Site-archief
Vruchtpluis
Elise Vos
.
Elise Vos (1984) studeerde Oost-Europese Talen en Culturen aan de Universiteit van Gent. Daarnaast is ze dichter en maakt ze deel uit van Vos & Wolf, een kunstenaarsduo dat poëzie en fotografie combineert. Met haar partner Kris Lauwereys en nog twaalf dichters maakt ze deel uit van Obsidiaan “een schrijfcollectief met vlijmscherpe pen die zintuigen prikkelt en woorden wil slijpen tot kunst, een open laboratorium met teksten die beperkingen en grenzen daadwerkelijk opheffen, met inkt die licht absorbeert en weer vrijgeeft.”
Haar beeldrijke poëzie wordt gekenmerkt door vrouwelijkheid, folkloristische elementen (soms met een zwart randje) en een patstelling tussen de rauwe realiteit en sprookjes. In haar schrijven kent ze geen taboes. Haar werk werd gepubliceerd in Meander, Het Gezeefde Gedicht, De schaal van Digther, Tirade, Deus ex Machina, Het Liegend Konijn en Hollands Maandblad. Eind 2024 verschijnt haar debuutbundel bij uitgeverij De Zeef. Van de site van Meandermagazine nam ik het gedicht ‘Vruchtpluis’ omdat ik erg hou van samengestelde woorden die feitelijk (nog) niet bestaan.
.
Vruchtpluis
.
het onkruid woelt
van de pogingen in haar buik
daar krioelen duizend poten
.
moeder verlaat de doorploegde akkers
om ze te verruilen voor een open zee
ze draagt een zoute massa, de vorm verloren
.
in een vermomd huis zonder stem
slapen Noordzeegrijze kiezels
ze vermoedt ogen in lege schelpen
.
van akkerdistel en hondsdraf
tot wilgenroosje of zilverschoon
ze beslist: elke bloem verdient een naam
.
Ver Vers app
Lies van Gasse, Vicky Francken
.
In opdracht van de bibliotheek Midden Brabant, literair productiehuis TILT en de universiteit Tilburg, ontwikkelde Jeroen Braspenning samen met dichter Vicky Francken (1989) en dichter, kunstenaar en stadsdichter van Antwerpen Lies van Gasse (1983), de Ver Vers app. Met deze app maak je in een handomdraai je eigen graphic poem, of grafisch gedicht. Je doet dit met zinnen die Vicky Francken heeft geschreven en illustraties van Lies van Gasse.
Natuurlijk heb ik een poging gewaagd en ik heb hier een filmpje van gemaakt. Helaas kan ik die hier niet uploaden maar probeer het zelf maar eens een keer, het is de moeite waard.
.
Ik ben mijn zwemkleren vergeten,
de buren zijn niet thuis
twee is het kleinste begin van meer
het liefst zou je het smelten remmen
maar ik loop al zo lang
er brandt licht in een huis dat niet meer bestaat
waar woon je? laat me los, ik heb je gezien
valt er iets te vieren?
.
Kus
Peter Verhelst
.
In 2020 schreef ik al eens over Peter Verhelst (1962), over zijn bundel ‘Wij totale vlam’ en ik plaatste daar het gedicht bij ‘Voor het vergeten’. Nu was ik pas in de bibliotheek van Utrecht aan het Neude en daar had ik even pauze. Ja wat doe je dan? Dan ga je, als je mij bent, naar de afdeling poëzie. En daar nam ik de bundel ‘Koor poëzie’ een keuze uit de poëzie (1987-2017) van/door Peter Verhelst uit de boekenkast. Wat schetst mijn verbazing? Er staat het gedicht in getiteld ‘Tegen het vergeten’. Nu kwam deze titel mij direct bekend voor.
Zowel in de titel van een gedicht van Shari Van Goethem ‘Tegen het vergeten wat samen-leven is‘ als de titel van de bundel van Hans Faverey ‘Tegen het vergeten‘ uit 1988, als in de titel van een bundel van Alja Spaan ‘Tegen het vergeten en voor de behoedzaamheid‘ uit 2018 komt deze titel voor. En even verder kwam ik erachter dat ik het gedicht van Verhelst al eens gedeeld had hier op dit blog. Blijkbaar is de tegenstelling tussen vergeten en ‘er iets tegen doen’ wat eigenlijk niet mogelijk is, een interessante gedachtengang voor dichters.
Omdat ik het gedicht ‘Tegen het vergeten’ al eerder deelde heb ik gekozen voor een ander gedicht uit de bundel van Verhelst getiteld ‘Kus’. Ook al zo’n titel die je vaker tegen komt. Zoals blijkt uit dit, dit en dit gedicht.
.
Kus
.
Het beweegt iets kleins in haar slaap
het buigt een knie voorzichtig om het niet te wekken
lig je urenlang te kijken kin op arm hoe het samentrekt zich
wentelt op een zij het neemt je naar haar kant mee van het bed
zucht zich uit zichzelf zet zich op het laken af de voetzool
duwt de heup op nauwelijks een millimeter van je mond verwijderd
kom maar word maar wakker maar
de millimeter wordt een ding iets stijfs onder je tong je ziet het
uit het laken stulpen woelt zich bloot als het ochtend is een witte jurk
rilt door ons heen wiegt aan een kastdeur het is laat altijd te laat
begonnen we te zoeken plek na plek waar het zou kunnen
eindelijk de plek van ons om te vergeten te vergeten hoe je insliep
hoe je mond zich open droomde nog een keer voorzichtig
om je niet te wekken urenlang roerloos leunend op een hand
lig je te kijken lieve onbestaande
kus die loopt van de mond die er had kunnen zijn in het gezicht
dat al uit het kussen weg begint te trekken
het is onmiskenbaar ochtend laat ons nog een allerlaatste keer
voor het wakker wordt en kleren aantrekt en de kus wordt
die er niet meer is
.
Post
Monique Bol
.
In mijn niet aflatende zoektocht naar dichters die ik nog niet ken maar wel zeer de moeite waard zijn stuitte ik in een Vlaamse bibliotheek (Antwerpen naar ik meen) op een dichtbundel van Monique Bol (1966). Deze bundel ‘er liggen twee holtes op je kussen’ komt uit 2021.
Nadat Bol de opleiding literaire creatie afgerond had, schreef ze vooral verhalen. Later ontdekte ze via het werk van Marleen de Crée en Gerrit Kouwenaar haar liefde voor sonnetten en nog later begon ze ook vrije gedichten te schrijven.
Ze was stadsdichter van Hoogstraten (2022 en 2023) en heeft zich aangesloten bij de Klimaatdichters. Haar werk werd gepubliceerd in verschillende gelegenheidsbundels.
Ivan Sacharov schrijft in zijn recensie van deze bundel: “Monique Bol schrijft over het geheel genomen smakelijke, goed leesbare teksten met een bourgondische inslag, die laten zien hoe je van het leven kunt genieten en balen. En heel soms gedichten die je aan het denken zetten”. Dat laatste geldt zeker voor het gedicht ‘Post’.
.
Post
.
ontbijt op zaterdagochtend in de oneven week
jouw kinderloze dag, je hebt alle tijd
.
ik proef mijn gemberthee
ik weet dat je eerst de krant haalt
eer je me schrijft, kruimels tussen de toetsen vermijdt
.
ik drink jouw woorden als jij
mijn zorgen kneedt, mijn schouders streelt
.
abrupt stopt het getik. geen idee of ik je weer
aan het schrijven krijg, de thee verkilt
.
af en toe kies ik op goed geluk
een oud bericht van jou. ik stuur het
naar mezelf – waarom ook niet
.
De zomers van Watou
Luisterboek
.
Op de rommelmarkt kocht ik voor een euro twee luisterboeken met poëzie, ‘De goddelijke vonk‘ en ‘De zomers van Watou’. Die eerste had ik al maar blijft een mooi cadeau om weg te geven en de tweede kende ik nog niet. De zomers van Watou (2005), het beste uit de Poëziezomers werd uitgegeven ter gelegenheid van de 25ste editie van de Poëziezomer Watou en bevat 46 gedichten die samen een overzicht vormen van de hoogtepunten uit 25 Poëziezomers.
Veel bekende namen waaronder Hugo Claus, Herman de Coninck, Luuk Gruwez, Serge van Duijnhoven, Anna Enquist, Gerrit Komrij en Stefan Hertmans werden opgenomen en via het geluidsarchief van Radio Klara gebruikt door de samenstellers Gwy Mandelinck en Agnes Hondekijn. Een uur lang genieten van dichters en poëzie.
Op de cd staat onder andere een gedicht van Geert Buelens uit 2002 getiteld ‘Verwant’. Geert Buelens (1971) is een Vlaams dichter, essayist, columnist en hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit Utrecht. Buelens debuteerde als dichter in 2002 met de bundel ‘Het is’. Voor zijn werk ontving hij verschillende prijzen waaronder de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs in 2003 voor zijn debuutbundel.
Buelens schreef voor De Morgen en was jarenlang redacteur van het literaire tijdschrift Yang, waarin hij gedichten en essays publiceerde. Dit was ook het geval voor onder meer Bzzlletin en Het liegend konijn. Uit Yang komt het gedicht ‘Verwant’.
.
Verwant
.
Jij bent de engel die neemt
die altijd opnieuw door hologe blikken staart
en het leven afroept als een vraag
.
Wat als we aflopen als een berg
wat als een teken dat helpt en toch
het hart doorboort
.
Wat als een oor dat door geen mens bezocht
verkapt een dak aangeboden wordt
.
Ik schroef het hoofd eraf en giet het leeg
genoeg gekelderd en gekraakt
.
Ik stel de vraag opnieuw
en verwacht niet langer wat
als dit wat als dat
.
De wagen rijdt voor en kan zo vertrekken
de deur staat zo open als
.
Saamhorig
Luuk Gruwez
.
Dichters kunnen in hun poëzie de wereld verkennen, leren kennen, ontdekken. Dat kan door zonder omhaal van woorden een onderwerp te pakken en dat te beschrijven of, zoals Luuk Gruwez (1953) in het gedicht ‘Saamhorig’ beginnend met de wereld en eindigend met het heelal (je kunt maar een allesomvattend onderwerp nemen nietwaar). Het aardige aan dit gedicht is dat de wereld al heel groot is en het heelal oneindig maar dat Gruwez in dit gedicht ervoor kiest aan de hand van juist hele kleine dingen die hele grote wereld daarbuiten betekenis te geven.
Toen ik het gedicht las in ‘Garderobe’ een keuze uit al zijn gedichten uit 2010, dacht ik even dat ik al eens een gedicht met die titel had geplaatst op dit blog. Als je richting de 5000 berichten gaat weet ik nou eenmaal niet precies meer waarover ik allemaal geschreven heb. Het bleek een gedicht te zijn met net een iets andere titel namelijk ‘Saamhorigheid‘ van Isis van Geffen. Dit had een aardig dubbelgedicht kunnen zijn.
.
Saamhorig
.
Er moet een wereld van verloren dingen zijn
waarin een handschoen, inderhaast vergeten,
het aanlegt met een oude krant,
een sjaal, een zakdoek of een kam.
De handschoen mist de hand niet meer,
de zakdoek heeft geen jammernis,
en zelfs de sjaal taalt niet meer naar warmte
van kindermeiden en van moeders.
Al het verlorene is saamhorig.
Maar wat met tederheid die overbodig werd,
met kippenvel dat blijven wou,
de eerste natte droom, het domste lief,
het speelgoed van een kind dat stierf?
En doen alsof men alles kan vergeten,
hoewel men, plompverloren als een mens,
alleen in het heelal moet zijn.
.














