Site-archief
Saamhorig
Luuk Gruwez
.
Dichters kunnen in hun poëzie de wereld verkennen, leren kennen, ontdekken. Dat kan door zonder omhaal van woorden een onderwerp te pakken en dat te beschrijven of, zoals Luuk Gruwez (1953) in het gedicht ‘Saamhorig’ beginnend met de wereld en eindigend met het heelal (je kunt maar een allesomvattend onderwerp nemen nietwaar). Het aardige aan dit gedicht is dat de wereld al heel groot is en het heelal oneindig maar dat Gruwez in dit gedicht ervoor kiest aan de hand van juist hele kleine dingen die hele grote wereld daarbuiten betekenis te geven.
Toen ik het gedicht las in ‘Garderobe’ een keuze uit al zijn gedichten uit 2010, dacht ik even dat ik al eens een gedicht met die titel had geplaatst op dit blog. Als je richting de 5000 berichten gaat weet ik nou eenmaal niet precies meer waarover ik allemaal geschreven heb. Het bleek een gedicht te zijn met net een iets andere titel namelijk ‘Saamhorigheid‘ van Isis van Geffen. Dit had een aardig dubbelgedicht kunnen zijn.
.
Saamhorig
.
Er moet een wereld van verloren dingen zijn
waarin een handschoen, inderhaast vergeten,
het aanlegt met een oude krant,
een sjaal, een zakdoek of een kam.
De handschoen mist de hand niet meer,
de zakdoek heeft geen jammernis,
en zelfs de sjaal taalt niet meer naar warmte
van kindermeiden en van moeders.
Al het verlorene is saamhorig.
Maar wat met tederheid die overbodig werd,
met kippenvel dat blijven wou,
de eerste natte droom, het domste lief,
het speelgoed van een kind dat stierf?
En doen alsof men alles kan vergeten,
hoewel men, plompverloren als een mens,
alleen in het heelal moet zijn.
.
Dichter over dichter
Cees Nooteboom voor Hugo Claus
.
In de bundel ‘Zo worden jaren tijd’ Gedichten 2022-1955 (grappig detail, de nieuwste gedichten stonden als eerste in de bundel, de vroegste als laatste) van Cees Nooteboom (1933) uit 2023 staat een In memoriam Hugo Claus (1929-2008). Een gedicht waarin Nooteboom de dichter Claus memoreert. De twee dichters kenden elkaar lang en goed.
In april 1983 gingen Cees Nooteboom en Hugo Claus twee dagen lang in gesprek met elkaar. Het duo wandelde langs plekken in Kortrijk die een rol spelen in Claus’ ‘Het verdriet van België’ om er de werkelijkheid te toetsen aan die van de roman. BRT-radioman Bob de Groof nam in 1983 de gesprekken tussen Cees Nooteboom en Hugo Claus op. Het resultaat werd een radioreeks van 4 keer 43 minuten, die destijds werd uitgezonden in het Radio 2-programma Het Vertoon. Een podcast avant la lettre.
Niet zo verwonderlijk dus dat Nooteboom een gedicht aan de herinnering van Hugo Claus schreef. Op de website atelierpoesia.it met vertaalde poëzie kwam ik ook nog eens het betreffende gedicht ‘Avond’ tegen in een Italiaanse vertaling ‘La sera’. De Nederlandse variant (het origineel dus) komt er op deze website wat beroerd af (veel typo’s en weggelaten letters). Voor allen die het Italiaans machtig zijn dan wel als moedertaal hebben voeg ik die versie hier toe.
.
Avond
in memoriam Hugo Class
De blauwe stoel op het terras, koffie, avond,
de euforbia reikend naar afwezige goden,
vol heimwee naar de kust, alles een alfabet
van geheime verlangens, dit is zijn
laatste gezicht voor het duister,
het floers in zijn hoofd. Hij weet,
verdwijnen zullen de vormen van woorden,
in zijn kelk alleen nog maar droesem,
de lijnen niet meer verbonden
die vroeger gedachten waren,
hier komt geen woord meer
dat waar is. Vergruisde grammatica,
bewogen beelden zonder brug,
van de wind het geluid
maar niet meer de naam,
iemand heeft het gezegd
en de dood lag op tafel,
een trage bediende, wachtend
in de gang, dom lachend,
bladerend in zijn krant
met ontzinde berichten.
Dit alles weet hij, de euforbia,
de blauwe stoel, de koffie op het terras,
de dag die hem langzaam omwikkelt
en dan met hem wegzwemt,
een zachtmoedig dier
met zijn prooi.
.
La sera
in memoria di Hugo Claus
La sedia blu nel bar all’aperto, il caffè, la sera,
l’euforbia che protende verso gli dei assenti,
con tanta nostalgia della costa, tutto è un alfabeto
di desideri nascosti, questa è la sua
ultima immagine prima delle tenebre,
il velo sul suo viso. Lo sa,
le forme delle parole scompariranno,
nel suo calice solamente la feccia,
le linee che prima formavano pensieri
non connetteranno,
qui nessuna parola sarà più
vera. Una grammatica frantumata,
immagini mobili senza un appiglio,
del vento solo il rumore
ma è scomparso il nome,
qualcuno l’ha detto
e il morto giaceva sulla tavola,
un inserviente stanco, mentre aspetta
nel corridoio, ride come uno stupido,
sfogliando il giornale
pieno d’inutili notizie.
Lui sa tutto, l’euforbia,
la sedia blu, il caffè al bar all’aperto,
il giorno che lento l’ha avvolto
e poi se n’è nuotato via insieme a lui,
un animale mansueto
con la sua preda.
.
De Ultieme Hallucinatie
Poëziesalon in het Cohn-Donnayhuis
.
In Brussel bezocht ik de Ultieme Hallucinatie, een restaurant in een voormalig herenhuis dat volledig in Art Nouveau stijl is ingericht. Het Herenhuis of Hôtel Cohn-Donnay is een herenhuis aan de Koningsstraat in Brussel dat dateert van 1836. Het werd in neoclassicistische stijl gebouwd, inclusief het bijgebouw, de stallen en de koetshuizen aan de Poststraat. Het echtpaar Cohn-Donnay liet de woning in 1904 zodanig verbouwen in art nouveau-stijl dat het een icoon van deze stijl zou worden. Gevels, interieur en meubilair, het muziekpaviljoen en de wintertuin zijn sinds 1988 beschermd volgens koninklijk besluit.
Op de gevel las ik op een bordje dat er ook een poëziesalon gevestigd was geweest in het herenhuis. Op de bovenverdieping was inderdaad een prachtig meubel gemaakt waarop dichters plaats konden nemen en hun poëzie voordragen. De rondleider wist niet veel meer te vertellen dan dat er destijds, toen het nog het huis van de familie Cohn-Donnay was, poëziemiddagen werden georganiseerd. Het moet een waar genoegen geweest zijn om vanaf dat prachtige meubel aan een grote hoge kamer gevuld met aandachtig luisterend publiek, poëzie voor te dragen.
Tony Rombouts (1941, dichter, performer en organisator van ontelbare poëziemanifestaties, waaronder vijf Nachten van de Poëzie in Antwerpen. Verder was hij ook redacteur bij verschillende literaire tijdschriften en startte hij uitgeverij Contramine) schreef het gedicht ‘Het Salon’ over een andere poëziesalon maar het past er zeker bij.
.
Het salon
.
Want deze kamer van Volstrekte Schoonheid
danig overladen
ademt hoorbaar en zwaar,
en laat voor de heldhaftige aanwezigen
slechts nauwelijks zuurstof over
om amper enkele ogenblikken
verder te bestaan.
.
Zichzelf zorgvuldig vormend en modulerend
tot in de verste uithoeken
van de meest verborgen verbeelding,
beheert en beheerst
deze ruimte haar onbeperkte vermogen
als een zorgvuldig op alle
mathematische mogelijkheden
uitgetest, zich steeds weer
herprogrammerend geheel.
.
Dit uiterst doeltreffend organisme
overweldigt punctueel
ieder organisch wezen
dat onverwachts bedolven
onder de razende lawines
van zijn meest geheime begeerte
geen teken van leven meer kan geven.
.
De schamele geluiden
van het onontkoombare stikken
sterven dan ook in de gesteven stilte
van het waarachtig ontbrekende stof.
.
Moeilijke oefening
Sylvie Marie
.
Naar aanleiding van de Special van MUGzine had ik met een vriend een discussie over wat nou precies een gedicht goed maakt, of een dichter een goede dichter. Voor mij, en ik denk voor velen, is dit de belangrijkste vraag die je over poëzie kan stellen en tegelijkertijd de moeilijkst te beantwoorden. Ik heb op dit blog al verschillende keren ideeën en gedachten gedeeld over wat nou toch een gedicht een goed gedicht maakt.
Tom Lanoye gaf 5 tips voor het schrijven van goede poëzie, zelf ben ik al eerder op zoek gegaan naar wat poëzie is, de website adazing.com gaf een mini cursus Spoken word en Slam poëzie maar dat is een specifieke vorm van poëzie, in ‘Waarom poëzie belangrijk is‘ vind je wat antwoorden, op de website letmus worden 6 tips gegeven voor een goed gedicht, Dennis G. Jerz geeft 10 tips voor het schrijven van een goed gedicht, CBC de Canadese omroep geeft 11 Do’s en Dont’s en tenslotte geeft literacyideas.com nog de belangrijkste gemeenschappelijke kenmerken van poëzie.
Allemaal goed bedoelde tips, aanwijzingen, regels en ideeën over wat een gedicht een goed gedicht maakt en hoe je een goed gedicht herkent. En dit is nog maar een tipje van de sluier, er is nog veel meer over dit onderwerp te vinden op dit blog.
Wij kwamen een eind maar uiteindelijk ook niet tot een eensluidende conclusie. Tot ik vandaag een gedicht las van Sylvie Marie (1984). In Querido’s Poëziespektakel staat het gedicht ‘Moeilijke oefening’. Een kort gedicht van slechts 5 regels die voor mij de essentie van een goed gedicht omvat. Mocht je na het lezen van al die tips, ideeën en aanwijzingen het idee hebben dat je er nooit uit komt, lees dan dit gedicht. Dit gedicht zegt alles.
.
Moeilijke oefening
.
stel je eens
een gedicht voor,
.
zwart op wit.
.
lees nu eens
enkel het wit.
.
2024!
Bernard Dewulf
.
Ik wens iedereen een heel mooi, gezond, gelukkig en poëtisch nieuwjaar toe. En om het jaar maar meteen goed te beginnen een gedicht van Bernard Dewulf (1960-2023), uit de bundel ‘Licht dat naar ons tast’ een gloednieuwe bundel verzamelde gedichten van deze ons te vroeg ontvallen dichter getiteld ‘Tafereel’.
.
Tafereel
.
Sneeuw etste een ansicht. Oud dorp,
nieuw jaar. In de bocht stond
een voorbeeld van een boom. Waaronder
.
op miljoenen rode sponsjes lagen:
een gedeukte neus en hoed,
confetti en een feestelijke schoen.
.
Verderop de voet die paste, glas
en chroom. de schittering
van puin. De rest was geen gezicht.
.
Brandbijt
Elegieën voor Marina Tsvetajeva
.
Toen ik dit bericht wilde gaan schrijven heb ik eerst gekeken of ik ooit eerder over Marina Tsvetajeva had geschreven. Dat blijkt niet echt het geval. Ik noem haar naam in een bericht over Erich Arendt (toen geschreven Marina Zwetajewa).
Marina Ivanovna Tsvetajeva (1892-1941) was een Russische dichter en schrijver wier werk door andere dichters geprezen wordt om zijn natuurlijkheid en diepgang. Zij liet meer dan duizend gedichten, acht toneelstukken, talrijke essays en brieven na, die nog steeds veel worden gelezen. Ze stond bekend om haar zeer sterke en onafhankelijke persoonlijkheid.
Ik kocht ‘Wegen naar Insomnia’ elegieën voor Marina Tsvetajeva van Johan de Boose (1962). De tekst op de achterflap is zowel raadselachtig als duidelijk: Wie elegieën schrijft zegt evenveel over zichzelf als over de bron van zijn droefheid, Daarom gaan de gedichten in ‘Wegen naar Insomnia’ slechts gedeeltelijk over de Russische dichter Marina Tsvetajeva. Voor de andere helft zoeken ze woorden voor de onmacht, de woede, de wanhoop en vooral de liefde van een man, die het ongeluk begaat postuum verliefd te worden.”
Johan de Boose is doctor in de Slavische Filologie, vertaler, acteur en schreef artikelen en gedichten die verschenen in Yang, De Revisor, De Gids, Poëziekrant, DWB en De Tweede Ronde. Maar in deze bundel dus elegieën (melancholische gedichten, klaagzangen) voor Marina Tsvetajeva, een dichter met een boeiend en bewogen leven.
Ze was getrouwd met Sergej Efron. Na de Russische revolutie, waarin Efron aan de zijde van de Tsaar vocht, emigreerde ze eerst naar Berlijn, daarna Praag en tenslotte Parijs. Zonder dat Marina het wist werkte haar man als geheim agent voor Stalin. Ze was veel van haar man gescheiden en onderhield talrijke onstuimige, soms platonische, soms expliciet erotische verhoudingen met diverse mannen en vrouwen waaronder Rainer Maria Rilke en Boris Pasternak. Ze onderhield nauwe banden met dichters (en lotgenoten) Anna Achmatova, Vladimir Majakovski, Osip Mandelstam en Arseni Tarkovski. Tsvetajeva keerde in juni 1939 terug naar de Sovjet-Unie. Deze beslissing werd naast isolement, armoede, heimwee en zorgen over de toekomst van haar zoon vooral ingegeven door de in de jaren dertig veranderde houding van haar man jegens de Sovjet-Unie. Uiteindelijk benam ze zichzelf van het leven na een, door de oorlog, gedwongen verhuizing naar Jelaboega.
Johan de Boose schreef en publiceerde ruim 50 jaar na haar overlijden de bundel met gedichten voor haar. Uit deze bundel koos ik het gedicht met de titel ‘Brandbijt’ (een gat dat in het ijs wordt gehakt wanneer er water nodig is om brand te bestrijden).
.
Brandbijt
.
In je naam brandt melk. Wie drinkt
verschroeit. Wie jou bewandelt bloedt.
.
In de sterrenregen op een zwart plaveisel
heb ik jou herkend, de zilvergloed
.
geproefd, en niemand slaapt bij kreten
van wie stikt, van wie het zonlicht heeft
.
geslikt en zwijgend in de spiegel ziet
hoe vuur verdampt in de ruïne van de ziel,
.
En de winnaars zijn…
Rob de Vosprijs en MUGzine
.
De nieuwe editie van MUGzine, editie 20 alweer, staat helemaal in het teken van de winnaars van de Rob de Vosprijs 2023. Deze prijs, vernoemd naar de oprichter van de Meander literatuurwebsite, kent dit jaar drie prijswinnaars en een aantal genomineerden. Vanaf 15 april t/m 30 september mocht iedere deelnemer één gedicht insturen. Het is alweer voor de vijfde keer dat deze wedstrijd werd gehouden. Het thema van de wedstrijd was ‘Restwaarde’ en een jury bestaande uit Peter Vermaat (juryvoorzitter, recensent), Hettie Marzak (recensent), Onno-Sven Tromp (dichter, schrijver, recensent), Herbert Mouwen (schrijver, dichter, recensent), Hans Franse (letterkundige, publicist, recensent) en Jeanine Hoedemakers (dichter, recensent) nomineerde 10 gedichten waarvan er drie de prijswinnaars werden. Op de website van Meander is het juryrapport te lezen.
In samenwerking met Meander publiceert MUGzine in #20 de prijswinnaars en de genomineerde gedichten. Tien gedichten van 10 dichters, aangevuld met artwork van Lisa Pregent de uit Cincinnati in de Verenigde Staten. Natuurlijk met een fonkelnieuwe @l.uule en een voorwoord zoals alleen onze redactiefilosoof Marianne Hermans ze kan schrijven.
Natuurlijk is ook deze editie gratis te downloaden via mugzines.nl en is het mogelijk de papieren versie thuis gestuurd te krijgen. Stuur een mail naar mugazines@yahoo.com en voor € 4,- krijg je ‘m in de bus. Liever alle nummers van een jaar ontvangen? Dat kan ook. Word dan donateur voor € 20,- en je krijgt automatisch alle nummers van dat jaar via de post toegestuurd. Of wil je graag een MUGzine als cadeautje aan iemand sturen? Ook dat is mogelijk. Kies dan bijvoorbeeld voor een cadeauverpakking (Japanse enveloppe).
Elk jaar proberen we iets speciaals te doen voor onze donateurs (ansichtkaart, GUmzine) en komend jaar verschijnt een Special die alle donateurs (naast de 5 reguliere edities) uiteraard ook ontvangen.
Omdat inmiddels wel bekend is wie de Rob de Vosprijs heeft gewonnen, Steven Van Der Heyden (1974) uit Vlaanderen, die al in MUGzine #14 met een paar gedichten heeft gestaan en gedichten publiceerde onder andere Het Liegend Konijn, Het Gezeefde Gedicht, Meander, De Revisor, De schaal van Digther en Ballustrade, debuteerde in 2020 met de bundel ‘Tot ze koud is’ en in 2023 verscheen van hem ‘Filigraan’. Uit deze laatste bundel koos ik het gedicht ‘In een mens’ als voorproefje voor de nieuwe MUGzine.
.
In een mens
.
We zijn gekwelde atomen met een ingebouwd einde,
een losse constructie, haarscheuren in ieder van ons.
.
Elke ochtend stellen we ons samen.
.
Op straat stulpen onze maskers uit
alsof we opnieuw kieuwen ontwikkelen.
.
Wij zijn een spiegelpaleis
met semi-doorlaatbare wanden.
.
Achter de uitgesproken woorden
een oerwoud aan gedachten.
We zoeken asiel in onze verbeelding.
.
Als gewonde dieren druipen we af
uit een onbeslist gevecht, missen
het instinct om ons niet te snijden.
.















