Categorie archief: Dichtbundels

De overtocht

Stefan Hertmans

.

Tijdens de Poëzieweek kreeg je bij de aankoop van een poëziebundel een gratis geschenk van de boekhandelaar. De kleine bundel ‘Neem en lees’ met 10 gedichten van de dichter Stefan Hertmans. Ik kende Stefan Hertmans niet maar hij blijkt bij onze zuiderburen een bekend dichter. Hertmans (1951) is een Belgisch auteur van een literair en essayistisch oeuvre (poëzie, roman, essay, theatertekst, kortverhaal) dat hem in binnen- en buitenland bekend maakt. Zijn gedichten en verhalen verschenen in het Frans, Spaans, Italiaans, Roemeens, Kroatisch, Duits, Bulgaars.

In 1995 ontving hij de Driejaarlijkse Prijs van de Vlaamse Gemeenschap en hij werd tweemaal genomineerd voor de VSB-poëzieprijs. Daarnaast ontving hij de Maurice Gilliamsprijs voor zijn bundel ‘Goya als hond’. Niet zomaar de eerste de beste dichter dus.

Het bundeltje met de 10 gedichten geeft een aardig beeld van Hertmans als dichter. Deze gedichten zijn bij elkaar gezet omdat ze als gemeenschappelijk thema ‘herinnering’ hebben. Uit ‘Neem en lees’ het gedicht ‘De overtocht’.

.

De overtocht

.

Het zijn die ogen in de schaduw

die dood gelezen zijn.

Waarheid is een woord met wapens.

Het gaat om angst in de woestijn,

gevleugeld beest uit lang vervlogen eeuwen,

wreedheden flitsend op een zinkend scherm.

.

Je moet niet met je vinger wijzen,

het was haar moeder die het zei.

Ze stak hem in haar keel,

de boot schokte zich door een storm

die de wereld overspoelde.

.

Haar vonnis onverstaanbaar,

iets dat zich niet liet beschrijven,

een vinger in een bloedend oog,

en naamloos door de jaren drijven.

.

Vingerwijzen

SH

Kalfsvlies

Marieke Rijneveld

.

Toen ik op 6 april 2014 samen met Marieke Rijneveld (1991) op het Taalpodium in Zeist stond vertelde ze me dat ze vlak daarvoor een contract had afgesloten bij uitgeverij atlas Contact voor een poëziebundel en een roman. Ik kende Marieke toen al van een optreden in 2012 bij Ongehoord! en wist dat ze over een bijzonder talent beschikte. In juni 2015 verscheen ‘Kalfsvlies’ haar poëziedebuut.

Inmiddels heb ik de bundel gekocht en gelezen en alles wat er al over dit debuut geschreven is, is waar. Het bijzondere ritme van haar poëzie, het gebruik van metaforen, de ongerijmde buitenissigheden in haar gedichten, ik heb het allemaal terug kunnen vinden.

Wat mij steeds weer fascineert als ik haar gedichten lees is dat ik bijna vanzelf haar taal hardop ga spreken terwijl ik lees. De taal die Marieke gebruikt is zowel alledaags als heel bijzonder. Het bijzondere zit hem wat mij betreft in de verbindingen die ze legt, de interpunctie die ze gebruikt (of juist niet gebruikt) en het feit dat ze lange zinnen aan elkaar rijgt die, ondanks dat ze opgedeeld zijn in hoofd- en bijzinnen, toch een geheel blijven vormen.

Voor de gemiddelde poëzielezer die korte zinnen gewend is zal het even wennen zijn. Voor een liefhebber van lange, samengestelde zinnen, zoals ik, is het vooral genieten. Soms moest ik zinnen twee keer lezen om haar bij te blijven maar altijd pakte ik de draad weer op.

De keuze van onderwerpen, het feit dat je soms denkt dat deze jonge dichter zich in een parallel universum bevindt dat hetzelfde universum is als waar jij je als lezer in bevindt maar dan met net even minder kennis van die omgeving, maken het lezen van de gedichten een soms verwarrende maar tegelijkertijd spannende ervaring. Ik betrapte me er tijdens het lezen op, dat ik dacht dat de gedichten een soort bezwering waren, dat Marieke mij, de lezer iets wilde vertellen zonder dat ik meteen doorhad wat precies en dat pas later het kwartje bij mij zou vallen. Als je zo poëzie kan schrijven ben je een bijzonder dichter/schrijver.

Sommige gedichten lezen meer als prozagedichten, of ultrakorte verhalen, maar altijd in diezelfde poëtische sprankelende stijl. Hoewel ik meer van de poëzie dan van de proza ben zal ik haar debuutroman ook zeker gaan lezen.

Uit Kalfsvlies heb ik gekozen voor het gedicht ‘Als het land niet meer plat is’. Over het platteland dat verdwijnt onder druk van de stad.

.

Als het land niet meer plat is

.

Stropakken liggen als blokken roomboter in het weiland, hier heeft het

platteland een berg maar vanaf de berg gezien is alles plat, en we

stotteren terwijl we toch geen last van spraakgebrek, maar elkaar duidelijk

willen maken dat de meeste onderbrekingen ongepland zijn.

.

Je overall is te ruim bij je schouders, we zouden er twee dwergkonijnen

onder kunnen stoppen, dat staat toch beter als ze straks de boerderij een

injectie geven, in laten slapen als de hond van de boer twee sloten

verderop. Sommige onderbrekingen speelden zich af op de hooizolder

.

waar je je bezwete gezicht op mijn blote buik legde, mijn navel

vergeleek met een kijkgat in de schutting, daarachter kon je alles zien

wat zich in mij afspeelde en we zouden de berg onthoofden zoals je een

eitje en dan samen oud en knotwilgen, maar nu staat er een bord met een

.

blije man in pak erop met in zijn hand een stad als een zwarte kever.

Denk aan al die uitgestrooide boeren in de koeien getrokken die als

wandelende graven tussen de bloesems als rouwboeketten lopen, we klampen

ons aan elkaar vast en kijken naar het laatste huis op het platteland dat instort

.

als een composthoop zonder luchtholtes. Iemand zegt dat je meerdere

huizen kunt bewonen, dat een koe met zeven magen zich toch niet vaker

verslikt, en we vragen ons af hoe het je vergaat als je een maag wegneemt

wat je dan nog wel en niet zal kauwen. Mijn hoofd verstikt een dwergkonijn

.

omdat ik gebruikmaak van zijn schouder, ergens fladdert het baasje van de

kever, er zijn onderbrekingen in onderbrekingen, stiltes die naar kuilgras ruiken.

.

Kalfsvlies

MR

Foto: Joost Bataille

 

Hulp bij zelfdoding

Marc van Biezen

.

In 2011 verscheen bij uitgeverij Mistral de bundel ‘Ex-mondschilder’ van Marc van Biezen. Marc van Biezen (1968) debuteerde in 2007 met de bundel Afwezigheidsassistente. Zijn poëzie werd ook gepubliceerd in diverse tijdschriften, waaronder Zoetermeer en De Brakke Hond. Samen met collega-dichter Jaap Stiemer maakte hij de cd KRANK ZIN, een ‘ontluisterboek voor zachthorenden’.

In ‘Ex-mondschilder’ zijn (zeer) korte gedichten of puntdichten en aforismen gebundeld die stuk voor stuk donkere thema’s behandelen. Tegelijkertijd zijn de gedichten licht van toon wat het lezen zeker geen onaangename bezigheid maakt. Ziekte, verval, ongeluk en de dood zijn thema’s die voorbij komen. Volgens de uitgever poogt de dichter in deze bundel “het leed dat leven heet te bezweren met troostende relativering en absurdistische humor”.

Oordeel zelf aan de hand van het gedicht ‘Hulp bij zelfdoding’.

.

Hulp bij zelfdoding

.

adem in

adem uit

.

adem in

adem uit

.

en

stop

.

ex-mondschilder-marc-van-biezen-boek-cover-9789049951276

Ik ben beplakt met kleine spiegeltjes

Eva Cox

.

De Vlaamse dichter Eva Cox (1970) begon in 1999 met het schrijven van gedichten, die ze bijzonder overtuigend uit het hoofd weet voor te dragen. In 2001 won ze dan ook de Eerste Vlaamse Poetry Slam, waar ze topperformers als Peter Holvoet-Hanssen en Vital Baeken als concurrenten had. Gedichten van haar hand werden voor 2001 alleen in ‘Het Belang van Limburg’ en op een bord op het oud-kerkhof te Hasselt gepubliceerd. Ze debuteert in september 2004 met de bundel ‘Pritt.stift.lippe’ in de Windroosreeks. In 2009 verscheen bij de Bezige Bij de bundel ‘een, twee, drie ten dans, een kleine stoet poëzie, (ultra)kort proza, vertalingen, pastiches, een duet voor één stem’ Deze bundel kreeg nominaties voor een aantal literaire prijzen. Eva Cox haar werk verscheen in verschillende literaire bladen en magazines en is in verschillende talen vertaald.

Uit haar bundel ‘Pritt.stift.lippe’ het gedicht ‘Ik ben beplakt met kleine spiegeltjes’.

.

Ik ben beplakt met kleine spiegeltjes

Ik ben beplakt met kleine spiegeltjes.
Ik dans als een strandbal rond.
Ik kan oogverblindend zijn.

Wie naar mij kijkt denk mij te zien.
Wie naar mij kijkt die ziet zichzelf.
De eigen monsterlijk vervormde grimas.

Wie van mij wegrent jaagt zichzelf weg.

Ik ben beplakt met kleine spiegeltjes.
De randen snijden in mijn eigen vlees.

Ik ben:
een glinsterende mozaïek
met weke rode voegen en
een hart van sneeuwwit.

.
Eva Cox
                                          Eva Cox in de Prinsentuin in 2008

III

Rutger Kopland

.

Als je, zoals ik, veel poëzie leest, kom je soms ineens een gedicht tegen dat je nog niet kent maar waar je meteen van ondersteboven bent. Hoewel ik weet dat bepaalde dichters (die ik tot mijn favoriete dichters reken) dit effect op mij kunnen hebben met hun gedichten, is het toch elke keer, dat dit gebeurt, weer een klein feestje.

In de hele fijne bundel ‘Gedichten die mannen aan het huilen maken’ staat weer zo’n voorbeeld van een gedicht van Rutger Kopland (1934 -2012). Ik ken verschillende prachtige gedichten van zijn hand (bijvoorbeeld het gedicht ‘Dochters’ dat in mijn top 5 staat van favoriete gedichten aller tijden, zie mijn post hierover op 19 maart 2011) maar deze kende ik nog niet.

Het is het favoriete gedicht van cabaretier Marc-Marie Huijbregts en ik begrijp wel waarom. Uit de bundel ‘Onder het vee’ uit 1966, ‘III’.

.

III

.

Met jou kwam een nog vreemd

verdriet waarop ik een leven

lang gewacht heb.

.

Het kwam uit je ogen in de mijne

uit je handen onder mijn jas

het kwam en ik liet het.

.

Eindelijk zag ik dat alles voorbij

zou gaan als deze dag boven

land dat ik liefheb.

.

ik zeg niet dat dat erg is

ik zeg alleen wat ik dacht

te zien.

.

Onder het vee

 

 

Oogsten

Kira Wuck

.

Hoewel Kira alweer een nieuw boek (Noodlanding) met verhalen uit heeft kreeg ik voor mijn verjaardag haar poëzie debuutbundel ‘Finse meisjes’, waar ik overigens erg blij mee was. ‘Finse meisjes’ is zo’n bundel met gedichten en zinnen waar je steeds weer iets nieuws in ontdekt.

Ik herinner me Kira nog van een aantal jaar geleden, toen ze als nog redelijk onbekend en ongepubliceerd dichter op het podium van Ongehoord! al veel indruk maakte. Uit haar bundel heb ik gekozen voor het gedicht ‘Oogsten’.

.

Oogsten

.

De tijd gaat sneller als je af en toe een plant verschuift

in de winter heb ik beweegredenen nodig

niets is hier voorbestemd

maar alles gaat geleidelijk

.

dit ben ik in het oudst van de nacht

en ik waarschuw je alvast, ik word vaak verliefd

.

ik herken je voordat je jezelf herkent

(je past goed bij mijn behang)

er zijn huizen waarin je beter gedijt

.

we roken gaten in het bankstel

als je er nog bent als ik me omdraai

.

dan ben je niet meer weg

.

kira

Schapen in de mist

Sylvia Plath

.

De Amerikaanse dichter, romanschrijfster en essayiste Sylvia Plath (1932 – 1963) pleegde zelfmoord na een leven dat werd beheerst door een bipolaire stoornis. Connie Palmen schreef het prachtige boek ‘Jij zegt het’ over het huwelijk van Sylvia Plath en Ted Hughes. Hierover schreef ik op 7 september van het vorig jaar.

Nu wil ik uit haar bundel ‘Ariël’ die in 1965 verscheen een gedicht met jullie delen in het (oorspronkelijke) Engels en in de vertaling van Anneke Brassinga getiteld ‘Sheep in fog / Schapen in de mist’

.

Sheep in fog

.

The hills step off into whiteness.

People or stars

Regard me sadly, I disappoint them.

.

The train leaves a line of breath

O slow

Horse the colour of rust,

.

Hooves, dolorous bells-

All morning the

Morning has been blackening,

.

A flower left out.

My bones hold a stilness, the far

Fields melt my heart

.

They threaten

To let me through to a heaven

Starless and fatherless, a dark water.

.

.

Schapen in de mist

.

De heuvels stappen weg, het wit in.

Mensen of sterren

bezien me treurig, ik stel ze teleur.

.

De trein laat een streep adem achter.

O traag

Roestkleurig paard,

.

Hoeven, smartelijk gerinkel –

de hele ochtend

Is de ochtend zwarter geworden,

.

Een bloem in de kou.

Mijn botten zijn vol stilte, de verre

Velden smelten in mijn hart.

.

Ze dreigen

Mij de ingang tot een hemel

Sterrenloos, vaderloos, een donker water.

.

Ariel

 

sylvia-plath

Winterpijn

E-poëziebundel

.

Naar aanleiding van het publiceren en cadeau doen van mijn nieuwe E-bundel ‘XX-XY’ kreeg ik van verschillende kanten de vraag waar mijn vorige E-poëziebundel ‘Winterpijn’ te downloaden is. Dat kan vanaf de website van MUG books              ( http://www.mugbookpublishing.wordpress.com) maar voor het gemak ook hier nog een keer de link naar deze gratis bundel van mij.

ebook-winterpijnbluelinks

 

WvH-cover-e-book-Winterpijn-01

De vogel Phoenix

M. Vasalis

.

Daags na mijn verjaardag kreeg ik over de post een bijzonder cadeau van een vooralsnog anonieme gever. In het pakje dat ik opende zat de bundel ‘De vogel Phoenix’ van M. Vasalis uit 1948. Een prachtig cadeau natuurlijk maar zonder afzender. Ik zou graag de gulle gever bedanken. Laat even weten wie je bent.

Dat ik heel blij ben met dit cadeau mag duidelijk zijn, Vasalis is al langere tijd één van mijn favoriete dichters en zo’n mooie oude bundel is dan een pareltje.

Daarom, als dank voor zoiets moois, deel ik vandaag een gedicht uit deze bundel getiteld ‘Tusschen de lage kamer’.

.

Tusschen de lage kamer…

.

Tusschen de lage kamer met het groote vuur

en buiten, hoog verrezen en bevroren

is maar een dunne muur.

En ‘k weet niet welke zijde ik moet toebehooren.

.

Ik sta bij ’t raam en ruik het dun beslag van kou

langs ’t glas waar ik zoo veel van hou.

De sterren siddren in onzichtbre netten,

zij zijn zoo licht, zoo schuldeloos en vrij

fonklend verkeerend in hun trotsche wetten.

.

En ik weet niet wat mijn eigenlijke wetten zijn,

ik zoek een ver, onmenschelijk en zeker teeken

uit deze wildernis van pijn

en zelve ben ik te verward, te warm, te klein.

.

de-vogel-phoenix_3

Flamingo

Charlotte van den Broeck

.

Op 28 januari op Nationale Gedichtendag werd bekend dat Charlotte van den Broeck (1991) de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut heeft gewonnen met haar bundel ‘Kameleon’. Als groot liefhebber van de Coninck zijn werk was ik dan ook meteen nieuwsgierig naar haar poëzie. Hoewel haar website Splintervingers helaas voor mij gesloten bleef heb ik via de website van Meander toch een paar gedichten van haar kunnen lezen (de bundel heb ik nog niet).

Op de site van Meander valt onder meer over haar te lezen: Niet alleen de vloeiende stijl van haar gedichten valt op, maar ook haar indringende en integere manier van voordragen. Voor Charlotte is schrijven vanzelfsprekend, ze kan zich niet inbeelden dat ze het niet zou doen.

 

Flamingo

Ik heb onlangs ontdekt, dat ik slaap
zoals flamingo’s staan:
met één been gestrekt, het ander
in een krul en dan op mijn zij.

Op dit donzen bed dook ik
de liefde in, wankel in donkerroze,
nek aan nek, als twee verstrengelde
worsten, snakken naar adem.

Flamingo’s veroveren elkaar synchroon,
een hoofse paringsdans: minstens twaalf
wimperblikken een monogaam leven lang.
Een steekspel, dat we vooral kennen van
televisieprogramma’s.

Eerst waren we nog grijs,
nu zijn we bijna piloten.
Bijna een ode aan vogels.

.

CvdB

kameleon