Site-archief

De Ultieme Hallucinatie

Poëziesalon in het Cohn-Donnayhuis

.

In Brussel bezocht ik de Ultieme Hallucinatie, een restaurant in een voormalig herenhuis dat volledig in Art Nouveau stijl is ingericht. Het Herenhuis of Hôtel Cohn-Donnay is een herenhuis aan de Koningsstraat in Brussel dat dateert van 1836. Het werd in neoclassicistische stijl gebouwd, inclusief het bijgebouw, de stallen en de koetshuizen aan de Poststraat. Het echtpaar Cohn-Donnay liet de woning in 1904 zodanig verbouwen in art nouveau-stijl dat het een icoon van deze stijl zou worden. Gevels, interieur en meubilair, het muziekpaviljoen en de wintertuin zijn sinds 1988 beschermd volgens koninklijk besluit.

Op de gevel las ik op een bordje dat er ook een poëziesalon gevestigd was geweest in het herenhuis. Op de bovenverdieping was inderdaad een prachtig meubel gemaakt waarop dichters plaats konden nemen en hun poëzie voordragen. De rondleider wist niet veel meer te vertellen dan dat er destijds, toen het nog het huis van de familie Cohn-Donnay was, poëziemiddagen werden georganiseerd. Het moet een waar genoegen geweest zijn om vanaf dat prachtige meubel aan een grote hoge kamer gevuld met aandachtig luisterend publiek, poëzie voor te dragen.

Tony Rombouts (1941, dichter, performer en organisator van ontelbare poëziemanifestaties, waaronder vijf Nachten van de Poëzie in Antwerpen. Verder was hij ook redacteur bij verschillende literaire tijdschriften en startte hij uitgeverij Contramine) schreef het gedicht ‘Het Salon’ over een andere poëziesalon maar het past er zeker bij.

.

Het salon

.

Want deze kamer van Volstrekte Schoonheid

danig overladen

ademt hoorbaar en zwaar,

en laat voor de heldhaftige aanwezigen

slechts nauwelijks zuurstof over

om amper enkele ogenblikken

verder te bestaan.

.

Zichzelf zorgvuldig vormend en modulerend

tot in de verste uithoeken

van de meest verborgen verbeelding,

beheert en beheerst

deze ruimte haar onbeperkte vermogen

als een zorgvuldig op alle

mathematische mogelijkheden

uitgetest, zich steeds weer

herprogrammerend geheel.

.

Dit uiterst doeltreffend organisme

overweldigt punctueel

ieder organisch wezen

dat onverwachts bedolven

onder de razende lawines

van zijn meest geheime begeerte

geen teken van leven meer kan geven.

.

De schamele geluiden

van het onontkoombare stikken

sterven dan ook in de gesteven stilte

van het waarachtig ontbrekende stof.

.

Vandaag begint het!

Poëzieweek 2024

.

Vandaag is de Poëzieweek 2024 begonnen. Wat ooit in 2000 begon met de Landelijke of Nationale Gedichtendag en in 2013 werd uitgebreid naar de Poëzieweek (en nu op naar de maand van de poëzie wat mij betreft) heeft als doel iedereen in Nederland en Vlaanderen de kans te geven in die week in aanraking te komen met poëzie. Dat kan op heel veel manieren, ik schreef er de afgelopen maanden al een paar keer over.

Ook schreef ik over de twee grote activiteiten waar ik persoonlijk direct bij betrokken ben: Weesgedichten en de MUGzine special. Afgelopen week vrijdag heb ik namens mijn bibliotheek samen met een paar collega’s en vrijwilligers bij verschillende mensen in het werkgebied van mijn bibliotheek weesgedichten op ramen van adoptieouders aangebracht. Ontzettend leuk om te doen en wat me opviel was de variëteit aan gedichten en dichters die men had geadopteerd. Ja de plaatselijke dichters die konden worden toegevoegd aan de lijst van gedichten waren allemaal geadopteerd maar opvallend genoeg ook meerdere Vlaamse dichters.

Zelf heb ik voor het raam van mijn woonkamer, bij de bibliotheek Den Haag, een gedicht van de Vlaamse dichter Shari Van Goethem (1988) geadopteerd.

Naast dit bijzondere initiatief dat werd overgenomen in samenwerking met de bedenkers van Weesgedichten, de Bibliotheek Aalst in België, komt vandaag ook de special van MUGzine uit. In de bibliotheken in Zuid- en Noord-Holland kun je gratis deze special ophalen. In deze special gedichten van de Vlaamse Lut de Block (1952), Meliza de Vries (1982), Anne van de Dool (1993), Lemuel de Graav (1998), Marianne Hermans (1973) en van mijzelf het gedicht ‘Wolk’. Deze editie werd mogelijk gemaakt door Probiblio, de ondersteuningsinstelling voor openbare bibliotheken in Noord- en Zuid-Holland. In deze special staat ook een bericht over de Wolk app voor poëzie.

Ik wens iedereen een geweldig mooie Poëzieweek toe. Heb je geen idee waar je naartoe wil of kan kijk dan op de website van de Poëzieweek 2024 bij activiteiten. Om dit bericht niet zonder gedicht af te sluiten, een gedicht dat ook als ansichtkaart te krijgen is deze Poëzieweek van Judith Herzberg (1934), getiteld ‘Daglicht’ uit haar bundel ‘Zeepost’ uit 1963.

.

Daglicht

.

Uit chaos van lakens en
voorgevoel opgestaan, gordijnen
open, de radio aan, was
plotseling Scarlatti
heel helder te verstaan:
Nu alles is zoals het is geworden,
nu alles is zoals het is
komt het, hoewel, misschien
hoewel, tenslotte nog in orde.

.

Moeilijke oefening

Sylvie Marie

.

Naar aanleiding van de Special van MUGzine had ik met een vriend een discussie over wat nou precies een gedicht goed maakt, of een dichter een goede dichter. Voor mij, en ik denk voor velen, is dit de belangrijkste vraag die je over poëzie kan stellen en tegelijkertijd de moeilijkst te beantwoorden. Ik heb op dit blog al verschillende keren ideeën en gedachten gedeeld over wat nou toch een gedicht een goed gedicht maakt.

Tom Lanoye gaf 5 tips voor het schrijven van goede poëzie, zelf ben ik al eerder op zoek gegaan naar wat poëzie is, de website adazing.com gaf een mini cursus Spoken word en Slam poëzie maar dat is een specifieke vorm van poëzie, in ‘Waarom poëzie belangrijk is‘ vind je wat antwoorden, op de website letmus worden 6 tips gegeven voor een goed gedicht, Dennis G. Jerz geeft 10 tips voor het schrijven van een goed gedicht, CBC de Canadese omroep geeft 11 Do’s en Dont’s en tenslotte geeft literacyideas.com nog de belangrijkste gemeenschappelijke kenmerken van poëzie.

Allemaal goed bedoelde tips, aanwijzingen, regels en ideeën over wat een gedicht een goed gedicht maakt en hoe je een goed gedicht herkent. En dit is nog maar een tipje van de sluier, er is nog veel meer over dit onderwerp te vinden op dit blog.

Wij kwamen een eind maar uiteindelijk ook niet tot een eensluidende conclusie. Tot ik vandaag een gedicht las van Sylvie Marie (1984). In Querido’s Poëziespektakel staat het gedicht ‘Moeilijke oefening’. Een kort gedicht van slechts 5 regels die voor mij de essentie van een goed gedicht omvat. Mocht je na het lezen van al die tips, ideeën en aanwijzingen het idee hebben dat je er nooit uit komt, lees dan dit gedicht. Dit gedicht zegt alles.

.

Moeilijke oefening

.

stel je eens

een gedicht voor,

.

zwart op wit.

.

lees nu eens

enkel het wit.

.

Vijfjarenplan

Herman de Coninck

.

Ergens op een van de sociale mediaplatforms kwam ik het gedicht ‘Vijfjarenplan’ van de Vlaamse, en door mij zeer bewonderde, dichter Herman de Coninck (1944-1997) tegen. Mijn bewondering voor het werk van Herman de Coninck was de aanleiding om vanaf juni 2015 elke zondag een gedicht van hem te plaatsen. Ik heb dat toen werkelijk maandenlang vol gehouden, vooral omdat er zoveel prachtige gedichten waren om te delen.

Na de ‘Herman de Coninckzondag’ heb ik uiteraard zo nu en dan ook nog aandacht besteed aan zijn werk maar omdat het alweer even geleden is vandaag dus het gedicht ‘Vijfjarenplan’. Uit zijn bundel ‘Met de klank van hobo’ uit 1981 dit bijzondere liefdesgedicht.

.

Vijfjarenplan

.

ik hou van jou. Hou jij van wat niet

kan.

hou jij van je capaciteiten, ik van je

gebreken.

jij van je trots, en ik van hoe die

zacht kan breken

in mijn armen. Jij van je moed. Ik van

je zwakte nu en dan.

.

Hou jij van de toekomst. Ik van wat

voorbij is gegaan.

Hou jij van de honderd levens die je

wilde leven.

Ik hou van dat ene dat is

overgebleven

en van hoe je daarom zo ver weg

kunt zijn dicht tegen me aan.

.

Ik hou van wat is. Jij van wat zou.

Hou jij van mij. Ik hou van jou.

.

2024!

Bernard Dewulf

.

Ik wens iedereen een heel mooi, gezond, gelukkig en poëtisch nieuwjaar toe. En om het jaar maar meteen goed te beginnen een gedicht van Bernard Dewulf (1960-2023), uit de bundel ‘Licht dat naar ons tast’ een gloednieuwe bundel verzamelde gedichten van deze ons te vroeg ontvallen dichter getiteld ‘Tafereel’.

.

Tafereel

.

Sneeuw etste een ansicht. Oud dorp,

nieuw jaar. In de bocht stond

een voorbeeld van een boom. Waaronder

.

op miljoenen rode sponsjes lagen:

een gedeukte neus en hoed,

confetti en een feestelijke schoen.

.

Verderop de voet die paste, glas

en chroom. de schittering

van puin. De rest was geen gezicht.

.

Brandbijt

Elegieën voor Marina Tsvetajeva

.

Toen ik dit bericht wilde gaan schrijven heb ik eerst gekeken of ik ooit eerder over Marina Tsvetajeva had geschreven. Dat blijkt niet echt het geval. Ik noem haar naam in een bericht over Erich Arendt (toen geschreven Marina Zwetajewa).

Marina Ivanovna Tsvetajeva (1892-1941) was een Russische dichter en schrijver wier werk door andere dichters geprezen wordt om zijn natuurlijkheid en diepgang. Zij liet meer dan duizend gedichten, acht toneelstukken, talrijke essays en brieven na, die nog steeds veel worden gelezen. Ze stond bekend om haar zeer sterke en onafhankelijke persoonlijkheid.

Ik kocht ‘Wegen naar Insomnia’ elegieën voor Marina Tsvetajeva van Johan de Boose (1962). De tekst op de achterflap is zowel raadselachtig als duidelijk: Wie elegieën schrijft zegt evenveel over zichzelf als over de bron van zijn droefheid, Daarom gaan de gedichten in ‘Wegen naar Insomnia’ slechts gedeeltelijk over de Russische dichter Marina Tsvetajeva. Voor de andere helft zoeken ze woorden voor de onmacht, de woede, de wanhoop en vooral de liefde van een man, die het ongeluk begaat postuum verliefd te worden.”

Johan de Boose is doctor in de Slavische Filologie, vertaler, acteur en schreef artikelen en gedichten die verschenen in Yang, De Revisor, De Gids, Poëziekrant, DWB en De Tweede Ronde. Maar in deze bundel dus elegieën (melancholische gedichten, klaagzangen) voor Marina Tsvetajeva, een dichter met een boeiend en bewogen leven.

Ze was getrouwd met Sergej Efron. Na de Russische revolutie, waarin Efron aan de zijde van de Tsaar vocht, emigreerde ze eerst naar Berlijn, daarna Praag en tenslotte Parijs. Zonder dat Marina het wist werkte haar man als geheim agent voor Stalin. Ze was veel van haar man gescheiden en onderhield talrijke onstuimige, soms platonische, soms expliciet erotische verhoudingen met diverse mannen en vrouwen waaronder Rainer Maria Rilke en Boris Pasternak. Ze onderhield nauwe banden met dichters (en lotgenoten) Anna Achmatova, Vladimir Majakovski, Osip Mandelstam en Arseni Tarkovski. Tsvetajeva keerde in juni 1939 terug naar de Sovjet-Unie. Deze beslissing werd naast isolement, armoede, heimwee en zorgen over de toekomst van haar zoon vooral ingegeven door de in de jaren dertig veranderde houding van haar man jegens de Sovjet-Unie. Uiteindelijk benam ze zichzelf van het leven na een, door de oorlog, gedwongen verhuizing naar Jelaboega.

Johan de Boose schreef en publiceerde ruim 50 jaar na haar overlijden de bundel met gedichten voor haar. Uit deze bundel koos ik het gedicht met de  titel ‘Brandbijt’ (een gat dat in het ijs wordt gehakt wanneer er water nodig is om brand te bestrijden).

.

Brandbijt

.

In je naam brandt melk. Wie drinkt

verschroeit. Wie jou bewandelt bloedt.

.

In de sterrenregen op een zwart plaveisel

heb ik jou herkend, de zilvergloed

.

geproefd, en niemand slaapt bij kreten

van wie stikt, van wie het zonlicht heeft

.

geslikt en zwijgend in de spiegel ziet

hoe vuur verdampt in de ruïne van de ziel,

.

En de winnaars zijn…

Rob de Vosprijs en MUGzine

.

De nieuwe editie van MUGzine, editie 20 alweer, staat helemaal in het teken van de winnaars van de Rob de Vosprijs 2023. Deze prijs, vernoemd naar de oprichter van de Meander literatuurwebsite, kent dit jaar drie prijswinnaars en een aantal genomineerden. Vanaf 15 april t/m 30 september mocht iedere deelnemer één gedicht insturen. Het is alweer voor de vijfde keer dat deze wedstrijd werd gehouden. Het thema van de wedstrijd was ‘Restwaarde’ en een jury bestaande uit Peter Vermaat (juryvoorzitter, recensent), Hettie Marzak (recensent), Onno-Sven Tromp (dichter, schrijver, recensent), Herbert Mouwen (schrijver, dichter, recensent), Hans Franse (letterkundige, publicist, recensent) en Jeanine Hoedemakers (dichter, recensent) nomineerde 10 gedichten waarvan er drie de prijswinnaars werden. Op de website van Meander is het juryrapport te lezen.

In samenwerking met Meander publiceert MUGzine in #20 de prijswinnaars en de genomineerde gedichten. Tien gedichten van 10 dichters, aangevuld met artwork van Lisa Pregent de uit Cincinnati in de Verenigde Staten. Natuurlijk met een fonkelnieuwe @l.uule en een voorwoord zoals alleen onze redactiefilosoof Marianne Hermans ze kan schrijven.

Natuurlijk is ook deze editie gratis te downloaden via mugzines.nl en is het mogelijk de papieren versie thuis gestuurd te krijgen. Stuur een mail naar mugazines@yahoo.com en voor € 4,- krijg je ‘m in de bus. Liever alle nummers van een jaar ontvangen? Dat kan ook. Word dan donateur voor € 20,- en je krijgt automatisch alle nummers van dat jaar via de post toegestuurd. Of wil je graag een MUGzine als cadeautje aan iemand sturen? Ook dat is mogelijk. Kies dan bijvoorbeeld voor een cadeauverpakking (Japanse enveloppe).

Elk jaar proberen we iets speciaals te doen voor onze donateurs (ansichtkaart, GUmzine) en komend jaar verschijnt een Special die alle donateurs (naast de 5 reguliere edities) uiteraard ook ontvangen.

Omdat inmiddels wel bekend is wie de Rob de Vosprijs heeft gewonnen, Steven Van Der Heyden (1974) uit Vlaanderen, die al in MUGzine #14 met een paar gedichten heeft gestaan en gedichten publiceerde onder andere Het Liegend Konijn, Het Gezeefde Gedicht, Meander, De Revisor, De schaal van Digther en Ballustrade, debuteerde in 2020 met de bundel ‘Tot ze koud is’ en in 2023 verscheen van hem ‘Filigraan’. Uit deze laatste bundel koos ik het gedicht ‘In een mens’ als voorproefje voor de nieuwe MUGzine.

.

In een mens

.

We zijn gekwelde atomen met een ingebouwd einde,
een losse constructie, haarscheuren in ieder van ons.

.
Elke ochtend stellen we ons samen.

.
Op straat stulpen onze maskers uit
alsof we opnieuw kieuwen ontwikkelen.

.
Wij zijn een spiegelpaleis
met semi-doorlaatbare wanden.

.

Achter de uitgesproken woorden
een oerwoud aan gedachten.
We zoeken asiel in onze verbeelding.

.
Als gewonde dieren druipen we af
uit een onbeslist gevecht, missen
het instinct om ons niet te snijden.

.

Prosper van Langendonck

Muziek en poëzie

.

De Vlaamse auteur en dichter Prosper van Langendonck (1862-1920) is in Nederland geen bekende naam. In Vlaanderen daarentegen is hij zeer bekend.

In 1893 richtte Van Langendonck samen met o.a. Cyriel Buysse het literaire tijdschrift Van Nu en Straks op, het tijdschrift dat de Vlaamse literatuur vernieuwde. Het tijdschrift van richtte zich op de Vlaamse jongeren en was een typische exponent van het West-Europese fin de siècle. Men wilde wegvluchten van het toenemende provincialisme van die tijd en een meer internationaal gerichte weg inslaan. Zijn opstel uit 1894 ‘De herleving van de Vlaamse poëzij’ gold als manifest van de literaire vernieuwing. Binnen de redactie van het tijdschrift had hij als enige rooms-katholiek wel meer voeling met de traditionele stijl.

In zijn werk vindt men veel katholieke thema’s die op een romantische, nogal zwaarmoedige manier, met naar moderne oren omslachtig taalgebruik, worden verwoord. In zijn latere werken merkt men (o.a. de nadrukkelijk aanwezige “Weltschmerz”) meer en meer de invloed van zijn ziekte (hij leed aan een erfelijke vorm van schizofrenie). Hij publiceerde een honderdtal verzen en sonetten, meestal in Van Nu en Straks, maar ook in Dietsche Warande en Belfort.

In de bundel ‘Latere gedichten’ staat een gedicht dat hij schreef in 1902 getiteld ‘Muziek en poëzie’. Ik weet dat er verschillende stromingen zijn binnen dichters met betrekking tot de combinatie van muziek en poëzie. De een vindt dat de twee heel mooi samen kunnen gaan en de ander vindt dat poëzie op zichzelf moet staan als discipline en dat de combinatie met muziek ongewenst is. Van Langendonck was duidelijk van de eerste stroming.

.

Muziek en poëzie

.

Laat de schelle tonen vlieten
uit de zangerige keel
en als vooglen henenschieten
in hun wislend klankgespeel.
Want dan reppen tong en veren
vrije liedren, lang versperd,
vooglen die hun kop bezeren
aan de traliën van mijn hert.

.

Laat de rijke klanken stromen
als een vloed in de avondpracht,
waar de zwanen drijvend dromen
in hun kuise vederdracht,
Want dan vult een stroom van weelde
tot de boorde ’t ruim gemoed;
lokkend glijden de oude beelden
door de purpren avondgloed.

.

Laat ze los, de volle akkoorden!
’t Hart slaat mede in elke klop.
Diepgedoken zielewoorden
wekken ze uit hun doodslaap op.
Levenbrengende openbaring; –
stemmen-, hartenharmonie; –
zang en weerzang, zoetste paring
van muziek en poëzie!

.

 

Waakzaam

Maarten Inghels

.

Afgelopen weekend weer twee VSB poëzieprijsbundels  (De 100 beste gedichten voor de poëzieprijs) aan mijn collectie kunnen toevoegen; die van 2012 en 2018. In de editie van 2012 die door Kathleen Ferrier is samengesteld staan weer vele prachtige gedichten. Ik heb voor het gedicht ‘Waakzaam’ van Maarten Inghels (1988) gekozen uit de gelijknamige bundel uit 2011. Ik koos dit gedicht omdat het zo’n fraai liefdesgedicht is.

.

Waakzaam

.

De dichter moet immer waakzaam

blijven, vooral teder te zijn.

Elke dag voor haar uit de hemel willen vallen,

zorgen dat de jazz zijn spieren minder stram maakt.

.

Hij moet immer waakzaam

blijven, dat er genoeg verstrooiing

is voor ons hart, wij de dichter zijn verzen

nog kunnen prevelen in het oor van een vrouw.

.

Hij moet immer waakzaam

blijven, soms zwak te zijn.

Opdat de wind zal winnen van zijn gehoord, hem

zinnen influistert waarmee hij een lichaam

.

rond zijn vinger bouwt.

Waarna de dichter kan zeggen: o, omarm mij,

ik ben nog niet gauw voorbij.

.

Zijn

Eva De Roovere

.

Eva De Roovere (1978) ken je misschien van haar bescheiden hitje ‘Fantastig toch’ uit 2009, een heerlijk vrolijk liedje van de Vlaamse zangeres. In 2013 Kwam er echter ook een dichtbundel van haar hand uit met de titel ‘Positron’ uitgegeven door Poëzie Centrum.

Op de achterkant van de bundel schrijft Eva: “Positron is geschreven in studio’s tussen twee opnames in, tijdens autoritten, backstage voor en na concerten, voor vrienden en collega’s, over alles en niets bijzonders, zomaar ergens en nergens tussendoor en gewoon voor mezelf. En nu dus ook voor u: een gedichtenbundel over verloren dagen, maskers, woestijnen en schaamhaar. Deze keer niet gezongen.

Toch loopt de dichtbundel gelijk op met haar CD uit 2013 getiteld ‘Viert’. Lezend in deze bundel valt me steeds weer op hoe gemakkelijk De Roovere de taal gebruikt en beheerst, creatief, speels maar zeker ook serieus en zelfs filosofisch. Zoals in het gedicht ‘Zijn’ uit de bundel.

.

Zijn

.

Het er-zijn valt zwaar

En het besef van het zijn

En de zijnden rondom

Maken dat de vraag naar zingeving aan de orde komt

Zoiets als een fin-de-siècle-gevoel

Maar dan tijdens de eindejaars-periode

Er zijn: het in-de-wereld-zijn

Of beter: het met-de-wereld-zijn

Beseffen dat zijn an sich niet genoeg is

Maar dat er invulling nodig is

In samenwerking met wat rondom is / bestaat

En in de waarom-vraag de angst voor het niets ontdekken

Want in het waarom dreigt het iets over het hoofd te worden gezien

Maar het is nooit nergens

De angst maakt het iets

En ergens

.