Site-archief
Verboden voor kettingzagen
Jan de Bas
.
Vandaag op deze zondag in november opnieuw light verse en wel van de dichter Jan de Bas. De Bas (1964) is een historicus en dichter, die contemporaine geschiedenis en cultuureducatie studeerde aan de Universiteit van Utrecht. Als dichter beweegt de Bas zich op het grensgebied van de light verse. Zijn werk gaat over het bijzondere van het alledaagse (het religieuze incluis) en bezit een ongecompliceerde filosofische inslag. Hij schrijft poëzie voor volwassenen en voor kinderen maar in al zijn werk zit een sprankelende lichtheid.
De bundel Verboden voor kettingzagen uit 1999 staat te boek als poëzie voor kinderen maar door de diepere lagen in het werk van de Bas is deze bundel ook bijzonder goed te lezen door volwassenen. Uit deze bundel een paar korte gedichtjes.
.
Tegenvalpartij
.
Het viel hem tegen dat
hij tegenviel omdat hij
viel. Het viel hem tegen
dat dat hem tegen viel.
.
Verboden voor kettingzagen
.
Soms weet ik het niet meer of alleen dit:
dat ik het liefste nog een boom zou willen zijn.
Een beetje bladeren, een nieuwe tak,
een beetje heen & weer op je gemak.
Te leven als een boom,
dat lijkt me doodeenvoudig fijn,
alleen zouden er dan
geen kettingzagen mogen zijn.
.
Gedicht no. 3
.
Het duurde even voor je kwam,
wel drie gedichten later.
.
Eentje over water,
eentje over boterham
en eentje dat je later kwam.
.
Voedselverspilling
Ivanka de Ruijter
De nieuwe stadsdichter van Wageningen, Ivanka de Ruijter (1993) is afgestudeerd Neerlandica, maar studeerde ook twee jaar Autonome Beeldende Kunst aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Naast kunstenaar is ze boekhandelaar bij Boekhandel Kniphorst in Wageningen, stadsdichter (vanaf 2018) en recensent bij het literair weblog Tzum. Op haar website http://ivankaderuijter.nl/ is naast genoemde zaken ook beeldende kunst van haar hand te bekijken.
Naar aanleiding van het klimaatontbijt over voedselverspilling afgelopen juni in Wageningen schreef zij het gedicht ‘Recept van wat restte’.
.
Recept van wat restte
.
Men neme de restjes van wat werd gegeten
Overbodige paprika’s, brakke berkenboleten
Men neme een ui van net ietsje te oud
strooit met specerijen – waar de geliefde van houdt
Men neemt wirrewarwortels, bleke bleekselderij
en snijdt dan dit alles met het keukengerei
Serveer de kromkommers, als een lach in het groen
Vul naar eigen wens aan, wel liefst volgens seizoen
Oogst bij de Eng wat niet mee werd genomen
Gooi dat in de pan, laat daarna nog wat stomen.
Ruik wat, en proef dat en wrijf in uw handen
Verheug u, dek tafel, en laat niets verbranden.
Nodig iedereen uit, vergeet niet te testen
En dien dan trots op: het gerecht van wat restte
.
Ivanka voor boekhandel Kniphorst in Wageningen
Album van licht
Maria de Groot
.
Op 7 mei schreef ik over de 100 beste gedichten van 2014 en deelde een gedicht van Maria de Groot daaruit op dit blog. Ik schreef toe dat Maria de Groot voor mij nog een onbekende dichter was. Afgelopen week kocht ik de bundel ‘Album van licht’ uit 1979 van haar hand. Op de achterflap lees ik dat zij al in 1966 haar eerste dichtbundel uitgaf met de intrigerende titel ‘Rabboeni’. Maria de Groot (1937) is naast dichter ook theologe en ze publiceerde vanaf haar debuut al 40 dichtbundels, de laatste in 2008 met de titel ‘Psalmen van een vrouw’.
Ze studeerde Nederlands en theologie in Amsterdam. Daarna ging zij werken als docent en wetenschappelijk medewerker. Hierna ging zij aan de slag bij de VPRO voor de dagopening en werd vervolgens predikante in de Kloosterkerk in Den Haag. Ze verliet in 1975 haar ambt als predikante en richtte vervolgens met twee Protestante voorgangers en zes Katholieke pastores, de oecumenische basisgemeenschap “Ekklesia” op. Hierna ging zij aan de theologische faculteit in Utrecht werken.
Maria begon later steeds meer interesse te krijgen in het geven van cursussen over de bijbel en spiritualiteit en het schrijven van gedichten.
De bundel ‘Album van licht’ bestaat uit drie afdelingen: Album van licht waarin ze probeert met andere zintuigen dan het gezicht onder andere bloemen zichtbaar te maken, Androgyn, over de vormgeving van de literatuur die misschien ooit menselijk genmoemd zal worden (nu heel actueel met de hele genderdiscussie) en Lichtbeeld waarin ze de motieven uit haar bundel ‘Carmel’ uit 1977 voortzet (religieuze en spirituele motieven).
Ik koos voor een gedicht uit de afdeling Androgyn met de titel ‘Sonnetten’.
.
Sonnetten
.
Sonnetten dienen zich geruisloos aan
en zoeken vaste voet als vluchtelingen
die bijna in de wereldbrand vergingen
en nu een ogenblik ter ruste gaan
bij mij die hen met eerbied wil omringen.
Zij liggen naakt tegen mijn lichaam aan.
Ik heb hun wonden van het vuil ontdaan.
Ik zal hun vrijheid met mijn bloed bedingen.
Achter de krotten van mijn povere wijk
schrijven de zeeën hun verliefde brieven
aan Venus die ontvluchtte aan het slijk
en spoorloos achterbleef in de archieven
van continenten die één bom bestrijkt.
Sonnetten, dat zij zich uit schuim verhieven!
.
Met dank aan Wikipedia
Winkel van Sinkel
Nieuw gedicht
.
In de Winkel van Sinkel in Utrecht zat ik wat te werken en toen ik even pauzeerde en rondkeek kreeg ik inspiratie voor het volgende gedicht.
.
Winkel van Sinkel
.
Twee luipaarden waarvan één zwart ( dwaling of
vrije interpretatie van de maker) kijken elkaar
aan, slechts van elkaar gescheiden door een
spiegelwand met vrolijke naïeve schilderingen
van de stad die hen huisvesting biedt.
Bij de aangrenzende tuin, voor iedereen zichtbaar
(iedereen is een groot woord, naast een ouder
echtpaar mag ik mij de enige gast van deze zaal
noemen) houden zich groepjes op. Jonge vrouwen met
klemborden, de ernst van hun samenzijn benadrukkend.
Door de ruimte schalt de blues ter ondersteuning van het
spaarzaam aanwezige personeel. Dit tijdstip leent zich meer
voor lang uitslapen. De koffiemachine klinkt als een oude
2CV die maar niet wil starten. In de veelheid van stijlen en
kleuren verwonder ik mij over een neontekst: ‘Quiosque‘.
.
Geteisterd volk
Gedichten uit de oorlogsjaren
.
Degene die de bundel ‘Geteisterd volk’ waarschijnlijk vlak na de oorlog kocht bij boekhandel Broese in Utrecht (aan het telefoonnummer 10540 op de aankoopbon voor 2 gulden 50 is te zien dat het al zo oud is) kreeg daarmee een bijzonder exemplaar in handen. Dit exemplaar (dat ik nu bezit, gekocht bij een kringloopwinkel) is namelijk in 1943 geprint in Zweden bij Kihlström & Setréus Boktryckereri in Stockholm. Opgedragen in eerbied aan onze koningin, geschreven door Cor Bouchette en van tekeningen voorzien door Peter Pen.
Ik heb gezocht naar meer informatie over Cor Bouchette maar heb niet veel kunnen vinden. Cor Bouchette leefde van 1903 tot en met 1985 en hij was de eerste getuige van de aankomst in Zweden van de overlevende vrouwen van de Philipsgroep. De Philipsgroep was een speciale groep gevangenen die produktiewerk verrichte in concentratiekamp Vught voor Philips. Daarmee profiteerde de multinational van dwangarbeid. Maar het bedrijf bood de gevangenen, onder wie veel joden, zo ook bescherming – en dat spaarde uiteindelijk honderden mensenlevens. Aan het einde van de tweede wereldoorlog werd deze groep op transport naar Auschwitz gezet maar een groot deel overleefde de reis en het verblijf in Auschwitz. Na de oorlog werd de groep op transport gezet naar Zweden alwaar Cor Bouchette verslag deed als verslaggever voor het Persafdeeling van het Nederlandsch Gezantschap aldaar.
In de bundel ‘Geteisterd volk’ staan 30 gedichten met titels als ‘Wilhelmina’, Juliana’ (bij de geboorte van prinses Margriet), ‘Studenten’, ‘De nieuwe mei’, De onbekende soldaat deel I, II en III’, ‘Martelaren, en ‘Getuigenis’.
De bundel begint met het titelgedicht uit 1940.
.
Geteisterd volk
.
Geteisterd volk, aan u mijn medelijden
Niet om het kruis in uw vertrapten tuin,
Niet om soldatengraf en stedepuin,
Om weezen, weduwleed en moederlijden.
.
Geen eik verheft in lichte lucht zijn kruin,
Die niet in donkren grond kon wortels spreiden.
De som der tranen is uw volks fortuin.
De nazaat zal uw sterkend leed belijden.
.
Maar wreeder is de teister van uw ziel:
Die als een roover in uw grenzen viel,
Preekt nu uw weerloos volk een valsche leer.
.
Let op uw zaak, o Holland, zie uw nood:
Wie schond uw grond en ’t eigen woord van eer?
De arische germaan, de stamgenoot.
.
Instagrampoëzie
Kila van der Starre
.
De naam van Kila van der Starre komt nog al eens terug op dit blog. Terecht, want ze houdt zich bezig met boeiende dingen. Kila van der Starre schrijft aan de Universiteit Utrecht een proefschrift over ‘poëzie buiten het boek’ in Nederland en Vlaanderen. Haar onderzoek richt zich op de manieren waarop poëzie onder het brede publiek leeft en door het brede publiek wordt gebruikt. Haar proefschrift zal begin 2019 verschijnen en ik kijk er nu al met veel nieuwsgierigheid naar uit.
Onderdelen van het proefschrift zijn: Poëzie in de openbare ruimte http://www.straatpoezie.nl , poëzie op gebruiksvoorwerpen (zie hier onder de categorie gedichten op vreemde plekken), poëzie op lichamen (idem), poëzie op de radio, poëzie op internet en poëzie rond speciale gelegenheden. Veel van wat ze onderzoekt heb ik over geschreven. Zij pakt het wetenschappelijk aan en juist daarom ben ik zo nieuwsgierig ernaar.
Op dit moment is ze bezig met het onderdeel poëzie op Instagram. Op dit sociale netwerk zijn veel mensen actief met poëzie, ze plaatsen teksten en gedichten van zichzelf en anderen in beeld. Kila heeft speciaal voor deze mensen een enquete opgesteld waarin ze vragen stelt over dit fenomeen. Doe je aan Instagrampoëzie en wil je meedoen (en waarom ook niet!) ga dan naar https://docs.google.com/forms/d/e/1FAIpQLScqS2CtUGlLsYJR_WMuaOwItrkqK7gxWhr6PcBWuUaU3k6POg/viewform
Uiteraard heb ik een voorbeeld gezocht van Instagrampoëzie, in dit geval van Joost Jonges, getiteld ‘Knipsel’.
.
Voor wie dit leest
J.A. Emmens
.
In mijn collectie poëziebundels bevinden zich een aantal Salamanderpockets. Een daarvan is de pocket ‘Voor wie dit leest’ Proza en poëzie van 1950 tot heden (heden is in dit geval 1977). Lezend in deze bundel kom ik naast de vele bekende namen van grote dichters ook een paar dichters tegen die ik minder goed of helemaal niet ken.
De dichter J.A. Emmens is zo’n dichter die ik helemaal niet ken of kende moet ik inmiddels zeggen. Jan Ameling Emmens (1924 – 1971) was doctor in de Kunstgeschiedenis en was van 1958 tot 1961 directeur van het Nederlands Kunsthistorisch Instituut in Florence. Vanaf 1967 was J.A. Emmens hoogleraar algemene kunstwetenschap en ikonologie aan de Rijksuniversiteit in Utrecht.
Samen met o.a. Theo Sontrop en William Kuik wordt hij wel tot de ‘Utrechtse school’ gerekend. Hij schreef simpele, erudiete gedichten, waarin gevoel en verstand hand in hand gaan. In zijn soms geestige werk relativeerde hij veel vaststaande waarden. Terugkerende thema’s zijn angst en agressie. Hij leed aan depressies en maakte zelf een einde aan zijn leven door zich op te hangen.
Een voorbeeld van het thema angst in zijn poëzie is opgenomen in de Salamander pocket 306 maar verscheen oorspronkelijk in ‘Autobiografisch woordenboek’ uit 1963. Het betreft hier het gedicht ‘Rapport over de angst’.
.
Rapport over de angst
.
Oorsprong nog onbekend, het groeit,
naar men thans aanneemt, in ’t geheim,
merkwaardig struikgewas
.
Paart zelden, in volwassen staat
als in een mist ontwaard,
gehuld in ziektes uiterst ingenieus.
.
Sterft, schijnt het, niet altijd: een god,
verouderd tegengif,
is het wel eens genadig.
.
Morgen bij Ongehoord!
Anne-Fleur van der Heiden
.
Aanstaande zondag (morgen) op 24 september is er weer een poëziepodium van Ongehoord! op de 4e etage van de centrale bibliotheek Rotterdam (naast station Blaak). Omdat het Jongerenmaand is bij de bibliotheek een podium vol jongeren en jong talent en één iets ouder talent. Dit keer allemaal dichters die mee gereisd hebben met de Poëziebustoer 2017 van afgelopen zomer. Een van de dichters van deze toer die morgen ook te zien en horen is, is Anne-Fleur van der Heiden.
Anne-Fleur van der Heiden is in 1987 geboren in Rotterdam om in 2009 via een omweg in Utrecht neer te strijken. Met een diploma van de Hoge Hotelschool Maastricht, deed ze in 2013 selectie voor de Schrijversvakschool Amsterdam en schrijft daar poëzie. Publicaties zijn te vinden bij De Optimist, bloemlezingen van de Turing Gedichtenwedstrijd en De Revisor. In januari 2018 verschijnt haar debuut roman ‘Klaproos’ bij Uitgeverij Nieuw Amsterdam.
In 2016 verscheen de bundel ‘Handboek voor een optimistisch leven’, samengesteld door de redacteuren van ‘De Optimist’. Uit deze bundel uit 2016 het gedicht ‘Champagne’.
.
Champagne
.
Nu ik mezelf lang genoeg heb rondgedraaid wordt het tijd
stil te staan te groeien en de draagkracht te hertaxeren als
een voorjaarsbloem, pril
en jeugdig op haar steel, haar wortels krampachtig
vastklemmend in de losse aarde.
Om ook het licht niet te beoordelen naar kilowattvermogen
ook licht kan ellendig zijn, voor een vlieg bijvoorbeeld
die zijn vleugels brandt aan een vlam.
Met de pijp van een blaasbalg in mijn mond
maak ik wind en vuur en doe feestelijk alsof
ik speel op een accordeon.
Als ik zeg dat het onmogelijk is, is het onmogelijk
maar dat geldt ook voor het omgekeerde; van tranen
een glas champagne maken of een bubbelbad.
.
Poëziebusdichters 8
Shanna de Ruiter
.
Shanna de Ruiter draagt haar gedichten vanaf haar zevende voor op verschillende podia. Inmiddels is ze achttien en heeft ze meerdere malen op de Parade gestaan, werd ze twee keer eerste van Kunstbende Utrecht en Amsterdam en trad op vele andere plekken op. In haar gedichten schrijft ze over alle kleine en grote dingen die ze in haar leven tegenkomt. Check voor data en plaatsen http://www.poeziebus.nl
.
Situatie
Twee meisjes zitten op een steen
ze knipperen
praten zo van hoe meisjes dat kunnen doen
en giebelen
haar ogen weerspiegelen bruin en blauw
rook zwengelt om hen heen
grassprieten worden uitgetrokken
stemgeluid schraapt over de stoeptegels
geconcentreerde blik
mond als streep
op elkaar gedrukte lippen
druppels hangen in de lucht
de voorbij rijdende fietser
.
de handen bewegen in de ruimte
die ontstaan is tussen hun gesprekken
gesprekken
die blijven voortglijden
een vrouw als een blok hout
nerven in haar gezicht
schuift zich voort over de stoep.
.
















