus, derde bloemlezing, vandaag de vierde bloemlezing die ik kreeg toegestuurd van Corry Nieman. Het vierde deel uit 1958 bevat gedichten van vele bekende dichters en een enkele voor mij wat minder bekende dichter. Daar zal ik later ongetwijfeld nog een keer over schrijven in de rubriek (bijna) vergeten dichters. Vandaag koos ik echter voor een dichter die misschien niet meer zo bekend is maar die velen zeker van naam nog zullen kennen; Anthonie Donker.

Anthonie Donker, pseudoniem van Nicolaas Anthony Donkersloot (1902 – 1965) studeerde in Leiden en Utrecht Nederlands en promoveerde in 1929 op het proefschrift ‘De episode van de vernieuwing onzer poëzie [1880-1894]’. Hij was enige jaren leraar en vanaf 1936 hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam  in de Nederlandse letterkunde, vanaf 1956 in de algemene en vergelijkende literatuurwetenschap.

Hij was tijdens WO II  betrokken bij het verzet tegen de bezetters, werd gearresteerd en ontslagen als hoogleraar. Van 1945 tot 1949 was parlementslid voor de Partij van de Arbeid en in 1950 medeoprichter van de vredesbeweging De derde weg.

In zijn gedichten streeft Donker naar verinnerlijking, een mediteren over dood, leven en liefde. Behalve dichter was hij vertaler van o.a. Goethe. Uit de vierde bloemlezing van de Dichters omnibus komt zijn gedicht ‘Vliegtocht’.

.

Vliegtocht

.

Het v liegtuig hangt tegen het avondrood.

Het leven wordt verdubbeld met den dood.

Het krijgt een onbenoembre voorwaarde,

een smaak van voortbestaan buiten de aarde,

met open ogen ziende in het Niets –

Maar bijna zonder dat men het begeert

wordt het oneindige reeds afgeweerd,

maakt men in rechte lijn weer rechtsomkeert

en is aldoor domweg op weg naar iets

waar kalm de breuk in den tijd wordt hersteld

en men bij het vanouds wordt ingeteld.

.

Dichter van de maand Januari

Hagar Peeters

.

Ik wil dit jaar beginnen met iedereen die dit leest de allerbeste wensen over te brengen, op naar een mooi en poëtisch 2017!

Een nieuw jaar, een nieuwe dichter van de maand. Zoals vorige week al door mij aangekondigd is in januari Hagar Peeters dichter van de maand januari, Dus elke zondag in januari een gedicht van deze dichter.

Hagar Peeters (1972) studeerde Cultuurgeschiedenis en Algemene Letteren aan de Universiteit van Utrecht en was redacteur bij het ‘Historisch Nieuwsblad’. Haar performance op het Double Talk-festival in 1997 bleek voor haar de doorbraak: ze werd gevraagd op te treden bij De Nacht van de Poëzie en Crossing Border, nog voordat zij was gedebuteerd. Dat zou gebeuren in 1999, met ‘Genoeg gedicht over de liefde vandaag’.

Naast poëzie schrijft Peeters ook proza. Maar omdat ze dichter van de maand is vandaag het gedicht ‘Ook wij, Titaantjes uit de bundel ‘Koffers zeelucht’ uit 2003.

.

Ook wij, Titaantjes

We hadden geen benul van hoe het liep.
We deden dingen omdat je dingen doet.
We richten daden aan en lazen soms een boek
om te vieren dat gedachten niet vergingen.

We gingen door omdat je verder moet
of bleven haken aan een onverwachte blik
omdat er blikken zijn waarmee iets wordt bedoeld,
vooral wanneer bedoeld was wat wij wilden.

We vingen aan en rondden ook wel af
maar wat in gang gezet was ging zijn eigen weg toch weer.
We maakten plannen, legden ons erbij neer
dat dingen gingen zoals ze niet waren voorvoeld.

We liepen af toen het eenmaal zo ver was
dat wat niet voorvoeld was onomkeerbaar bleek.
We lieten wat we hadden in de steek
en zochten naar wat ons verlaten had.

.

anp-6468188

De waterlelie

O wereld, jij zingt, speelt en lacht

.

In 1994 verscheen bij uitgeverij Kwadraat in Utrecht de bundel ‘O wereld, jij zingt, speelt en lacht’ met de bekendste Nederlandse gedichten van alle tijden. Deze mooi uitgegeven bundel bevat vele bekende gedichten maar zeker ook een (voor mij) aantal gedichten die ik niet kende zoals het gedicht van Frederik van Eeden uit 1920, dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Van de passielooze lelie’.

.

De waterlelie.

 

Ik heb de witte water-lelie lief,

daar die zo blank is en zo stil haar kroon

uitplooit in ’t licht.

.

rijzend uit donker-koele vijvergrond,

heeft zij het licht gevonden en ontsloot

toen blij het gouden hart.

.

Nu rust zij peinzend op het watervlak

en wenst niet meer …

.

de waterlelie

O wereld

Voordat

Ingmar Heytze

.

De in 1970 geboren Ingmar Heytze  studeerde Algemene Letteren in zijn geboortestad Utrecht, met als specialisatie Communicatiekunde. In 1997 debuteerde bij met ‘De allesvrezer’  (hoewel hij in 1989 al ‘Alleen mijn kat applaudisseert’ publiceerde bij Stichting Lift) en trad hij ook op tijdens de Nacht van de Poëzie en in het culturele seizoen 1999-2000 was hij de eerste “huisfilosoof” van het Utrechtse Centraal Museum.

In 2009 werd hij als eerste benoemd tot stadsdichter van Utrecht. Hij was stadsdichter tot 2011 en toen zijn termijn afliep is er geen nieuwe stadsdichter gekozen. Het Utrechts Dichtersgilde heeft het stadsdichterschap overgenomen.

Heytze schreef en publiceerde inmiddels 16 poëziebundels. Ook schreef hij proza en zijn een aantal van zijn gedichten in de openbare ruimte in de stad Utrecht te lezen. In 2008 ontving hij de tweejaarlijkse C.C.S. Crone-prijs en in 2016 de Maartenspenning.

Uit de bundel ‘Alle goeds’ uit 2001 het gedicht ‘Voordat’.

.

Voordat

.

Voordat ik me terugtrek

bij een vrouw

van rubber of papier

voordat ik niets meer klaarmaak

dan mezelf

wil ik bij jou zijn.

.

Voordat de laatste ronde ingaat

en mijn ziel is weggezwommen

in het glas, mijn zinnen

opgelost in drank,

wil ik bij jou zijn.

.

Voordat mijn gedichten

zijn verjaard tot voorbeeld

van het een of ander,

mijn talenten zijn vervallen

tot verzameld werk,

wil ik bij jou zijn.

.

Voordat het licht

uit mijn ogen sijpelt,

mijn huid verdort tot vel,

voordat ik al mijn goud

veranderd heb in lood,

wil ik bij jou zijn

tot de dood.

.

alle goeds

Drijvende dichtregels

Op het Merwedekanaal

.

Toen de Tour de France dit jaar Utrecht aandeed schreef stadsdichter van Utrecht, Els van Stalborch. de dichtregel ‘Behind the dikes we all bike’. Deze regel werd als drijvende dichtregel in het Merwedekanaal in Utrecht geplaatst.

De dichtregel van Stalborch is uitgekozen uit de zestig (Engelstalige) regels geschreven door het Utrechts Stadsdichtersgilde. Als onderdeel van het Gildeproject rond de Tour werd de dichtregel vervolgens levensgroot (2m hoog 45m lang) uit hout en piepschuim gefrabiceerd, zodat het kunstwerk goed zou blijven drijven en ook goed zichtbaar zou zijn vanuit de lucht. Het doel van de actie was dat de regel gespot zou worden door een van de helikopters die rondvlogen gedurende de Tourstart, en dit is ook gelukt.

.

Merwedekanaal

drijvende regels

Schreef

Taalpodium

.

Sinds enige tijd ben ik lid van de vereniging Taalpodium Utrecht/Zeist, een vereniging van dichters en schrijvers in de regio Utrecht. De vereniging geeft 6 keer per jaar een tijdschrift uit met de naam ‘Schreef’.Daarnaast organiseert de vereniging poëzieavonden in Utrecht (Schiller), Zeist (de 12 Ambachten) en Amersfoort (bibliotheek) en elk oneven jaar verschijnt er een verzamelbundel.

Schreef verschijnt dus om de maand en wordt volgeschreven door de leden van de vereniging en staat onder redactie van Hanneke Verbeek en Geerten van Gelder. Het is een fraai maar sober uitgegeven tijdschrift met op de voorkant een afbeelding in kleur. De website van het Taalpodium is http://www.taalpodium.nl 

Uit nummer 160 van november 2014 (29ste jaargang!) een gedicht van Bart Bos met de titel ‘Residu’.

.

Residu

.

Je kunt niet zoals wij,

zo lang al bij elkaar

en steeds tezamen zijn

zonder dat, heel stil en ongeweten,

een neerslag zich gaat vormen,

een residu van herinneringen

aan samen doorleefde dingen.

.

Het is een residu, een matte glans,

die zich onmerkbaar en heel stil

gevormd heeft, een samengaan

van teleurstelling en oud verdriet,

teloorgang en gemis.

.

En soms zeg ik dan onverwacht

heel zacht: lief beertje,

mijn lijsjelorresnor, mijn meisje.

.

schreef