Categorie archief: Favoriete dichters

Poëzie protest

Kipling versus Angelou

.

Net na de zomer van 2018, toen het nieuwe studiejaar begon aan de Manchester University, was er een relletje rond een muurschildering met poëzie. De Student Union van de universiteit had in de zomervakantie het Student Union Building laten renoveren en had op een muur in het gebouw het gedicht ‘If’ laten aanbrengen van Rudyard Kipling. Het gedicht lees je hier https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/05/31/if. Als je dit gedicht lees kun je je de beweegredenen van het universiteitsbestuur indenken. Toch waren er studenten die het niet eens waren met de keus voor de dichter Kipling. Kipling schreef namelijk ook het gedicht ‘The White Man’s Burden’ dat, toen het gepubliceerd werd al tot grote discussies leidde. Het gedicht ‘A White Man’s Burden’ lees je hier https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/01/18/the-white-mans-burden/

Als protest tegen de dichter van dit ‘racistische’ gedicht hebben studenten het gedicht ‘If’ overgeschilderd en voorzien van het gedicht ‘Still I rise’ van Maya Angelou, omdat dit gedicht beter overeenkomt met de waarden van studenten van tegenwoordig. De Student Union Diversity Officer (die hebben ze daar) Riddi Viswanathan, zegt daarover: Other student union members believe Kipling’s poems are “not in line with their values.” So, they decided to eliminate “The White Man’s Burden,” one of his most famous poems. Instead, they claimed Maya Angelou’s works are much more suitable to properly represent “black and brown voices.”

Aan de andere kant heeft expert, professor emeritus in de literatuur van de 20e eeuw aan de Kent University, Jan Montefiore, het tegenovergestelde standpunt. Montefiore, die de auteur is van de biografie van Kipling die in 2007 werd gepubliceerd, vindt het verschrikkelijk grof om Kipling als een racist te bestempelen. De Universiteit heeft besloten om het gedicht van Maya Angelou te laten staan.

.

I still rise

.

You may write me down in history

With your bitter, twisted lies,

You may trod me in the very dirt

But still, like dust, I’ll rise.

.

Does my sassiness upset you?

Why are you beset with gloom?

‘Cause I walk like I’ve got oil wells

Pumping in my living room.

.

Just like moons and like suns,

With the certainty of tides,

Just like hopes springing high,

Still I’ll rise.

.

Did you want to see me broken?

Bowed head and lowered eyes?

Shoulders falling down like teardrops,

Weakened by my soulful cries?

.

Does my haughtiness offend you?

Don’t you take it awful hard

‘Cause I laugh like I’ve got gold mines

Diggin’ in my own backyard.

.

You may shoot me with your words,

You may cut me with your eyes,

You may kill me with your hatefulness,

But still, like air, I’ll rise.

.

Does my sexiness upset you?

Does it come as a surprise

That I dance like I’ve got diamonds

At the meeting of my thighs?

.

Out of the huts of history’s shame

I rise

Up from a past that’s rooted in pain

I rise

I’m a black ocean, leaping and wide,

Welling and swelling I bear in the tide.

.

Leaving behind nights of terror and fear

I rise

Into a daybreak that’s wondrously clear

I rise

Bringing the gifts that my ancestors gave,

I am the dream and the hope of the slave.

I rise

I rise

I rise.

.

 

Poëzieweek op zondag

Ester Naomi Perquin

.

In januari wil ik op de zondagen wat extra aandacht geven aan de poëzieweek die elk jaar in januari/februari plaats heeft. Dit jaar van 31 januari tot en met 6 februari. Dit jaar is het thema van de Poëzieweek Vrijheid en dichter Tom Lanoye schreef het Poëzieweekgeschenk dat je gratis krijgt bij aankoop van minimaal € 12.50 aan poëzie in je boekhandel. Naast dit geschenk zijn er heel veel activiteiten, wedstrijden, verkiezingen en nog veel meer, kijk voor alle informatie op https://www.poezieweek.com

In Maassluis is er bijvoorbeeld op 27 januari een poëziemiddag in Theater Koningshof met Ingmar Heytze, workshops, open podium en feedback op je gedicht (kijk voor de voorwaarden op https://www.theaterkoningshof.nl/events/#modal=/agenda/494//Poeziemiddag_2019/?type=show ).

Rond de Poëzieweek brengt de CPNB een aantal poëziekaarten uit met gedichten rond het thema Vrijheid, gratis verkrijgbaar bij boekhandels en bibliotheken. Dit is het gedicht van Ester Naomi Perquin uit haar bundel ‘Celinspecties’ uit 2012.

.

Je kunt ook vinden dat alles aan de ander ligt, want

er is altijd een keuze, iedereen is altijd maker

van keuzes. Iedereen is altijd maker.

.

Je kunt een fiets meenemen als je fiets is gejat,

niet uit wraak maar uit rechtvaardigheid.

.

Je kunt met biechten wachten tot een moord

is begraven: buut vrij, zaak verjaard.

.

Je kunt ook onthouden wie je aardig vond, als je

iemand aardig vond. Er is altijd een keuze,

iedereen is altijd maker van keuzes.

.

Je kunt een jongetje op laten groeien tot het

niet meer op een jongetje lijkt

en zeggen: man.

.

dankdag voor het gewas

rotterdam

.

In 1966 verscheen bij uitgeverij nijgh & van ditmar de bundel ‘dankdag voor het gewas’ van Wim Hazeu. In het exemplaar dat ik bezit heeft Wim Hazeu het volgende geschreven: “waar dichter en dokter tesamen komen, glanst de droppel die het leven is” Nieuwkoop 1972. Daaronder zijn naam en in pen er later bijgeschreven (door degene van wie de bundel was destijds waarschijnlijk) dat het hier een bundel uit 1966 betreft.  Deze uitgave (nieuwe nijgh boeken 14) is een duidelijk voorbeeld van hoe men met de taal omging in de jaren zestig; geen hoofdletters of leestekens, namen met een kleine letter geschreven (delft, rotterdam) maar wel wintercursus met een c en ekskursies met een k.

Toen ik de bundel kocht kwam ik erachter dat er in de bundel een getypt vel uit 1976 zat met daarin een behandeling van het gedicht ‘elegie’ dat overigens niet in deze bundel staat. Kortom een klein pareltje uit de dichtkunst van de afgelopen decennia. Wim Hazeu (1940) is een geëngageerd dichter met een uitgebalanceerd taalgebruik. Hazeu publiceerde een aantal poëziebundels, romans en is de laatste jaren vooral bekend van zijn biografieën van schrijvers en dichters (Vestdijk, Achterberg, Aafjes, Slauerhoff). Naast zijn schrijfwerk was Hazeu ook actief als journalist, radio- en televisieprogrammamaker en uitgever.

Uit ‘dankdag voor het gewas’ heb ik gekozen voor het drieluik ‘rotterdam’.

.

rotterdam

.

1

.

met de roltrappen

proberen zij

– de vrouwen

een stukje hemel te vergaren

en met een feestkleed

van f 49,50

dalen zij

– de vrouwen

de trappen af

met het feestkleed

voor iedereen

– de vrouwen

weggelegd

.

2

.

men slaat heipalen

in de trommelvliezen

die gemakkelijk scheuren

kraanmachinisten staan hoger

genoteerd

dan het beursgebouw

en het vrije volk

geeft het laatste metronieuws

over de doodgravers

.

3

.

hier

in de omarming van gebouwen

zijn wij overbodig

zittend op een terras

kijken miljoenen stenen

op ons neer

stenen van het laatste uur

.

Rawie

Doet de NS aan poëziepromotie?

.

Ik was pasgeleden op het Centraal Station van Den Haag en toen viel mijn oog op een heel groot geel stootblok. Even was ik in de veronderstelling dat de NS of ProRail het licht hadden gezien en deze blokken de namen van dichters te geven. Tot ik erachter kwam dat men dan wel een ongezonde voorkeur voor één speciale dichter had, namelijk Jean Pierre Rawie. Even googlen hielp, Rawie is een Duits bedrijf dat onder meer stootblokken maakt voor treinen. Jammer eigenlijk, het had zo leuk geweest als op elk station van Nederland stootblokken zouden staan met namen van dichters, opdat de mensen die dagelijks over de stations lopen zich zouden afvragen wie dat toch zijn, er naar op zoek zouden gaan, zodat er op die manier meer poëzie gelezen zou worden.

Zover is het (nog) niet en daarom maar een gedicht van Jean Pierre Rawie die, in dit geval, alvast zijn naam mee heeft. Het gedicht ‘Finis’ komt uit de bundel ‘Oude gedichten’ uit 1987.

.

Finis

.

Heden is, na een langdurig lijden

dat hij met godsvertrouwen droeg,

Jean Pierre Rawie van ons verscheiden.

Hij komt dus niet meer in de kroeg.

.

Dat hij, die somber was bij tijden,

de hand niet aan zichzelve sloeg

stemt misschien nog wat tot verblijden,

al is het zo al erg genoeg.

.

Wat hem tot slot de dood in joeg,

de liefde of de drank, of beide? –

wij hebben door dit overlijden

een leger leven voor de boeg.

.

Het is zoals de Ouden zeiden:

de besten gaan altijd te vroeg.

.

Ach, het wordt vast mooi

Ruth van de Steene en Lies Schroeyen

.

De Vlaamse schrijfster en activiste voor het goede leven Ruth van de Steene ( 1987) en de eveneens Vlaamse illustratrice Lies Schroeyen (1990) maakten samen het bundeltje ‘Ach, het wordt vast mooi’. Dit bundeltje wordt op de achterflap aangeprezen als een snoepboekje over het liefdesverlangen, de bijbehorende euforie en ook wel het verdriet, af en toe. En na lezing ben ik het volledig eens met deze omschrijving. Dit is geen bundel om in één keer uit te lezen en kijken, al kan dat prima, maar om af en toe tot je te nemen en erin te bladeren, te lezen en naar de eenvoudige maar treffende illustraties te kijken. Op elke pagina staan een, twee of drie regels die worden ondersteund of aangevuld met een illustratie die op de regels betrekking heeft.

De bundel telt ca. 60 pagina’s (die overigens niet genummerd zijn maar in dit geval is dat totaal geen punt) met prachtige en soms ontroerende regels. Mijn favoriet is denk ik ” Hoe kan ik je dan binden / als het vrijen heet” . Als opdracht staat voorin dit bundeltje: ‘Voor onze muzes’ en ik denk dat deze muzes zich heel rijk mogen voelen met een dergelijk kleinood. De illustraties zijn van een eenvoud, gemaakt met inkt, ecoline of iets dergelijks, maar heel vaak bijzonder to the point.

Hier een aantal van de zinnen die mij zeer konden bekoren:

.

Bestelling – / handen vasthouden / doe mij maar weinig vast / en veel houden

Ik wil klungelen met mooi / ik wil de liefde morsen

Ik het kieken / jij de vrije uitloop

Dat ik soms blijf hangen / bij mooie mannen / dan ineens / geen hoogtevrees

.

De bundel is uitgegeven door Ruth van de Steene, uitgever en heeft op de achterflap ‘Leesteken’ als aanduiding. Voor verliefden, voor wie een lief klein cadeautje wil geven aan zijn of haar geliefde of voor liefhebbers van boekjes die je steeds opnieuw even kan inkijken voor wat inspiratie is ‘Ach, het wordt vast mooi’ een prima bundeltje.

.

Op de drempel van

Oud en Nieuw

.

Op deze laatste dag van het jaar wil ik mijn lezers en iedereen die de moeite heeft genomen te reageren op dit blog, vragen te stellen en kritisch te zijn, heel hartelijk danken en een heel mooi, poëtisch en voorspoedig 2019 te wensen. En natuurlijk doe ik dat, als altijd, met een gedicht. Dit keer het gedicht ‘Anti-nieuwjaar’ van Karel Jonckheere, uit de bundel ‘In de wandeling lichaam geheten’ uit 1969, als knipoog maar ook als reality check en overdenking naar het nieuwe jaar toe.

.

Anti-nieuwjaar

 

Altijd en ergens oudejaarsavond
op een ster in een boek of een brief
ik vier mijn tijd niet in namen
ik hef geen punch op een dief.

Eeuwen zo oud als mijn jaren
mijn jaren zo jong als de wind
die met datumloze gebaren
mij uit de kalenders ontbindt.

Deze avond blijf ik afwezig
betrek een aanwezigheid
op einders die mij genezen
van mijn vergankelijkheid.

.

Sonnet

Hugo Claus

.

Op deze laatste zondag van het jaar, uit de bundel ‘Gedichten 1948 – 1993’ uit 1994 van Hugo Claus vandaag een sonnet. Hugo Claus schreef veel gedichten in vrije vorm maar hij mocht ook regelmatig vaste vormen of gedichten met rijm schrijven zoals het gedicht ‘Sonnet’

.

Sonnet

.

Dat de meeste dingen volmaakt zouden zijn

op één moment en dan doven,

zo willen het de wereld en Einstein.

En dat de mensen groeien als lover

.

onder een zelfde luchtvervuiling

en gelijk vergaan in de herinnering,

zo verzekert het de tijd

die in mijn nekvel bijt.

.

Daarom moet ik nu radeloos

dat ene moment loven

dat ik je zie uitgestald,

,

je jonge tover als nooit tevoren,

een naakt moment dat straffeloos

voor mijn ogen voorovervalt

.

Beweeg als een strateeg

Een recensie

.

Bij uitgeverij Bunker verscheen afgelopen maand alweer de tweede bundel sinds de oprichting, dit keer de bundel ‘Beweeg als een strateeg’ van Rik van Boeckel. Dit keer onder redactie en ingeleid door dichter Joz Knoop. De bundel is netjes uitgegeven met opnieuw een intrigerende cover. Naast een dichtbundel krijg je voor de aanschafprijs ook nog eens een cd erbij met daarop met gedichten waarop Rik zichzelf begeleidt (zoals hij tijdens voordrachten zichzelf vaak begeleidt met zijn djembé). In dit geval echter heeft hij op een aantal tracks ook andere muzikanten ingeschakeld zoals bijvoorbeeld een gitarist en iemand die de  synthesizer bespeelt.

Hoewel dit een heel aardige extra is, die prima bij Rik zijn poëzie past, wil ik me hier toch beperken tot zijn poëzie op papier. Rik is al vele jaren lang actief als dichter, in de jaren ’80 van de vorige eeuw genoot hij al bekendheid als popdichter. Zijn werk is nog steeds muzikaal en zijn gedichten liggen dicht tegen de meer muzikale vormen van poëzie aan zoals rap en liedkunst. De bundel is in feite in drieën opgedeeld (of in vieren zoals je wilt als je de cd als het vierde deel wil zien).  Drie hoofdstukken met de titels ‘Bij eb en vloed’,  ‘In de waterwei’ en ‘Van Parijs naar het ritme van Rap, Rock en Jazz’.

In de gedichten uit het eerste hoofdstuk lees ik steeds een soort onderhuidse waarschuwing, een achterdocht ten opzichte van het leven en de medemens met wel steeds een klein lichtpuntje, maar de teneur is er één van loslaten, vergeten en aanvaarden.  “als de zon maan is geworden / zijn er geen wolken om onder te schuilen’  en ‘de cel dat wordt jouw huis / met de kat, de rat en de muis / dat gebeurt met een ieder / die denkt een mens te zijn’ . Maar dan is daar toch de muziek die licht schijnt in de poëzie van Rik. Een zomerdans, een jazzy nachtegaal en ‘streelzachte klanken / van afgestreepte pianotoetsen’. Uiteindelijk wordt dit hoofdstuk toch weer in een overpeinzing afgesloten in het gedicht dat zijn titel leende aan dit hoofdstuk ‘wat geschreven wordt / gaat aan de tijd voorbij’.

In het hoofdstuk ‘In de waterwei’ lijkt er ineens een andere Rik aanwezig met gedichten die verhalen over de reizen die hij maakte, de plaatsen die hij bezocht: Ibiza, Kaapverdië, Lissabon, Cuba, Berlijn, Fatima. De gedichten in dit deel ademen een liefde voor de natuur, de omgeving en de mensen die de dichter ontmoet. Stuk voor stuk verhalende gedichten over plaatsen waar de dichter heel graag was, en ook in deze gedichten komt de muziek regelmatig terug. Veel zingen maar ook fluiten en dansen. Boven de gedichten staat een klein kaartje van het land met de plaatsaanduiding waar het gedicht plaatsvindt en onder de gedichten een verklaring van de ‘vreemde’ woorden die gebruikt zijn, wat ik heel charmant vind.

Het derde hoofdstuk ‘Van Parijs naar het ritme van Rap, Rock en Jazz’ 1983 – 2017′ zijn losse gedichten waar ik niet meteen een gezamenlijkheid in kan vinden of het moet het ‘popgedicht’ zijn. Gedichten waarin een heel duidelijke muzikaliteit en ritme zit. Over grote steden (deze gedichten zijn echt anders van opzet dan de gedichten over de steden in het hoofdstuk hiervoor) over reizen, mode en jazz. Ik vermoed dan ook dat de keuze op deze gedichten is gevallen (uit 34 jaar oeuvre) door hun vorm en muzikaliteit. In ieder geval doen ze de dichter Rik van Boeckel eer aan. In de verschillende hoofdstukken (en de cd) toont van Boeckel zich een veelzijdig, nieuwsgierig dichter, met oog voor detail en liefde voor zijn omgeving en de muziek.

.

De dagen voorbij

.

De dagen gevangen in twee gedachten

de liefde een waterval van erotiek

de reis een lichtzinnig avontuur

dwars door het rood en geel

van de tulpenvelden

.

torpedo’s van geluk

legden weken van verdriet

in een symbiotisch bed

.

jij zei dat mijn ogen

een gedicht konden liplezen

.

Babylon

Zbigniew Herbert

.

De Poolse dichter Zbigniew Herbert (1924 – 1998) was behalve dichter ook toneelschrijver en essayist. Herbert verwerkte in zijn poëzie regelmatig ervaringen uit de oorlog of hij grijpt terug op de klassieke geschiedenis. Lijden, geweld, onderdrukking, verzet, de menselijke waardigheid en de noodzaak van de waarheid te getuigen zijn belangrijke thema’s in zijn werk. In Polen wordt Herbert beschouwd als een klassiek dichter, hoewel hij maar weinig steunt op metrum en rijm. Hij is ‘klassiek’ in zijn waarnemingen, zowel van de broosheid van mensen als van de ‘trouw der dingen’. Zijn poëzie wordt gekenmerkt door beheersing, beknoptheid, eerlijkheid en soberheid, soms ook door een speels-filosofische toon.

T. van Deel schreef ooit in Trouw over het werk van Herbert: “Het is moeilijk over Herberts poëzie in analytische zin te schrijven. De ontroering en de zwiepers die zijn gedichten teweegbrengen, zijn slecht over te dragen. Het is de toon die hier de aangrijpende muziek maakt “. Zijn werk is in vrijwel alle Europese talen vertaald en is herhaaldelijk bekroond met belangrijke nationale en internationale literaire prijzen. Uit de bundel ‘Rapport uit een belegerde stad ; gedichten’ dat in 1994 door De Bezige Bij werd uitgegeven, het gedicht ‘Babylon’.

.

Babylon

.

Toen ik na jaren in Babylon terugkwam was alles veranderd

de meisjes die ik had bemind de nummers van de metrolijnen

ik wachtte bij de telefoon de sirenes zwegen hardnekkig

.

troost door de kunst dus – Petrus Christus’portret van een jonge

dame

werd steeds platter had zijn vleugels gevouwen voor de slaap

de lichten van de ondergang en van de stad naderden elkaar

,

het festival van de Apocalyps fakkels een valse Sibylle

vergaf de dronken menigten aanhangers van de overvloed

het vertrapte lichaam Gods werd meegesleurd in triomf en in stof

.

zo voltrekt zich het wereldeinde overladen Etruskische tafels

in wijnbevlekte hemden zich onbewust van hun lot vieren ze feest

tot slot komen de barbaren om de slagader door te snijden

.

ik heb je niet de dood toegewenst stad zeker niet zo’n dood

want met jou verzinken de zoete vruchten van de vrijheid

en alles moet beginnen bij de bittere kennis het gras

.

Ode aan de kapsalon

Gino van Weenen

.

In de prachtige bundel ‘Wij dragen Rotterdam’ uit 2014, de eerste papieren uitgave van MUG books, staan 9 Rotterdamse dichters die hun liefde voor Rotterdam bezingen en beschrijven in verschillende gedichten. Een van die dichters is Gino van Weenen, een dichter die ik toen nog niet kende maar inmiddels een aantal jaar verder, ken ik hem wat beter en zijn we ook nog eens in het zelfde beroepsvlak werkzaam naast de poëzie (namelijk in de openbare bibliotheek). Hioe veelzijdig Gino is en met welke projecten hij bezig is lees je op zijn website https://ginovanweenen.com

In de bundel ‘Wij dragen Rotterdam’ staat zijn ‘Ode aan de kapsalon’ die vette caloriebom die in Rotterdam ooit is bedacht.

.

Ode aan de kapsalon

.

Er zit niks meer tussen dat wat ik liefheb en dat wat ik consumeer. Dit is de

vrijheid van de Rotterdamse gevangenen, geen concessies en bovenal geen

hokjes meer. Of ik nu Westkruis, Hilledijk, Kleiweg of Schiedamseweg

ben, dit is mijn smaak.

Er zit eenvoud en diepgang in een kolos als deze. Het is een meervoudig pad

waarin de tijd ingeeft waar mijn binnenste goed voor is.

.

In aluminium gegoten alsof men ijzer aan het smeden is. Wij Rotterdammers

hebben het schuim op de bek en de buiken vol van mannen die ons tot diep in

de nacht bedienen van doordrenkte frieten en in saus verzopen vlees.

.

De loempia, al jaren overleden. Broodje kroket, geef die maar aan opa. Tosti

ham kaas, jongens ik wil echte vulling. Geen halve maatregelen en zeker geen

leugens over de meeslepende misselijkheid van de volgende ochtend.

.

Als de knoflook mij de das omdoet en sambal achter op de tong brand dan

weet ik dat ik meer had moeten drinken. In complete staat van alcohollepsie

donder ik over toonbanken met luid en duidelijk 1 boodschap!

Kapsalon, de grootste en met veel saus!

.