Categorie archief: Favoriete dichters

Hij komt, zij komt..

De nieuwe, nieuwe MUG

.

Een nieuw jaar, een nieuw geluid of eigenlijk een iets andere aanpak van wat al goed was maar altijd beter en anders kan; De nieuwe editie van MUGzine (de 11e editie alweer) is aanstaande, ergens de komende dagen wordt ie gepubliceerd. In dit nummer poëzie van dichters Meliza de Vries, Siel VerhannemanGaël van Heijst en Marie-Anne Hermans. Natuurlijk een Luule (ook deze iets anders dan voorheen), een sprankelend voorwoord met dito mug en illustraties van de veelzijdige Meliza de Vries.

Om alvast in de stemming te komen een gedicht van Meliza getiteld ‘Wereldadapter’.

.

Wereldadapter

.

Ik heb een taalachterstand in 5995 talen
faal in het wereldburgerschap
praat in de verleden tijd van mijn moedertaal
.
om geen heimwee te krijgen krimp ik
in sommige talen zijn geen verkleinwoorden
.
ik vertraag dialogen met Google Translate
in voorlopige tijdzones, tot ik dezelfde taal spreek.

.

Plastische chirurgie

Proeftuin

.

In een kringloopwinkel kocht ik de bundel ‘Proeftuin’ van Ellen Warmond uit 1953. Het bundeltje is Maatstafdeeltje nr. 1. De 44 gedichten in de bundel hebben korte titels en zijn niet alleen zeer leesbaar maar ook bijzonder poëtisch en verrassend actueel.

‘Proeftuin’, waarvoor ze de Reina Prinsen Geerligsprijs ontving was het debuut van Warmond (1930 – 2011) in de Nederlandse letteren.  Haar werk werd wel in verband gebracht met dat van de Vijftigers, maar alleen wat betreft de experimentele vorm. Thematisch is zij eigenlijk van meet af aan een adept geweest van het existentialisme in zijn meest negatieve uitwerking. Haar personages figureren in een zinloos bestaan, lijken van nature ongelukkig en niet in staat iets aan hun situatie te veranderen.

Hoe actueel ‘Proeftuin’ ook nu nog is blijkt wel uit het gedicht ‘Plastische chirurgie’. Mocht je denken dat dat iets is van deze tijd dan heb je het mis. In 1953 al speelde het ongenoegen met het eigen uiterlijk en de wens hier iets aan te laten doen door een plastisch chirurg.

.

Plastische chirurgie

.

Maar ’s avonds spelen overal

spiegels de laatste partij

lancetten van critiek staan op

het beeld gericht met een volleerd

gebaar wordt een blik als een kreet

of een mond als een angstkramp

gecorrigeerd

.

alleen komt soms uit het moeras

van eenzaamheid achter ogen

nog een witte wanhopige hand

voor de laatste maal boven.

.

Ik droomde

Breyten Breytenbach

.

In november van vorig jaar schreef ik al over de bundel De zingende hand uit 2017 van de Zuid Afrikaanse dichter Breyten Breytenbach (1939). Nu zat ik afgelopen week weer eens te lezen in de bundel en ik bleef hangen bij het gedicht ‘ik droomde’. In dit gedicht beschrijft Breytenbach naar mijn mening het soms moeizame proces van dichten. Aan de ene kant het licht, de opwinding van een nieuw gedicht en aan de andere kant de duisternis, het vastzitten en het blind staren op het vel papier waar maar niets op komt.

En de laatste zin, ‘het verbeelde ding / waarover jij zingt met dichte mond’ is exemplarisch voor dat gevoel, het gedicht dient zich aan maar de woorden eraan geven wil maar niet lukken: zingen met dichte mond. Laurens van Krevelen vertaalde de gedichten in deze bundel maar de liefhebber heb ik het Afrikaanse origineel erbij gezet.

.

ik droomde

.

Ik droomde dat ik in mijn gedicht

in de deuropening zag staan

omstraald door licht

en met een briefje in de hand

.

ik vouwde de boodschap open

en zag daarin bijna onzichtbaar geschreven:

ik ben het gedicht waarvan jij droomt

het in het licht te brengen

.

maar ik ben ook de duisternis

waar jij je blind op staart

het leven leeft

slechts in de openingen van de tekst

,

en in verbeelding, het verbeelde ding

waarover jij zingt met dichte mond

.

ek het gedroom

.

ek het gedroom ek het my gedig

in die deuropening sien staan

met lig omstraal

en ’n papiertjie in haar hand

.

ek het die boodschap oopgevou

en daar byna onsigbaar geskryf sien staan

ek is die gedig waarvan jy droom

om na die lig te haal

.

maar ek is ook die donkerte

wat jy jou blind teen staar

die lewe leef

net in die openingen van die teks

.

en verbeelding, die verbeelde ding

waarvan jy toemond sing

.

Puzzel poëzie

App met poëzie

.

PuzzlingPoetry is een app voor op je telefoon of ander device waarmee je, zoals de titel al aangeeft, puzzels kan maken met gedichten. Momenteel staan er 12 gedichten in van vier dichters; Remco Campert, Lucas Hirsch, Ruth Lasters en Miriam Van hee.

Je kunt de app in drie talen laden (naast Nederlands ook Duits en Engels. Naast de puzzels staat er ook informatie over de dichters in de app. De app is ontwikkeld door studio Louter, een creatief bureau en dichter en literair organisator Lucas Hirsch en is mogelijk gemaakt door bijdragen van o.a. het Nederlands Letterenfonds, het mediafonds, het stimuleringsfonds creatieve industrie en het ministerie van Buitenlandse zaken.

Het grootste gevaar voor een gedicht, volgens de info bij de app, is dat je het leest. Waarom? Lezen is een automatisme. Een gedicht heeft ritme, een gedicht speelt met klank en taal. Een gedicht verwijst, verbindt, heeft gestapelde betekenissen. Hoe zorg je ervoor dat je een gedicht niet leest maar verinnerlijkt en doorgrondt? Het antwoord: Door het zelf op te gaan bouwen. Het is een soort combinatie van literatuur en game. Wanneer je de puzzel goed oplost wordt je beloond met het gedicht voorgelezen door de dichter zelf.

Ik deed de puzzel van het gedicht Remco Campert getiteld ‘Jeugd’.

Tramtram

Poëzie op een tram

.

Door Hans werd ik gewezen op een initiatief in Antwerpen uit 2012. Vanaf oktober dat jaar reed de Tramtram door de stad, een tram met daarop aangebracht een gedicht van Bernard Dewulf (1960-2021), die destijds stadsdichter was van Antwerpen.

Tramtram is een vrolijke oproep om elkaar vriendelijk en respectvol te behandelen op bus en tram. De ‘Respecttram’ stond centraal in de jaarlijkse campagne voor meer wederzijds respect op bus en tram in Antwerpen. Ter gelegenheid hiervan schreef Antwerps stadsdichter Bernard Dewulf het stadsgedicht Tramtram.

Het zesde stadsgedicht van Bernard Dewulf was zes weken te lezen op deze ‘Respecttram’ die door de straten van Antwerpen reed. Zowel qua klank als vormgeving op de tram was het stadsgedicht een knipoog naar de beroemde avant-gardedichter en prozaschrijver Paul van Ostaijen (1896-1938).

.

Tramtram

.

Dag meisje met het ijsje aan het raam.
Dag beentjes van het meisje in de tram.
Dag bengeling. En tingeling.

.

Dag Marokkaan, dag Indiaan, dag onderdaan.
Dag mevrouw getrouwd met uw sjakosj.
Dag meneer in de weer met uw moustache.

.

Dag gast, ik zie u groeien aan uw rugtas.
Dag Turk. Dag snurker uit de late nacht.
Dag Chinees, dag Kongolees, dag Kees.

.

Dag Jood, dag tingeling, dag rode muts,
dag kleine duts in de te grote koets.
Dag blinde en dag hond, dag blind verbond.

.

Dag hanger in de lus, dag musje in de hoek,
dag denker aan het venster,
dag oortjes in de oren van de stille zanger.

.

Dag reizigers allemaal. Dag elk verhaal.
Dag alle taal. Dag alle reizelingen
in de bedding van de stad. Dag dag dag.

.

Dagelijks klinkt in ons heelal de tingeling.

.

Stortregen

De muze en de seizoenen

.

Op een dag als vandaag, wanneer de regen zonder pauze uit de hemel blijft vallen, zijn er altijd gedichten om de ‘pijn’ te verzachten. Ik ben een mens van de zomer en het voorjaar, het licht en de warmte en ik kan me heel moeilijk voorstellen dat er mensen zijn die de herfst en de winter als favoriet seizoen verkiezen. Het grijsgrauwe nat en de bijbehorende kilte en kou van deze seizoenen bevalt me maar niks.

In 1953, een gedenkwaardig jaar, gaf de Vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels, ter gelegenheid van de Boekenweek, nog geen maand na de Watersnoodramp, de bundel ´De muze en de seizoenen´ een bloemlezing van verzen uit, waarin dichters de vier seizoenen bezingen verdeeld in vier afdelingen en bevattende twee en vijftig verzen, voor iedere week van het jaar één.

Het gedicht uit deze bundel dat nog het best bij de dag van vandaag past is het gedicht ´Herfstmiddag´, want zo voelt het vandaag, van Guillaume van der Graft (1920 – 2010) . Het gedicht verscheen in 1950 in de bundel ´Mythologisch´ bij uitgeverij Holland.

.

Herfstmiddag

.

Nu het stortregent

en ieder ding verdwijnt

in ’t overwegend

en onbelijnd

geweld van overvloed,

wordt mij bewuster

wat ik geloven moet:

men kan geruster

zijn als de ramp losbreekt

over het leven,

dan waar de lamp verbleekt

in angst en beven,

want in de overmacht

van ’t reppend oerbegin

zet God onverwacht

herscheppend in.

.

 

Gedicht aan de reiziger

Victor Vroomkoning

.

Sinds 1997 worden in de Rotterdamse metro gedichten geëxposeerd onder de titel ‘Gedicht aan de reiziger’. Elke drie maanden verschijnt een nieuwe serie gedichten. Het project is een samenwerking tussen het Rotterdams openbaar vervoerbedrijf RET en Poetry International. Of dit project nog steeds loopt heb ik niet kunnen achterhalen maar aangezien er in 1999 een bundel is verschenen over dit fenomeen blijkt het wel succesvol geweest te zijn. Rotterdam is niet de enige stad waar er in de metro aandacht wordt gegeven aan poëzie ook in  Parijs  Londennogmaals Londen, Brusselnogmaals Brussel en New York  zijn poëzie projecten  geweest.

In de bundel ‘Gedicht aan de reiziger’ onder redactie van Janita Monna zijn 63 zeer verschillende dichters opgenomen. Rotterdamse dichters maar ook dichters uit andere Nederlandse windstreken en daarbuiten. Rotterdam had al eerder dichtregels op vuilniswagens aangebracht maar met Gedicht aan de reiziger (een variatie op het gedicht Bericht aan de reizigers van Jan van Nijlen laat Rotterdam maar eens te meer zien dat het een stad van poëzie is.

Lezend in de bundel bleef ik hangen bij het gedicht ‘Vuilniszakken’ van Victor Vroomkoning (1938). In 1991 heeft het gedicht, in een vertaling, ook in Ierse treinen gehangen. Victor Vroomkoning vertegenwoordigde toen de Nederlandse poëzie in Dublin, dat in dat jaar Culturele Hoofdstad van Europa was. In het gedicht vergelijkt Vroomkoning ouders met vuilniszakken maar dat is respectvol gedaan, hij beschrijft de machteloosheid over het onvermijdelijk naderende afscheid van oud geworden ouders. Tijd, liefde en relatie tussen ouders en kinderen zijn terugkerende thema’s in het werk van Vroomkoning.

.

Vuilniszakken

.

Zoals ze daar ’s morgens

op de stoep tegen elkaar

aan geleund warmte zoekend

in hun plastic jassen

staan te wachten, grijs,

vormeloos, vol afgedankt

leven, tegelijk broos

en weerloos. Je zou ze

weer naar binnen willen

halen, je ouders

wachtend op de bus.

.

Sofia Parnok

Eerste Russische openlijk lesbische dichter

.

Sofia Yakovlevna Parnok (1885 – 1933) was een Russische dichter , journalist en vertaler. Vanaf de leeftijd van zes jaar schreef ze poëzie in een stijl die heel anders was dan die van de overheersende dichters van haar tijd, en in plaats daarvan onthulde ze haar eigen gevoel voor haar Russische en haar Joodse identiteit, en kwam ze naar buiten als lesbienne. Naast haar literaire werk werkte ze als journalist onder het pseudoniem Andrei Polianin. Ze is aangeduid als “de Russische Sappho “, zoals ze openlijk schreef over haar zeven lesbische relaties.

Na haar studie aan het Gymnasium afgerond te hebben, verhuisde Parnok in 1905 naar Genève en probeerde muziek te studeren, maar had geen echte drive en keerde snel terug naar Moskou. Om afstand te nemen van de controle van haar vader en haar financiële afhankelijkheid van hem, publiceerde ze in 1906 haar eerste gedichtenbundel onder het pseudoniem Sofia Parnok en trouwde ze in 1907 met Vladimir Volkenstein . Binnen twee jaar strandde het huwelijk en ging ze aan de slag als journaliste.

Vanaf 1913 had Parnok uitsluitend relaties met vrouwen en gebruikte die liefdesrelaties om haar creativiteit te voeden . De opeenvolgende relaties met vrouwelijke muzen uit de kunst en wetenschappen, inspireerde haar ertoe vijf dichtbundels te publiceren en verschillende libretto’s voor opera te schrijven, voordat ze in 1933 aan een hartziekte overleed. Na 1928 mocht Parnok haar poëzie niet meer publiceren, en haar werk werd grotendeels vergeten tot na de Sovjetperiode. In 1979 werd voor het eerst haar verzameld werk uitgegeven.

.

Een spin heeft mijn icoon vergrendeld

En elk gebed is dood. Mijn hoofd

Zakt in de kussens neer, ellendig,

In één dag van ’t verstand beroofd.

.

Hij zal, als hij mij mee komt nemen,

Niet als muziek zijn, niet als rook,

Niet als een zwartgewiekte demon,

Niet als bezielde stilte ook, –

.

Maar nee, gewoon: een hond gaat janken,

Een auto giert in rauwe klanken,

Een rat glipt naar zijn hol. O ja!

Ik – die naar goed noch kwaad ooit streefde –

Zal de muziek waarbij ik leefde

Ook horen als ik sterven ga.

.

C.B. Vaandrager

Martin, waarom hebbe de giraffe…

.

In een tweedehandsboekenzaak vond ik, na daar lang gezocht naar te hebben, voor het eerst een bundel van de Rotterdamse dichter C.B. Vaandrager (1935 – 1992) met de bijzondere titel ‘Martin, waarom hebbe de giraffe…’. In deze derde dichtbundel van Vaandrager staan 49 gedichten over voorwerpen. Hij ‘behandelt’ daarbij allerhande objecten, variërend van een kurketrekker tot een stuiver en van een verkeersagent tot meeuwen en een bloemkool. De, vaak fonetisch getypte, gedichten zijn geïnspireerd en gekopieerd uit een onderzoeksrapport uit 1938 naar de woordenschat van Nederlandse kinderen.

Het lijken wel lemma’s uit een encyclopedie of woordenboek maar dan in (Rotterdamse) spreektaal. Deze bundel uit 1973 werd uitgegeven in de Sonde-reeks door de Rotterdamse Kunststichting waarin ook Jules Deelder, Rien Vroegindeweij en Wim de Vries poëzie publiceerden. De titel van deze bundel verwijst naar Martin Mooij en de speelgoedgiraf van dochter Isis Vaandrager.

Ik wil hier twee voorbeelden van deze wat absurdistische poëzie met jullie delen ‘ 41 Naaimachine’ en ’23  Plafond’.

.

41  Naaimachine

.

Naaivliegmachine.

Moeje goed mee naaie, heb manke Wim ook.

Koffiemole, mole, naaimole, wringer:

naasliggende bekende gezien.

Naaidinges.

Zamole (Zaagmolestraat? Snijbonemole?)

Nie te weinig:

handmachine om te stikke.

.

23  Plafond

.

Muur, 15x, kalkmuur, bovemuur,

muur in hoogte.

Zolder, dak, waartoe verleid door

plafondplaats kamer.

Zelfs: 10x lucht is zo te verklaren.

Weer andere: kalk, 10x.

Weer ander (te veel): roukamer met

plafond.

.

Restaurant

Micha Hamel

.

Toen ik mijn tas met poëzie stukken (ideeën, programma’s, draaiboeken, gedichten, kaarten, kranten, MUGzines, verslagen e.d.) te zwaar begon te vinden en besloot eens wat op te ruimen kwam ik omnder andere een brochure met ansichtkaarten tegen van uitreiking van de VSB Poëzieprijs van 2014. De uitreiking vond destijds plaats in het stadhuis van Rotterdam. Ik herinner mij de uitreiking nog goed, een volle zaal, veel vertegenwoordigers van (vooral Rotterdams) poëzieorganisaties en burgemeester Aboutaleb die mooie woorden over poëzie sprak.

De brochure met daarin de informatie over de VSB Poëzieprijs op tournee en bij de VPRO op de radio bij het programma ‘Nooit meer slapen’ bevat dus ook de vijf genomineerde bundels van dat jaar: ‘Jaja de oerknal’ van Maria Barnas, ‘De zon in de pan’ van F. van Dixhoorn, ‘Bewegend doel’ van Micha Hamel, ‘ook daar valt het licht’ van Miriam Van hee en ‘ritmisch zonder string’ van Antoine de Kom.  De laatste won dat jaar de prijs maar ik wil graag het gedicht van Mischa Hamel hier plaatsen dat op een van de ansichtkaarten staat getiteld ‘Restaurant’ omdat ik nog een beetje in de nawee zit van de Poëzieweek met het thema natuur.

.

Restaurant

.

De visstand zegt geen zeeduivel

dus kies ik biefstuk van de struis.

.

Een lieveheersbeestje banjert naar

het uiteinde van een oranje rietje.

.

Een muisje schiet onder de klapdeuren

door naar de wittig dampende keuken.

.

Popelend liggen mes en vork naast

een ivoorkleurig vierkanten bord.

.

Bromvlieg legt een onnavolgbaar

parcours af langs lampen en tafels.

.

‘Gebraden dodo meneer?’ vraagt de

ober bevreemd. De kreeften in het

.

aquarium halen opgelucht adem.

Mijn drankje doet een ananas na.

.