Auteursarchief: woutervanheiningen
Kerstmis
Ivo de Wijs
.
Morgen is het Kerstmis en daarom wil ik vandaag graag een gedicht delen hier van Ivo de Wijs (1945). Uiteraard hoop ik dat we een mooie Kerst hebben en vrede op aarde (al weet ik zeker dat dat niet, nooit zal gebeuren) maar een knipoog naar alle goede wensen lijkt me, ook deze Kerst, wel weer op zijn plaats. Desalniettemin wens ik al mijn lezers een hele mooie en vredige Kerst toe.
In de bundel ‘Vroege vogel’ nieuwe en oude verzen van Ivo De Wijs uit 1999, een keuze uit de zeven eerder verschenen verzenboeken rondom het radioprogramma Vroege vogels, staat het gedicht ‘Kerstmis’.
.
Kerstmis
.
Zaligheid de zaligheden
Engelen en arresleden
Maria en haar metgezel
En uit de dorpen en de steden
Rijen gezangen en gebeden
Van ingetogen eerherstel
Een kindeke sloot langgeleden
Voorgoed de hel
.
Kinderen, kom naar beneden
Moeder heeft al brood gesneden
’t is Christmas, Weihnachten, Noël
En wie niet gloeit van rust en vrede
Van goede wil en vrome zeden
Verdraagzaamheid en samenspel
Die krijgt een lel!
.
Nieuw gedicht
Niet dansen
.
De vraag werd weer eens gesteld. Ik heb geen antwoord. Daarom dit gedicht.
.
Waarom ik niet dans
.
Wanneer ik niet dans, wanneer
muziek klinkt en om mij heen
lichamen mij verleiden om me
bij hen te voegen, dan klinkt in
mij een stem. Dans! maar steeds
als ik probeer te bewegen, me er
toe probeer te zetten, neemt iets
in mijn hoofd het over. Zet mijn
lichaam op slot. Zie ik mezelf op
de dansvloer, uitbundig, soepel,
ritmisch en opzwepend de menigte
betoveren. Zie ik, maar doe ik niets,
voel ik, maar beweeg ik niet, dans
ik, maar in werkelijkheid sta ik stil.
.
Twee gezichten
Riekus Waskowsky
.
Over de Rotterdamse dichter Riekus Waskowsky (1932-1977) schreef ik al eerder. Pas geleden las ik in ‘Verzamelde gedichten’ uit 1985 en wat me opviel was dat Waskowsky zowel een serieuze dichter was getuige bijvoorbeeld het gedicht ‘Archeoloog’ uit 1966, maar ook een kant had die helemaal niet serieus was. Die laatste vrolijke kant van zijn dichterschap doet denken aan gedichten van Jules Deelder. Een voorbeeld van deze vrolijke kant is bijvoorbeeld het gedicht ‘Lourdes’ uit deze ‘Verzamelde gedichten’.
Om deze twee kanten van Waskowsky nog eens te benadrukken wil ik hier nog twee gedichten van hem plaatsen. Allereerst het gedicht ‘Park’ wat een serieus gedicht is, gevolgd door een gedicht zonder titel uit 1976 dat vrolijk maakt.
.
Park
.
Stadspark in de middag…
‘Ik ben nog maagd’
zegt de achterkant van een eik.
.
De spreeuwen op het grintpad
schrikken en vliegen weg.
De huisvrouw op de bank,
zij volle chinese godin
haar boezem bloost over en over,
zucht,
en staat op en gaat verder.
.
Koester dan traag de rode zon
een licht ontgoochelend gebeuren.
.
*
Een vrouw mag dan
pakweg duizend gezichten hebben
haar borsten
zijn op een hand te tellen
.
Dichten alsof
Sybren Polet
.
Sybren Polet (1924-2015) was schrijver en dichter. Polet (pseudoniem van Sybe Minnema) debuteerde onder zijn eigen naam met de dichtbundel ‘Genesis’ in 1946. Als Sybren Polet debuteerde hij in 1949 in het literaire tijdschrift Podium, waarvan hij van 1952 tot 1965 redacteur zou zijn. Zijn dichtwerk wordt tot dat van de Vijftigers gerekend. De stad Amsterdam speelt er een centrale rol in en de personages, aangeduid als Mr. Iks, Mr. X, en dergelijke meer, veranderen continu van gedaante.
Polet kreeg voor zijn werk onder andere de Jan Campert-prijs, de Herman Gorterprijs, de Busken Huetprijs en de Constantijn Huygensprijs. In 2011 werd de Lokienprijs in het leven geroepen, vernoemd naar de bekende romanfiguur van Polet en vanaf 2018 wordt ook de Sybren Poletprijs toegekend.
In de nalatenschap van Sybren Polet is een manuscript aangetroffen met handgeschreven gedichten die nog niet eerder waren gepubliceerd. Op de achterflap van deze bundel getiteld ‘Zijnsvariaties Verbovelden’ uit 2018 staat te lezen: een vlijmscherpe analyse van onze tijd, een bewogen afscheid van het bestaan en een sprankelende blik op de toekomst: het slotakkoord van een avontuurlijk oeuvre in de Nederlandstalige literatuur.
Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Dichten alsof’.
.
Dichten alsof
.
1
En dan weer het zelfvernietigende besef
dat wij een doorgangsvorm zijn
naar een volgende mutatie.
*
De laatste huidschubben uitgekweekt,
de aapvorm verlaten:
een buitenbrein ontwikkeld.
Een derde voorhoofdsoog.
*
Het superego wordt geëtheriseerd
of ondergebracht in een andere biovorm.
.
2
Denkleven.
Vanaf het jaar nul
zal niemand meer sterven, niemand
geboren worden.
.
Hoe vredig volledig
dit nihil: alles alleen weer
in afwachting van:
In afwachting van
een nieuw alsof.
*
Leven alsof.
Dichten alsof.
.
Stasi poëzie
Wolf Biermann
.
Ik kreeg het boek ‘The Stasi Poetry Circle’ the creative writing class that tried to win he cold war, van Philip Oltermann cadeau en ben er momenteel in aan het lezen. Een wonderlijk, bizar maar waargebeurd verhaal over een groep Stasi agenten (de Stasi was de afkorting voor het Ministerium für Staatssichterheit) die een werkgroep creatief schrijven (dichten) vormen. Dit werd gedaan onder begeleiding van een gevestigd schrijver om poëzie te schrijven die uitdrukking moest geven aan de wil om de staat en maatschappij van de DDR te dienen én die voldeed aan eisen van literaire kwaliteit.
De reden om een werkgroep van medewerkers met dichterlijke ambities te vormen was omdat men zich ernstig zorgen maakte in de jaren 1970 over de hang naar westerse muziek en literatuur onder haar jongeren, een hang die ze interpreteerde als sociaal-culturele staatsondermijning. Al te populaire, kritische kunstenaars, zoals Wolf Biermann, konden onschadelijk worden gemaakt door ontneming van het DDR-burgerschap en uitzetting naar West-Duitsland, maar dat middel kon alleen al om praktische redenen slechts incidenteel, in individuele gevallen, worden toegepast. Daarom was het noodzakelijk om te tonen dat zuiver dichterschap en absolute loyaliteit aan DDR-staat hand in hand konden gaan: ook de Stasi had zijn dichters en – na een poëziecursus te hebben doorlopen – wellicht goede dichters bovendien.
Omdat ik nog aan het lezen ben wil ik hierbij graag verwijzen naar het uitstekende artikel van Hans van der Heijde op Tzum uit 2022 over dit boek. In dit artikel (en ik het boek) wordt verwezen naar een bundel ‘Wir über uns’ waarin de pennenvruchten van deze groep in zijn opgenomen. Aan het einde van het artikel schrijft van der Heijde dat dit boek, ook antiquarisch, nergens te vinden is. Ik heb nog gezocht op namen van de dichters die in het boek voorkomen maar ook daar vond ik niets van.
Wolf Biermanns teksten werden in de jaren 60 en 70 steeds kritischer voor het DDR regime, hij mocht dan ook niet in het openbaar optreden in de DDR. Na een tournee door West-Duitsland in 1976 werd hem de toegang tot het land ontzegd en werd hij geëxpatrieerd. Vanaf dat moment werd Biermann, levend in de Bonds Republiek Duitsland (West Duitsland), een van de belangrijkste invloeden op vele politieke zogenaamde Liedermachers en ontving hij vele prijzen voor zijn werk.
Een liedtekst / gedicht van Bierman (1936) dat tot op de dag van vandaag actueel is, is ‘Soldaat, soldaat’ of in het Duits ‘Soldat, Soldat’ dat Biermann schreef in 1965.
.
Soldaat soldaat
.
Soldaat soldaat in grijze standaard
Soldaat soldaat in uniform
Soldaat soldaat, je bent zo veel
Soldaat soldaat, dit is geen spel
Soldaat soldaat, ik denk het niet
Soldaat soldaat, jouw gezicht
Soldaten lijken allemaal op elkaar
Levend en als lijk
.
Soldaat soldaat, waar gaat dit heen?
Soldaat soldaat, wat heeft dat voor zin
Soldaat soldaat, in de volgende oorlog
Soldaat soldaat, er is geen overwinning
Soldaat, soldaat, de wereld is jong
Soldaat soldaat, zo jong als jij
De wereld heeft een diepe duik genomen
Soldaat, je staat op de rand
.
Soldaat soldaat in grijze standaard
Soldaat soldaat in uniform
Soldaat soldaat, je bent zo veel
Soldaat soldaat, dit is geen spel
Soldaat soldaat, ik denk het niet
Soldaat soldaat, jouw gezicht
Soldaten lijken allemaal op elkaar
Levend en als lijk
.
Soldat Soldat
.
.
Vallen
Emma Crebolder
.
In 2012 verscheen van Emma Crebolder (1942) de bundel ‘Vallen’ bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Emma Crebolder studeerde Duitse taal en letterkunde in Utrecht. Na een verblijf van enkele jaren in Tanzania deed zij aan de universiteiten van Leiden en Keulen een studie Afrikaanse talen met als hoofdvak Swahili. Zij onderwees deze taal decennia lang.
Zij was in 1993 de eerste officiële stadsdichter van Nederland in Venlo. Vanwege haar vossenpoëzie werd zij in 2006 opgenomen in de Orde van de Vossenstaart. Stijn Streuvels was de eerste die deze erkenning kreeg. In 2015 werd haar de Leo Herberghs Poëzieprijs toegekend. Crebolder publiceerde in literaire tijdschriften als De Gids, Maatstaf, Het Liegend Konijn, Terras en Hollands Maandblad.
In de bundel ‘Vallen’ las ik een mooi gedicht over haren die ‘verhalen van hemel en hellevaart’ zonder titel.
.
De haarval was al geslachten
lang zo. Sluik, maar met
.
herinneringen aan vroege
lokken die altijd met
.
oorlog of in geval van mode
afgesneden maar nooit
.
teruggedreven werden
tot de eerste zwarte krul
.
Ons vermoeden is dat haren
verhalen van hemel en hellevaart.
.
Rep en roer
Judith Herzberg
.
Zoals elk jaar komt de CPNB (Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek) ook dit jaar weer in december met een gedicht om het jaar af te sluiten en het nieuwe jaar in te luiden. Dit jaar is Judith Herzberg (1934) gevraagd een reflectie te schrijven op de tijd waarin we leven. Omdat het gedicht wordt toegestuurd aan relaties van de CPNB (en dus niet voor iedereen toegankelijk) deel ik graag, net als vorig jaar en het jaar daarvoor, dit gedicht.
.
Rep en roer Oktober 2023
.
Juist als je denkt er eindelijk
aan toe te zijn zet hij het weer
in rep en roer, je wereldje,
bijna fataal, je kleintje.
.
Om van de echte, grote
het schandaal waar je van
opstak dat je je beter
af kon wenden. Je wilde
nu en dan iets aardigs
liefs beleven, daar dan
in opgaan, geloven.
.
Maar dan je hart. je darmen
slaan alarm. Herken je dat
je zorgen breng je onder
in grasspriet-kunde
en wormenzorg
dat ondergrondse.
.
Klein en groot zijn
in je hoofd
niet langer van elkaar
te scheiden. En dan
die wirwar en die
rep en roer nog
waar we in rouw
verbouwereerd
aan lijden.
.













