Categorie archief: Favoriete dichters
Dichter op verzoek
Nieuwe categorie
.
Na ruim een jaar elke zondag aandacht besteed te hebben aan de dichter van de maand, wil ik eens iets nieuws proberen: Dichter op verzoek. Regelmatig laten lezers van dit blog mij weten dat ze een bepaalde dichter of gedicht bijzonder of heel mooi vinden.
Om wat meer tegemoet te komen aan de vraag van mijn lezers wil ik dus vanaf mei elke zondag een dichter of gedicht op verzoek gaan plaatsen. En of dit nu een dichter uit de 18e of 19e eeuw is of juist een piepjong maar talentvolle dichter van nu, alles mag. Ik zal het eerste voorbeeld op zondag 7 mei plaatsen en vanaf dat moment kun je mij, door te reageren op een bericht, laten weten welk gedicht of welke dichter je graag terug zou zien op een zondag.
Ik ben heel nieuwsgierig naar jullie wensen. Als voorbeeld heb ik een vriend gevraagd om een voorbeeld. Hij kwam met de dichter Simon Vinkenoog maar wist niet zo snel een gedicht te noemen. Daarom koos ik voor hem het gedicht ‘Volluk’ uit de bundel ‘De ware Adam’ uit 2000.
.
Volluk
Ik groeide op in volksbuurten
als volksjongen
ik bezocht wekelijks het volksbadhuis
ooit at ik wel eens in een volksgaarkeuken
en af en toe in de Volkenbond bij het Entrepôtdok.
Op de Albert Cuypmarkt bezoek ik graag een volkskoffiehuis
waar ik luister naar volkswijsheid uit de volksmond;
mijn moeder was volksvrouw
en leed aan volksziekte of -woede:
Schoonhouden! Voeten vegen!
Wat moeten de buren wel denken!
Ik wierp wel eens een blik in een krant
die zich het Volksdagblad noemde
en een van de kranten die ik lees
heet de Volkskrant
Ik weet niets van volksaard of volkseigen
ik ben geen volksmenner of volksschrijver
en speel in geen enkel volkstheater
Ik ben niemands volksvertegenwoordiger
spreek namens geen enkele bevolkingsgroep
en schrijf dit in mijn volkstuin
in het Nederlands, de taal van het volk
waartoe ik behoor.
Volluk! Is daar iemand?
.
De kleurige onbekende
Dichten over dichten, Karel Appel
.
In de mooie bundel ‘Dichten over dichten’ bloemlezing uit de Nederlandse poëzie van de 19de en 20ste eeuw van samenstellers Atte Jongstra en Arjan Peters, kwam ik een opmerkelijke naam tegen; Karel Appel. Iedereen kent de schilder Karel Appel (1921 – 2006) maar dat hij ook gedichten schreef was mij in ieder geval onbekend.
In deze bundel staat van zijn hand het gedicht ‘Regen in Holland’ oorspronkelijk verschenen in ‘Kleurige onbekende’ uit 1986, een verzameling gedichten en tekeningen van Karel Appel. In een recensie van de poëzie las ik dat zijn gedichten tussen 1941 en 1982, op een licht toegenomen pessimisme na, in karakter niet veranderd was. De recensent oordeelde dan ook over zijn poëzie als zijnde naïef.
Oordeel zelf zou ik zeggen.
.
Regen in Holland
.
Misschien gaan we uit eten
.
of misschien bedenken we
een aap in spijkerbroek
die aan de jenever is
.
ik denk aan oude
Hollandse windmolens
al dat water, al die wind
al dat gedraai in het rond
.
geen nieuws vandaag
en dat rot geheugen van je
heb je er wat aan?
.
maakt dat een dichter van je?
.
Nooit wacht er een man op een vrouw
Neeltje Maria Min
.
Het gedicht van de dichter van de maand april, Neeltje Maria Min, is dit keer het gedicht ‘Nooit wacht er een man op een vrouw’ uit de bundel ‘Kindsbeen’ uit 1995.
.
Nooit wacht er een man op een vrouw
Nooit wacht er een man op een vrouw.
Een man gaat naar zee of hij vecht
of hij komt in een afgrond terecht.
Mannen gaan altijd weg.
Op een balkon speurt een vrouw,
de hand aan haar slaap,
de horizon af: Komt hij gauw?
De wacht zet zich voort
op luchthaven, kade, perron
en bij de gevangenispoort.
Eerlijk, het wachten viel licht
als hij terug is waar het begon.
Ze vertrouwt het vertrouwde gezicht.
Haar zeeman, haar dief, haar soldaat,
haar dappere ontrouwe lief
die het niet helpen kon.
.
De bijen
Myrte Leffring
.
Myrte Leffring (1973) ken ik al een aantal jaar als dichter sinds zij een optreden bij Ongehoord! verzorgde (toen met pianist Marijn van de Ven) en later toen ze jurylid was van de Ongehoord! gedichtenwedstrijd. Ze is niet alleen dichter maar ook redacteur en literair docent. Zij is op freelance-basis werkzaam voor onder meer poëzietijdschrift Awater, Stichting Poëzieclub, Turing Gedichtenwedstrijd, Stichting Kunstzinnige Vorming Rotterdam (SKVR) en DOK, Centrum voor de kunsten in Delft.
Aanstaande zondag 9 april komt ze opnieuw naar een podium van Ongehoord! in de centrale bibliotheek van Rotterdam (4e etage van 14.00 tot 16.30) samen met Neusa Gomes, Irene Siekman, Demi Baltus, Look J. Boden, Kim van Schie (proza) en Beau de Graaff (muziek).
Van haar website http://www.wolkenvankrijt.nl een gedicht uit 2015.
.
De bijen
.
Wij waren meisjes
wij konden alles worden
we droomden van zwarte paarden
van een eigen bureau met laatjes
we hinkelden door kantoren
aten ongewassen druiven
we zagen reeën, het goud
viel van hun ruggen
en alleen wij konden dat horen
wij waren alles
zouden iemand worden
personen met agenda’s en ideeën
met een huisje van koek in ons eigen bos
we stalen kleine dingen
die we best
konden betalen
de zomers waren lang en
we waren laat op straat
niemand zou ons kelen
er waren buurvrouwen en
bij de bakker kreeg je ongevraagd
het warme kapje in je hand
we vingen tussen bekers
bijen in springbalsemienen
ze zoemden hoog en daarna laag
ze waren niet kwaad als we ze lieten gaan
we droomden van zwarte paarden
in een wei vol paarse klavers
wij konden alles worden
.
Papa Says It Won’t Hurt Us
De allereerste readymade
.
“Wat is het verschil tussen een ketchup label, en een gedicht?” Dat is wat dichter Ivor Unsk zich in 1915 afvroeg. De Russische immigrant Unsk, een onbekende dichter en drinkgezel van Marcel Duchamp, was degene die de oorspronkelijke readymade bedacht.
Toch werd deze vorm van readymade poëzie destijds niet geaccepteerd door de literaire wereld. Hoe fanatiek en luidruchtig en met argumenten, Unsk deze nieuwe vorm van poëzie ook verdedigde. De ondertekening van een gedicht door de dichter, de plaatsing in een literair tijdschrift, de bijbehorende aandacht van de lezer, dat maakt dat de de poëzie zich nestelt in de geest.
“Reclames voor schoensmeer, sigaretten, of revolvers zijn een naadloze weerspiegeling van de industriële massaproductie en moderniteit bevat een alledaagse waarheid die de dichter, gebogen over zijn typemachine, nooit kan benaderen. De titel van een gedicht kan niet concurreren met een krantenkop in de aandacht van de geest van de moderne mens.” Zo stelde Ivor Unsk in 1915.
Hoewel Marcel Duchamps beroemd werd met zijn readymade kunst kun je stellen dat Unsk in feite de grondlegger was van deze vorm van kunst (en dus ook poëzie). Toen het gedicht ‘Papa says it won’t hurt us’ werd gepubliceerd in ‘The Southwest Review’ werd het met de grond gelijk gemaakt door de critici.
De ironie wil dat Unsk in 1916 werd dood geschoten door een Iver Johnson revolver na een mislukte inbraak (hij had gok- en drankschulden) waardoor dit het enige gedicht is dat er van Unsk bekend is.
Hieronder de oorspronkelijke advertentie van Iver Johnson revolvers en de readymade die Unsk daarvan maakte.
.
Op de dag (vandaag) dat in de Volkskrant een heel artikel verschijnt over het porceleinen urinoir van Marcel Duchamps (en waar dat ding gebleven is) post ik dit stuk (dat ik begin van deze week al schreef (toeval bestaat niet). Hoewel het oorspronkelijke Amerikaanse artikel heel echt leek, blijkt dit een geval van ‘alternative facts’, of een hoax. De auteur van dit artikel over Ivor Unsk blijkt Eric Kuns en het is dus allemaal bedacht. Desalniettemin vind ik het een mooi (bedacht) verhaal en als readymade zeker niet slecht!
Dichter van de maand april
Neeltje Maria Min
.
In april zal Neeltje Maria Min mijn dichter van de maand zijn. Min heeft niet heel veel gepubliceerd, sinds 1966 toen ze heel Nederland verbijsterde met haar debuutbundel ‘Voor wie ik liefheb wil ik heten’ publiceerde ze nog maar 4 bundels. In 1989 verscheen ‘De gedichten’ met daarin behalve haar debuut ook de bundel ‘Een vrouw bezoeken’ en ‘De ballade van Kastor Elim Wolzak’. De laatste is niet eens een bundel maar eerder een wat langer gedicht van 3 pagina’s.
Uit ‘Een vrouw bezoeken’ koos ik voor het gedicht zonder titel maar met de beginregel ‘Zij stonden voorovergebogen’.
.
Zij stonden voorovergebogen,
voorhoofd aan voorhoofd.
Daaronder bewogen
handjes en voetjes.
Een zieltogend lijfje,
een kindje van vijf.
.
Zij spraken, maar spraken in scherven.
Zij schoven uit hun groot gezicht,
dat als een dak boven mijn ogen hing,
woorden van een gedicht
in omgekeerde volgorde.
.
Ik was hun kind.
Ik voelde me verplicht
om weer gezond te worden.
Ik sidderde nog eenmaal en besloot:
Ik ben hun kind,
ik ga nog lang niet dood.
.
Poëziebus 2017
De namen zijn bekend
.
De Poëziebus gaat ook in 2017 weer rijden en voert ook dit jaar langs een aantal steden in Vlaanderen en Nederland. Welke dit zijn wordt binnenkort bekend gemaakt. Als voorzitter van de Raad van Toezicht van de stichting Poëziebus wil ik Irene Siekman maar ook alle anderen die weer veel werk in deze tour stoppen een groot compliment maken. Voor de derde keer georganiseerd en als reizend festival elk jaar weer verder groeiend, ik ben onder de indruk!
Van 4 t/m 13 augustus kun je de bus dus weer tegenkomen. Gisteren werd door de organisatie bekend gemaakt welke dichters, performers, slampoeten en spoken word artiesten mee gaan dit jaar. Een paar bekende namen maar ook een boel nog onbekend talent. Dit zijn ze:
Gorik Verbeken, Shanna de Ruiter, Martin Beversluis, Cissy (Cissy Joanita), Hidde Moens, Adriána Kóbor, Kay Slice, Marjan De Ridder, Arno Moens, Heidi Koren, Tijdelijke Toon (Charley El Ranzino), Sam Hoeck, Jeroen Naaktgeboren, Anne-Fleur van der Heiden, Jooz, Petra Van den Berghen, Gerard Scharn, Siebrand (Siebrand), Rellieatuur (Rellie Telg) en Daan Janssens!
Van één van deze dichters namelijk Heidi Koren alvast een voorproefje in de vorm van het gedicht ‘Testament’.
.
Testament
.
Ik heb iets nagelaten
Mijn ribben open te breken en jou mijn kloppend hart te schenken Overgeleverd aan jouw handen had ik moeten wachten niet wegkijken maar voelen dat het klopt
Mijn tijd stil te zetten Dag in nacht laten veranderen wachten tot de nieuwe maan geboren wordt en voelen dat zij schopt
De stilte buiten te sluiten Het zwijgen te begraven De leugen te smoren in het kussen van ons bed
Ik heb iets nagelaten Te laat te laf te diep begraven
Sla de sloten kapot Breek mijn kasten open Lees mijn hart uit Ik heb iets nagelaten Het staat geschreven Het is voor jou.
.
Meer informatie en poëzie over en van Heidi op haar website http://heidikoren.nl/
.
Vliegtocht
Anthonie Donker
.
Na de Dichters omnibus, derde bloemlezing, vandaag de vierde bloemlezing die ik kreeg toegestuurd van Corry Nieman. Het vierde deel uit 1958 bevat gedichten van vele bekende dichters en een enkele voor mij wat minder bekende dichter. Daar zal ik later ongetwijfeld nog een keer over schrijven in de rubriek (bijna) vergeten dichters. Vandaag koos ik echter voor een dichter die misschien niet meer zo bekend is maar die velen zeker van naam nog zullen kennen; Anthonie Donker.
Anthonie Donker, pseudoniem van Nicolaas Anthony Donkersloot (1902 – 1965) studeerde in Leiden en Utrecht Nederlands en promoveerde in 1929 op het proefschrift ‘De episode van de vernieuwing onzer poëzie [1880-1894]’. Hij was enige jaren leraar en vanaf 1936 hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam in de Nederlandse letterkunde, vanaf 1956 in de algemene en vergelijkende literatuurwetenschap.
Hij was tijdens WO II betrokken bij het verzet tegen de bezetters, werd gearresteerd en ontslagen als hoogleraar. Van 1945 tot 1949 was parlementslid voor de Partij van de Arbeid en in 1950 medeoprichter van de vredesbeweging De derde weg.
In zijn gedichten streeft Donker naar verinnerlijking, een mediteren over dood, leven en liefde. Behalve dichter was hij vertaler van o.a. Goethe. Uit de vierde bloemlezing van de Dichters omnibus komt zijn gedicht ‘Vliegtocht’.
.
Vliegtocht
.
Het v liegtuig hangt tegen het avondrood.
Het leven wordt verdubbeld met den dood.
Het krijgt een onbenoembre voorwaarde,
een smaak van voortbestaan buiten de aarde,
met open ogen ziende in het Niets –
Maar bijna zonder dat men het begeert
wordt het oneindige reeds afgeweerd,
maakt men in rechte lijn weer rechtsomkeert
en is aldoor domweg op weg naar iets
waar kalm de breuk in den tijd wordt hersteld
en men bij het vanouds wordt ingeteld.
.
Doodstrijd
H. Marsman
.
Dichter, vertaler en literair criticus Hendrik Marsman (1899 – 1940) overleed in 1940 toen de Berenice, het schip waarop hij met zijn vrouw naar Engeland vluchtte, in Het Kanaal verging, waarschijnlijk als gevolg van een torpedo van een Duitse U-boot, die een explosie veroorzaakte. Tussen 1919 en 1926 schreef hij het gedicht ‘Doodstrijd’ waar je met een beetje fantasie een voorspellende Marsman in kan lezen.
.
Doodstrijd
.
Ik lig zwaar en verminkt in een hoek van den nacht,
weerloos en blind; ik wacht
op den dood die nu eindelijk komen moet.
het paradijs is verbrand: ik proef roet,
dood, angst en bloed.
ik ben bang, ik ben bang voor den dood.
.
ik kan hem niet zien,
ik kan hem niet zien,
maar ik voel hem achter mij staan.
hij is misschien rakelings langs mij gegaan.
hij sluipt op zwarte geruisloze voeten onzichtbaar
achter het leven aan.
.
hij is weergaloos laf:
hij valt aan in den rug;
hij durft niet recht tegenover mij te staan;
ik zou zijn schedel te pletter slaan.
ik heb nu nog, nu nog, een wild ontembaar
verlangen naar bloed.
.
















