Categorie archief: Favoriete dichters

Trouw poëziecollectie

Judith Herzberg

.

In 2013 selecteerde het dagblad Trouw de mooiste Nederlandstalige poëzie in een tiendelige serie. Het eerste deel betrof dichteres Judith Herzberg. Hierna volgden nog o.a. verzamelbundels van Eva Gerlach, Remco Campert, maar ook Ingmar Heytze en Ester Naomi Perquin. In een mooi en met zorg uitgegeven bundel staan 50 gedichten, een keuze uit haar vele dichtbundels.

Ik heb uit deze bundel gekozen voor het gedicht ‘Hij bidt’ uit de voor mij nog onbekende bundel ‘Zoals’ uit 1992.

.

Hij bidt

.

Hij bidt maar niet tot god

niet tot maar bidt.

Dan moet hij plassen en staat op

maar komt, vóór kleren, auto, weer in bed,

omhelzend verlangt hij naar omhelzen, haar.

Een hemelsbreedte rekt zich in hem

om haar, dagelijks, omhelsbaar.

.

herzberg_trouwbundel

Geruchten

Dirk Kroon

.

Een van de voordelen van in een stad wonen is dat er altijd wel een boekhandel is met een voorraad poëzieboeken. Nu woon ik om de hoek van één van de grootste boekhandels van Nederland (Paagman) en laten die nu ook een soort boeken outlet hebben. Uit de ‘erven’ De Slegte hebben zij een pandje aan hun toch al grote boekhandel toegevoegd met tweedehands boeken. Ik mag daar graag struinen en afgelopen zaterdag vond ik daar voor een luttele twee kwartjes de bundel van Dirk Kroon getiteld ‘Geruchten’.

Een kleine bundel met 40 gedichten uit 1986. “Actuele liefdeslyriek vindt gemakkelijk een plaats tussen verzen over historische realiteiten en de confrontatie met gekken en genieën, meesters en slaven, vogels en vrienden bijvoorbeeld” zo lees ik in de flap aan de kaft.

Dirk Kroon (Schiedam, 1946) debuteerde met ‘Materiaal voor morgen’ in 1968 en kreeg meer bekendheid na publicatie van zijn bundel ‘Vijf tijdkringen’ in 1982 en ‘Vindplaatsen’ in 1983. Kroon schrijft behalve poëzie ook boeken over schrijvers en dichters zoals M. Vasalis, J. Slauerhoff en J.H. Leopold.

Uit ‘Geruchten’ heb ik gekozen voor het gedicht ‘Geheim’.

.

Geheim

.

Wat je in je hand houdt

ze zeggen dat het steen is.

.

Span je spieren langzaam

tot je vingers niet meer trillen.

.

Hef het hoofd ten hemel

en geef je volle kracht.

.

Wanneer de eerste druppels

ontspringen in je handpalm

.

en vallen – omstanders zullen

volhouden dat het eerst steen was.

.

Dat je een wonder hebt verricht.

.

dk

 

 

Hoe durft men het lef te hebben

Derrel Niemeijer

.

De tweede zondag van november is weer voor Derrel Niemeijer als dichter van de maand. In juni schreef hij over dit gedicht in typisch Derreliaanse bewoordingen:

“inmiddels een oudje, waar ik nog immer met een bepaalde mate van achting naar kan kijken, den deze uiting is een positief bevestigende.” Wie het weet mag het zeggen.

.

Hoe durft men het lef te hebben,
het lef te hebben om
plezier te ervaren of
iets wat ze vreugde noemen?

De gehele wereld is in vlammen gevat.
Crematoriums.

Heilige grond ter begrafenis
is bezoedeld met leugens
dat het hier goed rusten is.

Ik zie graafmachines
graven om graven te legen.
Overal afgedankte botten,
afgedankte botten
op een hoop.

Onderwijl wordt leven gegeven,
leven gegeven uit moederschoot.
Met een zucht, puf en vloek
werpt ze het kind
nu inmiddels al vervloekt.

De weg naar verlossing
gelegen in het sterven
mag gaan beginnen.

Eenmaal de eerste stap genomen
is er geen weg meer terug.

Wees slim,
kies om te sterven
voor je leeft!

De eerste adem is
het startsein voor
uiteindelijk de laatste.

Bij het ochtendgloren
worden de meeste mensen gezien.
Tegen de avond
verdwijnen ze uit het zicht.
Des nacht worden er
niet veel meer gezien.
Daags erna bij het ochtendgloren
zijn vele volledig
verdwenen uit het zicht.

Nachten zijn lang
wanneer men niet kan slapen,
de weg lijkt lang
voor hen die zijn uitgeput
maar niet verdwijnen kunnen.

Insomnia, ziekte,
de dood wordt uitgerekt
over vele nachten.

Sommige sterven
nog voor de geboorte.
Sommige sterven
wanneer ze leren kruipen.
Sommige net als
ze pas leren lopen.
En sommige
wanneer ze een
derde been nodig hebben,
wandelstok of rollator.

Sommige sterven oud
en sommige sterven te jong.
Sommigen zelfs
in de bloei en
een enkeling nooit.

Het leven is vergankelijk
en sommige rijpen snel
om vroeg te vallen.

We zijn als vruchten
indien rijp dan vallen ze

vallen ze van de boom
om op de grond weg te rotten,
wij erin.

Niet dus,
zelfs wanneer we dood zijn
willen we nog vervuilen.
De gehele wereld is
in vlammen gevat.
Crematoriums.

.

derrel-3

Politics

Bob Kaufman

.

Daags na de verrassende keuze van een vreemd volk is het tijd voor een stem uit datzelfde volk op poëtisch gebied. Het gedicht ‘Believe, Believe’ gaat over politiek en over hoe wij als mens beter kunnen blijven geloven in mooie dingen dingen zoals muziek en poëzie dan ons dwars te laten zitten door politici en hun ideeën. Ik ben niet tegen politieke processen of hoe de democratie is geregeld, integendeel, maar voor hen die dat wel zijn is dit gedicht misschien een alternatieve denkrichting.

Bob Kaufman (1925 – 1986) was een Amerikaanse Beat Poet en surrealist die zijn inspiratie vond in Jazz muziek. In Frankrijk waar hij vele bewonderaars had werd hij ook wel de ‘Black Americain Rimbaud’ genoemd. Het gedicht ‘Believe, Believe’ komt uit ‘Cranial guitar’ uit 1996.

.

Believe, Believe
Believe in this. Young apple seeds,
In blue skies, radiating young breast,
Not in blue-suited insects,
Infesting society’s garments.
Believe in the swinging sounds of jazz,
Tearing the night into intricate shreds,
Putting it back together again,
In cool logical patterns,
Not in the sick controllers,
Who created only the Bomb.
Let the voices of dead poets
Ring louder in your ears
Than the screechings mouthed
In mildewed editorials.
Listen to the music of centuries,
Rising above the mushroom time.

In blue skies, radiating young breast,

Not in blue-suited insects,
Infesting society’s garments.
Believe in the swinging sounds of jazz,
Tearing the night into intricate shreds,
Putting it back together again,
In cool logical patterns,
Not in the sick controllers,
Who created only the Bomb.
Let the voices of dead poets
Ring louder in your ears
Than the screechings mouthed
In mildewed editorials.
Listen to the music of centuries,
Rising above the mushroom time.
.
bkaufman

Menen – Rotterdam

Hervé Deleu

.

De Vlaamse dichter Hervé Deleu is voor de lezers van dit blog geen vreemde. Als dichter en poëzievriend heb ik al een aantal publicaties van hem besproken, hij was de eerste winnaar de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016 en het is een fijn mens. Naar aanleiding van het eerste lustrum van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd, schreef Hervé een gedicht opgedragen aan mij. Omdat ik het zo’n prachtig gedicht vind wil ik dit graag delen met jullie. De titel is ‘Menen – Rotterdam’ een verwijzing naar zijn woonplaats en de plaats waar het begon voor hem in Nederland.

.

Menen – Rotterdam

 

Mocht hij maar twee harten hebben

mocht hij maar twee minnaars zijn

zijn dubbel leven zwaar om dragen

een stad bekend, een stad geheim

 

een stad bekend, veilige haven

hoewel de storm is uitgedeind

rimpelloos genoegen biedend

minder passie, minder pijn

 

een stad geheim die met haar lichaam

de kunst beheerst die hem verleidt

tot willoos blussen van haar lusten

die hopeloos verslavend zijn

 

en toch wil hij in ziel en lichaam

de minnaar van één liefde zijn

waarmee de keuze hartverscheurend

een dolk wordt die zijn leven splijt.

.

herve

menen

rotterdam

Trek me aan

Iris Brunia

.

Het is alweer een paar jaar geleden dat Iris Brunia bij Ongehoord! voordroeg in de Jacobustuin (2012). Het jaar erna zou haar debuutbundel ‘Laten we mijn lichaam delen’ uitkomen en in de tuin deed ze gedichten uit die latere bundel. De bundel was een succes, werd meteen genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Voor de publicatie van deze bundel publiceerde ze al in Hollands Maandblad, Tirade en de Poëziekrant en ontving ze van Hollands Maandblad de schrijversbeurs voor poëzie (2009/2010). Het is echter alweer een paar jaar stil rond Iris wat ik jammer vind. Ze werkt aan een nieuwe bundel dus het is te hopen dat deze binnenkort uitkomt. Tot die tijd doen we het met haar poëzie uit haar debuutbundel zoals het gedicht ‘Schrap’.

 

.

Schrap

.

Vanaf je vertrek

klinkt het gezoem van tl-buizen

snoeihard

heb ik geen hand meer over

met de vingers die ik in mij stop

 

Ik wil je weten, zeg je

hoe je los beweegt. Hoe je mijn naam instelt

als wachtwoord op je pc

maar mijn gedachten rafelen baldadig

sinds je weg –

 

klamp ik en passant iemand vast

die jij net zo goed bent

 

(kleed je uit)

 

Trek me aan

dan ben ik jou en jij niet meer

Je kunt niet tweeledig zijn

 

En garde

De pachters van ons bijzijn

 

Beweging bevriest –                  Kies

 

met teveel grond onder de voeten

en opgesjorde acrylsokken

staren we naar mij

tussen de klare lijnen

die wij misten

.

omslag-brunia-m-dvwpijl-grijs

Meer informatie over Iris op http://www.irisbrunia.nl/

Nieuw op Muze

 Sasja Janssen

.

Op de fijne poëzie app Muze las ik vorige week een prachtig gedicht van dichter Sasja Janssen met als titel ‘Ik laat achter een ijswit mannenhemd’. Sasja Janssen (1968) schrijft vanaf 2006 voornamelijk gedichten, gebundeld in het in 2007 verschenen debuut ‘Papaver’, in 2010 verschijnt ‘Wie wij schuilen’ dat genomineerd wordt voor de Jo Peters poëzieprijs.  In april 2014 is ‘Ik trek mijn species’ aan verschenen, dat genomineerd werd voor de VSB poëzieprijs 2015.

Uit deze laatste bundel is het onderstaand gedicht.

.

Ze laat een ijswit mannenhemd aan een spijker achter,
een trui die smerig grijs je navel dreigt, schoenen om een blote
wreef, de kalkmuur een aalmoes voor straks alleen

komt ze vertrek zeggen, liegt dag dag nirvana, waarom zich dan
een laatste keer laten dekken als een tafel zonder gast, een likkepot
op het katoen, haar vingers die er niet meer van pikken.

Ze spreidt naar het kleine, kleinere, aanminnige allerbinnenste
waar je ziet hoe verlaten je liefde is.

.

 

sasja_janssen-ik_trek_mijn_species_aan-klein

Gewoontedier

Else Kemps

.

Else Kemps  (1995) is zo rond haar negende begonnen met het onderkliederen van haar K3-dagboeken met odes aan een onbereikbare jeugdliefde. Inmiddels studeert ze Creative Writing aan Artez Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem. Het liefst schrijft ze over jongeren die gemiddeld drie keer per week een grens overgaan, sporadisch ook over dode cavia’s in een sokkenla. Op dit moment woont ze in Arnhem in een huis waar ze maar liefst vier keer in de afstand van grond tot plafond past.

Dat staat te lezen op haar website http://hardcoreindestiltecoupe.blogspot.nl/. Dit jaar was Else Kemps (die ook elke week bij Giel Beelen op radio 3FM een gedicht voordraagt en de winnaar was van de Turing poëzieprijs) te zien en te horen op het Zomerpodium van Ongehoord! in de Jacobustuin in Rotterdam. Daar liet ze zien en horen dat, hoewel vooraf wat zenuwachtig, ze gemaakt is om haar bijzondere poëzie op haar heel eigen toon voor te dragen.

Van haar blog uit 2014 het gedicht ‘Gewoontedier’.

.

Gewoontedier

.

er zijn een aantal dingen die je eerder over mij had moeten weten:

 

dat ik het liefste slaap

met mijn handen op je buik

en mijn kop in het zand, en dan dingen zeg als:

de toekomst is een fase, we groeien

er wel overheen

.

dat ik mezelf de put uit lieg

als ik ganzenbord met je speel,

de regels niet onthouden kan

en soms langer stilsta dan nodig is

.

dat ik een gewoontedier ben

en mijn vriendjes al drie jaar verlies in dezelfde maand

aan dezelfde vijverrand met dezelfde reden

.
dat een ongedebuteerde dichter me leerde: verlies is een bezit

totdat het wordt vergeten

en dat ik sindsdien muren bouw om alles

dat dreigt weg te lopen.

.

ek

                                                                                                                               Foto: Rob Hilz

 

De dood is een nat wegdek

Derrel Niemeijer, dichter van de maand

.

Zoals ik al aankondigde vlak voor zijn overlijden, is Derrel Niemeijer in november Dichter van de maand. Als een hommage aan een lieve, bijzondere, eigenzinnige man en dichter. De komende weken zal ik op zondag een gedicht van zijn hand publiceren. Vandaag is dat het gedicht met de begin regel ‘de dood is een nat pak’ door Derrel geschreven op 11 september toen er nog geen vuiltje aan de lucht leek. Op zijn heel eigen manier beschouwt Derrel in dit gedicht het leven en de dood en alles wat er tussenin ligt, hij betrekt het op zichzelf en eindigt met een hoopvolle gedachte.

.

de dood is een nat wegdek.
de route te wandelen
is als een bananenschil,
die ik van kilometers afstand zie
en toch weet ik wat volgen gaat.

altijd weer de oudjes of
het jonge tuig wat
de straat bezet.
er omheen lopen is
in de stront trappen
van hun schoudertashondjes.

verafschuw deze mensen,
die mij steeds weer laten donderen
over banenschillen … alles is al bijna
gebroken … alles is al bijna vervangen
… alles is al bijna bionisch aan mij …
wacht nog op twee computers

om mijn hart c.q. ziel en ratio te vervangen.

kon ik maar een robot zijn.
zou geen fouten maken,
alleen mijn besturingssysteem
is dan iets te verwijten.

zag ik maar een verschil,
niet een overeenkomst,
maar ratio legt het goed uit.

ik ben wat ik worden wil.
dodelijk routine, eeuwig schrijven
… eeuwig lijden … een schouder,
die mij iets zegt. versta de taal niet.

ik voel alleen maar.
misschien dan toch geen robot?

.

derrel-poeziebus

                                          Derrel tijdens de Poëziebustoer 2015

Zo’n gelukkige dag

Dichters spreken de waarheid

.

In 2005 publiceerde Amnesty International samen met uitgeverij De Geus de bundel ‘Zo’n gelukkige dag’ met “poëzie over waarheid en het ontmaskeren van leugens, over daden en wat dromen mogelijk maken, over vrijheid en wat een gevangenis niet breken kan, over liefde die niet verlaat.”

Uit deze bundel het gedicht ‘In de bibliotheek’ (je snapt waarom ik voor dit gedicht kies) van U Min Thu.

U Min Thu (1954 – 2004) een advocaat uit Myanmar (Birma) werd in 1994 veroordeeld tot een gevangenschap van zeven jaar omdat hij een studie maakte van de geschiedenis van de studentenbeweging. Amnesty International adopteerde hem als gewetensgevangene. Hij stierf in de Insein-gevangenis in 2004. Min Thu was de broer van de beroemde Birmese dichteres Nu Yin.

.

In de bibliotheek

.

Ik wist niet dat je hier was –

moest je niet tot tijgers spreken

de wolken de weg terug wijzen

een storm in je bed leggen?

.

Dat je hier zou zijn tussen gedichten

dat had ik in mijn droom niet gezien

ik geloof dat ik hier blijf

om je tot sluitingstijd te lezen.

.

u-min-thu

gelukkige-dag