Site-archief
In Flanders Fields
John McCrae
.
In de week dat het 100 jaar geleden is dat de eerste wereldoorlog eindigde wat extra aandacht voor dichters en gedichten uit die periode. Tot mijn grote verbazing had ik het beroemdste gedicht uit die tijd, ‘In Flanders Fields’ van John McCrae nog nooit behandeld op dit poëzieblog. Hoog tijd dus om deze omissie recht te zetten.
De Canadese arts John McCrae ging als vrijwilliger de Eerste Wereldoorlog in. In 1914 diende hij als brigadechirurg voor een artillerie-eenheid. Het jaar erna was hij gelegerd vlak aan het front in Ieper waar de gruwelen van de Tweede Slag om Ieper plaats vonden (de Duitsers lanceerden daar voor het eerst een aanval waarbij giftig chloorgas werd gebruikt). Terwijl hij de gewonde soldaten hielp en om de dode rouwde – waaronder zijn goede vriend, Alexis Helmer- schreef McCrae het gedicht ‘In Flanders Fields’, een gedicht geschreven vanuit het oogpunt van gevallen soldaten wier graven overgroeid zijn met wilde papaverbloemen . “In Flanders fields the poppies blow,” staat er: “Between the crosses, row on row”. John McCrae stierf in 1918 aan een longontsteking en hersenvliesontsteking, maar niet voordat het gedicht één van de populairste en meest geciteerde werken van de Eerste Wereldoorlog werd. Het inspireerde onder meer het gebruik van de papaver als de “bloem van de herinnering” voor de oorlogsdoden.
.
In Flanders Fields
.
In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row,
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below.
We are the Dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow,
Loved and were loved, and now we lie,
In Flanders fields.
Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands we throw
The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow
In Flanders fields.
.
Vrijplaats
Evy van Eynde
.
Voor de laatste keer nu dan toch erotiek op zondag en wel van een door mij zeer gewaardeerd Vlaams dichter Evy van Eynde. Evy ken ik reeds vanaf 2013 toen ze me uitnodigde bij de presentatie van haar bundel en bijbehorende theatervoorstelling ‘Wanneer kom je buiten spelen’. Sinds die tijd volg ik haar, vroeg ik haar te komen voordragen bij Ongehoord! in Rotterdam en lees ik haar website https://evyvaneynde.wordpress.com/ waar ze behalve poëzie ook andere teksten, waaronder sprookjes, met ons deelt. De poëzie van Evy is oprecht, fantasievol, persoonlijk en daarnaast zijn haar zinnen en woorden regelmatig poëtische vondsten zoals je ze graag leest.
Naast al het andere wat Evy doet schrijft ze zo nu en dan ook erotisch getint materiaal zoals het volgende gedicht.
.
Vrijplaats
.
Ik wil ons inniger verschuilen
in die gedachten
bezoedelde ruimte
– de rafelranden van onze nagels
de slaap in onze ogen
het geil in ons lijf –
tussen weloverwogen
doorschijnende verhalen
van rijstpapier en maagdenvlies
waarin we wachten op iets
dat nooit meer rijpen zal
Onbedekt wil ik ons lezen
onder tafel op een feest
louter gezoem
rondom het bonzen
van jouw hart
in mijn keel
.
Wij zijn breekbaar
Recensie
.
In april 2017 schreef ik een recensie over de bundel ‘Ik zie mensen’ van de dichter Koen Snyers. Inmiddels is zijn nieuwe, vierde bundel uit getiteld ‘Wij zijn breekbaar’. In deze bundel “eert Koen Snyers het breekbare leven met een slingerend verhaal, met teksten die aarzelen tussen poëzie en proza. Koen liet zich inspireren door gesprekken met zeven mensen en de porseleinkunst van Wendy van Geel”.
De opzet en de manier van schrijven, dichten in ‘Wij zijn breekbaar’ deed meteen herkenbaar aan. Ook in ‘Ik zie mensen’ is de bundel opgebouwd uit een lang proza-achtig gedicht, of poëtische vertelling.
De bundel is opnieuw goed verzorgd, goeie lay out, mooi lettertype. De poëtische vertelling is opgeschreven in twee kolommen per pagina, waarbij opvalt dat per pagina een stukje van het verhaal wordt toegevoegd. Ook in deze bundel zijn de losse stukken als losse delen goed leesbaar maar pas wanneer je de hele bundel leest komt duidelijk naar voren dat Koen Snyers een rasverteller is, met een goed oog voor zijn omgeving zo lijkt het. De vertelling is een reis die je wordt voorgeschoteld door de dichter/schrijver.
Voor wie zo nu en dan een gedicht wil lezen zou de typografie kunnen afschrikken maar wanneer je de bundel willekeurig openslaat, is dat wat geschreven staat steeds de moeite waard en kan het je aan het denken zetten. De woorden die ik schreef over ‘Ik zie mensen’ zijn dan ook op deze bundel van toepassing namelijk dat vooral de gevorderde poëzielezer veel plezier zal beleven aan de bundel maar dat ook de beginnende lezer, mits deze zich niet meteen laat afschrikken door de prozavorm, veel moois kan ontdekken in Koen zijn nieuwe bundel.
Als voorbeeld hier een passage uit de bundel.
.
Vandaag wandel ik van seconde naar seconde
in een bos. Ik zie bomen, veel bomen.
Ik vraag me af waar bomen nog van
dromen als hun stam honderd jaarringen
telt en hun kruin boven de wereld uitwaaiert.
/
Bomen staan er, altijd. Ze houden het
overzicht, hebben zicht op de tijden, toen
feiten nog feiten waren, toen er geen fictie
was die als feiten werd verkocht. Zo
blijft er de illusie van de boom die zijn
eigen kruin neerlegde op de grote waterplas
in het bos, nadat hij hiernaartoe wandelde
op houten benen. /
.
Wil je meer weten van deze bundel of het werk van Koen Snyers ( of van het KAAi collectief van Koen samen met Sarah Vaesen) ga dan naar http://koensnyers.zeghetmettekst.be/
.
Antiaanbaklaagbeklaag
Poëziebus
.
Zoals jullie misschien weten ben ik voorzitter van de Raad van Toezicht van de stichting Poëziebus. In 2015 reed de Poëziebus voor het eerst en inmiddels zijn er 4 edities geweest. De Poëziebus is nog steeds in ontwikkeling maar het idee om met een bus vol dichters Nederland en België (Vlaanderen) door te trekken staat nog steeds. Vele busdichters hebben mooie ervaringen opgedaan op de bus, vriendschappen gesloten en ontwikkelingen doorgemaakt waarbij die week op de Poëziebus zeker een rol heeft gespeeld.
Een van de Poëziebusdichters van 2015 speelde ook een rol in latere edities als organisator van de halte Maastricht, Merlijn Huntjens. Merlijns’ schrijfcarrière begon in 2006 bij het Heerlens Schrijverscafé. In 2013 deed hij mee aan zijn eerste Poetry Slam, de Dichtslamrap in Boxtel. In 2016 en 2017 was hij finalist in het NK Poetry Slam, georganiseerd door het Literatuurhuis in Utrecht. In 2015 richtte hij samen met Nina Willems PANDA op. Samen maken zij werk waarin poëzie en performance centraal staat en organiseren zij Borderlines Poetry Slams in de Euregio. Sinds februari 2017 is Merlijn ook stadsdichter van Heerlen. Zijn stadsdichterschap laat zich, naast gedichten over Heerlen, ook kenmerken door projecten waarbij de inwoner van Heerlen inspraak krijgt.
In de Poëziebusbundel van 2015 ‘Verzamelde werken’ is van Merlijn het gedicht Antiaanbaklaagbeklaag’ opgenomen.
.
Antiaanbaklaagbeklaag
.
grootvader vond de haard gezellig en ik
gooide er konijn job in, ingepakt in tranen
.
en het vel papier met de planning. we waren
van de crematies. allemaal huilen, wél een zure andere eten.
.
het huis rook naar houtskool, opa naar
de jus op zijn broek. bijna alles was toen traditie.
.
brandblaren op zijn benen ook. het vallen en
de crematie niet. muziek speelde de laatste
.
latten aan zijn kist recht. harde tikken. we dachten
aan kloppen op het kisthout. allemaal huilen, vlaai eten.
.
nu zijn we de traditie vergeten. haardcrematies,
knaagdieren, jusbroeken, blaren. ze zijn gourmetsets.
.
ik vond de haard met job gezelliger. ik antiaanbaklaagbeklaag
me. iedereen mist opa dan en draait zijn foto weg.
.
Eerste gedicht voor Maria Magdalena
Paul Snoek
.
Op deze eerste zondag in oktober, nu de dagen weer korter worden en het weer guurder, is het tijd voor een erotisch gedicht van de Vlaamse dichter Paul Snoek (1933-1981) pseudoniem van Edmond André Coralie Schietekat. Snoek was een van de bekendste dichters en prozaschrijvers van België. Hij was tevens kunstschilder. Zijn pseudoniem is afkomstig van de naam van zijn moeder Paula Snoeck. ‘Eerste gedicht voor Maria Magdalena’ komt uit de bundel ‘Gedichten 1954 – 1968’ uit 1969.
.
Eerste gedicht voor Maria Magdalena
.
Jij en je lichaam een sluipmoord
goddelijk heidens en honing.
.
Ik bid dat ik de bij ben aan je dijen
de angel van de wesp die je kust in mijn mond.
.
Dat ik liefdes droeve traangeur
aan de dijkbreuk van je heupen adem
.
en in de lippen van je sluitend lichaam drink je zout,
het hardgeworden eiwit van je zee.
.
Vingerafdrukken
Herman de Coninck
.
Van een goede vriendin kreeg ik een doos met poëziebundels. Bij het uitruimen van de boekenkast van haar ouders kwam ze ze tegen en daarop vroeg ze of ik geïnteresseerd was. Dat was ik en er zitten prachtige (oudere en nieuwere) bundels bij. Onder andere de bundel ‘Vingerafdrukken’ van Herman de Coninck uit 1997. Hermen de Coninck schrijft in het voorwoord: “In elk geval is deze bundel schaamteloos pastoraal, in een periode waarin het televisiejournaal alleen maar oorlog te bieden heeft”. In het gedicht ‘Slaapliedje voor Laura in Gigaro’ komt dit mooi tot uiting wanneer je de betekenis van zielverzorgend kiest voor pastoraal (het kan ook herderlijk, landelijk of arcadisch betekenen).
.
Slaapliedje voor Laura in Gigaro
.
Eén miljoen vissen houden zich stil
en daardoor slaapt de zee.
Moge ook jij een paar duizend gedachten
niet hebben, en daaronder slapen.
.
(Ik heb ze voor jou gehad. En soorten verdriet.
Ze waren de moeite niet.)
En moge je ontwaken door vogelgekwetter.
God is vrij vertaald in het Hebreeuws,
.
maar dit is naar de letter.
.
Treinen en frambozen
Erotiek op zondag
.
Patricia Lasoen (1948) is een Vlaams dichter die in 1968 debuteerde met de bundel ‘Ontwerp voor een Japanse houtgravure’. Ze werd samen met dichters als Daniel van Rijssel, Herman de Coninck, Jan Vanriet en Roland Jooris tot de zogenaamde nieuw-realisten gerekend. Zelf denkt ze daar genuanceerder over, in haar werk komen ook surrealistische elementen voor en daarnaast is haar poëzie soms magisch-realistisch en dan weer sociaal geëngageerd.
In 1993 publiceerde dichter Patricia Lasoen de bundel ‘De wanhoop van Petit Robert’. Uit de recensie destijds van NBD Biblion: “Het droomachtige en beeldrijke is uit haar poëzie verdwenen om plaats te maken voor bitterheid en ontgoocheling.” Het gedicht ‘Treinen en frambozen uit deze bundel voldoet echter nog steeds aan de kenmerken droomachtig en beeldrijk. De erotiek die ze opvoert in de eerste zin van dit gedicht is in de rest van het gedicht steeds duidelijker aanwezig en steeds meer voelbaar.
.
Treinen en frambozen
.
Treinen vind ik erotisch, zei ze
en frambozen.
Treinen: hun weg is voorgebaand,
ze zoeven door het landschap
genadeloos; soms lijken ze wel wreed
zoals ze onbarmhartig bermen vol
met bloeiend onkruid achterlaten –
en dan, hoe ze zich in beweging zetten:
nauwelijks merkbaar eerst
met kleine schokjes, en pas na een tijd
komen ze tot hun volle kracht
en fluitend razen ze voorbij signaal
en overweg, en over water
ze komen dan geruisloos stil –
een schok kaatst soms onzacht
hun inhoud en hun doel terug.
.
Frambozen staan vanzelf
met liefde in verband:
hun zachte huid en nauwelijks voelbare haartjes
worden liefs tegelijk met
lippen, tong en huig geproefd
langzaam smelten ze open
en naderhand weer dicht
je hoeft ze zelfs niet aan te raken –
direct nadien zijn ze ontastbare herrinering.
.
Ik heb het rood van het joodse bruidje lief
Pierre Kemp
.
Van sommige dichtbundels of bloemlezingen weet ik nog precies wanneer of bij welke gelegenheid ik ze voor het eerst zag of las. Dat geldt zeker voor de bloemlezing ‘Ik heb het rood van het joodse bruidje lief’ uit 1988 en samengesteld door Ton van Deel. Ik herinner het mij zo goed omdat ik destijds net was begonnen met het collectioneren voor de bibliotheek waar ik werkte. De recensie was niet bijzonder positief, maar mijn interesse was gewekt zodat ik de bundel toch heb aangeschaft terwijl poëzie voor zo’n kleine bibliotheek zeker geen automatisme was om aan te schaffen (eerder het omgekeerde).
Toen ik de bundel een aantal weken later in handen kreeg sloeg ik als eerste het gedicht van Pierre Kemp met de (bijna) gelijknamige titel op. Bij het gedicht een afbeelding van het schilderij van Rembrandt (in zwart-wit, dat wel maar de afbeelding stond op de voorkant in kleur). Toen, en nog steeds, leest het gedicht als een liefdesgedicht, de liefde van de dichter die hij voelde voor het schilderij en de schilder toen hij het schilderij bezag.
.
Het Rood van het Joodse Bruidje
.

















