Site-archief

Charlotte Van den Broeck

Winnaar Boekenbon Literatuurprijs

.

Afgelopen donderdagavond werd bekend dat de Vlaamse schrijver en dichter Charlotte Van den Broeck (1991) de winnaar is van de Boekenbon Literatuurprijs van maar liefst € 50.000,-. Een terechte waardering voor haar werk. In dit geval kreeg ze de prijs voor haar boek “Een vlam Tasmaanse tijgers’ het verslag van een reis die Van den Broeck ondernam uit nieuwsgierigheid naar de Tasmaanse tijger en die voert langs archieven, musea, laboratoria, dierentuinen en natuurgebieden uit 2024.

De jury noemde haar in het juryrapport de dichtende journalist heb ik begrepen van Marianne (van MUGzine) die bij de prijsuitreiking aanwezig was. Ik schreef hier al vaker over Charlotte en haar werk. En na het zien en horen van de, door haar voorgedragen, volledige tekst van ‘Plakboel’ in de bibliotheek van Utrecht afgelopen jaar (iets dat ze tijdens de Nacht van de Poëzie nogmaals herhaalde) is mijn bewondering en waardering voor haar alleen maar gestegen.

Uiteraard feliciteer ik Charlotte met deze prachtige prijs maar omdat dit blog over poëzie gaat (maar lees ‘Een vlam Tasmaanse tijgers’ het is echt heel erg de moeite waard) wil ik hier een gedicht van haar plaatsen. In dit geval het gedicht ‘Nachtroer’ het titelgedicht uit haar gelijknamige bundel uit 2017 die ze opdroeg aan Remco Campert.

.

Nachtroer

                                                                     Voor Remco Campert

Avond
en het breeklicht in je ogen en je kijkt
het breekt oranje op in je ogen het vloeiende licht
waarin ik wist wat ik later nooit zou weten
hoe een woord zomaar

een ander woord kan gaan betekenen
en dat dat alles

buiten hangt de avond steriel en laat al, de lome rook
besluiteloos tussen ons in en je kijkt
en wat dat oproert in een avond, in mij, rode glanzende mieren
honderden, even nog, voor het licht krimpt, de jeuk
de laaiende jeuk van je ogen het laat niet af

ook niet nu het licht al

want op het hellingsvlak tussen nu en straks
wacht ons een kamer zonder muggen of aarzeling
het kan niet anders want boven mij hangt je hand

die me niet aanraakt maar me de mogelijkheid geeft
om mezelf ertegen op te drukken de tomeloze mogelijkheid
om mezelf op te drukken tegen een hand die me niet
aanraakt, maar me de mogelijkheid geeft om

wachten en zwellen
zijn bijna hetzelfde, bij de kniklijn
loopt het in elkaar over wat ik wil
en wat ik weet in het neonlicht

het kleurenspectrum in een regenplas even
is het waar geweest en feloranje
het kan niet anders soms

denk ik nog bij de hand een avond
een mond een schouder een geslacht
en dat het alles

en dat jij de mieren niet en de zwellende kleuren niet
dat kleur maar stof en licht dat nauwelijks nog het licht
de avond feloranje even nog

laat het nog even

tot het licht niet langer tot ook het kijken
niets meer dan de richting van je ogen wordt

.

Ik heb meermaals

Bart Plouvier

.

Het is vrijdag dus sta ik weer eens voor mijn boekenkast en pak, ongezien een bundel uit mijn boekenkast. Dit keer is dat ‘De 100 mooiste wielergedichten uit de Vlaamse & de Nederlandse literatuur’, verzameld door Patrick Cornillie uit 2014. Vervolgens open ik de bundel op een willekeurige pagina en daar staat het gedicht van Bart Plouvier, getiteld ‘Ik heb meermaals de Tour de France gewonnen’ eerder verschenen op het blog geelzucht.wordpress.com.

Bart Plouvier (1951-2021) was een Vlaams schrijver en dichter. Plouvier (pseudoniem van Bart Van Schaeren) leverde sinds zijn debuut met de roman ‘De maquette’ in 1987 bijdragen aan talloze tijdschriften en publiceerde hij journalistieke verslagen, diverse romans, theaterteksten, kinderboeken, poëzie, verhalenbundels en reisimpressies.

.

Ik heb meermaals de Tour de France gewonnen

.

Plastic wielen zonder spaken

mijn hoofd kan er door en ik zie

veel kleuren, groen en geel

en het blauw dat niet bestond

mijn vader was God in Frankrijk

hij groef de bergen en de dalen

trok de meten met een regel

plantte mensen langs de geul

mul zand was mijn terrein

sneller dan de buren was ik

de dobbelstenen en Bahamontes

.

ik heb mijn fiets aan de haak gehangen

het peloton is voorbijgezoefd

ik hoor alleen nog ’t kraken van hun banden

.

Omdat ik schrijf

Roger de Neef

.

In 2021 schreef ik over een nieuwe dichter die ik had ontdekt. Voor mij was het een nieuwe dichter, niet voor Vlaanderen, daar was Roger M.J. de Neef (1941) al vele jaren lang een gevestigde naam in de poëzie. Daarna kwamen gedichten van zijn hand terug op dit blog. Een liefdesgedicht, een gedicht over een kindertekening en natuurlijk als deelnemende dichter aan MUGzine nummer 22 (2024).

Bij mijn ontdekking van Roger de Neef schreef ik over hem: “De Neef schrijft een sterk mythische poëzie die de rituele en archetypische dimensies van het bestaan poogt te doorgronden; vooral de plaats van het individu in de maatschappij en zijn afhankelijkheid van het verleden komen hierbij aan bod. Zijn poëzie maakt een hermetische indruk, mede door de vaak duistere beeldspraak en de elliptische of ongrammaticale zegging”.

Maar Roger de Neef heeft ook een geëngageerde kant. In de bundel ‘Wie nu zwijgt moet alles vrezen’ waar ik al eerder over schreef, is in het hoofdstuk dat handelt over het indelen van mensen op basis van huidskleur, het gedicht ‘Omdat ik schrijf’ opgenomen. Nog steeds in zijn geheel eigen stijl maar wel uitgesproken.

.

Omdat ik schrijf

.

Omdat ik schrijf

De dingen aanraak en benoem

Word ik voor een paria aangezien.

.

’s Avonds wanneer ik

Door de straat loop

Voel ik het voluit:

Ik ben dan vollediger

Want mijn lichaam

Bestaat uit vele soorten mensen.

.

Kijk maar

Als ik snel genoeg

Om mijn as wentel

En van continent verander

Worden al hun kleuren

Wetmatig wit als ik

.

Van woede wit.

.

Digitaal crisissonnet

Wie nu nog zwijgt moet alles vrezen

.

Ik kocht de bundel ‘Wie nu nog zwijgt moet alles vrezen’ dichters tegen racisme uit 1994. De titel stond me meteen aan want als er iets is dat tegenwoordig niet alleen weer de kop opsteekt maar zeker ook bestreden moet worden, dan is het racisme en racistische uitingen. Kijk naar de gewelddadige protesten tegen de komst van AZC’s en wat de meute daar roept, kijk naar het protest op het Malieveld van extreem rechts waar schaamteloos de Hitlergroet werd gemaakt, racisme en fascisme zijn niet alleen aan de orde van de dag maar ook steeds dreigender.

En deze bundel is uit 1994. Toen werd er dus ook al de noodzaak gevoeld door dichters om zich hierover uit te spreken. De bundel werd gemaakt door Jongerenkomitee Tegen Racisme uit Pajottenland, een streek in Vlaams Brabant. Daar werd in 1991 het extreem rechtse Vlaams Blok heel groot (men ging van 2 naar 12 zetels). Tegenwoordig kijken we niet meer op van extreem rechtse partijen en partijtjes (Forum, Ja 21, PVV, BBB) die ineens opkomen maar destijds was dat een nieuw verschijnsel.

Deze nieuwe beweging in Pajottenland werd actief, ging allerlei activiteiten organiseren, waaronder iets met poëzie. Er werd aansluiting gezocht met bestaande initiatieven, met jongeren die iets wilde met poëzie, met zangers en met bekende dichters en zo ontstond deze bundel. Er werden studenten van het Sint Lucas kunsthumaniora gevraagd voor de illustraties en daarmee was de inhoud en vormgeving (EPO) gereed en verscheen in 1994, drie jaar na deze verkiezingswinst van het Vlaams Blok, de bundel ‘Wie nu nog zwijgt moet alles vrezen’.

De bundel is verdeeld in veertien hoofdstukken met als thema’s bijvoorbeeld vooroordelen, nationalisme, op de vlucht, de geschiedenis herhaalt zich, migrant en rijkdom van het multiculturele. Uit het hoofdstuk ‘de geschiedenis herhaalt zich’ koos ik voor het gedicht ‘Digitaal crisissonnet’ van Mark van Tongele (1956-2023).

.

Digitaal crisissonnet

.

Stempelende druppels vullen

de tijdvaten van verveling.

Regen op asfalt, rioolroosters

slikken ondrinkbaar leven door.

.

In sloppen schuld geschopt blijft

de dag een doodskist. Vochtmuren

schimmelende brooddozen. Wij

glazig en oneetbaar wachten.

.

Macht slijpt op het machowiel

van de economie blanke messen

om hulpeloze kelen af te snijden.

.

Gelkdkadans kadavert liefde stuk.

Als een deurwaarder ons honds-

dol afblaft, huivert het huis.

.

Metamorfose

Glück en Cummings

.

De Poëzieweek 2026 (29 januari – 4 februari) heeft als thema ‘Metamorfose’. Dichter en schrijver Ellen Deckwitz schrijft het poëziegeschenk. Om alvast in de sfeer te komen heb ik een dubbelgedicht gewijd aan dit onderwerp. Twee gedichten van internationale dichters die over metamorfosen schreven. Allereerst de Amerikaanse dichter en essayist Louise Glück (1943-2023).

Louise Glück is een Nobelprijswinnaar voor Literatuur die de moeilijkheden van het leven vaak confronteert met een strakke, precieze schrijfstijl. In haar gedicht ‘Metamorphosis’ beschrijft Glück de diepgaande en pijnlijke transformaties die de dood teweegbrengt, waaronder de mentale aftakeling van haar vader, de verandering in hun relatie en haar eigen angst – en vervolgens acceptatie – voor verlies. Het volledige gedicht bestaat uit drie delen die lees je hier.

Het tweede gedicht is van een van mijn lievelingsdichters E.E. Cummings (1894-1962) en is getiteld ‘Metamorfose’.

 

2. Metamorfose

 

Mijn vader is mij vergeten 

in de opwinding van het sterven. 

Zoals een kind dat niet wil eten, 

hij besteedt nergens aandacht aan.

 

Ik zit aan de rand van zijn bed 

terwijl de levenden ons omringen 

als zoveel boomstronken.

 

Eens, voor de allerkleinsten 

een fractie van een moment, dacht ik 

hij leefde weer in het heden; 

toen keek hij naar mij 

terwijl een blinde man staart 

rechtstreeks in de zon, aangezien 

wat het ook met hem kon doen 

is al gedaan.

 

Toen zijn blozende gezicht 

zich van het contact afwendde.

.

Metamorfose

.

We hebben door een vreemde en vermoeiende tijd geploeterd,

Alleen al de kalender noemt het winter;

Wij hebben een aarden poel aanschouwd, diep in slijm,

Stel je een hemel van steen voor.

.

We hebben het leven gevonden, verborgen tussen de plooien van het slijk,

Overal voelde ik leven, overal hoorde ik leven in harmonie.

De aarden schelp kraakt van het verlangen daaronder;

De lente kruipt uit de cocon.

.

Haar nietige vleugels trillen van de wil om te groeien,

Ze klampt zich vast en spreidt zich uit als een oog dat zich opent;

Groter, vaardiger, meer ontwikkeld, zie,

De perfecte vlinder.

.

piepkleine alien

Bo Vanluchene

.

Op zoek naar nieuwe dichters kom ik steeds opnieuw verrassingen tegen. Zo ook dit keer. Ik las op de website Aanlegplaats een stuk over haar en vervolgens ben ik op zoek gegaan naar meer informatie. In Stillmagazinen 9, akte van berouw, een uitgave van de KU Leuven, las ik het volgende: Bo Vanluchene (1988) studeerde journalistiek en schreef voor (bijlages van) De Morgen, Het Laatste Nieuws en De Standaard Avond om uiteindelijk te landen bij Het Nieuwsblad. Daar schreef ze enkele jaren de column ‘Bo luistert af’ in de weekendbijlage, werkt ze met veel plezier bij het online team en coördineert en schrijft ze film- en serierecensies. Daarnaast houdt ze zich graag bezig met poëzie. Bo woont in Antwerpen, maar haar hart klopt in Londen, de stad van musicals, queer (nacht)leven en haar partner Jamie.

Ik begrijp van de informatie van Aanlegplaats dat ze zich daar inmiddels gevestigd heeft. En dat haar debuutbundel in februari 2026 wordt verwacht. Op 2 mei van dit jaar verscheen al een gedicht op de website van Meander van haar met de titel ‘de vampier & ik‘ uit de groepsbundel ‘De ogen van de uil‘ uit 2025, en in de bundel ‘Nog een lente‘ uit 2010 blijkt ook al een gedicht van haar opgenomen. In Het Liegend Konijn 2025/1 staan vier gedichten van haar hand. Uit deze gedichten koos ik het gedicht ‘de piepkleine alien in het piepkleine kamertje spreekt’.

.

de piepkleine alien in het piepkleine kamertje spreekt

.

ik ben een

piepkleine alien

die een lichaam bestuurt

vanuit een piepklein kamertje

.

vlakbij mij bonst een levensgroot hart,

hoor ik stromen en pompen en

geslik, de machine loopt

gesmeerd

.

als een binnenstebuiten poppenspeler kleed ik mijn mensenlijf aan

om op stap te gaan, hoe je in gepaste schoenen moet staan

heb ik allang geleerd

.

niemand weet dat ze eigenlijk praten

met mij, meesterbrein, misvormde miniatuur,

beeldschoon schepsel van het universum,

kruipkoning. garnaalgeneraal, vernielziel

.

soms fantaseer ik dat ik het hartklepje

open, eruit sluip, wie ik ben

zomaar kan zeggen,

.

maar ik ben een enorme alien,

dan moet ik de hele wereld

in de as leggen

.

Nu

Herman de Coninck

.

Toen ik vandaag voor mijn boekenkast stond en zonder te kijken een bundel eruit pakte, bleek dit ‘Vingerafdrukken‘ van Herman de Coninck (1944-1997) te zijn uit 1997. Omdat ik al veel gedichten van Herman de Conink heb gedeeld op dit blog was ik nieuwsgierig op welke bladzijde, bij welk gedicht ik de bundel zou openslaan. Het bleek pagina 13 te zijn waar het gedicht ‘Nu’ staat.

De regelmatige lezer van dit blog weet dat Herman de Coninck in de absolute top van mijn favoriete dichters staat. Dus toch maar even gecheckt of ik dit gedicht niet al eerder deelde. Dat blijkt niet het geval. Daarom hier ‘Nu’.

.

Nu

.

Vandaag zag ik een vrouw

afscheid nemen op de trein.

Zij ging naar een ander land,

maar ook daar zou zij van hier zijn,

achternabemind door haar man.

.

Zo hoop ik dat ik mijn dochter

over vijftig jaar, een vorige eeuw

in kan beminnen, deze,

in deze zinnen.

.

Einde van een tijdperk

Jozef Deleu

.

Via diverse kanalen kwam het bericht tot mij dat Het Liegend Konijn, tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie, het geesteskind van Jozef Deleu (1937). Op 30 oktober 2025 verschijnt het laatste nummer. Deleu schrijft over het verschijnen van dit laatste nummer: “Poëzie is drager van originaliteit, vrijmoedigheid en zelfstandigheid. Dichters blijven machthebbers erop wijzen dat woorden ertoe doen en dat taal niet ondergesneeuwd mag raken onder het verbalisme van de politiek en de commercie. Het Liegend Konijn was een open en ongebonden huis voor onze poëzie. En soms was daar enige moed voor nodig. Voor Het Liegend Konijn en mij is de tijd van gaan gekomen. De jager wacht op de kim.”

Uit het nest geroofd, zo omschreef Deleu zijn werkwijze. Twee keer per jaar – van 2003 tot 2025 – bracht het blad een gevarieerd beeld van de Nederlandstalige poëzie. Het bevatte uitsluitend nieuwe, niet eerder gepubliceerde gedichten. Honderden dichters uit het hele Nederlandse taalgebied werkten mee aan Het Liegend Konijn. Ze vormden een bont gezelschap van jonge debutanten, rijpe poëten en oude meesters. Diversiteit en respect voor uiteenlopende poëtica’s lagen aan de basis van een unieke mix waardoor ieder nummer een kleurrijke waaier bood van onze hedendaagse poëzie.

Bij dit nieuws had ik meteen twee gedachten. De eerste was dat ik nooit uit het nest geroofd zou worden, mijn nieuwe bundel (die al te lang op zich laat wachten) komt daarvoor te laat. De tweede gedachte was dat het minipoëziemagazine MUGzine dat ik samen met onder andere Bart van BRRT.Graphic.Design en Marianne van Poetry Affairs maak, nu nog iets urgenter wordt. Toen ik las van het gezelschap van jonge debutanten, rijpe poëten en oude meesters wist ik dat wij van MUGzine een zelfde visie hebben en nastreven. Nu ben ik de laatste die MUGzine met Het Liegend Konijn wil vergelijken, omvang, frequentie en aanzien zijn van een geheel andere orde, laat staan de reputatie die Het Liegend Konijn 22 jaar lang heeft opgebouwd, daar kan 6 jaar MUGzine nog een puntje aan zuigen. Maar voor ons van MUGzine is de uitdaging wel sterker geworden om van ons minipoëziemagazine een langjarig succes te maken (maar dat waren we al van plan hoor).

Rest mij, samen met poëzieminnend Nederland en Vlaanderen, slechts woorden van dankbaarheid en waardering voor Jozef Deleu die poëzie mede op de kaart heeft gezet en aan de wieg van carrières van menig dichter heeft gestaan. Dat Jozef Deleu zelfs een niet onverdienstelijk dichter was mag inmiddels duidelijk zijn en daarom een gedicht van deze grote Vlaming. Uit zijn bundel ‘Hazen troepen samen’ uit 2000 het gedicht ‘Waar het op aankomt’. Want als er een ding is waar Jozef Deleu om geroemd mag worden is het het feit dat hij weet waar het op aankomt; De Poëzie!

.

Waar het op aankomt

Waar het op aankomt
de trein die niet
voortijdig stopt
in het station
de zon die niet ongezien
wegzinkt in zee.

Waar het op aankomt
een werkwoord vervoegd
in een goede zin
een vraagstuk opgelost
zonder vermogen
en zonder verlies.

Waar het op aankomt
een verlicht meer
en verliefd tot over
de oren. Het gaat voorbij
maar er blijft
overschot.

Waar het op aankomt
gerijpt in een eiken
vat reisvaardig
voor de overtocht
zonder overkant
als het moet.

.

Lijm

Kurt De Boodt

.

Zo nu en dan ontdek ik een dichter die ik nog niet ken. Zo zat ik in de vuistdikke verzamelbundel ‘Nieuw Groot Verzenboek’ 600 gedichten over leven, liefde en dood, samengesteld door Jozef Deleu uit 2015 (achttiende uitgebreide en herziene druk) te lezen toen ik het gedicht ‘Lijm’ las van de Vlaamse dichter, kunstcriticus en tekstschrijver Kurt De Boodt (1969).

De Boodt studeerde Germaanse Filologie aan de KU Leuven. Naast dichter en kunstcriticus was hij adviseur en tekstschrijver in de beleidscel van het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel. Tot 1999 was hij hoofdredacteur van het maandblad Kunst & Cultuur. Hij publiceerde de bundels ‘Mal dood lam’ (2024), ‘Wake’ (2019), ‘Ghostwriter’ (2015),  ‘Minnezang’ (2011), ‘Waarop de klok ontwaakt!’ (2008), ‘Anselmus’ (2004), ‘Moules belges’ (2002) en ‘En alles staat stil’ (2000).

Levity Peters schreef in zijn recensie van ‘Ghostwriter’ de bundel waaruit ‘Lijm’ werd genomen: “Het enige dat ik proef in deze poëzie is zijn boosheid op anderen, op de domheid van anderen, het machtsstreven van anderen, de onrechtvaardigheid van anderen, de meedogenloosheid, de harteloosheid, hun eeuwige tekort. Ik ga ervan uit dat de haat om het onrecht uit betrokkenheid voortkomt. Ik hoop dat Kurt de Boodt in een volgende bundel wat meer van zijn liefde voor de wereld toont. Er is geen betere.” Hij schrijft dit nadat hij geconstateerd heeft dat er sprake is van een vermoeiende eendimensionaliteit “Niemand lijkt hier een binnenkant te hebben. De dichter zet iedereen als pionnen op zijn speelbord om zo zijn boodschap over te brengen. Als een echte ghostwriter.”

Toch lees ik in het gedicht ‘Lijm’ wel degelijk ook een andere kant van De Boodt. Het gedicht is opgedragen aan Vosje de kater en een In Memoriam voor José Vermeersch (1922-1997) een Vlaamse beeldhouwer en kunstschilder. Oordeel zelf.

.

Lijm

I.M. José Vermeersch en Vosje de kater

.

We kunnen het altijd met minder doen.

.

Zie: het keramische hondje dat de kater nu

van de kast stoot, valt nu op de keukenvloer

in gruzelementen uit elkaar. Onlijmbaar.

.

De maker is al jaren zaliger. Zijn honden

mannen en vrouwen uit gebakken klei

beven op aarde, in huiskamers en musea, na.

.

Hondje overleefde verhuis en ochtendhumeuren.

Het stond hoog buiten bereik van poetsvrouwen

en dochters die te groot werden voor kattenkwaad.

.

Tot de kater zich de kast op joeg en ongelukkig bewoog.

In mijn hoofd snijden scherven geheugensporen open.

Kater kijkt schuldig maar bekomt zienderogen van de schrik.

.

De waarde van kunst hoort emotioneel te zijn.

De waarde van kunst zit in het hoofd van de kijker.

Een onlijmbaar hondje is goed voor de vuilniszak.

.

Terwijl ik dit tik, likt andere kater mijn baard.

O wat genieten poezen toch van het ogenblik.

Genoeg gelikt, rotkater, ik zie mijn beeldscherm niet.

.

We leven niet in musea die kunstwaarden bewaken.

Zo. Hondje staat weer op de kast, gelijmd en wel

van herinneringen aan voor altijd bij elkaar blijven.

.

We kunnen het altijd met minder doen

maar zonder elkaar, dat niet.

.

 

 

huis-thuis

Dubbelgedicht

.

Vandaag was ik mijn bureau aan het opruimen en onder een stapel papieren kwamen een aantal ansichtkaarten tevoorschijn. Het waren ansichtkaarten die ter gelegenheid van de Poëzieweek in 2024 zijn uitgegeven en verspreid. Het thema van de Poëzieweek 2024 was ‘Thuis’ vandaar dat de drie kaarten dit als thema van de gedichten hebben. Ik heb er twee uitgekozen als dubbel-gedicht.

Het eerste gedicht is van Jos van Hest (1946) schrijver, dichter, publicist, poëziedocent. organisator van poëziepodia en collega bij Meander. Het gedicht is getiteld ‘De wereld wordt je huis’ en verscheen in het magazine Dichter nummer 6 in 2017 bij Plint met als thema Nieuwe buren.

Het tweede gedicht is van Esohe Weyden (1999) Vlaams schrijver, dichter, presentator en jurist. Het gedicht getiteld ‘thuishaven’ verscheen in haar bundel ‘Tussentaal’ uit 2022.

.

De wereld wordt je huis

.
In de vensterbank bloeien de sterren
bij de voordeur groeit zeldzaam geluk

Nachten glanzen als zwarte parels
dagen glinsteren als golven in de zon

De wereld wordt een huis met open ramen
wolken zweven naar binnen en buiten

Geen land hoeft ooit nog op slot
er zijn kamers voor alle seizoenen

.

thuishaven

onthaarde pleintjes
waar ’s zomers billen kunnen branden
waar het leven over de stenen struikelt
en top-down het hart verwarmt
misschien wat klapstoelen verspreid
met benen over elkaar geslagen
gesprekken gespuwd en geslikt
met een glas tussen drie vingers geklemd

.
tussen deze bakstenen gangen
verliest de zwaarte haar adem groeit
er ruimte om te bouwen
aan de hersenspinsels als spinnenwebben
achter onze ogen vastgeplakt
dit station brengt naar en van
fluistert ideeën wanneer je beweegt
en wanneer sirenes in de verte
neuriën in je slaap

.