Site-archief

In het voorbij gaan

Sabine Kars

.

In het bundeltje ‘Van het Oosterdok 2013‘, gedichten en berichten van het Open Podium dat wordt georganiseerd in de OBA (de bibliotheek van Amsterdam, door Jos van Hest, lees ik een gedicht van Sabine Kars. Sabine (1971) ken ik al lang en waardeer ik zeer als mens en dichter, zo was ze in 2018 al eens dichter van de maand en verscheen ze in nummer 2 van MUGzine (het eerste nummer waarin we dichters vroegen gedichten bij te dragen).

In de bundel van het Open Podium van het Oosterdok 2013 is het gedicht ‘in het voorbijgaan’ opgenomen.

.

in het voorbijgaan

.

er is geen ruimte meer

voor ons voor wie we

wilden zijn

.

we slapen

met de ogen open

en de schuld tussen ons in

.

in de holte

van ongeboren woorden

die tot stilte manen

verstrijken we

.

wachtend wit

maar dan sneeuwer

.

Vierde dag

Jan Kal

.

Vierde dag alweer en vandaag gekozen voor een gedicht van Jan Kal (1946). Dit keer uit de bundel ‘Assepoester’ uit 1981 met tekeningen van Irene Wolfferts. In deze bundel staan 39 sonnetten en als ik de voorlaatste bladzijde mag geloven (en waarom zou ik dat niet doen?) dan zijn deze sonnetten geschreven tussen 10 november 1975 en 7 maart 1980. Ik koos voor het sonnet met nummer I.

.

I

.

Er was eens een rijk man. Hij had een vrouw

van wie de levensdraad ten einde liep.

Er was één dochter, die ze bij zich riep,

met goudblond haar en ogen hemelsblauw.

.

Ze zei: ‘Liefkind, gedenk toch wie je schiep,

dan blijft de Lieve Heer je altijd trouw.

Weet dat ik uit de hemel je aanschouw.’

Daarna sloot zij haar ogen en ontsliep.

.

Vaak ging hert meisje naar haar Moeders graf,

en in de winter werd een wit tapijt

van schone sneeuw daarover uitgespreid.

.

De voorjaarszon smolt heel het kleed er af,

en op een dag met prachtig

trouwde haar Vader voor de tweede keer.

.

Derde dag

Een gewone dag

.

Op dag drie van mijn vakantie pakte ik de bundel ‘Het refrein van andermans leven’ van Arnold Jansen op de Haar uit 2016 erbij. Arnold Jansen op de Haar (1962) is schrijver, dichter en columnist en hij publiceerde romans en dichtbundels.  Hij debuteerde met het gedicht ‘Joegoslavisch requiem’ in het literaire tijdschrift Maatstaf. Hij debuteerde in 2002 met de bundel ‘Soldatenlaarzen’. Uit de bundel ‘Het refrein van andermans leven’ koos ik het gedicht ‘Een gewone dag’ puur en alleen omdat het woord bibliotheek erin voorkomt.

.

Een gewone dag

.

zo’n dag die begint met

het broodvlees van gister

.

vannacht in een droom

leefden je ouders nog

.

rond tien uur overweeg je

diverse vormen van zelfmoord

.

hoor hoe onder de colonnades

de gesluierde vrouwen praten

.

met de getoverde ogen

en hun zoetgevooisde waterpijp

.

(men kan zich natuurlijk

een klein beetje geil wandelen)

.

de vaalgrijze bibliotheek

van paddington is alvast warm gestookt

.

je denk aan je lief

in het land waar je woonde

.

en hoe ze met twee mannen zou

of in het openbaar vervoer

.

of speciaal voor jou

in glanzend strak

.

vannacht zul je weer

van je ouders dromen

.

je moet ze tegen iets beschermen

maar weet niet wat

.

Tweede dag

Muziekles

.

Vandaag op de tweede dag van mijn vakantie een gedicht uit een van de leukste poëzietijdschriften voor kinderen van 6 tot 106 Dichter. Uit de editie nummer 2 van 2007, uitgegeven door Plint, dat als thema School heeft koos ik het gedicht ‘Muziekles’ van Bas Rompa (1957).

.

Muziekles

.

Open acht walnoten en

haal de hersentjes eruit.

.

Teken een notenbalk

op een oud plankje.

.

Leg een melodietje van

de lege halve doppen.

.

Eet de hersentjes op

en zing een bedankje.

.

Columbus vaart uit

Simon Vinkenoog

.

Vanaf vandaag weer even op vakantie dus vakantiegedichten zonder al teveel duiding of context. Maar wel elke dag een gedicht. Vandaag dag 1 met een gedicht van Simon Vinkenoog (1928-2009) uit de bundel ‘Het nieuwe avontuur‘ Ontdekkingsreizen in de poëzie uit 1991, samengesteld door Hans Heesen. Dit gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Spiegelschrift, gebruikslyriek‘ eerste gedichten 49/64 uit 1966.

.

Columbus vaart uit

.

De slaap is een slaaf

– de wil gebroken –

met handen en voeten

aan het schip geklonken

het schip van de droom

die Amerika ontdekt.

.

Een droom die Afrika ontmant

en de oceanen bevolkt

oceanen van liefde.

.

De droom is voortvluchtig

de slaap waanzinnig

een slavenschip van razernij.

.

 

Graf te B.

Sjoerd Kuyper

.

Toen ik in de bundel ‘Het heelal van jouw hart‘ de mooiste gedichten uit 2012 van Sjoerd Kuyper (1952) het gedicht ‘Graf te B.’ las moest ik meteen denken aan het gedicht ‘Graf te Blauwhuis‘ van Gerard Reve. Zou Kuyper dit gedicht in gedachten hebben gehad? Waarschijnlijk niet gezien het feit dat Sjoerd in Bergen aan Zee woont (wat een logischer verklaring voor de titel zou zijn). De bundel werd overigens samengesteld door Margje Kuyper (de vrouw van Sjoerd en aan wie de bundel is opgedragen) en Thomas Verbogt.

.

Graf te B.

.

Ik wilde nooit iets worden,

ik wilde liever zijn,

het liefst wie ik al was.

.

Nu wil ik niets geweest zijn.

Het is goed zoals het is:

.

geen grijsaard meer, geen man,

geen kind. Kus me

wind, ik ben het gras.

.

Drs. P

De duivel

Ik was de afgelopen week in Bulgarije en bezocht onder andere het Rila Klooster. Een prachtig klooster gelegen in de bergen. Daar nam ik onderstaande foto. Een soort stripverhaal van iconische schilderingen waar de duivel overduidelijk een hoofdrol vervult.
Ik moest meteen aan een gedicht van Drs. P (1919-2015) denken over de duivel. Even opgezocht en het bleek in zijn bundel ‘De tweede ronde’ uit 2005 te staan. Hieronderhet gedicht en de foto.

 

De Duivel

De Duivel is afkerig van moraal
Wanstaltig, onwelwillend en gehoornd
God pleegt Zich wijs en keurig te gedragen

Zo heet het. Maar hij is wel vaak vertoornd
Waarbij Hij grif miljoenen weg zal vagen
Omdat ze menselijk dus zondig zijn

Waar is ’t verstand? De goedheid? Domme vragen!
Zijn employés verklaren het haarfijn
maar wij begrijpen dat niet allemaal

Ach ja, er is bij ons mentaal iets mis
Onthoud nu maar, dat toorn een zonde is

Waarheid

Rien Vroegindeweij

.

Dag zeven van – Kort weg – en vandaag een gedicht van de Rotterdamse dichter Rien Vroegindeweij (1944) met als titel ‘Waarheid’. Ik vind dit om een paar redenen een erg goed gedicht. Het zet je aan tot nadenken, er zit een twist in, en in een tijd waarin de waarheid maar al te makkelijk met voeten wordt getreden ook nog eens actueel, zeker ook nu nog in het huidige China. Het gedicht nam ik uit de bundel ‘Gemengde berichten’ uit 2006.

.

Waarheid

.

In de keizerrijken van het oude China

stond de waarheid onomstotelijk vast.

.

Iedereen werd geacht haar te kennen

en geen fratsen met haar uit te halen.

.

Dichters die aan haar wetten tornden

werden van het hof verbannen

.

naar verre en eenzame gebieden

waar de mooiste poëzie werd geschreven.

.

Vasalisvogel

Vicky Francken

.

Dag zes alweer van -Kort weg- en opnieuw ben ik in mijn boekenkast gedoken voor een gedicht. Ik word altijd erg blij wanneer ik lees dat een dichter zijn of haar (hun) klassiekers kennen. Toen ik in ‘Röntgenfotomodel‘ van Vicky Franken (1989) uit 2017 het gedicht ‘Vasalisvogel’ las moest ik meteen aan de bundel ‘De vogel Phoenix‘ van Vasalis (1909-1998) denken uit 1947. Een prachtige bundel van een van mijn lievelingsdichters. Dat deze bundel ten grondslag ligt aan dit gedicht mag duidelijk zijn, al is het maar door de feniks uit de voorlaatste regel.

.

Vasalisvogel

.

Ik droomde toen het vrede was al dat er vrede was

waar die nog niet bestond: een witte duif

die zich in cirkels een beroerte vloog –

.

Met mijn hielen kerfde ik een kruis,

ik was al als de dood, het was alsof

de dood zich in mijn hoofd bevond.

.

Ik keek omhoog en zag de vrede vliegen.

Ze leek intens tevreden, barstte snel

en hevig los.

.

In haar val heb ik haar aangekeken.

Ze bleef zo stil, welhaast afwezig,

ik trok haar in twijfel, ze leek wel god.

.

Nu neem ik haar veren brandend in mijn hand,

verbind haar snavel, zing een psalm.

.

Ik strooi haar as uit in mijn ogen.

.

Vrede, wrede feniks,

sticht alsof het niets is brand.

.

Airco

Shana DeBusschere

.

Dag vijf van -Kort weg-  en vandaag een gedicht van de Vlaamse Shana De Busschere (1993). Over haar heb ik niet veel kunnen vinden behalve dat ze in 2016 meedeed aan de  Turing Gedichtenwedstrijd en daar haar gedicht opgenomen zag in de bundel ‘Toch, nachtegaal, zing voort!’ de 100 beste gedichten. Haar gedicht, een sonnet,  ‘Airco’ lees je hieronder.

.

Airco

.

Ook onze steden zijn oorlogsgezind:
alles moet weg of opengereten.
Wat nu slechts steengruis is, werd ooit bemind.
De minnaars zijn al lang vergeten.

Hun kinderen lopen verloren vooruit.
Ze graven een hart op, dat ze fileren.
Ze kauwen en slikken. Ze braken het uit.
Zoveel verleden valt niet te verteren.

In een web van ijzer en steen bonkt hard
het hart. Uitgespuwd, maar niet vergeten,
wie erin schreef en die taal heeft ontward:
wie zich aan liefde heeft volgevreten.

Zelfs wanneer alles zich heeft gereset,
zal het hart nog kloppen in dit sonnet.

.