Site-archief

Roosterpoëzie

Norbert De Beule

.

Tijdens mijn bezoek aan de Permeke bibliotheek in Antwerpen viel mijn oog op een rooster naast een boom op het plein waaraan de bibliotheek ligt. Het bleek geen gewoon rooster maar een rooster met daarin een gedicht van Norbert De Beule (1957). Toen ik verder keek bleken er meer van dit soort roosters op het plein te liggen. De gedichten zijn geplaatst bij de heraanleg van het De Coninckplein. Antwerpen Boekenstad selecteerde regels uit de boomgedichten van het stadsdichtersproject ‘Bomenstad’ van Peter Holvoet-Hanssen.

Norbert De Beule debuteerde als dichter  in 1987 met de dichtbundel ‘Rockoco’, een aflevering van Quarant-Dash? – Tijdschrift voor literaire scherpzinnigheid, dat al na één jaargang ophield te bestaan. Hierna volgde verschillende bundels als ‘Yelle!’ (2003), ‘Ebdiep’ (2006), ‘Boekhouder van het Rusteloze’ (2009) en ‘Tri ti tiii’ (2013) welke werd genomineerd voor de Herman de Coninckprijs. Ook schreef De Beule meerdere poëzieprogramma’s voor scholen.

Op het Coninckplein in Antwerpen staat dus een gedicht van hem zonder titel (al lijkt het ‘de populier’ te heten als ik de plek op Straatpoëzie.nl geloven mag).

.

De populier waarop

de beroemdste glimlach

doordringt verzamelde

maar liefst tweehonderd

jaarringen die de boom

van binnenuit verlichtten

vandaar die groteske

uitstraling

.

Een vorm van vasthouden van

Shari Van Goethem

.

Op het raam van mijn huis staat sinds de Week van de Poëzie een weesgedicht van Shari Van Goethem (1988). Ik ken Shari al langer en ik vind dat ze heel mooie poëzie schrijft. In MUGzine #13 zijn gedichten van haar hand opgenomen en ik schreef op dit blog al eerder over haar. De nieuwe bundel van Shari Van Goethem ‘Een vorm van vasthouden’ die dit jaar verscheen is een soort poëtisch dagboek dat ze bijhield bij de geboorte en eerste levensjaar van haar derde kind.

Jeanine Hoedemakers schreef in haar recensie over deze bundel op Meander: “De dichter laat op overtuigende wijze zien hoe belangrijk de rol van poëzie is. Ik ben er allang van overtuigd dat poëzie onmisbaar is, maar als ik dat nog niet geweest was, dan had Shari Van Goethem me nu overtuigd. Met haar poëtische dagboek van een eerste levensjaar.” In deze ‘oefening in aandacht’ zoals op de kaft te lezen valt, worden de verschillende fasen van het in verwachting zijn en de geboorte van haar kind op een liefdevolle en poëtische manier beschreven.

Dat zou, in de handen van een andere dichter misschien, tot een vorm van getuigenispoëzie kunnen leiden. In de handen van Shari Van Goethem wordt dit een oefening in poëzie waarbij zij zelf het lijdend voorwerp is. Dat dit tot bijzondere poëzie leidt blijkt voor mij uit het gedicht dat ze op 18 juli schreef zonder titel.

.

er was eens een waterdier

het wist niet van de wolken

.

maar op een dag duwde

iets het de koude lucht in

.

die veel dunner omhelst

dan het warme water

.

niet meer dan een hand is

onder de buik van het waterdier

.

dat met de eerste hap naar

adem

.

is verleerd wat zwemmen is

.

18 juli

.

Post

Monique Bol

.

In mijn niet aflatende zoektocht naar dichters die ik nog niet ken maar wel zeer de moeite waard zijn stuitte ik in een Vlaamse bibliotheek (Antwerpen naar ik meen) op een dichtbundel van Monique Bol (1966). Deze bundel ‘er liggen twee holtes op je kussen’ komt uit 2021.

Nadat Bol de opleiding literaire creatie afgerond had, schreef ze vooral verhalen. Later ontdekte ze via het werk van Marleen de Crée en Gerrit Kouwenaar haar liefde voor sonnetten en nog later begon ze ook vrije gedichten te schrijven.

Ze was stadsdichter van Hoogstraten (2022 en 2023) en heeft zich aangesloten bij de Klimaatdichters. Haar werk werd gepubliceerd in verschillende gelegenheidsbundels.

Ivan Sacharov schrijft in zijn recensie van deze bundel: “Monique Bol schrijft over het geheel genomen smakelijke, goed leesbare teksten met een bourgondische inslag, die laten zien hoe je van het leven kunt genieten en balen. En heel soms gedichten die je aan het denken zetten”. Dat laatste geldt zeker voor het gedicht ‘Post’.

.

Post

.

ontbijt op zaterdagochtend in de oneven week

jouw kinderloze dag, je hebt alle tijd

.

ik proef mijn gemberthee

ik weet dat je eerst de krant haalt

eer je me schrijft, kruimels tussen de toetsen vermijdt

.

ik drink jouw woorden als jij

mijn zorgen kneedt, mijn schouders streelt

.

abrupt stopt het getik. geen idee of ik je weer

aan het schrijven krijg, de thee verkilt

.

af en toe kies ik op goed geluk

een oud bericht van jou. ik stuur het

naar mezelf – waarom ook niet

.

Tweemaal de zee

Dubbelgedicht

.

Over werkelijk elk onderwerp dat je kan bedenken is waarschijnlijk ooit een gedicht geschreven. Over sommige onderwerpen zelfs heel vaak. Zoals de zee. Ik leerde ooit dat wanneer je depressieve gevoelens hebt, dat elke dag een uur lang over het strand wandelen langs de oneindig ogende zee, een zeer heilzaam effect op je kan hebben. Een beetje zoals poëzie lezen maar dan anders.

Ook ik schreef gedichten over de zee zoals mijn eigen Weesgedicht ‘Strand‘ en het gedicht ‘Eb‘ fraai vormgegeven door Brrt.graphic.design. Maar voor wie heel nieuwsgierig is, zoek op zee in mijn blog en verwonder je over de vele gedichten over de zee.

Vandaag twee gedichten over de zee, zeg maar een dubbelgedicht waarbij de een light verse met een stukje maatschappij kritiek van Ivo de Wijs (1945). Het gedicht is getiteld ‘Zee-eend’ en komt uit de Tweede Ronde uit 1988. Het andere gedicht is getiteld ‘Zee’ van Anton van Wilderode (1918-1998) en komt uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1987.

.

Zee-eend

.

Het leven, zegt een zee-eend

Speelt een spel met de ellende

Er krepeert een PCB-eend

Er resteert een E-legende

.

Zee

.

Vaak als het nacht wordt in de kleine huizen

verneem ik vagelijk de zee van verre

en loop ik haastig weg onder de sterren

haar wijdheid zoekend en geweldig ruisen.

.

Als sneeuw verspat de schuimvlok op mijn handen

die dorstig naar haar blauwe diepe reiken;

de kleine vogelen lopen als gelijken

haastig en angstig langs haar grote stranden.

.

Iedereen stadsdichter

Steven Van de Putte

.

Van uitgeverij Politeia, kreeg ik, op mijn verzoek, een exemplaar van het vuistdikke boek ‘Iedereen stadsdichter’ van de Vlaamse Steven Van de Putte (1976). Van de Putte is licentiaat in de taal- en letterkunde en master in de rechtsgeleerdheid aan de universiteit van Gent en beide studies worden verenigd in dit boek wat mij betreft. Hij werkt als jurist en diensthoofd bestuurszaken bij de stad Deinze en auteur van verschillende publicaties. In 2018 debuteerde Van de Putte als dichter met de bundel ‘Moederstad’. Na vier jaar stadsdichterschap van Deinze (2019-2023) verscheen de bundel ‘OEKKAF’. Van de Putte publiceerde daarnaast gedichten in onder andere Het Gezeefde Gedicht, Roer, De Vallei en De schaal van Dighter.

Ik ben pas net in het boek begonnen maar nu al enthousiast. In ‘Iedereen stadsdichter’ brengt de schrijver alle goede praktijken van het stadsdichterschap uit Vlaanderen en Nederland samen. Acht maanden lang heeft Van de Putte veldwerk verricht in beide landen en het resultaat is een inspiratieboek met verhalen, anekdotes en aanbevelingen hoe een stad (maar lees ook dorp, regio of provincie) het stadsdichterschap op een goede, professionele en voor beide partijen (stadsdichter en stad) aantrekkelijke en profijtelijke manier kan vormgeven.

Zoals ik al schreef, ik ben nog maar net begonnen met lezen over de geschiedenis van het stadsdichterschap en de evolutie van deze functie door de eeuwen heen en, vooral na 2004 toen de eerste officiële stadsdichters in Nederland (Bart Droog FM in 2002) en Vlaanderen (Tom Lanoye in 2003) werden aangesteld. Maar al balderend door het boek kan ik niet wachten om verder te lezen. De titel van het boek verwijst naar het gelijknamige project van dichter Seckou Ouologuem, stadsdichter van Antwerpen (2020-2021) waarin hij de kaart van Antwerpen hertekende tot een grote verhalenkaart.

Ik zal, wanneer ik het boek uit heb, opnieuw mijn mening geven over ‘Iedereen stadsdichter’. Voor nu wil ik mijn waardering uitspreken voor de noeste arbeid (die gezien het woord vooraf van Steven Van de Putte zeker geen straf was) die de schrijver heeft verricht. Om mijn waardering mede vorm te geven wil ik hier graag het gedicht ‘Stroom’ van Van de Putte delen uit zijn bundel ‘De ring is rond’ uit 2023. Ik nam het van de website Roer.me vrijhaven voor poëzie (waar onder andere Steven Van Der Heyden redacteur is).

.

Stroom

.

ik volg je kookwasfilmpje

dat vlekken uit geheugen wist,

herstel kreuken in een handomdraai.

.

de keukenkast belooft smoothies.

ik vul de blender tot op de bodem

alles blijft onzacht als glas

.

ik open een lade lichte kleren

spaghettibandjes tegen je angst

de ingemaakte kasten in je hoofd

.

ik neem je rode wollen trui vast

leg de mouwen om mijn schouders,

beloof je dat alles in zijn plooien valt.

..

stilaan leer ik het leven opnieuw te rijden,
geruisloos en zonder fossiele brandstof.
mezelf steeds weer opladen blijft een opgave.
.
.

Twiet twiet

Muggen zoemen, vogels fluiten

.

Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is. Jan Hanlo wist het al toen hij zijn fameuze gedicht ‘Mus’ schreef. Verander 1 letter en die Mus is een Mug. De nieuwe Mugzine #22 wordt voor een groot deel gevuld door gevogelde vrienden. ‘Vogels tellen’ van Rosalie Vogelaar, Rogier Cornelisse van ‘Dagvogels’ een Luule met een dwaasgier, eenden van Jeroen van Wijk, gierzwaluwen in het voorwoord en korte snedige gedichten van de Vlaamse dichter Roger de Neef.

De zomer begint bij #22 van Mugzines. Haal hem in huis, download de webversie of word donateur en ontvang elk nummer op papier. Om tijdens regenachtige zondagmiddagen toch nog even de vogels en daarmee het voorjaar in huis te halen. Om het je nog gemakkelijker te maken hebben we achterop de MUGzine een QR code aangebracht. Wanneer je deze scant word je meteen doorgelinkt naar de donateurspagina.

Niet in de MUGzine dit keer maar wel van een van de bijdragers Rosalie Vogelaar het gedicht ‘Clementines’.

.

Clementines

.

Nooit zal ik zomaar kijken naar mandarijnen

in een schaal. Het zullen clementines zijn

van een zeldzaam oranjegoud. Ik zal zitten

aan de keukentafel en zien hoe de ene zon

van de andere houdt.

.

 

 

Kusgedichten

Janus Secundus

.

De Basia (kusgedichten) werden rond 1534 – 1535 in Spanje geschreven door de Vlaming Janus Secundus, klerk en clericus. Amper 23 was hij toen, en ziek. Ook van liefdesverdriet. Om zijn liefje uit Mechelen te vergeten, zocht hij toevlucht bij een mooie Spaanse jongedame Neaera. Deze korte idylle leverde hem de nodige inspiratie voor zijn ‘Basia’, adembenemende liefdespoëzie. De relatie bleek echter al snel verstikkend voor de jonge man, die bovendien aan astma leed. Een jaar later overleed hij, maar zijn kusgedichten zouden hem onsterfelijk maken.

In 2001 maakte Kris Buyse maakte een jambische vertaling van bijeen gelezen fragmenten uit de negentien Basia die verscheen bij uitgeverij P in Leuven. Hij zorgde ook voor een uitleiding bij deze tweetalige uitgave. Kris Buyse (1967) is classicus en leraar Latijn aan het St.-Pietersinstituut te Gent. Hij is mentor aan de Universiteit Gent, lector aan de Oost-Vlaamse Volkshogeschool en adviseur bij enkele (barok)orkesten. Met zijn leerlingen vertaalt hij Latijnse poëzie naar het Nederlands of vice versa en onlangs richtten zij een eigen uitgeverij BlauwDruk op waar nog bewust gewerkt wordt met loden letters, oude persen en handgeschept papier.

Uit deze bundel koos ik Het kusgedicht ‘Kus XI’.

.

Kus XI

.

Ze zeggen soms dat wij te innig zoenen

wat rimpelige oudjes zelf nooit leerden.

Zou ik, mijn armen vol verlangens om je hals,

mijn licht, bezwijkend onder jouw gekus,

vol angst gaan zoeken wat men van me zegt

– zelf wéét ik amper wie of waar ik ben?

Zij hoorde het, Neaera, beeldig als ze is en lachte lief,

ze liet haar blanke hand toen langs m’n hals heen gaan,

nu hier dan daar en gaf ’n kusje fijn, wellustiger dan ooit.

.

Dagvogels

MUG #22

.

Iets later dan we hadden gepland maar nog wel in Mei komt de nieuwe MUGzine uit. Nummer 22 alweer en in dit nummer poëzie van Rosalie Vogelaar, winnaar van de juryprijs gedichten van de AMAI wedstrijd 2024 met haar gedicht ‘Sound effects’. Maar ook van Roger de Neef (1941), de Vlaamse dichter die momenteel in Frankrijk woont en Jeroen van Wijk (1997), dichter, recensent voor Literair Nederland en Meander en lid van het Leidse kunstenaarscollectief ROEM.

Natuurlijk is er artwork, dit keer van reclamemaker, dichter en illustrator Rogier Cornelisse bekend van zijn instagram account @bureaucornelisse en zijn website dagvogels.nl . Uiteraard een nieuwe @Luule en een voorwoord van Marianne. Nieuw in de MUGzine is de QR code op de achterkant. Wanneer je deze scant wordt je doorgelinkt naar de donateurspagina op de website mugzines.nl .

Om alvast in de stemming te komen een gedicht van Jeroen van Wijk getiteld ‘Zoete jeugd’ dat verscheen op Ooteoote.nl.

.

Zoete jeugd

.

In een steeg, in de regen
zoekt een man, sigaret in zijn hand,
tussen stof en huid
een oude aansteker

.

Verlicht door groene neondampen
de schokkende knip in zijn gezicht
verwelkomt de gure pijpenstelen
de avondlange fronsgedachte

.

Daar draait de molen van je pa
zijn wieken lachen naar
aanstekers die met moeite flitsen
hij blaast, het licht valt uit

.

Door de buien miste je vuur
en rook je chocolademist
Kerkklokken luiden, en jij,
jij ligt treurig, gescheiden te huilen

.

De zomers van Watou

Luisterboek

.

Op de rommelmarkt kocht ik voor een euro twee luisterboeken met poëzie, ‘De goddelijke vonk‘ en ‘De zomers van Watou’. Die eerste had ik al maar blijft een mooi cadeau om weg te geven en de tweede kende ik nog niet. De zomers van Watou (2005), het beste uit de Poëziezomers werd uitgegeven ter gelegenheid van de 25ste editie van de Poëziezomer Watou en bevat 46 gedichten die samen een overzicht vormen van de hoogtepunten uit 25 Poëziezomers.

Veel bekende namen waaronder Hugo Claus, Herman de Coninck, Luuk Gruwez, Serge van Duijnhoven, Anna Enquist, Gerrit Komrij en Stefan Hertmans werden opgenomen en via het geluidsarchief van Radio Klara gebruikt door de samenstellers Gwy Mandelinck en Agnes Hondekijn. Een uur lang genieten van dichters en poëzie.

Op de cd staat onder andere een gedicht van Geert Buelens uit 2002 getiteld ‘Verwant’. Geert Buelens (1971) is een Vlaams dichter, essayist, columnist en hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit Utrecht. Buelens debuteerde als dichter in 2002 met de bundel ‘Het is’. Voor zijn werk ontving hij verschillende prijzen waaronder de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs in 2003 voor zijn debuutbundel.

Buelens schreef voor De Morgen en was jarenlang redacteur van het literaire tijdschrift Yang, waarin hij gedichten en essays publiceerde. Dit was ook het geval voor onder meer Bzzlletin en Het liegend konijn. Uit Yang komt het gedicht ‘Verwant’.

.

Verwant

.

Jij bent de engel die neemt
die altijd opnieuw door hologe blikken staart
en het leven afroept als een vraag

.

Wat als we aflopen als een berg
wat als een teken dat helpt en toch
het hart doorboort

.

Wat als een oor dat door geen mens bezocht
verkapt een dak aangeboden wordt

.

Ik schroef het hoofd eraf en giet het leeg
genoeg gekelderd en gekraakt

.

Ik stel de vraag opnieuw
en verwacht niet langer wat
als dit wat als dat

.

De wagen rijdt voor en kan zo vertrekken
de deur staat zo open als

.

 

Hotel Eden

Herman de Coninck

.

Nog zo’n dichter waar ik een groot bewonderaar van ben, Herman de Coninck (1944-1997). Ook daar wil ik in mijn vakantie graag een gedicht van plaatsen. In dit geval het gedicht ‘Hotel Eden’ uit de bundel ‘Zolang er sneeuw ligt’ uit 1975.

.

Hotel Eden

.

En ’s nachts gingen we naakt zwemmen, we zwommen
onze namen op het water, ik zwom An in twee
grote letters, jij zwom uitgebreid aan de naam
Herman, en met de gouden maan eroverheen
leek het wel of we onze namen definitief
genoteerd hadden op een van de gewijde bladzijden
van het Boek.

.

Nadien kuste ik de waterdruppels
van je gezicht, voorzichtig één voor één
zoals een pointillist toetsjes aanbrengt
op zijn doek ‘naakte vrouw bij maanlicht’,
en in geen enkele vergelijking pasten je
borsten zo mooi als in mijn handen.

.

En in bed, ik kwam al van ver aan-
gerend declamerend ‘Hier Ruk Ik Aan
Met Een Erectie Als Een Pompiersladder
Om Jouw Brand Te Blussen’ en we lachten
en wat maakten we een leven

.

dat we negen maanden later
Tomas zouden noemen.

.